Globaal bekeken
In het Kontaktblad van de herv. geref. evangelisatie Rehoboth te Voorschoten trof ik het volgende gedicht, zonder vermelding van de dichter(es), over 'Als wij ouder worden'.
'Een weinig vermoeider als de avondzon daalt,
Wat minder verstoord als een plannetje faalt.
Wat minder geneigd om een oordeel te vellen,
Wat meer om de deugden des naasten te tellen,
Zo wachten wij stil op het eind van de baan,
Waar het tijdelijke in 't eeuwige over zal gaan!
Wat breder van blik en wat ruimer van geest,
Bij veel wat ons vroeger zo eng is geweest.
Zo gaan wij dan verder door vreugd' en verdriet:
Met de poort van de betere dag in 't verschiet.
Wat meerdere liefde, voor andere vervuld,
Wat minder hoog woord, dat geen tegenspraak duldt,
Wat zachter gestemd waar 't gevallenen geldt,
Wat minder op praatjes en nieuwtjes gesteld.
Zo wachten wij kalm op 't eind van de reis,
Verlangend naar rust in 't hemels paleis!
Wat minder gejacht, wat minder tijd om te dromen,
Wat minder beangst om wat na ons zal komen.
Wat dichter bij hen die vóór ons zijn gegaan
En ons zo dierbaar waren in 't aardse bestaan.
Zij gingen, wij volgen naar vrediger oord
En houden ons vast aan de Heer' en Zijn Woord!
Nog wat leed, nog wat vreugd, nog een lach en een traan,
Dan komt onze beurt en de reis is gedaan!
Wij worden bij and'ren ter ruste gelegd,
Het boek is gesloten, 't vaarwel is gezegd!
Gezegend de doden die dan wordt gegroet:
'k Dank God dat ik U op mijn pad heb ontmoet.
De heer W. de Jong te Haarlem heeft als organist veertig jaar de gemeentezang begeleid. Bij het contactblad van de herv. geref. evangelisatie in Haarlem was een stencil ingesloten, waarin hij iets uit zijn ervaringen meedeelt onder het kopje 'de psalmbriefjes'. Hier volgt het betreffende gedeelte.
'Op een psalmbriefje staan de te zingen psalmen tijdens de kerkdienst. Gebruik is gemaakt van 125 psalmbriefjes, welke gedurende een jaar zijn verzameld. De briefjes zijn verschillend van inhoud. Er zijn predikanten, die het uitgebreid doen, b.v. met de te behandelen tekst of zondagsafdeling uit de Heidelberger Catechismus. In de meeste gevallen is het uitsluitend een opgave van de te zingen psalmen. Enkele predikanten schrijven een groet op het psalmbriefje, waarvan ik er enige noem:
– Goede dienst toegewenst
– Gezegende dienst
– Van harte sterkte
– Een gezegende dienst toegewenst
– Geve de Heere mede door uw orgelspel een gezegende dienst
– Gods zegen.
Na een groet volgt meestal een handtekening of paraaf. U zult begrijpen dat een geschreven groet in welke vorm ook goed doet. Hoewel 125 kerkdiensten geen volledig beeld kunnen geven over het gebruik van onze psalmen in de eredienst kom je toch tot opmerkelijke ervaringen.
De psalmbriefjes zijn verzameld in de jaren 1986 en 1987. Hoewel het voor een zuiver beeld een korte periode is, leveren de gegevens toch wel boeiende informatie. Onze 150 psalmen en enige gezangen bestaan totaal uit 1460 verzen. Van de 150 psalmen hebben we tijdens de kerkdiensten over de genoemde periode 111 psalmen en 453 verschillende verzen gezongen. Hieruit blijkt dat we 39 psalmen of ruim 25% niet hebben gezongen. Terwijl we 1007 verzen of 69% van het totaal aantal verzen (1460) niet hebben gezongen. 600 keer werd ons vanaf de kansel verzocht een psalm te zingen, dit komt op 4,8 keer zingen per kerkdienst. De psalmbriefjes variëren dan ook van 3 tot 6 opgegeven psalmen. Zoals u het zich wellicht nog kunt herinneren komt het een enkele keer voor dat een predikant zich beperkt tot 1 psalm of enig gezang. Recentelijk is dit voorgekomen bij de behandeling van een zondag uit de H.C., waar uitsluitend het gebed des Heeren is gezongen.
Van de psalmen 24, 32, 87, 98, 117, 126 en 133 werden alle verzen in één of meerdere kerkdiensten gezongen. De meestgezongen psalm is het leergedicht psalm 119 met zijn 88 verzen. Wij zongen van deze psalm 53 keer een vers, waarvan 33 maal een ander. Eén keer in de 4 kerkdiensten zingen we één of meerdere verzen uit psalm 119. Vers 65 werd 5 maal, de verzen 17 en 83 werden 4 maal gezongen. Totaal werden 890 verzen, waarvan 30 uit de Enige gezangen gezongen. Dat betekent, dat er per eredienst gemiddeld 7 verzen werden opgegeven. Enkele psalmen zingen we veel ten opzichte van andere.
Overzicht van de meest gezongen psalmen (10 keer en hoger).
[Tabel]
Overzicht van de psalmverzen, waarvan 5 maal of meer hetzelfde vers is opgenomen
[Tabel]
De frequentie, waarin is gezongen, geeft het volgende beeld: 362 maal 1 vers; 179 maal 2 verzen; 48 maal 3 verzen; 4 maal 4 verzen; 2 maal 5 verzen. 4 verzen werden gezongen uit psalm 37, 132. Het gebed des Heeren en de tien geboden des Heeren; 5 verzen gezongen uit psalm 81 en 87.
Psalmen, die gedurende deze periode niet werden gezongen, zijn: 4, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 20, 28, 29, 35, 39, 44, 50, 53, 54, 55, 58, 59, 61, 82, 83, 91, 101, 114, 115, 120, 125, 127, 128, 129, 131, 137, 140, 142, 144, 148 en De morgenzang.'
Met kerst doet iedereen er nog wat aan. Christen of niet-christen, kerstfeest moet er zijn. Zo is het in Israël met het loofhuttenfeest. leder doet daaraan mee, of men nu religieus is of niet. Hier volgt een korte episode uit een boekje van Lize Stilma 'God is daar waar men Hem binnenlaat' (Uitgave Callenbach, Nijkerk), een boekje over 'joodse feesten en hoogtijdagen, met daarin typisch joodse verwoordingen.
'In een loofhut is het goed praten. Ik moet vertellen, hoe mijn indruk was. Ook moet ik niet denken dat de synagoge altijd zo vol is als op dit feest. Er bestaan kennelijk drie soorten synagogebezoekers. Zij die het oude vasthouden en de waarden daarvan in hoge mate in ere houden, hun leven daarnaar inrichten, de vaste plaats in de synagoge voortdurend bezetten en dat als een feest ervaren. Dan zijn er die alles de rug hebben toegekeerd, maar het toch niet kunnen laten op hoogtijdagen in de synagoge te komen; desnoods even en dan weer snel weglopen. Ze willen toch het gevoel hebben gedaan te hebben wat de ouders verwachten. De derde groep bestaat uit hen die op de één of andere manier de indruk geven "er nog bij te horen" maar zich verwant voelen met de rabbijn uit het verhaal van Abel Herzberg 46. Herzberg vertelt dat hij als jongen eens met zijn vader uit de synagoge kwam en een oude, geestige Russische jood ontmoette; deze stak vader Herzberg zjn gebedsmantel en gebedenboek toe en zei "als je dan toch naar huis gaat, loop dan even om langs de Sinaï en geef de Eeuwige – geloofd zij Hij – het hele boeltje terug, het wordt me te machtig". Vader Herzberg vraagt dan waarom de man dat zelf niet doet. Het antwoord luidt: "ik woon de andere kant uit". Anders gezegd: "We zouden willen afhaken maar we doen het toch maar niet; de oude banden zijn sterk, de relatie met de voorvaderen hecht en het oude nest heeft een vertrouwde geur". Wanneer deze categorie om zich heen kijkt en met name worstelt met het waarom en waartoe van de Grote Vernietiging, komen er veel twijfels op hen af. Toch vieren ze dit feest.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's