De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Dr. T. Brienen, De liturgie bij Johannes Calvijn, uitgeverij de Groot, Goudriaan, Kampen, 1987, 279 blz., ƒ 49,75.
De interesse voor Calvijn concentreert zich gewoonlijk uitsluitend op zijn Institutie en zijn bijbelcommentaren. Het kennisnemen van zijn vele andere boeken, traktaten en brieven schiet er dan bij in. Met name Calvijns liturgische prestaties blijven doorgaans geheel onbekend.
Daarin kan echter bij allen die de moeite willen nemen het pasverschenen boek van dr. T. Brienen over 'De liturgie bij Johannes Calvijn' te lezen, snel verandering komen. Ik heb voor dit boek bewondering en veel waardering. Brienen heeft, uitgaande van de eerste editie van de Institutie van 1536 en voortgaande tot het einde van Calvijns loopbaan alles doorvorst wat hij op liturgisch gebied gepresteerd heeft, en dat is niet weinig. Bovendien is Brienen met grote zorgvuldigheid nagegaan alles wat er over zijn onderwerp te vinden is, met als gevolg dat wij in zijn boek vele (vaak vertaalde) citaten tegenkomen in de moderne talen. Zelfs een Hongaarse studie is rijkelijk benut.
Fraai noem ik de uitgave van dit boek. Een mooi gebonden boek, met stofomslag; voorzien van een zeldzaam portret van Calvijn voorin, en – wat tegenwoordig een weelde is – het notenapparaat onderaan de bladzijden. Het eerste gedeelte van het boek biedt veel historische stof, het tweede is meer analyserend en het derde biedt de samenvatting.
Calvijn heeft ons aparte geschriften over de liturgie en orden van dienst nagelaten. Deze worden natuurlijk in deze studie expliciet behandeld. Maar tegelijk worden in het licht gesteld de (theologische) inzichten die de basis vormden waarop deze aktiviteiten plaatsvonden. Zo ontstond een naar alle kanten rijk boek.
Aantrekkelijk in dit boek is ook dat allerlei meer 'kleine zaken' aan de orde komen. Hoe dacht Calvijn over formuliergebeden? Hoe dacht hij over het knielen bij het bidden? Hoe dacht hij over het orgel in de kerk?
Brienen blijkt vooral onder de indruk te zijn van wat hij noemt de twee-eenheid van Woorddienst en Avondmaalsdienst bij Calvijn. Hij ziet Calvijn staan in de traditie van de gewijzigde en gezuiverde misdienst die hij aantrof in de Duitse gemeente te Straatsburg, waaraan de naam van Martin Bucer is verbonden. Reeds tevoren, in 1536, had hij, waarschijnlijk zich aansluitend bij de Oude Kerk, zijn visie op Woord en Tafel ontwikkeld, maar bij Bucer vond hij de vorm daarvoor. Op een zelfstandige wijze heeft Calvijn in zijn Straatburgse jaren aan deze liturgie in eigen franssprekende gemeente gestalte gegeven.
Calvijn zou staan buiten de zwingliaanse traditie inzake de liturgie, die hij even wel bij zijn komst te Genève aantrof, waar Farel werkzaam was geweest, die inzake de liturgie op de zwingliaanse lijn zou hebben gestaan. Calvijn heeft in Genève allerlei consessies moeten doen. De twee-eenheid van Woorddienst en Avondmaalsdienst heeft hij niet kunnen realiseren. Zijn ideaal: elke zondag(morgen) een avondmaalsdienst heeft hij onder druk van buitenaf moeten prijsgeven.
Brienen is niet de eerste die deze stellingen heeft ontwikkeld. Hij heeft ze wel op een eigen wijze ontwikkeld. Hij tracht zoveel mogelijk zijn eigen weg te gaan.
Ik heb – bij alle grote waardering voor dit boek – daar echter toch wel een paar kritische kanttekeningen bij. Ligt de zaak niet wat complexer dan door Brienen wordt voorgesteld? Lagen de liturgische inzichten onder de hervormers wel zover uit elkaar dat men van verschillende lijnen kan spreken, de ene zwingliaans en de ander buceriaans-calvijns? Juist in de tijd dat Bucer zijn Dienstboek ontwierp en invoerde stond hij nog geheel aan de kant van Zwingli. En Farel, die hier een 'zwingliaan' heet (was hij dat ook?) kon zonder stoot of slag zich bij Calvijn aansluiten. Als er werkelijk diepgaande theologische verschillen, in het geding waren, zou Calvijn dan ooit in Genève en zelfs al in Straatsburg, waar de overheid hem niet toeliet elke zondag het avondmaal te vieren, hebben kunnen toegeven?
Aan het eind van zijn boek stelt Brienen vast dat er nog heel wat veranderen moet. De liturgie in de Nederlandse kerken van gereformeerde belijdenis ziet hij sterk bepaald door het rationalisme van de Verlichting en het Piëtisme. Ik kan dat echter niet vatten, want: ten eerste het Piëtisme was er eerder dan de Verlichting, ten tweede: de liturgie in de Nederlandse kerken stond al vast vóór de tijd van het Piëtisme, en ten derde: in de sacramentsopvatting zijn onze Gereformeerde Kerken bepaald niet zwingliaans.
Hoe hoog ik ook de sacramenten wens te waarderen, dus ook het Avondmaal, dat wij zouden moeten komen tot een 'twee-eenheid' van Woord- en Avondmaalsdienst kan ik niet begeren! De vraag is of het juist is om ten aanzien van Calvijn van een twee-eenheid van Woord en Sacrament te preken. Gaat die terminologie niet net iets te ver?
Verder, moet niet verdisconteerd worden, dat in Genève en allerwege in die tijd op de zondagen maar ook doordeweeks talrijke kerkdiensten werden gehouden, waarbij er dan één, op zondagmorgen, mèt het Avondmaal gehouden zou moeten worden? Met andere woorden, niet elk gemeentelid dat op zondag of zelfs op de zondagmorgen naar de kerk wilde gaan, werd, als Calvijn zijn zin zou hebben gekregen, gedwongen een avondmaalsdienst bij te wonen. Wanneer heden ten dage de gewoonte werd ingevoerd dat elke zondagmorgen ook het Avondmaal werd bediend, dan zou dat wèl het geval zijn.
Tot slot, zou Calvijn niet de boog wat te sterk gespannen hebben met te verlangen, dat elke zondag het Avondmaal des Heeren zou worden gevierd? Hoeveel respect wij ook hebben voor de grote hervormer, wij behoeven niet in alles hem te volgen. Ik ben van oordeel dat het de gemeente geen goed zou doen als elke zondagmorgen er een dienst werd gehouden, waarin zowel het Avondmaal als het Woord zou worden bediend. Waarmee ik natuurlijk niet wil ontkennen dat, helaas, maaar al te velen in onze Kerken, zich gemakkelijk afmaken van de Avondmaalsvieringen. Calvijn blijft in dat opzicht een heilzame onruststoker. Maar absolute norm is Calvijn niet, dan zouden wij ook de orgels uit onze kerken moeten verwijderen.
Het boek van Brienen heeft mij zeer geboeid. Ik ben er ook door verrijkt. Het laat een kant van Calvijns levenswerk zien, die te zeer in de schaduw is gebleven. Kortom, ik ben er dankbaar voor, en beveel het gaarne aan.
K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's