Nationaal en wereldwijd gebed
De Zwitserse Evangelische Alliantie heeft de week van 4 tot 11 januari 1988 als wereldwijde gebedsweek uitgeroepen. Het thema ervan luidt 'De gemeente van Jezus Christus – trouw in onze tijd'. Een programma is voorbereid voor ruim 70 landen, waarin deze gebedsweek gehouden wordt.
Het Instituut voor Evangelisatie in Nederland sluit deze gebedsweek van de Evangelische Alliantie af met een nationale gebedsdag op 9 januari a.s. Het thema daarvan is 'nog is het land van ons'. We kunnen – aldus de toelichting – in Nederland ook anno 1987 nog lering trekken uit de geschiedenis van koning Asa in het Oude Testament (2 Kron. 14), die niet bij de pakken gaat neerzitten maar de afgodsbeelden vernielt en het volk oproept tot terugkeer tot God. 's Konings handelen werd gedragen door gebed'
Op de achtergrond van deze gebedsthemata spelen uiteraard mee de toestand in de wereld, de ontkerstening dichtbij en ver weg, de machten die zich breed maken in de wereld en die het voorzien hebben op het werk van Christus en op de gemeente Gods.
'Uitgangspunt is dat God nog steeds verder bouwt aan Zijn Koninkrijk'.
Welnu, wanneer we de ontreddering in de wereld zien, de nood van mensen, de afval van God, de oorlog, de honger, het lijden vanwege aangedaan onrecht, dan rijst de vertwijfelde vraag: in welk een wereld leven we, in welk een wereld groeien onze kinderen op?
Wie zou dan niet tot God verheffen het angstig hart?
Wat is beter dan te bidden in de ontreddering die gaande is?
Wat is beter dan te bidden om een geestelijke opwekking, om een nieuw ontwaken, om een réveil?
Als zodanig geeft een katern van 'Uitdaging' – het orgaan van de Evangelische Alliantie – die aan het gebed is gewijd, best zaken om over na te denken.
En toch…
Toch heb ik mijn aarzelingen, om niet te zeggen gróte aarzelingen wanneer ik het betreffende materiaal en de oproepen voor de wereldwijde gebedsweek en de nationale gebedsdag op me laat inwerken. Dat bezwaar ligt er niet zozeer in dat het op de weg van de kerk(en) ligt om (nationale) gebedsdagen uit te schrijven, al vind ik dit wel een aangelegen punt. Maar uiteindelijk hebben we te maken met een verdeelde kerk; en verder zouden de kerken de gedane oproep ook over kunnen nemen.
Eerder ligt mijn bezwaar echter in wat ik zou willen noemen de activistische setting van het geheel. Weliswaar wordt bij de opening van de genoemde katern opgemerkt, dat Christus Zelf heeft gezegd, dat, wanneer we bidden, we dan de deur achter ons sluiten moeten en niet met omhaal van woorden of met veel vertoon moeten bidden. Maar toch, er is in dit materiaal sprake van een woordgebruik dat mijn aarzelingen oproept. Het deel van Uitdaging, dat aan het gebed gewijd is, kreeg als ondertitel mee 'doe-krant'. Verder kom ik tegen het '30-minuten gebedsboek'. Twee mensen hebben hun persoonlijk gebedsboek zo bewerkt dat het nuttig kan zijn voor anderen. Ik lees uitdrukkingen als 'gebedsfront' en zelfs 'gebedsconcert'. Mensen bidden tien minuten per dag mee in het 'gebedsfront', zo wordt gezegd. En het 'gebedsconcert' houdt in een onafgebroken bidden in stad en dorp, in regio en land.
Overal functioneren verder gebedsgroepen en tenslotte wordt ook gesproken over het stads- en regiogebed. En verder kom ik ook tegen gebedssamenkomsten, die omlijst zijn met koorzang of andere aantrekkelijke evenementen.
Genoeg nu, wat de voorbeelden betreft. Ik besef dat het altijd wat riskant is om woorden en begrippen los van hun verband naar voren te halen. Anderzijds probeerde ik in de toelichting de bedoeling recht te doen.
Breekijzer?
Al lezende kwam bij mij de gedachte op, die ergens in de stukken ook als vraag wordt opgeworpen, namelijk: het gebed is toch geen breekijzer? O zeker, de Heere laat zich verbidden. En we mogen, zoals Abraham voor Sodom deed, de voet tussen de deur zetten als deze maar een klein beetje open gaat. Maar er staat ook een ander verhaal in de Schrift, het verhaal namelijk van het bidden van de Baälpriesters, die toen Baäl niet hoorde, tegen het altaar op de Karmel opsprongen, steeds luider schreeuwden en zichzelf met messen toetakelden.
Het zij verre van mij de initiatiefnemers voor de gebedsweek met de Baälpriesters te vergelijken. Het gaat me echter om de methode. En dan moet ik zeggen dat uitdrukkingen als gebedsfront en gebedsconeert hinderen me. Zulke uitdrukkingen liggen toch wat in de sfeer van: laten we vooral massaal en luid roepen, want de Heere hoort (anders) niet. Alle dingen blijven immers zoals ze al zo láng zijn en er verandert niets. Ondanks alle gebed gaat de ontkerstening door, blijft de echte opwekking uit, blijven de oorlogen woeden en neemt het onrecht eerder toe dan af. We moeten met uitdrukkingen als gebedsfront en gebedsconcert oppassen dat ons bidden geen fluiten wordt. Het gebed moet niet als breekijzer dienst doen.
Bovendien mogen we ons afvragen of we met gebedsprogramma's gediend zijn. Het zal allemaal wel goed bedoeld zijn, maar wat heb ik aan een persoonlijk gebedenboek van twee mensen? Kunnen die zo goed bidden dat ze hun gebedsmethode aan anderen moeten presenteren? Ik heb met dit alles grote moeite, al zou ik niet graag afdingen op de noodzaak van gemeenschappelijk gebed. En op de wereldnood die gebed noodzakelijk maakt.
Positief
Dit gezegd hebbende keer ik namelijk direct terug tot het positieve. Want de opdracht in de Schrift zelf is te bidden zonder ophouden. De Heere wil van het huis van Jacob gebeden zijn. Maar dan geeft de Schrift zelf stof te over als het gaat om het gehalte en de gestalte van het gebed. Het Onze Vader is het allervolmaaktste gebed. Iemand zegt in de genoemde gebedskrant, dat het Onze Vader niet zozeer bedoeld is om achter elkaar op te zeggen. Waar staat dat in de Schrift? Het is ongetwijfeld zo, dat in het allervolmaaktste gebed de grondlijn voor ons bidden getrokken wordt. Maar Christus zegt toch zélf dat, wanneer we bidden, we aldus moeten bidden waarna Hij ons dan het Onze Vader op de lippen legt?
En verder, het gebed van Elia, de beroerder Israëls, vermocht veel. Hij stond alléén tegenover de velen van Baäl. 'Antwoord mij Heere, antwoord Mij, opdat dit volk erkenne, dat Gij o Heere die God zijt…'
En Hiskia spreidde de brieven van Sanherib voor het aangezicht des Heeren uit. Hij gaf de honende taal uit handen. Hij behoefde het God niet meer voor te zeggen of voor te lezen. God wist er al van. Dat beleed Hizkia en tegelijk beleed Hizkia God als de Enige die 'de God van alle Koninkrijken der aarde is'.
In deze voorbeelden ligt stof tot bezinning genoeg. Het is voluit bijbels om behalve de persoonlijke noden ook de noden van land en volk, van wereld en mensheid, van politiek en maatschappij voor Gods Aangezicht neer te leggen. Maar wat is dan beter dan om in het midden van de gemeente, gezamenlijk met de voorbede van de dienaar van het Woord mee, het hart tot God te verheffen en God te eren als Koning, Jezus aan te roepen als de Kurios, als de Heere van hemel en aarde, die op de jongste dag het Koninkrijk aan Zijn Vader zal teruggeven! En intussen mee te bidden: Uw Koninkrijk kome. Zulk bidden is niet zozeer een zaak van een internationaal geplande gebedsweek en van samenkomsten, die opgefleurd worden met koorzang als wel een voortdurende zaak in de wekelijkse samenkomsten van de gemeente.
Daarbij kunnen dan de specifieke noden, die een gemeente vlak bij zich ontwaart aan de orde komen, zo dat de leden der gemeente dit herkennen. In Uitdaging noemt Jan J. van Capelleveen het voorbeeld van een oud-gereformeerde gemeente in Dordrecht, die ging bidden tegen de invloeden van een paragnost. Zo kan ik me voorstellen dat in gemeenten in de omgeving van Velddriel heel concreet gebeden wordt tegen de magische invloeden van een secte met een 'pastor', die daar vrouwen verleidt om bij hem in het klooster te komen en die intussen hun huwelijk verbreken. Zo kunnen er heel concrete noodsituaties dichtbij en verweg zijn, die om concrete voorbede vragen. Er kunnen ook heel concrete noden iemand persoonlijk opgebonden worden.
Bovendien zal niet-aflatend gebeden worden om nationale bekering, om verlevendiging van kerk en gemeente, om eenheid van de nu zo verscheurde kerk, om standvastigheid van broeders en zusters, die om het geloof vervolgd en verdrukt worden, om het herstel van Israël door de aanvaarding van Jezus als de Messias en de vervulling van Gods beloften daarin. Maar ons bidden zij eerder met vrees en beven dan dat we er een concert ván of een programma vóór maken.
Gestalte
De rechte gebedsgestalte is nog altijd die van Romeinen 8: wij weten niet te bidden gelijk het behoort, maar de Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Zulk een bidden en zuchten van de Geest in ons is hoogst persóónlijk. Zulk bidden geschiedt niet met een dertig minuten gebeden boek van een ander. Ik sluit niet uit dat een mens soms het gebed van een ander van harte mee kan bidden omdat het innerlijk bij hem resoneert. Dat kan dáár zijn, waar twee mensen samen zijn en samen bidden. Dat kan zijn bij het lezen van het gebed van een ander. Dat kan het geval zijn onder wat we noemen een 'openbaar gebed'. Dat kan het geval zijn in de samenkomsten van de gemeente.
Zo kan het zuchten van de Geest in mensen ook de vorm aannemen van een gemeenschappelijk zuchten aan de troon van Gods genade; intussen in de doorleving van het Schriftwoord: niet Mijn wil maar de Uwe geschiede. Maar zulk een zuchten is niet te programmeren.
Er kunnen zich overigens wel heel concrete situaties voor doen in de wereld, waar in de gemeenten wereldwijd spontaan voor gebeden wordt. Wie zou hier niet denken aan de ontwapeningsbesprekingen tussen Reagan en Gorbatsjow. Voor zulk een gebed behoeft geen week of dag uitgeschreven te worden. Een levende gemeente zal ook uit innerlijke aandrang des Geestes weten waarom ook heel concreet gebeden moet worden.
Veelheid
Er kan overigens zoveel op ons afkomen waarvoor concreet gebeden zou moeten worden, dat we temeer het Schriftwoord beamen dat we niet weten te bidden zoals het behoort. Al te gemakkelijk wordt ieder ook opgeroepen om voor allerlei zaken te bidden, waarvan vooraf te zeggen is dat, gezien de veelheid die zich aandient, het niet mogelijk zal zijn.
Maar ligt de kern van ons bidden niet ergens anders? Is bidden niet God aanhangen, Hem betrouwen en liefhebben en zo Hem de noden die ons opgebonden zijn kenbaar maken. In zulk bidden ontbreekt de lofprijzing, het eren van Zijn Naam en werk en deugden niet. Zo wordt – zoals men vroeger zei – meer gebeden 'met de pet op dan met de pet af'. Het heeft in zich het element van het wandelen met God. En zo kan bidden ook woordeloos bidden zijn, zeker als een mens het nulpunt voor Gods Aangezicht beleeft en geen woorden meer overhoudt.
'Uw Koninkrijk kome' is intussen een wezenlijk onderdeel van het gebed des Heeren. Dat koninkrijk is er en het is er nog niet. Het gaat dus om de gestalte van dat Koninkrijk in deze wereld, tégen de machten der duisternis in. En het gaat om de komst van het Koninkrijk als Christus weerkeert op de wolken des hemels.
Er is een heilige oorlog gaande in deze wereld, een strijd tussen Christus en de machten. Die strijd is al beslist. De zege is al door Christus behaald. In die ontspannenheid mag dan ook het gebed om de komst van het Koninkrijk gebeden worden. Meer als een belijdenis dan als uiting van ongeduld. In zulk een bidden is zelfs plaats voor het God God laten, ook als Hij in Zijn oordelen doortrekt in de wereld.
Zo is er in de wereld intussen toch namelijk wel een militia Christi, een volk dat bij Christus hoort en de smalle weg van het gebed kent, de troon der genade weet te vinden om daar te horen dat de overwinning toch al behaald is. Een gebedsfront is ten diepste niet meer nodig. Omdat de vuurlinie al achter ons ligt. Maar wel blijft de Geest zuchten, in en met het zuchten van de ganse Schepping mee.
Intussen hoop ik dat in de wereldwijde gebedsweek, ondanks de aarzelingen die ik heb over de methodistische en activistische opzet, velen oprecht God mogen aanroepen. Maar wie het dan doet zal het niet alléén dan doen.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's