Dwaas om Christus' wil
Zijn gerucht was hem al vooruit gegaan. Wat hadden ze gelachen! Het was gebeurd bij de ZHKM-les. Dat is de les 'zelfhulpkameradenhulp'. Daar leer je de houdgrepen die je moet doen om jezelf en je kameraden te redden in oorlogssituaties. 'Laatste hulp bij ongelukken' – worden die lessen wel eens spottend genoemd. Bij één van die lessen had de instructeur verteld wat je moet doen als iemand bewusteloos is: 'Je kunt hem een klap geven – mannen! Je kunt koud water over zijn kop gooien! Je kunt ook wat tegen hem zeggen!'
De les was afgelopen.
'Vragen? Geen vragen!' – zei de instrukteur.
Toen was het gebeurd. Hij had zijn vinger opgestoken en gezegd: 'Jawel, sergeant. Ik heb nog iets te vragen'. 'Moet je wel gauw wezen.' 'Ja', sergeant. Wat moet je eigenlijk zeggen als iemand bewusteloos is?'
Stilte. Toen begon er één te lachen en in een ogenblik lachten ze allemaal.
'Is dat een gekke vraag dan?'
Opnieuw gelach. Maar hij wist echt niet wat hem overkwam. Niemand wist iets met hem te beginnen. Zo'n dwaas figuur hadden ze nog nooit gezien.
Eindelijk ontmoette ik hem in levenden lijve. Hij stond met een paar anderen te praten. Inderdaad – een volstrekt uniek figuur. Hij had een ietwat plechtige toon van spreken en beweerde allerlei merkwaardige dingen.
'Ik ben vierentwintig. Maar ja – ik ben nog helemaal groen. Ik ben moeders mooiste niet. En de meisjes vallen niet op mij. Maar daar zit ik niet mee. Ik zit graag thuis. We doen altijd spelletjes 's avonds. Met mijn vader en mijn moeder en mijn broer. Die is eenendertig. Mens-erger-je-niet enzo. Dat is altijd gezellig. Alleen, we kunnen geen van allen tegen ons verlies. Dan loopt het wel eens op vechten uit. Ik ben vierentwintig, maar ik leef als een kind van veertien. Ik ben de koning te rijk. En dan loop ik buiten en ik denk: Wat is het fijn om er te zijn! Natuurlijk zijn er ook negatieve puntjes. Ik noem een voorbeeld. Die kernwapens – die moesten er niet wezen. De Amerikanen moeten die dingen maar in hun eigen land houden. Ze zijn nog gekker dan de Russen. Maar ik zit er niet zo mee hoor! Als ik thuis langs het water loop, dan denk ik weer: Het is fijn om er te zijn! Dat is toch zo, dominee?'
Wat een figuur! Niemand wist raad met hem. Dat begon ik nu wel te begrijpen. Ik kreeg steeds meer plezier in de zaak.
'Zoals jij leeft – het is net alsof je uit een sprookje komt', zei ik.
'Ik lees wel eens sprookjes', zei hij. 'Kent u dat sprookje van de rijke bramenplukker? Het is van Bomans. Hij was de koning te rijk. Het bos was zijn paleis. De hemel het plafond. De dauwdruppels waren voor hem parels. Maar de mensen begrepen hem niet. Ze hebben hem opgehangen. Ik zie mezelf in die bramenplukker. Ze weten niet wat ze met me moeten. En ik begrijp het zelf ook niet. Ik kom niet in de kerk. Daar komen zulke rare mensen. Maar de Bijbel heb ik helemaal gelezen. Prachtige verhalen vind ik dat. Net sprookjes! Dat vind ik mooi. Daar komen net zulke rare figuren als ik in voor. Maar ze moeten altijd om me lachen. Ik zal één voorbeeldje geven.' Hij vertelde van de ZHKH-les.
'Ik dat nou echt een domme vraag?', vroeg hij me.
'Ik vind die vraag helemaal niet dom. Die vraag is ontwapenend. Daarom begonnen ze te lachen.'
'Ze zeggen altijd dat ik gek ben', zei hij. 'Ze weten niet wat ze met me aanmoeten. Misschien hebben ze wel gelijk. Maar dan denk ik weer: Het is fijn om er te zijn!'
Vreemd…, niemand kon iets met hem beginnen. En toch… in de Bijbel had hij zich op één of andere manier herkend. Hij had hem helemaal gelezen. Dat doe je niet voor niets. Zeker niet als je nooit in de kerk komt. In die Bijbel moet ook ergens het geheim van zijn optreden te vinden zijn. Ik denk aan de woorden van Paulus: 'Het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou' (1 Kor. 1 : 27). Daarom konden ze niets met hem beginnen. Hij zette mensen beschaamd met al hun wereldwijze ideeën. Daar sta je dan met al je ideeën over seksualiteit – hij is vierentwintig en nog helemaal groen. Daar sta je dan met je creativiteit en je hobbies – hij speelt mens-erger-je-niet. Daar sta je dan met je goede baan en je mooie huis – hij loopt buiten – de koning te rijk. Daar sta je dan als wereldmachten – de Amerikanen zijn nog gekker dan de Russen. Je zou je toch schamen! Je weet niet waar je kijken moet als hij zijn mond opendoet. Maar hij gaat onverstoorbaar verder. Hij vindt het fijn om er te zijn.
De kerk was hem vreemd gebleven. Alleen in de Orthodoxe Kerk van het oosten – in Griekenland en Rusland – heeft men misschien iets van dit geheim verstaan. Daar kent men de figuur van 'de dwaas om Christus' wil' (1 Kor. 4 : 10). Dat is een heel bijzondere roeping die maar zeer weinig mensen ten deel valt. Een schrijver uit de Orthodoxe Kerk zegt: 'Hij is het geweten van de samenleving' (Vader Kallistos Ware, The Orthodox Way, 1979). Zo'n figuur loopt het gevaar om opgehangen te worden – zoals de bramenplukker in het sprookje. Wie het geweten van de samenleving is – die leeft altijd in de schaduw van het kruis.
In een wereld waar pijn en geweld op een botte manier weggepraat worden – stelde hij de vraag: 'Wat moet je eigenlijk zeggen als iemand bewusteloos is?'
Iemand die zo'n vraag stelt is een levend geweten.
J. van Eck jr., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's