Globaal bekeken
In het weekblad 'De Tijd’ weekblad 'De Tijd' stond een interview met minister C. P. van Dijk onder de titel: 'Ik denk vaak: kom op Kees, iets blijmoediger kan het ook wel'. Hier volgen enkele sprekende passages:
'Door mijn geloof kan ik elke klap verwerken. Het is mijn fundamentele drijfveer Het geeft kracht. Het inspireert. En het bepaalt in hoge mate mijn denken, rnijn uitzicht op mens en samenleving – als ik bijvoorbeeld naar mezelf kijk: ik ben een vat vol zonden – óók ik. Ik kamp met een hele hoop verkeerde impulsen. Dat weet ik van mezelf, dat weet ik van anderen. Ook aan u kleven ondanks goede trekken de nodige fouten. Laat ik het minimalistisch zeggen, ik ben in een vriendelijke bui.
Mijn levensbesef was oorspronkelijk aan de zware kant. Maar ik heb een losheid gewonnen door mijn vorming in tal van niet-orthodox-protestantse milieus – in Zuid-Afrika, Nieuw Guinea, de VS, Frankrijk, ga zo maar door. Ik mis echter het spontane vermogen uitgelaten te zijn. Ik denk vaak: kom op Kees, iets blijmoediger kan het ook wel. Mijn uiterlijk werkt niet mee. Als ik me 's morgens sta te scheren, kijk ik met enig gefrons naar mijn stuurse hoofd: tjongejonge, wat moet er nú weer worden van de nieuwe dag. Van mijn gezicht word ik niet vrolijk, dus de rest van het etmaal probeer ik spiegels maar zoveel mogelijk te vermijden. Ik kijk naar andere mensen, daaraan ontleen ik tenminste pep – in dat opzicht ben ik een pure egoïst.
Toos zegt ”kijk toch eens wat vriendelijker, dan ben je huis wel aantrekkelijk". Op zo'n moment leg ik altijd braaf een belofte af: ”Goed vrouw, goed, ik zal mijn best doen”.
Mijn gezicht oogt beter sinds ik me doordeweeks elektrisch scheer. Er zitten geen halen meer in. Tot mijn genoegen hoef ik nu ook geen vreemde frivole geurtjes meer op te doen om wondjes te desinfecteren. Toen dat nog nodig was gebruikte ik al een zo neutraal mogelijk merk. Aqua-, Aqua-… Aqua-iets. Bijkomend voordeel is dat ik op deze manier zeker een kwartier per dag win. Dat kun je als minister goed gebruiken.
Ja, misschien zou ik een minder zware bril moeten kopen. Maar dan ga je naar een opticien, krijg je exemplaren met een dunne rand op je neus gezet, zie je de afkeuring van het opticiensgelaat druipen, word je vervolgens voorzien van een donker ding en zegt de betreffende deskundige: "Prachtig, dit past nou prscies bij u". Ik vind niets makkelijker, prettiger, dan doorgaan op de bekende weg. Dan vermijd je het onzekere van de verandering. Met kleding heb ik dat ook: conservatief ingesteld. Toos vindt dat ik vlottere pakken moet kopen. Ik hoor het aan maar denk voortdurend: "Ach mens, móet dat nou?" (…)
Ik heb oog in oog met de dood gestaan – correct. Dat is door uw vakgenoten toegeschreven aan de spanningen rondom mijn werk. Volstrekte onzin. De dokters zeggen dat het dichtslibben van mijn kransslagaderen zich in een lange reeks van jaren heeft voltrokken. Hard werken maakt mensen niet ziek – mensen worden ziek van werk dat ze behoren te doen maar laten liggen.
Op een dag kreeg ik pijn in mijn borst. Mij arts riep:
"Als ik de symptomen zo hoor, kun je maar beter gelijk naar het ziekenhuis gaan". Dat heb ik dan ook onmiddellijk gedaan. Dat wil zeggen: aan het eind van de middag. Eerst natuurlijk het dagelijks werk afgemaakt.
Toen de cardioloog met de uitslag kwam, dacht ik eerst: kijk aan, het is afgelopen met mijn werk. En misschien zelfs met Kees van Dijk. Omdat ik heel oud wens te worden was dat redelijk schokkend. Wilt u ook een sigaartje? Mijn dokter meent dat ik beter kan stoppen met roken. Maar ik veroorloof mij dagelijks een paar kleine sigaren. En onder het werk méér dan een paar, ja. Misschien teveel. Ach, je kunt niet alle genoegens van het leven afschaffen. Ik wil honderd worden, maar niet tegen elke prijs.
Aan de vooravond van de operatie had ik geen spoor van doodsangst. Nee, de volstrekt logische vraag hoe ik door mijn Schepper zou worden geoordeeld heb ik mezelf dus niet gesteld. (…)
Ik zal na mijn dood niet worden veroordeeld. Als christen weet ik dat. De straf die je zou kunnen ondergaan is allang gedragen – door Jezus Christus. De dreiging van hel, vagevuur of iets dergelijks is weg. Volstrekt verdwenen. Na het leven zal geen uitzichtloze periode van volledige verwerping aanvangen. Maar dan moet je wel – om een beeld van Christus te gebruiken – zijn ingeënt op de levende wijnstok. En dat toon je door vruchten te dragen. Als je dor bent, geen vruchten voortbrengt en denkt dat je er dan tóch wel komt, bedrieg je jezelf. Mensen zouden er goed aan doen daarbij stil te staan. (…)
Liefde hebben voor de politiek – dat is mij een te zwaar woord. Het is mijn dagelijks werk. Boeiend werk waarmee ik zo druk in de weer ben – dikwijls negentig uur per week – dat ik denk: wordt het niet wat teveel? Ik ben bezig vanaf het moment dat ik de deur achter me dicht trek tot het ogenblik dat ik me met vrouwlief naar de sponde begeef. Maar ik kan er heel goed afstand van doen… als ik de gelegenheid heb.
De legende dat ik elke minuut van de week produktief wil besteden, is een fabeltje. De Dag des Heren houd ik meestal vrij. En ik vind het aangenaam zo nu en dan wat te lummelen, wat tijd te ver-mor-sen. Als je een keer op verhaal wilt komen kan dat uitgesproken nuttig zijn. (…)
Ik verdiep me dagelijks in de Bijbel, veelal na de maaltijd. Ik vind dat je niet zomaar je eigen, subjectieve keus uit dierbare teksten mag maken – al is dat verleidelijk. Je moet proberen de Bijbel systematisch helemaal door te gaan. Je leest dus dikwijls dingen waarvan je op het eerste gezicht zegt: daar sta ik niet om te springen. Maar soms zie je na tien keer lezen ineens de zin van een weerbarstig stuk. Onlangs heb ik een preek gehouden, tijdens een middagpauze-dienst in Den Haag. Ik koos voor teksten uit psalm 119. Een soort verheerlijking van de volmaaktheid van de Wet Gods, die de mens onvolmaakt probeert na te volgen. Ik had een drietal punten over te brengen. De constatering dat je er als mens weinig van terecht brengt; de aanmoediging toch gehoorzaam voort te gaan; de lofprijzing. Want daarin behoort elke overdenking uit te monden. Het gaat niet om onze eigen eer en heerlijkheid maar om die van de Heer.
Ik ervaar God als een strenge God. Ook als een liefdevolle, zorgende vader, maar hij venvacht nogal wat van mensen. Hij meet je met maatstaven die niet mis zijn en waarbij ik me bepaaldelijk klein voel. Ik heb het idee dat ik het in de ogen van God verre van goed doe. Dat ik soms echt faal. Sta ik 's morgens op, denk ik: als ie nog een béétje Zijn pad wil volgen zul je beter voor de dag moeten komen dan tot nu toe, Kees. Je hebt dóór te gaan. Gehoorzaamheid is een cruciaal begrip. Anders kom je bij je eigen afgoden terecht. Bij macht. Bij geld. Bij genot.
Ja, ik heb een dialoog met God. Natuurlijk overleg ik met Hem als ik laten we zeggen een belangrijke beslissing over de inkomens van ambtenaren moet nemen. Hoe kun je zonder? Geloof is een relatie. Schepsel tegenover Schepper. Je hebt voortdurend de neiging te denken datje op jezelf kan vertrouwen, je eigen pad kan volgen. Maar dan lopen mensen, blank en zwart, op een gegeven moment vast in hedonisme. Daar raak je niet uit, tenzij je iets prijsgeeft en de relatie herstelt met degene die zegt: je dient je te richten op de liefde voor je Schepper en je medemens. Kortom, mijn relatie met God is een relatie vol strijd. Ook ik leef te vaak vanuit bronnen van zelfzucht en liefdeloosheid. Ook ik ben er te vaak op uit mezelf waar te maken, te scoren – dikwijls ten koste van een ander.
Soms is God weg. Typisch kenmerk van de Schepper: dat -ie zich af en toe verbergt. Dat de hemel gewoon dicht zit. Misschien doordat je zelf niet intensief genoeg zoekt. Ik weet het niet. Er zijn dingen die ik niet weet.'
Nog enkele 'Korte overdenkingen' uit De Stem.
• Niets doet ons een mens zo liefhebben, als voor hem te bidden.
• Het geloof, dat bergen verzet, is de beloning voor hen die de kleine heuvels niet uit de weg gaan.
• Het moeilijkste geval voor God is niet de dief, niet de echtbreker, niet de moordenaar, niet de homosexueel, niet de godslasteraar. Het moeilijkste geval voor God is de 'goede' mens in zijn eigengerechtigheid, die er niet toe komt te erkennen en te belijden dat hij een zondaar is, die een Verlosser nodig heeft. Jezus kwam om de verlorenen te zoeken en te redden, maar niemand kan gered worden voordat hij weet dat hij verloren is. 'Ik ben gekomen, niet om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars', zegt Jezus in Mattheüs 9 : 13.
• In de bossen zou stilte heersen, indien alleen de beste vogels zouden zingen.
• Er zijn twee soorten van mensen: de ene doet het werk, de andere oogst de eer. Rekent u zich tot de eerste groep, dan zult u nauwelijks concurrentie te vrezen hebben.
• Niemand heeft altijd gelijk – uitgezonderd de dwaas.
• Droefheid is beter dan gelach, want zij heeft een louterende invloed op ons. Een verstandig man denkt veel aan de dood, terwijl een dwaas er alleen maar op uit is het hier en nu goed te hebben.
• Ons geloof en onze vriendschap gaan niet verloren door een grote daad, maar door vele kleine nalatigheden.
• Vergissen is menselijk. En de schuld daarvan bij anderen zoeken is nog menselijker.
• Het is beter uw wegen door God te laten lelden, dan uw dwaalwegen door Hem te laten corrigeren.
• Wij moeten God in het verborgene leren kennen om moedig in de openbaarheid voor Hem te kunnen opkomen.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's