Het predikantsgezin in de gemeente (2)
In het licht van het voorgaande is het van levensbelang minstens éénmaal per dag als gezin rustig te kunnen tafelen. Ik denk altijd met bewondering aan die koUega, die voor het avondeten minstens drie kwartier uittrekt om met zijn gezin aan tafel te zitten. Zo ben je dan ook nog een voorbeeld in de gemeente. Zo heb je ook het recht je te beroepen, zo dat nodig is, op het vijfde gebod 'eert uw vader en uw moeder'. Daar staat namelijk niet: eert het werk of de agenda van vader en moeder. Ik vraag me wel eens af of die vaders wel echt te eren zijn, die nooit iets weerspiegelen van de trouw van de hemelse Vader, die altijd een horend oor heeft voor Zijn kinderen. Kinderen, die hun belevenissen van elke dag niet kwijt kunnen bij hun vader, zullen ook met de vragen van hun hart niet zo makkelijk bij hem aankomen! En die laatste vragen zijn toch wel van belang voor het behoud van hun ziel. Juist voor deze vragen moet er een open vaarwater zijn tussen kinderen en ouders, respect en vertrouwen. Je kan zo gemakkelijk de brug, die de generatiekloof óver-brugt, ophalen; en waar is de brugwachter te vinden die hem weer neer laat? Trouwens hoe kun je met elkaar een christelijk gezin vormen, indien de ouders niet de voetstappen van de grote Leermeester volgen die zei: 'Laat de kinderkens tot Mij komen en verhinder ze niet'? De discipelen dachten toen ook al dat hun Meester het te druk had met het pastoraat aan ouderen.
Kinderen bemerken ook haarfijn hoe vader en moeder met elkaar omgaan. Hoe ze voor elkaar instaan en elkaar steunen. Dat laatste is ook in de pastorie van groot belang.
Veel mannen hebben er behoefte aan dat hun vrouw, als zij van hun werk komen, met hen meeleeft in hun werk. Salomo geeft daar een kostelijk voorbeeld van in het hoofdstuk over de deugdzame huisvrouw. Een vrouw, die de Heere vreest, zal haar man terzijde staan in zijn werk en het voor hem opnemen in de poorten van de stad. Gezegend die man, die een vrouw heeft aan wie hij alles kwijt kan wat hem dwars zit vanuit zijn werkkring. Een vrouw tegen wie hij aan kan praten en kan zeggen wat hij voor de buitenwereld achter zijn kiezen moet houden. Een vrouw, die hem opvangt en aanhoort in de vreze des Heeren en het oppakt, relativeert. Hem ook eerlijk durft te zeggen als hij verkeerd is.
Gezegend die dominee die van zijn vrouw kritische opmerkingen hoort na de preek, als dat nodig is. Een domineesvrouw, die haar man aanbidt en nooit iets verkeerds in hem ziet en alles wat hij zegt als zoete koek opeet, maakt een onmogelijk, week mens van hem. Zo'n man kan nooit enige tegenspraak dulden. Maar een domineesvrouw, die haar man aanpakt als hij er weinig van terecht gebracht heeft, de gemeente niet aansprak, is goud waard voor haar man, voor de kinderen en voor de gemeente. Daar mogen de kinderen ook gerust bijzitten. Zo leren zij ook luisteren. Ook zij hebben het recht om te zeggen tegen hun vader: U heeft vanmorgen dat en dat gezegd, maar dat kunt u beter voortaan maar vergeten. Zeg dat alstublieft in het vervolg een beetje anders.
Afremmen
Het kan ook geen kwaad als een vrouw haar man een beetje afremt soms in zijn gedrevenheid in het werk en duidelijk aandacht vraagt voor het gebeuren in huis. Ook vrouwen hebben er soms behoefte aan hun belevenissen en zorgen van de dag uit te wisselen en een horend oor te vinden bij hun man.
Dat laatste geldt trouwens ook voor de kinderen. Laten we oppassen dat ze later nooit kunnen zeggen: vader was nooit thuis. Zelfs als hij met ons aan tafel zat, was hij er niet bij. Dan ben je geen priester in het gezin, ook al roemt de gemeente je omdat je zo'n trouwe pastor bent.
Faber geeft ons een aardige richtlijn daarvoor. Hij zet een Duitse dominee naast een Engelse. Een Engelse predikant zei eens: Ik moet mijn kaartuurtje in de morgen verzetten naar de middag, want 's morgens moet ik golven. De Duitse zei: Ik sta altijd in dienst zoals een soldaat. Ik ben drager van een gezag in de Militia Christi. De een is gentleman, de ander officier. Ik denk dat we geen van beiden moeten zijn. Wij zijn dienstknechten van Jezus Christus. En die zei tegen Zijn discpelen op een gegeven moment: rust een weinig. En Hij ging met hen naar een eenzame plaats.
Cachet
Ik weet maar al te goed dat de werkomstandigheden van het hoofd van het gezin een bepaald cachet kunnen geven aan het gezinsleven. Ik denk daarbij aan het verschil dat er is tussen het gezinsleven van iemand, die vaste werktijden heeft en altijd om goed vijf uur thuis komt en verder de hele avond voor zichzelf en zijn gezin heeft, en degenen, die een vrij beroep hebben en niet om even voor vijf hun jasje aan kunnen trekken en de zorgen van hun werk de zorgen kunnen laten. Ik denk aan vertegenwoordigers, stafleden van grote bedrijven, notarissen, advocaten, specialisten en niet te vergeten huisartsen. In deze rij maken predikanten niet zo'n grote uitzondering. Een huisarts bijv. kan ook wel eens van tafel geroepen worden of aan de telefoon moeten komen tijdens het eten. Predikanten moeten nooit denken dat zij de enigen zijn, die het gezinsleven wel eens ontregelen. Zij moeten niet denken dat alleen zij druk bezet zijn en altijd voor anderen klaar moeten zijn. Ik vind het maar een hoogmoedige gedachte de enige te zijn die onmisbaar is en altijd oproepbaar moet zijn. Wie daar zoveel over klaagt roept bij mij nog al eens de gedachte op van het bekende spreekwoord: Veel geschreeuw, maar weinig wol.
Laten we ook de voordelen van het vrije beroep eens onder ogen zien. Niemand zit je van 's morgens tot 's avonds achter je veren of staat op je vingers te kijken. De prikkaart is voor ons een ongekend iets. Ja, zegt u, maar mijn agenda dan? Nu die vult u zelf in en moet en mag u zelf bewaken. Kun je dat niet, laat hem dan van tijd tot tijd maar eens door je vrouw lezen. Die is doorgaans wat nuchterder, hoop ik.
Anderzijds mogen we ook wel bedenken dat we geroepen zijn tot de dienst van Hem, die gezegd heeft: De ijver van uw huis heeft Mij verteerd. Het mag ons toch wel eens een vreugde zijn ons leven te verslijten in de dienst van Hem, Die Zijn leven heeft gegeven tot een rantsoen voor velen. Het is toch een voortreffelijk ambt, dienaar van het Woord, een heerlijke zaak. Je kan je leven nooit beter besteden dan in die dienst. Hoeveel vreugde kan het niet geven als je soms al sprekend en prekend boven jezelf wordt uitgetild door de bediening van de Heilige Geest. Het leeft dan in je hart: 'Gij hebt vreugde gegeven in mijn hart meer dan ter tijd als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn'. Dat is een bijzondere zegen en vreugde die je van God ontvangt en die anderen zó niet kennen. De Heere beloont met het hoogste loon, dat een mens op aarde kan ontvangen. Ik denk dan wel eens: daar mag je als predikantsgezin ook best wat tegenover stellen, bij wijze van spreken. Want het is inderdaad waar; een predikantsgezin moet toch een voorbeeld geven in de gemeente. Er mag best naar gekeken worden.
Nu weet ik dat dit vooral op een dorp gebeurt, al zal dit niet meer zo zijn als in vroeger dagen. In mijn eerste gemeente had je drie soorten gezinnen. Gewone gezinnen, het doktersgezin en het domineesgezin. Je had ook drie soorten mensen. De boeren en burgers, en dan de dokter en de dominee, uiteraard ook met hun vrouwen. Je had ook drie soorten kinderen, de gewone kinderen, die van de dokter en die van de dominee. Maar vooral het gezin van de dominee moest bijzonder zijn.
Maar mag dat ook nog een keer. Mag de gemeente een bepaald verwachtingspatroon hebben van het gezin van de predikant? Als dit dan maar afgestemd is op Gods Woord. De gemeente, ook de kinderen van de gemeente, horen hoe de dominee zondags preekt. Hoe hij omgaat op de preekstoel met de wet des Heeren. 'Doe wel naar Mijn woorden en niet naar Mijn daden', staat nergens in de bijbel. Gods woord roept ons op een voorbeeld te zijn in het midden van Zijn gemeente. Dat is iets anders dan etalagepoppen zijn, waar men zich aan vergapen kan. Wel om een voorbeeld te zijn in leer en leven naar de praktijk van de godzaligheid. Dat men daarbij dan soms in de gemeente wat kritisch te werk gaat en met argusogen naar binnen probeert te kijken, is niet altijd te waarderen. We moeten dan maar bedenken dat de Heere niet door de ruiten behoeft te zien om ons te zien. Voor Hem, en daar gaat het tenslotte om, is niets verborgen. Daar helpen gesloten gordijnen nu niet voor. En wat we voor de gemeente liever verborgen houden, kunnen we voor Hem nooit verbergen.
Verantwoording
Anderzijds, wat we voor de Heere kunnen verantwoorden, kunnen we ook voor de gemeente verantwoorden. Ik wil daarbij wel aantekenen dat we het er ook nog wel voor over mogen hebben iets te laten, waar we zelf niet direct het verkeerde van inzien, maar dat voor de gemeente beter is niet te doen.
De grote vraag is altijd of we met een vrij geweten kunnen en mogen leven in het midden van de gemeente. Weten we ons huis in de dienst des Heeren, ook als gezin, dan zullen we ons ook thuis gevoelen in de pastorie, die toch voor vele gemeenteleden een toevluchtsoord moet zijn in tijd van stille nood.
Een huis, waarbinnen een kamer is waar de muren geen oren hebben. Een plaats waar men toch aanvoelt dat het een luisterpost is voor degenen, die in geestelijke nood verkeert. Een plaats ook waar geluisterd wordt naar de Koning van Kerk, de Heere Jezus Christus.
Een huis waar men geen stand behoeft op te houden, maar gewoon mens is onder de mensen, een mens die geroepen is, ondanks zichzelf, om het ambt te bekleden waartoe de Koning van de kerk hem riep.
Een huis waar de liefde woont, de liefde tot de dienst des Heeren, op zondag en in de week.
Een huis waar ook de liefde woont tot elkaar. Een huisgezin, waar niets gedwongen wordt gedaan of gelaten terwille van de mensen, maar waarbinnen men leeft binnen de grenzen van het Verbond en van Gods Woorden, uit liefde tot Hem, Die Zijn leven gaf voor zondaren. Dan mag er van het staan in het ambt van de hoofdbewoner van dat huis gerust iets overgaan op de huisgenoten. Maar dan niet als een druk, als een last, maar als de uitstraling van het wondere ambt van dienaar van het Woord. God is geen karige werkgever. Ook voor pastoriebewoners mag het wel eens gelden: Die aan de tafel dienen, zullen van de tafel eten. Ik wil dit allereerst geestelijk zien. Je wordt als gezin, door goed en kwaad gerucht heen, toch sterk betrokken bij de dienst des Heeren, vooral op de zondag. Bij alle spanning, die er soms kan zijn vóór de diensten, is er ook vaak de ontspanning daarná
Voordelen
Laten we ook nooit vergeten dat er ook in de pastorie voordelen zijn, die andere gezinnen missen. Het vaak vrij en ruim leven in een huis, waar de vele zorgen door anderen worden gedragen, ook al moet je zelf de stookkosten betalen.
Ik weet dat er nog heel veel te vragen en te zeggen zal zijn. Ik heb mij vooral gericht op het gezin, dat gezegend is met de kinderen, terwijl er ook predikantsechtparen zijn, die wel op kraambezoek gaan, maar nooit een kinderkamer hebben kunnen inrichten in hun pastorie. Predikanten, die vele kinderen mochten dopen, maar nooit hun eigen kind. Zij zullen het leven als predikantsgezin toch weer anders beleven dan waar de kindervreugde en kinderzorgen zijn.
Tenslotte: het predikantsgezin in de gemeente moge iets uitdragen van het leven des geloofs. Dat is het staan in de vrijheid van de kinderen Gods. Het leven in de verbondenheid aan de Heere en Zijn dienst. Dat is geen boei die knelt, maar wel een liefdeband die bindt, samenbindt in de pastorie en ook samenbindt aan de gemeente. Het is niet alleen een eis, maar veeleer een gave! Dient God met blijdschap, geeft Hem eer.
C. v. d. Bergh, Barneveld
In nummer 47 pag. 723 plaatsten wij het eerste artikel. Door een misverstand volgde het tweede artikel enkele weken later.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's