’Crisis der Gereformeerde Gezindheid’
Ds. G. Boer over
Een lezer stuurde een artikeltje, dat wijlen ds. G. Boer in 1954 schreef in Sola Fide, orgaan van de Calvinistische Studentenbeweging. Omdat we, met de briefschrijver van mening zijn dat het stuk nog niets aan actualiteit verloren heeft nemen we het hier op. Het draagt de titel 'Crisis der Gereformeerde Gezindheid'.
'Dit artikel is geen wetenschappelijke beschouwing, maar – zoals gevraagd – mijn persoonlijke visie op de oorzaken van het verval en de mogelijkheden van het herstel van de Gereformeerde Gezindte, kortom een diagnose en een therapie van de kwaal.
Er is mijns inziens geen ander begin mogelijk dan het begin van de Apostel Petrus in 1 Petr. 4 : 17: Want het is de tijd, dat het oordeel begint van het Huis Gods. De oordelen Gods beginnen dus immer bij de Kerk Gods en gaan van daaruit over de gehele wereld uit. Ongetwijfeld is het oordeel over het Huis Gods van een andere aard en opzet dan het oordeel over de ongelovigen, maar er is een verwantschap. Nog veel te weinig zijn wij doordrongen van de gevolgen van het oordeel over Kerk en volk in Nederland. De innerlijke vermolming van de grondslagen van Kerk en Staat, wordt nog veel te weinig opgemerkt. De profetische visie van Groen van Prinsterer wordt onder ons te weinig gevonden en zo deze wordt gevonden, is er geen gehoor en gezicht, niet alleen bij 'de liberalen', maar ook – en dat is erger – bij de nazaten van Groen.
Waarin bestaat dit oordeel in kern? In de onttrekking van de tegenwoordigheid des Heren. De dringende en dreigende waarschuwing van Christus aan de gemeente van Efeze: Bekeer U en zo niet, Ik zal U haastig bijkomen en Uw kandelaar van zijn plaats weren, geldt ook ons!
Deze onttrekking van de tegenwoordigheid Gods is niet een zaak van één dag, maar een proces van eeuwen. De machtige impulsen van de Heilige Geest in de Reformatie zijn ondanks tijdelijke verheffingen en inzinkingen steeds minder geworden, waardoor de stofwolken van onze zonden steeds meer de hemel boven Nederland gaan bedekken. Uit velerlei werk óók in de Ger. Gez. is de dimensie van de Heilige Geest óf geheel óf ten dele weg.
Zonder dat wij de Reformatie gaan romantiseren mag gezegd worden, dat het leven uit de Heilige Geest uit hun leven en werken opspuit, zodat zij – in alle strijd en aanvechting – noch zichzelf noch anderen verveelden.
Van ons geslacht moet gezegd worden, dat zich bij alle aktiviteit een geestelijke onmacht heeft gelegd, die verraadt, dat het met ons zelf niet in orde is.
Ik kan niet anders zien, dan dat God met Zijn geestelijke inwoning in Nederland en in de kerken op vertrek staat.
Dat wil niet zeggen, dat er nog niet vele goede dingen zijn, dat er ook nu niet ware gelovigen zijn, dat er ook nu niet gemeenten zijn, waarin het vuur van de Heilige Geest brandt, maar dit wil zeggen, dat de Kerk Gods in Nederland tot 'een klein heiligdom' is geworden.
De openbaring van het verval brengt ons bij het gemis aan en het verdwijnen van de godsvrucht. Ook het woord Christelijk leven is te gebruiken, maar het woord godsvrucht is meer bijbels, wijst ons op het vol zijn van God en van Christus door de Heilige Geest.
Alle kerkelijke werkzaamheden, zowel behoudend als verwervend zijn met een opmerkelijke onvruchtbaarheid geslagen, omdat de bevindelijke gloed vanuit de krachtsbron van de Heilige Geest òf geheel òf ten dele wordt gemist.
Dientengevolge delen ook andere aktiviteiten: universitair, maatschappelijk, politiek en economisch in dezelfde geestelijke malaise.
De prediking (het centrum van alle gereformeerd leven) wordt steeds korter en objectiever. Dit is mijns inziens een duidelijk symptoom van de optrekkende richting van de inwoning Gods door de Heilige Geest. Dit objectiveren kan ook in vele bevindelijke preken opgemerkt worden, waarin de toeleidende weg tot Christus, de subjectieve toeëigening van het heil en de toestanden van de Christen, zodanig objectief worden voorgesteld, dat deze prediking op een andere wijze dezelfde leegte openbaart.
De gevolgen van deze onttrekking zijn funest. Wanneer de levende bediening van de Heilige Geest in en door de prediking wordt gemist, gebeuren er geen tekenen en wonderen meer door het heilig Kind Jezus, maar maakt een dodelijke gerustheid zich meester van de gemeente. Zonder de levende Christus worden wedergeboorte, verbond, verkiezing tot stellingen of onderstellingen gereduceerd of tot vormen van denken, waarin de religie is ondergegaan.
Er is een groot vacuum ontstaan. Het levend geloof is vaak meer uitzondering dan regel. Het frui Deo van Augustinus is een vreemd geluid voor de kinderen van deze tijd, evenals de met de Heilige Geest doorademde Institutie van Calvijn, om niet te spreken van de Nadere Reformatie, die door velen (onbekend maakt onbemind) als valse bevindelijkheid en als een nadere deformatie wordt afgewezen.
Deze leegte wordt op allerlei wijzen gevuld. Lezingen over de bevinding worden overal gevraagd. In de Herv. Kerk zijn de liturgische beweging en de romaniserende stroming één ontroerende vraag naar vulling van deze leegte (op een verkeerde wijze). Tegelijk wordt naar de apostolische successie gevraagd, opdat er steun in de rug zou zijn.
De vervlakking, die wij allerwege waarnemen, is een gevolg van een levenswaardering, die het gehele leven niet meer ziet onder het licht van de eeuwigheid. Men acht zichzelf een kind Gods, maar heeft daarin blijkbaar zo weinig plezier, dat de chr. pers, de chr. radio, de chr. vereniging voor de vulling van dit armelijke leven moet zorgen in ontspanning, sport en vermaak. Ook dit is een symptoom van een ernstige ziekte. De innerweltliche Askese van het Calvinisme raakt zoek.
Een ander symptoom is de herleving van de scholastiek. Deze scholastiek is overal, ook binnen het Calvinisme, waar de religie coquetteert met de wijsbegeerte. In de Calvinistische wijsbegeerte dreigt m.i. de ware gereformeerde religie te sterven. De centrale plaats van het levend geloof bij Calvijn wordt of verwordt tot een functie in een denksysteem van de wedergeborene. Dit wedergeboren denken is echter wat anders dan de reine theologie van Calvijn, ja sterker een ernstige bedreiging van het levend geloof.
Deze hang naar de scholastiek zit het gereformeerd Protestantisme in het bloed. Hoe komt dit? Hoe komt het, dat de Schotse Kerk veel levender het Evangelie heeft vertolkt? De Schotse Kerk is door de vervolging heengegaan, de Nederlandse Kerk na de Reformatie door veel bespiegeling en theologische twisten.
Dit gaf en geeft een verschil in diepte van inwoning van de Heilige Geest.
De scholastiek (anders dan de theologische bezinning!) is een degeneratie. Zij is begerenswaardig voor de natuurlijke mens, die zich zonder de Geest met de scholastiek kan behelpen. Deze scholastiek heeft zich meester gemaakt van vele leerstukken, die uitgelicht uit de verbanden met de drieënige God en Zijn woord en Zijn gemeente, ineenschrompelen.
Eerst ontbreekt het levend bestaan van het Woord Gods, dan spint de scholastiek verder en bederft de hemelse leer en doet deze in allerlei stelsels en twisten ondergaan. Dat kan ook niet anders. Immers de rechte leer is geboren uit het geestelijke verstaan van de Schrift. Ontbreekt het laatste, dan is het eerste een anachronisme, die de verdwijning nabij is.
Zonder één ogenblik het pleit te voeren voor het huidige relativisme, dat de vastheid en het gezag van het Woord Gods ondermijnt en zonder uit het oog te verliezen, dat dit relativisme zelve symptoom is van de boven gesignaleerde onttrekking, moet anderzijds worden opgemerkt, dat de verstarring ter anderer zijde, geleid heeft tot kerkscheuringen op grote schaal. De Ger. Gez. dreigt te versectariseren. Kerkscheuring na kerkscheuring voltrekt zich, zonder dat men – uitzonderingen daargelaten – wezenlijk met de Schrift en de Belijdenis in strijd was. Ook dit is een uitloper van het oordeel Gods, dat in de herv. Kerk op een geheel andere wijze doorwerkt, maar zijn uitwerking ook heeft in de kerken, die tot het Gereformeerde type behoren.
Alle bezwaren tegen de Herv. Kerk (ik heb er misschien mee dan U) vallen terug op de Kerken van gereformeerde confessie, zolang deze geestelijk onmachtig zijn elkander te vinden. Het opsplitsingproces is een gevolg van het verstollingsproces en omgekeerd.
Bijzaken worden hoofdzaken en omgekeerd. Wij hebben ons meer bekommerd over de handhaving van de formulieren van Enigheid, dan over de zalving met de Heilige Geest, waarvan de Catechismus spreekt. Wij hebben ons meer bekommerd om de Dopersen met hun inwendig licht te bestrijden (terecht!) dan God te dienen in de kracht van de Heilige Geest. Wij hebben meer getheologiseerd dan gepractiseerd. Uit vrees voor geestdrijverij klinkt ons beroep op het Woord koud en leeg. Wij hebben met de verwerping van de Roomse biecht nagelaten de dagelijkse schuldbelijdenis en het dagelijks schuilen in het bloed van Christus. Wij hebben met de afzwering van alle pausen nagelaten de enige heerschappij van Christus elke dag te erkennen. Wij hebben met de verwerping van het kloosterleven nagelaten ons licht te laten schijnen temidden van een krom en verdraaid geslacht.
Nu geldt: Wee hen, wanneer de Here van hen geweken zal zijn. Zij liggen bloot voor alle oordelen.
De meest getrouwe handhaving van de Belijdenis, de meest ernstige betrachting van de kerkelijke tucht verkeert in zijn tegendeel, wanneer dit in los of ver verwijderd verband gebeurt met de Heilige Geest.
Er zijn allerlei verbanden zoek. De scheuring in de instituten is zo aangrijpend en ingrijpend, dat wij deze scheuren niet dichtkrijgen door allerlei maatschappelijke, politieke en verenigingssamenlevingen op interkerkelijke terrein, hoe gewenst overigens.
Menigeen zucht: Hoe komen wij er uit? Is er een weg terug?
Ook hier hebben wij te beginnen in het centrum en niet aan de omtrek.
De enige weg terug is de weg van de bekering en van het geloof. Ook gereformeerde mensen uit allerlei kerken hebben de wedergeboorte, de bekering en het levend geloof uit de Heilige Geest nodig. De vorige generatie was in vele dingen trouw, maar op dit punt hebben zij hun kinderen niet ernstig genoeg de noodzakelijkheid van een algehele levensvernieuwing op het hart gebonden en voorgeleefd. Kuyper heeft vele gereformeerden uit de gezelschapskringen, waar de besten en de slechtsten bijeen zaten, uitgeleid, maar de geestelijke bagage is helaas veelszins zoekgeraakt.
Er is geen vernieuwing van de kerk, van de wetenschap en van de politiek te verwachten zonder de machtige impulsen van de Heilige Geest. Deze Geest paart Zich aan het Woord. Hij laat Zich niet als een post pro memorie uittrekken, maar wil in Zijn vrijheid worden gerespecteerd. Elke generatie moet opnieuw door deze Geest worden vernieuwd, ook de jonge intellectuele generatie van nu. Het geheim van de profetische geest, van de priesterlijke zelfverloochening en van de koninklijke moed om alleen te staan bij Bilderdijk, Da Costa, Groen van Prinsterer en vele anderen lag in de persoonlijke bekering tot God.
Elke reformatie begint bij de diepe ontdekking door de Heilige Geest, bij het getroffen zijn door het Woord Gods, bij de ontdekking van de Christus de Schriften. Ook nu is er een overvloed van genade en Heilige Geest. Bij alle overbezette dagprogramma's zet God midden in de Ger. Gez. Zijn programma: Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en alle andere dingen zullen U als een toegift worden. Wij zijn anderen dan ten zegen, wanneer wij eerst door God gezegend zijn. Dat brengt mee, dat wij ook in onze studententijd 'anders' zijn, omdat God ons verandert. Dan zullen wij studeren, wat wij kunnen, maar niet vergeten, dat de vreze des Heren is het beginsel van alle wijsheid. Op deze wijze alleen worden wij overmeesterd door de schriftuurlijke visie van Calvijn, die het licht van het Woord zag vallen tot in de uithoeken van ons bestaan en van de gehele wereld. Vanuit deze roepende en verkiezende God wordt de taak verstaan.
Het kerkelijk vraagstuk is en blijft urgent. De eenheid van alle gereformeerden ga ons te harte. Het wel en wee van de Hervormde Kerk deint na in alle Kerken, die uit haar voortgekomen zijn. De sleutel voor de oplossing van dit netelige en ingewikkelde vraagstuk ligt m.i. nog altijd in de Herv. Kerk, echter niet in handen van Herv. mensen, maar in de handen Gods. Wanneer Zijn hand onze hand raakt, zal de rechte oplossing komen. Wanneer God Zich verder onttrekt en verbergt om onze zonden, vallen wij verder uiteen. Wanneer Hij Zich op het gebed opnieuw in Zijn zegenrijke inwoning ontsluit, komen wij bijeen.
De crisis der Ger. Gez. is de nood om de verkiezende God, om de verzoenende Christus, om de wederbarende Heilige Geest.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's