De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

Mater Salem is het orgaan van de (vrijg.) Gereformeerde Kerk te Amsterdam Zuid/West. Daaruit een ontroerend stuk van ds. E. A. de Boer. Een 'in memoriam'.

'Nee, u kent hem niet. En toch heeft de band van het geloof ons verbonden. Als kind werd hij door de heilige doop in Gods verbond ingelijfd. Hij groeide op in een gezin van een van de Gereformeerde kerken. Maar hij vervreemdde van de kerk en zo ook van de vaste leiding van de Here. Hij trok naar Amsterdam en leefde zijn eigen leven. Hij was homofiel geaard en leefde daar ook naar. Hoeveel gedoopte kinderen van de kerk leiden zo in onze stad hun leven? Toen kwam de klap, hij bleek de ziekte Aids te hebben. De besmetting brak door en hij moest verder. Toen hij voor een operatie in het AMC-ziekenhuis werd opgenomen, heeft hij zijn familie gevraagd een dominee te zoeken om eens mee te praten. Zo ben ik met hem in contact gekomen. Eerst hield hij wat afstand, maar gaandeweg werd hij opener. Zo mocht ik hem van week tot week begeleiden: met aandacht, maar vooral met Gods Levende Woord. Hij wilde zich laten cremeren. Want, zei hij, deze ziekte is zo gruwelijk, dat die weggebrand moet worden. En wat zeg je dan? Inderdaad, het is een vreselijke ziekte. Maar hij heeft ook gezegd: ik bid of de Here mij nog wat tijd wil geven, want ik moet nog zoveel inhalen. Dat gebed heeft God in zijn genade verhoord. Gerard heeft tijd gekregen, al was het maar kort. Maar in die korte tijd heeft de Here zijn Woord in zijn hart laten werken. Als het benauwd was, belde hij op met de vraag of ik wilde komen om met hem te lezen en te bidden. De ziekte werd heel snel erger. Terwijl hij wist dat hij moest sterven, heeft hij kort tevoren zichzelf een kado gegeven: het mooiste exemplaar van de Bijbel met kerkboek dat te krijgen is. Hij had wel een exemplaar van de Statenvertaling, maar die werd te zwaar om in de hand te houden. Maar hij moest toch een Bijbel hebben om zelf te lezen.
Afgelopen zondag heb ik gepreekt over Zondag 13, aan de hand van Hebreeën 12 : 1-17. Ik had hem in gedachten bij het schrijven van die preek. Dat heb ik de laatste dag met hem gelezen: "want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt". Dat heeft Gerard aanvaard, omdat de Vader hem aangenomen had. Toen heb ik hem gevraagd of ik de gemeente over hem mocht vertellen en vragen om voor hem te bidden. Natuurlijk, zei hij, zij zullen mij niet afstoten. Hij vertrouwde nu daarin, omdat hij leerde de Here te vertrouwen. Maar die voorbede hebben we niet meer samen in de kerk kunnen doen. Want de Here had hem de tijd gegeven, die hij zo hard nodig had. Toen was Zijn tijd gekomen. In de ochtend van Dankdag heeft de Vader zijn zoon, die zo verloren leek, thuis verwelkomd. Het lijden was voorbij, in vrede is Gerard gestorven. U zult begrijpen dat ik in de eredienst moeite had met te zingen: "ook aan de avond van mijn leven, breng ik van zorg en strijden moe…". Niet omdat het niet waar was, maar omdat het God zij dank wel waar mocht zijn: "… U nog een dankbaar loflied toe".
Gerard heeft gevragd of ik zijn uitvaart wil leiden. De laatste dag zei hij: dominee, laat me maar begraven. En dat zullen we doen. Op de rouwkaart heeft de familie laten afdrukken Psalm 73 : 23-28:

'Nochtans zal ik bestendig bij U zijn,
Gij hebt mijn rechterhand gevat;
Gij zult mij leiden door uw raad,
en daarna mij in heerlijkheid opnemen.
Wien heb ik nevens U in de hemel?
Nevens U begeer ik niets op aarde;
al zou mijn vlees en hart bezwijken,
mijns harten rots en mijn erfdeel is God voor eeuwig.'

Want zie, wie verre van U zijn, gaan te gronde,
Gij verdelgt al wie overspelig U verlaat,
maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te zijn,
de Here HERE heb ik tot mijn toevlucht gesteld,
en ik wil al uw werken vertellen.

Voor dit laatste heeft Gerard geen tijd gekregen. Ik mag het u vertellen, opdat u mee beleeft hoe de Here gewerkt heeft: de Vader door de liefde in zijn Zoon en met de nabijheid van de Geest om een zoon terug te brengen. Want hoe waar is ook de contekst van Psalm 73. Toen de ziekte Aids bekend werd, gold daarbij: zo iemand is ten dode opgeschreven. Hij mocht leren belijden "verheugt u daarin dat uw namen staan opgetekend inde hemelen". Maandag 9 november wordt hij begraven: 37 jaar oud slechts, maar verder gekomen dan wij allemaal en ván veel verder gekomen dan de meesten van ons. Ik zou het fijn vinden wanneer u, zijn broeders en zusters, meekomt naar de begraafplaats om samen met de familie hun zoon en broer te begraven. Om de familie te sterken, maar ook opdat het zingen gedragen wordt door veel stemmen en gehoord wordt door al Gerard's vrienden, die nog niet geleerd hebben te zingen en dan verder te leven met God.'


In De Reformatorische School schrijft ds. H. Paul een artikel over suïcide. Daaruit het volgende:

'K. Thomas, die een handboek schreef ter voorkoming van suïcide, schrijft ergens, dat suïcide de laatste vertwijfelingsschreeuw is van een eenzame. Ook dr. A. J. F. M. Kerkhof schrijft: "Het is onzin, dat mensen met zelfmoordplannen niet geholpen willen worden".
In het onderstaande worden door hem motieven doorgegeven die een rol speelden bij suïcidepogingen:
1. De situatie was zo ondraaglijk dat
ik niets anders wist om te doen 78%
2. Mijn gedachten waren zo vreselijk dat
ik daar vanaf wilde zijn 55%
3. Wilde een tijdje weg uit een
onmogelijke situatie 50%
4. Wilde sterven 48%
5. Wilde geen pijn meer voelen 44%
6. Ik leek de controle over mezelf te
verliezen en weet niet waarom ik
dat toen deed 42%
7. Wilde anderen duidelijk maken hoe wanhopig
ik me voelde 39%
8. Wilde het voor anderen gemakkelijker
maken 27%
9. Wilde hierdoor hulp van iemand zien
te krijgen 27%
10. Wilde weten of er iemand was die
werkelijk van me hield 14%
11. Wilde iemand laten zien hoeveel ik
van hem/haar hield 13%
12. Wilde anderen betaald zetten voor de
manier waarop ze me behandelden 13%
13. Wilde iemand van mening doen
veranderen 10%
14. Wilde dat iemand zich schuldig zou
gaan voelen 10%.'


Tenslotte een stuk uit een artikel van de dichter Ad den Besten in Trouw, getiteld 'Beleefd nog niet eerbiedig'. Het gaat over 'u' of 'gij' in het gebed in de eredienst. Zonder elke zin voor onze rekening te nemen biedt het wel stof tot nadenken.

'"U" in de nominatief is een burgerlijke beleefdheidsvorm, heb ik daar gesteld. Hiermee bevond ik mij in overeenstemming met een groot taalgevoelige als K. H. Miskotte, die zich 25 jaar geleden al eens met deze kwestie heeft beziggehouden in een artikel getiteld Eerbied en beleefdheid – in het heiligdom (In de Waagschaal, jg. XVII, p. 164/165). Hij signaleert daar met afkeer het doordringen van het nominatieve "u" in het kanselgebed en reageert op het blijkbaar ook toen al gebruikte argument: "Als ik bij de minister op audiëntie ga, zeg ik toch ook "u", met de volgende woorden: "Hier verwart men eerbied met beleefdheid en haalt de categorieën der geloofsleer en der mede-menselijkheid door elkaar. Dat is ongeveer het ergste wat men doen kan: in het heiligdom beleefdheid betrachten; ik verkies verre de hebbelijkheid van sommige conventikels en oefenaars, de Heer met "je" aan te spreken boven de trant van zulke beleefdheid."
Miskotte pleit dan ook met verve voor de aanspreekvorm "gij" in het kanselgebed, – die hoort daar even vanzelfsprekend te zijn als in Bijbel en gezangboek. Dat is in onze twintigste-eeuwse taalsituatie ook mijn positie, ofschoon er, naar ik vermoed, sinds 1962 In het algemeen gevoelen van christenmensen wel veel verschoven is. Kon Miskotte toen nog schrijven, dat het aanspreken van God met "u" in het openbaar gebed een verwerpelijk soort nieuwlichterij is, omdat het immers niet strookt met wat, naar hij veronderstelt, iedere door "de taal van Bijbel en Kerkboek" gevoede gelovige in zijn binnenkamer tot God zegt – nu juist op dit punt aarzel ik zeer, en wel op grond van mijn ervaring met de gelovige die ik zelf ben. Ik kan namelijk niet ontkennen dat ik soms "u" tegen God zeg – echter niét uit burgerlijke beleefdheid, maar zoals ik het vroeger tegen mijn moeder en mijn grootouders zei. In de eredienst evenwel irriteert het mij en ervaar ik het als stijlloos, want inadequaat, ja, als ongepast. Dat hangt samen met het feit dat voor mijn besef het "aanroepen van Gods Heilige Naam" in het openbaar en namens allen iets anders is dan het vertrouwelijk "gesprek" van de enkeling of van enkelen met de Heilige – daar kan het "u" zelfs wel eens op de grens komen van het "jij". Aan de andere kant verzet niets in mij zich tegen het aanspreken van God met "Gij", noch in de binnenkamer, noch in het heiligdom. Dat komt doordat, als gevolg van onze hele taalontwikkeling, het voornaamwoord "Gij" – n'en déplaise Dries van Agt – eigenlijk alleen nog maar op God betrekking kan hebben.

Het is "de Gans-Andere", tot wie ik mij richt. Of dit niet impliceert dat in nieuwe bijbelvertalingen en nieuwe liederen waar het de mensen betreft dan maar tot "jij" en "jullie" moet worden gesproken, is een vraag waar ik hier niet te diep op in wil gaan. Laat ik er alleen dit van zeggen: Ik moet er niet aan denken dat wij straks nog eens voor Jezus zullen gaan beslissen, of hij binnen óns taaleigen tegen Pilatus "u" dan wel "jij" zal zeggen, tegen zijn discipelen "jullie", maar tegen de schare willicht "u".'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's