Lamech’s Advent
'En Lantech leefde 182 jaren, en hij gewon een zoon. En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart van onze handen, vanwege het aardrijk dat de Heere vervloekt heeft.'Genesis 5 : 28, 29
Genesis 5 is niet zo aantrekkelijk om te lezen. Het bevat een lange rij namen in het geslachtsregister van Adam tot Noach. Methusalach komt erin voor. De man die 969 jaar oud werd. En achter iedere naam lezen wij hetzelfde refrein: en hij stierf. Toch vinden we zomaar een parel van grote waarde. Lamech is de naam. Voor ons volkomen onbekend. Een naamgenoot uit het geslacht van Kaïn heeft meer naam gemaakt (lees Genesis 4). Diens zonen zijn in de wereld van toen mannen van naam geweest. Jabal, de eerste tentbewoner, Jubal, de eerste musicus, Tubal-Kaïn, de eerste kopersmid. De Heere ziet echter niet naar naam en faam, maar ziet naar het hart.
Wat leeft er in het hart van de Lamech van Genesis 5? De Bijbel licht een tipje van de sluier op. Lamech legt iets van het binnenste van zijn hart open, als zijn zoon geboren wordt. Hij geeft zijn zoon een betekenisvolle naam. 'En hij noemde zijn zoon Noach.' Waarom Noach? Wel, deze zal ons troosten over ons werk en over de smart van onze handen vanwege het aardrijk dat de Heere vervloekt heeft. Eén zin is genoeg om een kijkje te krijgen in Lamechs hart.
Lamech blijkt een man te zijn, op zoek naar troost. Waarom? Lamech zucht onder het werk. Hard moet worden gezwoegd om in het levensonderhoud te voorzien. De aarde brengt veel doornen en distelen voort. Hij aarzelt niet om al dat zwoegen te noemen: de smart van onze handen.
Smart! Is dat niet al te pessimistisch? Zeker, in Lamechs dagen is het niet eenvoudig geweest in de strijd om het dagelijks bestaan. Maar tegenwoordig… de techniek staat voor niets. De sociale voorzieningen zijn nog steeds behoorlijk goed. En ook al moeten we hard werken om aan de kost te komen, is het niet overdreven te spreken van de smart van onze handen?
Het is maar hoe u het bekijkt. De vooruitgang op allerlei gebied is enorm. Maar wie wetenschap vermeerdert, vermeerdert ook smart. Onze leefwereld wordt erdoor aangetast, ons leven bedreigd. Zijn wij, met ons gejaagde en ingewikkelde leven werkelijk zo gelukkig?
We moeten dieper zien. Dat doet Lamech ook. Hij noemt de oorzaak van alle smart. Dat is de vloek van de Heere die op het aardrijk rust. Alle moeite en smart herleidt hij tot de vloek van God. En die vloek is er gekomen vanwege onze zonde. Dat heeft zijn sporen diep getrokken in deze wereld. Aardbevingen, mislukte oogsten, tegenslagen in ons gezin, jongeren die geen doel in het leven zien. En dan het einde van het leven, het refrein van Genesis 5: en hij stierf. Wat een smart!
Het is allemaal begonnen op die dag dat wij ons afkeerden van God, en dat het aardrijk om onzentwille werd vervloekt. 'Zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen van uw leven. Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen' (Gen. 3 : 17b, 18a). En dat weet Lamech. Daarom klaagt hij God niet aan in al zijn smart, maar drijft dit hem juist tot de Heere uit. Want wie iets verstaat van de vloek, die kan daaronder niet blijven leven. Lamech heeft troost nodig, èchte troost. En die verzuchting horen wij in de naam van zijn zoon: Noach. Dat betekent: rooster, rustaanbrenger. Noach is zijn naam, want deze zal ons troosten. Nu komt er troost!!!
Hoe kan Lamech zo spreken? Spreekt hier een vader, die te hoge verwachtingen en overspannen idealen heeft van zijn zoon? Zo lijkt het. Toch spreekt hier geen ideaal, maar geloof, gegrond op Gods belofte. Welke belofte? De belofte van Genesis 3. Daar lezen wij immers van vloek, maar ook van belofte. De moeder van alle beloften, voorafgaande aan de vloek! 'Ik zal vijandschap zetten tussen uw zaad en haar zaad.' Aan vloek en smart wordt door de Heere paal en perk gesteld. En dat is Lamechs hoop in de smart van zijn leven, in de smart over de vloek. Hij verwacht vurig dat Zaad dat komen zal om de Boze de kop te vermorzelen. Hij leeft vanuit dat Goddelijk 'Ik zal'. Zó groot is zijn verwachting, zo stellig zijn vertrouwen, dat hij zijn zoon Noach noemt. Zou deze het zijn, die door de Heere is beloofd? Deze zal ons troosten? Nee, wij schudden niet meewarig ons hoofd. Zeker, het zou nog eeuwen duren, voordat het beloofde Vrouwenzaad komt. Wij zijn verwonderd over zulk een geloof Lamech heeft Gods belofte omhelsd, al heeft hij de belofte niet verkregen. Hij heeft van verre gezien en zo Christus al aanschouwd. Dat is Lamechs Adventsverwachting. Is dat niet de zaligheid?
Intussen is Noach de Beloofde niet. Lamech mag met vreugde zien dat Noach zich onderscheidt van velen in zijn tijd. Genade is geen erfgoed zeggen we. Maar de Heere werkt wel van geslacht tot geslacht. Van vader op zoon, van moeder op dochter. Wij lezen: Noach wandelde met God (Gen. 6 : 9). Daar zal het leven van vader Lamech niet vreemd aan zijn geweest. En dat zal deze vader zeer zeker tot troost zijn geweest.
En toch is Noach de Beloofde niet. Noach was zijn vader tot troost, maar de troost bracht hij niet. Hij heeft Gods beloftewoord niet vervuld. Ook Noach was niet zonder zonde. Op een dag vinden zijn zonen hem dronken en naakt in zijn tent (Gen. 9 : 21, 22).
Deze zal ons troosten. In het verband van de Schrift krijgen deze woorden een vèrreikende betekenis. Het is niet de zoon van Lamech, maar wel het Kind dat Simeon in de tempel in de arm mag houden. Simeon, die de vertroosting Israëls verwachtte. Daar is vervuld waar Lamech op hoopte. Zou de Heere zeggen: Ik zal! en het niet doen? Noach mag van Hem een type zijn, een vingerwijzing. Meer niet.
Noach zal – blijkens zijn leven – later toch nog teleurstellen. Maar Jezus zal zeggen: De Geest des Heeren is op Mij, om alle treurigen te troosten. Dat gaat wel door de diepte heen. Zijn levensgang is een neergang. En ook bij Zijn leven wordt het somber refrein neergeschreven: En Hij stierf! Aangrijpend, en wonderlijk tegelijk. De Trooster van God stierf. Hij werd één van Adams geslacht. Tot in het graf. Maar zó werd Hij de Trooster bij uitstek. De slang werd de kop vermorzeld. De vloek van het aardrijk droeg Hij… weg! De smart van onze handen heeft Zijn Middelaarshanden doorboord. De angst der hel deed Hem alle troost missen.
Maar Hij heeft doorstaan. Hij is opgestaan. Wij vieren Advent ná Pasen. Hij heeft de zegen verworven. En nu mag het van Hem worden gezegd: Deze zal ons troosten!!
K. van Meijeren, Wierden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's