Boekbespreking
Dr. C. F. van Andel, Gisteren onmisbaar voor morgen, uitg. Kok, Kampen, 233 pag., ƒ 46,–.
Dr. Van Andel nam 5 juni 1987 afscheid als secretaris van de hervormde Raad voor Kerk en Theologie waaraan hij sedert 1968 was verbonden. In dr. Van Andel ontmoeten we iemand die voor een belangrijk deel gezichtsbepalend is geweest voor de na-oorlogse Hervormde Kerk. In het Ten Geleide wijst prof. De Knijff op 3 aspecten die het leven van dr. Van Andel sterk hebben bepaald: de nieuwe koers sinds de invoering van de kerkorde van 1951, de oecumene met de Rooms-Katholieke kerk en de eenwording met de Gereformeerde Kerken. Zo belichaamt hij een stuk Hervormd kerkelijk engagement van de periode na 1945. Ik zou er dan wel bij willen zeggen: Hervormd vanuit de visie van de Midden-Orthodoxie. En dat in een tijd waarin deze modaliteit ongeveer alle touwtjes in handen had en stevig hield tevens. In de hier besproken bundel zijn een aantal opstellen van de hand van dr. Van Andel verzameld. Ze zijn gegroepeerd rond de thema's die typerend zijn voor zijn bezig zijn in de kerk, voor zijn aandachtsvelden en activiteiten al die jaren. Het zijn er een 6-tal: Uit de Schrift, Geschiedenis van kerk en kerklied. De Nederlandse Hervormde Kerk, Samen op Weg, Rome en Reformatie en de Verstandelijk gehandicapten in de gemeente. Centraal voor de visie van dr. Van Andel ten aanzien van zijn staan in de Hervormde Kerk en in de oecumene lijkt me het hier opgenomen artikel 'Eenheid in verscheidenheid'. Pluriformiteit is een maatschappelijk en kerkelijk verschijnsel, aldus Van Andel. Alle grote kerken zijn modaliteitskerken geworden en worstelen met een identiteitscrisis dientengevolge. Maar heeft de pluriformiteit niet haar wortels in de Bijbel zelf, stelt de schrijver? Hij wijst dan op de verschillende literaire genres, op het Evangelie in viervoud. Hij ziet achter de meervoudige overlevering een genuanceerde visie op het Christus-gebeuren schuilgaan. In Korinthe was blijkbaar plaats voor Petrus-leerlingen naast Apollos-jongeren, voor Paulus-discipelen naast een Christus-partij, aldus Van Andel. Het Evangelie is pluraal overgeleverd en constitueerde een kerk die van het begin af een pluriform karakter droeg. Toch wil dr. Van Andel het pluralisme niet verheffen tot principe van het kerkelijk leven. Je kan dit verschijnsel niet toepassen om er de kerkelijke verdeeldheid mee te verdedigen. Hij zoekt dan naar een antwoord op de vraag waar de grenzen van de kerk liggen en wat haar identiteit is. Hij zoekt het antwoord niet zozeer bij de grenzen als wel in het midden. ledere kerk dient bereid te zijn eigen identiteit onder kritiek te stellen. Ik begrijp hieruit dat hij in dit verband ook de confessie ziet als een historisch bepaald belijden wat wel waarde heeft. Maar toch een relatieve waarde, geen beslissend en doorslaggevend criterium als het gaat om genoemde grenzen van de kerk. Hier scheiden toch allerlei wegen, voor wie Schrift en belijdenis maatgevend en grensbepalend zijn. Dat wordt merkbaar in deze bundel als Samen op Weg aan de orde komt. Van Andel verbaast zich over de zorg die in de kringen van de GB in de Hervormde Kerk leeft terzake het confessioneel gehalte van de toekomstige kerk. Er is toch aanhankelijkheid uitgesproken aan het gereformeerd belijden? Maar we zijn met goedbedoelde woorden niet klaar! Trouwens, hoe vast is dan dat gereformeerde qua beginsel als in deze bundel tevens hartstochtelijk bijna gepleit wordt voor oecumene met Rome?
Dr. Van Andel poneert de stelling dat Reformatorische kerken alleen bestaansrecht hebben als ze zich hun afkomst bewust blijven en geloven dat hun bestemming ligt in eenheid met hen van wie ze sinds de Reformatie gescheiden zijn geraakt. Maar onze afkomst ligt niet in de Roomse kerk van de Middeleeuwen. Die is te vinden in de apostolische prediking van Jezus Christus alleen. En dat geldt èn Roomsen èn Reformatorischen. En juist omdat er door sommigen binnen het kader van 'Samen op Weg' gesproken wordt over: 'Katholieken en protestanten: Samen op Weg?', doet de vraag des te klemmender klinken: kan dat met inachtneming van het reformatorische belijden van bijv. de Hervormde kerk vervat in haar belijdenis? Mij trof trouwens hoe gezegd wordt dat we inzake het Samen-op-Weg-proces, stuitend op weerbarstigheden, de strategie daarop moeten afstemmen. En bij die weerbarstigheden wordt dan onder andere gedacht aan de oecumene met Rome naar het model van S.o.W.
Strategie: dat klinkt weinig geestelijk. Regelen we dat allemaal zelf? Of is het God die door Zijn Geest Zijn gemeente leidt langs de lijnen van Zijn Woord en zo bijeen brengt allen die bijeen horen.
Een bundel opstellen die op kardinale punten tot tegenspraak oproept, intussen wel scherpt als het gaat om positiebepaling vanuit het gereformeerd beginsel.
J. Maasland
T. Brienen e.a., Figuren en thema's van de Nadere Reformatie, De Groot, Goudriaan-Kampen, 1987, 87 blz., geïllustreerd, ƒ 19,90.
Sinds een aantal jaren bestaat er een Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR). Zij geniet, naar ik aanneem, reeds algemene bekendheid door de uitgave van haar 'Documentatieblad', dat dit jaar haar 11e jaargang volmaakt. De vaak zeer waardevolle artikelen in dit blad hebben reeds ruime aandacht getrokken.
Maar de Stichting is niet van plan het hierbij te laten. Een bewijs daarvan is de zojuist verschenen afzonderlijke publicatie, die aangekondigd wordt als een eerste deel. Wij hebben dus nog meer te verwachten. Vier leden van de SSNR-werkgroep 'Wezen en vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie' (ressorterend onder de Stichting) hebben een achttal figuren, die gerekend worden tot de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie (NR) besproken.
Ik noem nu de namen van de auteurs en de namen van hen aan wie zij een bespreking wijdden. De heer G. H. Leurdijk bespreekt Arent Cornelisz Croese (1547-1605), Dionysius Spranckhuysen (1587-1650) en Theodorus à Brakel (1608-1668), dr. W. J. van 't Hof Frederick de Vrij (1579-1646) en Josias van den Houte (1582-1623); dr. T. Brienen Jacobus van Oudenhoven (1600-1690) en Johan Cornelisz van Bleiswijk (1618-1696); dr. L. F. Groenendijk Petrus Wittewrongel (1609-1662).
Wittewrongel was voor dr. Groenendijk (en het lezerspubliek) een goede bekende, want hij wijdde een paar jaar geleden aan hem een proefschrift. Dr. Brienen typeerde Van Oudenhoven reeds in zijn boekje Reformatie en Nadere Reformatie in Alblasserwaard en Vijfherenlanden (Goudriaan 1984) en de heer Leurdijk komt ten aanzien van Theodorus à Brakel niet verder dan diens eigen mededelingen in de paar boeken die hij naliet, maar dat alles nemen wij de auteurs niet al te zeer kwalijk, want over Wittewrongel zal wellicht niet zoveel méér mee te delen zijn; over Van Oudenhoven weet Brienen intussen heel wat meer te vertellen dan in 1984; en wat Brakel betreft, het zal wel erg moeilijk zijn om na te gaan van wie hij nu precies afhankelijk is geweest, met andere woorden na te gaan welke vóór-reformatorische bronnen zijn geestelijk leven beïnvloed hebben. Onder de 8 besproken figuren komen 2 lekentheologen voor: De Vrij en Van Bleiswijk; en willicht moeten wij ook Brakel ertoe rekenen.
Ik heb het boekje met veel smaak gelezen en waardeer het. Het is een gelukkige start die, naar ik hoop, niet in een begin zal blijven steken.
Ik heb een paar kritische opmerkingen, maar die zijn beslist niet negatief bedoeld.
1. Zou men zich niet te zeer verkijken op het begrip 'godzalig'. Al wat godzalig heet wordt voor 'piëtistisch' gehouden, maar is dat wel zo? Ik ben ervan overtuigd dat in de 16e, 17e en 18e eeuw het begrip 'godzalig' een veel bredere betekenis had, dat het ongeveer dezelfde betekenis had als tegenwoordig het begrip 'christelijk' en soms zelfs (maar nu aarzel ik) niet veel meer betekende dan burgerlijk, fatsoenlijk, nauwgezet.
2. Zou het geen aanbeveling verdienen in eventueel volgende publicaties vooral te streven naar het aanboren van nieuwe, onbekende bronnen, of het blootleggen van historisch wortels. Met een herhalen van wat reeds algemeen bekend is of een citeren van wat iedereen lezen kan, komen wij wat studie betreft (en daar gaat het de Stichting om) niet veel verder.
3. Zal niet beter en zakelijker onderscheid gemaakt moeten worden tussen 'Nadere Reformatie' en 'Piëtisme'. Nu lopen de begrippen nog door elkaar heen. Ik heb de indruk dat men reeds in deze eerste publicatie de zaak te veel laat uitvloeien. Wellicht zal de werkformule die de Stichting indertijd heeft opgesteld wat bijgesteld moeten worden.
4. Loopt de Stichting geen gevaar om onder een bepaald gezichtspunt zo goed als het hele corps predikanten in de 17e eeuw en later onder te brengen bij de 'Nadere Reformatie'. Als Croese b.v. ertoe gerekend wordt, waarom dan ook niet Bogerman, Trigland, Gomarus enz.? Om een hervorming van het totale leven ging het alle gereformeerde predikanten. Maar dat betekent nog niet dat zij piëtisten waren in de geest van Theodorus à Brakel. Ik heb er geen bezwaar tegen als de Stichting haar studie-object zou verbreden tot heel het gereformeerd protestantisme in de 16e-18e eeuw (ik zou het zelfs toejuichen), maar dan moet zij wel weten wat zij doet. In dit verband ook het volgende: Al heeft een bepaalde predikant weleens vrienden gehad onder uitgesproken piëtisten, en al heeft hij weleens genoten van een werkje van b.v. Perkins (die trouwens ook nog wel wat anders was dan alleen maar een piëtist) dan is hij om die reden nog niet zelf te zetten in de rij van de piëtisten.
5. Zou er niet binnen de Stichting terwille van de helderheid een aparte werkgroep in het leven moeten worden geroepen voor het 'piëtistisch Puritanisme' en – wat mij betreft – ook voor het Luthers Piëtisme, welke beiden, de een meer de ander minder, van invloed zijn geweest op het gereformeerde piëtisme in Nederland.
Het moge duidelijk zijn dat ik deze publicatie graag aanbeveel en de Stichting veel goeds toewens.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's