De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zorg om de ouderen van morgen (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zorg om de ouderen van morgen (1)

8 minuten leestijd

De laatste tijd worden er nogal wat conferenties gewijd aan dit onderwerp. Begrippen als vergrijzing van onze samenleving worden in cijfers uitgedrukt: harde feiten. De politiek speelt erop in. De dienstverlenende sectoren, zoals bejaardenhulp binnen de gezinsverzorging, zijn er mee bezig. En de kerk? Heeft die er ook mee te maken? Iedereen zal zeggen: ja natuurlijk ook de kerk, de plaatselijke gemeenten zullen vergrijzen met alle gevolgen van dien.
Een vraag die in het verlengde van dit alles ligt is: maar wat dóet de politiek, de dienstverlening en de kerk er dan aan. Nu, en met het oog op morgen. Daadwerkelijk wordt er misschien ook nog niet zoveel aan gedaan. Maar ja, de echte vergrijzing zit er ook pas tegen het jaar 2000 aan te komen.
Wat er in de laatste tijd wel valt te bespeuren is een andere manier van denken over hoe de zorgverlening ten behoeve van de ouderen gerealiseerd moet worden. Dat anders denken over, zie ik dan voornamelijk gestalte krijgen in de politiek en daaraan vastgekoppeld de dienstverlening.
Dachten we eerst dat dit anders denken langzaam op gang zou komen, nu gaat dat denken sneller post vatten. Er worden ook daden gesteld. Ondermeer door allerlei bezuinigingen, een ander beleid voor bejaarden en verpleegtehuizen. Allerlei nieuwe begrippen vullen de dagbladen, zoals Thuiszorg, Mantelzorg etc. Menigeen vraagt zich af, wat wil men nu eigenlijk? Waar gaat het naar toe. Het lijkt erop dat alles niet alleen anders, maar daardoor ook slechter wordt. Dat maakt mensen onzeker. Die onzekerheid komt ook, omdat dat anders denken moeilijk wordt begrepen. Er zijn ook allerlei tegenstrijdige geluiden te horen, die het er ook niet gemakkelijker op maken. Daarom lijkt het ons goed in een paar artikelen het één en ander op een rijtje te zetten.
Eigenlijk kijken we dan drie richtingen op, die van de politiek, of wilt u overheid. Vervolgens letten we op verschillende instellingen die met de zorg voor de ouderen te maken hebben. Tenslotte proberen wij de taak van de christelijke gemeente in dit opzicht eens te bezien. Dit alles in de hoop dat dit drieluik wat duidelijker in zicht komt.

Verschuivingen (in denken en doen)
Van welzijn naar zorg
Het begrip welzijn is ingevoerd geraakt in een periode dat het in ons land economisch heel erg goed ging. We denken aan de periode 1965-1975. Vanuit de toenmalige overheid werd gepropageerd dat welzijn een veelomvattend begrip is en als het ware het leven van een mens omvat van de wieg tot het graf. Daarbij werd tevens benadrukt, dat het een taak van de overheid was dit welzijn op alle terreinen van het leven, middels subsidie, te bevorderen. De uitvoering ervan was alleen veilig in handen van de professie, de vakman.
Zo kwam het sociaal cultureel werk tot bloei. Allerlei kerkelijk jeugdwerk werd gesubsidieerd. Het maatschappelijk werk onderging een duidelijke groei. Er kwamen grote – vaak niet-christelijke – instellingen. De uiteindelijke opdrachtgevers van het maatschappelijk werk – dat zijn de diakonieën – stonden voor hun gevoel letterlijk aan de kant, want ook dit werk werd volledig gesubsidieerd door de overheid.
Niet alleen vele terreinen van het leven vielen onder dit welzijnswerk. Ook allerlei filosofiën over welzijn werden gepropageerd. Onder die invloed kwam men vaak – ook in christelijke kring – moeilijk onderuit.
Toch hebben wij geprobeerd vanuit de geref. gezindte na te denken hoe wij – met het oog op ons welzijn – dit begrip verantwoord handen en voeten konden geven. Die tijd lijkt voorgoed voorbij. Hoe komt dat? Daar zijn vele oorzaken voor aan te wijzen. In de beginjaren tachtig sprak en schreef men al over de 'stagnerende verzorgingsstaat'. Laten wij het er binnen ons kader maar op houden dat een sterke economische teruggang, ons allemaal op het gebied van het welzijnswerk – overheid en uitvoering – opnieuw aan het denken heeft gezet. Twee zaken kwamen daarbij voldoende duidelijk aan het licht:
1. alle activiteiten kunnen niet blijvend worden gesubsidieerd
2. wat zijn we onzorgvuldig omgesprongen met alle niet-professionele hulp, die mensen elkaar toch kunnen bieden, met andere woorden: de vrijwilliger kwam weer in zicht.
Zo ontstond ondermeer het begrip: zorgzame samenleving. Van welzijn naar zorg. Ik vind dit een goede verschuiving. In het woord zorg heeft men geprobeerd een paar elementen die op zich al heel oud zijn, toch vanuit het stof van de zolder, tevoorschijn te halen.
Als ik allerlei nieuwe begrippen hoor, waarin het element 'zorg' doorklinkt, dan leg en denk ik terecht een verbinding met woorden als: ergens zorg voor dragen, zorgzaam zijn etc. Terecht heeft men er ook op gewezen dat wanneer wij het begrip zorg die kleur geven, wij ook, of misschien nog wel beter, kunnen spreken van een 'verantwoorde samenleving' in plaats van een zorgzame samenleving. Het een sluit het ander niet uit.
Deze dingen moeten mensen die christen wülen zijn bijzonder aanspreken. Zijn wij met deze zaken niet bezig met elementen vanuit de tweede tafel van de Wet des Heeren? Liggen hier opnieuw geen geweldige mogelijkheden voor de christelijke gemeente om voor haar leden en voor de totale samenleving aan te geven wat in woord en daad dienstbaarheid betekent?
Het voert te ver om nu uit te wijden over de lessen uit de geschiedenis waar we veel van kunnen leren. Ik zie in onze tijd, waarin mensen weer moeten leren dat zij op elkaar zijn aangewezen, veel raakvlakken met de positie van de christelijke kerk in haar prille bestaan. Vervolgens zouden wij ons ook eens wat meer moeten verdiepen in de periode van het reveil. Wie van dit alles kennis neemt wordt geïnspireerd! Nog enkele begrippen wil ik u duidelijk maken. Daarbij zal ik ook wat voorbeelden geven hoe die begrippen praktisch worden gevuld binnen de instelling waar ik als directeur werkzaam ben. Het betreft hier een instelling waar ondermeer gezins- en bejaardenverzorging, alsmede maatschappelijk werk wordt uitgevoerd.

Zelfzorg
Wanneer er hulp wordt gevraagd bij de afdeling gezins- en bejaardenverzorging komt de vraag bij de zgn. intake aan de orde: 'Wat kunt u zelf nog?' Enerzijds is dit een uitvloeisel van de bezuinigingen. Het budget laat niet toe dat alles door een helpster wordt gedaan. Maar in die vraag zit ook opgesloten de gedachte: wat ouderen zelf nog kunnen doen – soms met enige inspanning – moeten wij ze niet ontnemen. Het stimuleert en activeert.

Mantelzorg
Hierbij komt de vraag aan de orde of er wellicht anderen zijn, die mede hulp kunnen bieden. Te denken valt aan familie, buren en kennissen, maar ook wordt hier gedacht aan hulp vanuit de kerkelijke gemeente waartoe men behoort. Er wordt dus een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van de omgeving. Dat is een goede zaak, al zal het een en ander bij langdurige hulpverlening wel goed georganiseerd moeten worden. Hier ligt ondermeer een diakonale taak.

Thuiszorg
Hiermee wordt bedoeld bepaalde patiënten of bejaarden langer thuis te houden door middel van extra verzorging van onderscheiden aard. Ook hier weer het gegeven: de ziekenhuizen en verpleegtehuizen kunnen niet iedereen opnemen die er binnen de huidige indicatie voorschriften in feite wel zouden moeten worden opgenomen. Voor wat de ziekenhuizen betreft is er ook een bepaald percentage dat medisch niet meer behandeld wordt en elders zou moeten worden opgenomen. Dat kan echter vanwege plaatsgebrek niet altijd (direkt) worden gerealiseerd.
Allerlei vindingrijke suggesties worden nu aan het papier toevertrouwd en soms in de praktijk toegepast, om nu meer mensen binnen de zgn. Thuiszorg te behandelen. Het laatste woord is hierover nog niet gesproken.
Uit dit alles moge duidelijk zijn dat de zorg voor anderen niet alleen een taak is van de overheid, die door subsidie instellingen voor maatschappelijke dienstverlening de mogelijkheid biedt hulp te verlenen.
Wij allen worden als burgers aangesproken door die overheid. De strategie van de overheid is daarbij ondubbelzinnig duidelijk. Er zijn aspecten van de gesubsidieerde hulpverlening die in andere handen moeten overgaan. In dit verband worden particuliere verzekeraars genoemd die een regeling treffen met de hulpvrager en de uitvoerende instanties.
In dit verband verwijs ik naar het rapport van de commissie Dekker. Dat vindt de huidige overheid. Men voert dit ook uit middels hard aankomende bezuinigingen. Men ziet bewust of onbewust echter één belangrijke zaak over het hoofd. Onze samenleving is geen zorgzame samenleving meer. Burenhulp en – ik noem het maar in één adem – goed georganiseerde diakonale hulpverlening, zijn schaarse artikelen. Vooral in de grote steden is het er nauwelijks. Dieper geredeneerd het zgn. 'ik-tijdperk' is nog lang niet voorbij. Wanneer men deze feiten als overheid over het hoofd ziet, maakt men zich naar mijn oordeel schuldig aan onzorgvuldig beleid.
In de verschuiving van het realiseren van welzijn naar zorg, verkeren wij in een tussen-fase, waarin de verantwoordelijkheid voor elkaar weer gestimuleerd moet worden.
Dat kost tijd en geld. Het zou een goede zaak zijn als dit element in de christelijke politiek wat meer werd onderkend. De overheid heeft echter haast bij het afstoten van bepaalde financiële verantwoordelijkheden. Het jaar 2000 staat voor de deur. Dan is er een totaal andere samenstelling van de bevolking. Die samenleving is vergrijsd. En een vergrijsde samenleving vraagt meer kosten.
Met deze feiten begonnen wij dit artikel. Daar is tot nu toe nog weinig over gezegd. Dat komt omdat het nodig is de verschuivingen in denken en doen eniger mate door te hebben. Wij zijn op weg naar andere vormen van hulpverlening, omdat de samenstelling van onze bevolking zich sterk gaat wijzigen.
In een volgend artikel gaan wij hier wat nader op in.

W. Huizer, Wierden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zorg om de ouderen van morgen (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's