De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Postille 39, redactie Werkgroep Kerk en prediking, uitg. Boekencentrum, Den Haag, 217 blz., ƒ 42,50.
De 39e editie van de jaarlijks verschijnende Postille van de werkgroep 'Kerk en prediking'. In het Woord vooraf wordt terecht gesteld dat preken een moeilijk werk is. Maar een postille maken is waarschijnlijk moeilijker. Wie er weleens voorgestaan heeft, kan beide beamen. De werkgroep vraagt van elke medewerker materiaal aan te dragen voor de exegese en voor de prediking waar de predikant voor de komende zondag zelf mee aan de slag kan. Ik citeer: 'Liefst met interessante gegevens en creatieve aanwijzingen. In elk geval met alternatieven, zodat de gebruiker aan het werk wordt gezet'. De werkgroep heeft zoveel mogelijk structuur willen aanbrengen in de verschillende bijdragen door zelf te bepalen welke bijbelboeken aan de orde moesten komen. Zo wil men een 'doorlopend homiletisch commentaar' aanbieden. Voor de tijd van 1e Advent tot en met Pasen is het Mattheüsevangelie 'preekstof'. Daaraan voorafgaand schrijft de voorzitter van de werkgroep dr. F. H. Kuiper de inleiding: Het Mattheüs-Evangelie als homiletisch kader. Uit eigen ervaring weet ik hoe leerzaam en verhelderend het is de hier aangeduide periode van het kerkelijk jaar uit één evangelie te preken. In deze Postille bieden een aantal collegae specimina preekstof. Aansprekend juist in hun concretisering naar het heden vond ik de bijdragen van prof. Bronkhorst (over de Bergrede), van dr. F. H. Kuiper (gelijkenissen Mt. 13), ds. Irik (lijdensgeschiedenis). Om nog enkele grepen te doen uit de inhoud: ds. J. Westland biedt 4 preekschetsen over de Efezebrief, dr. G. G. de Kruif over 4 teksten uit de Openbaring (van Hemelvaart tot de zondag na Pinksteren), dr. M. J. G. v. d. Velden 3 schetsen over Job), ds. P. v. d. Heuvel verzorgt 3 schetsen over woorden van Micha bedoeld voor diensten van Doop, belijdenis en avondmaal. Er is ook een preekschets voor een dienst voor verstandelijk gehandicapten (ds. A. Trapman). Ik miste de twee gebruikelijke schetsen voor de bid- en dankstonddiensten. Het geheel wordt besloten met het gebruikelijke overzicht van recente homiletische literatuur (ds. J. H. van der Laan). Exegetisch en homiletisch bezig zijn is geen waardenvrije bezigheid. Schriftopvatting en theologische positiekeuze kleuren en sturen het homiletisch handwerk. Dat is ook in deze bundel duidelijk te merken.
J. Maasland

De plaats van aarde en mens in het heelal, Uitgeversmaatschappij J. H. Kok, Kampen, 132 blz., ƒ 23,–.
Dit boekje bevat de lezingen, in bewerkte vorm, die gehouden zijn op de themadag 'Kosmologie', die door het College van Dekanen van de Vrije Universiteit werd georganiseeerd op 19 oktober 1985.
Het bevat een aantal voordrachten, nl. van J. W. Hovenier, H. J. Boersma, P. P. Kirschenmann, H. R. Plomp, en werd van een inleiding voorzien door M. A. Maurice. De eerste drie bijdragen zijn natuurwetenschappelijk van aard, inclusief de behandeling van de aspecten van het ontstaan van het leven en de kosmos. Het laatste en vierde hoofdstuk, van de hand van H. R. Plomp, is duidelijk wijsgerig en theologisch georiënteerd. De grondvraag is dan: in hoeverre is in ons wereldbeeld, namelijk dat van de moderne natuurwetenschappelijke kosmologie, de taal van de bijbelse en christelijke traditie over ruimte en tijd, schepping en geschiedenis, te rijmen met de taal van de vak-natuurwetenschap? Het antwoord hierop kan niet anders dan gegeven worden vanuit de ervaring van de werkelijkheid waarvan de bijbel getuigt.
Daarmee worden wij binnengevoerd binnen een probleemveld dat, naar mijn overtuiging, het centrale thema is van de hele theologie van vandaag: de verhouding van heil en zijn, en daarmee naar de verbondenheid van Godservaring en werkelijkheidservaring. Dat het antwoord wordt gezocht in een, critisch getoonzet, holisme, is niet opmerkelijk. Immers, de boodschap van de bijbel wordt vooral betrokken op kruis en opstanding van Jezus Christus. Dit is niet iets waar wij bezwaar tegen hebben, maar de vraag laat zich niet ontwijken of de bijbel dan nergens de fysicus materiaal heeft aangeboden dat zijn grens of uitgangspunt bepaalt. Concentratie mag immers geen reductie worden.
In dit laatste artikel staat een prachtig excurs over de proces-theologie (Whitehead) die aan het holisme verwant is. De grondgedachte van deze theologie is dat de mens deel heeft aan Gods geest via zijn eigen geest, zodat er een religieuze interpretatie kan ontstaan van inens en natuur, een beschrijving van de 'binnenkant' van het kosmisch gebeuren vanuit Gods werkzame aanwezigheid, waardoor er tevens een beschrijving van de religie mogelijk wordt, die van deze werkzaamheid Gods immers onderdeel vormt, er althans een aspect van is.
Tenslotte blijft – aldus Plomp – er vanuit de Bijbel de mogelijkheid creatief tot een eigen en nieuw wereldbeeld te komen. Het mythische wereldbeeld heeft afgedaan. Het was het wereldbeeld van de bijbelschrijvers. Het kosmocentrische wereldbeeld van de Middeleeuwen is eveneens voorbij. Ook het gesloten mechanische wereldbeeld van de tijd nadien is achterhaald. In onze tijd heeft alle nadruk te liggen op het creatieve, dynamische, opene. In grote waakzaamheid voor een holistische eenheidsvisie die, religieus als zij vaak wordt gepresenteerd, de wereldgeschiedenis nochtans doet opgaan in een sacraal proces.
De verleiding is groot op dit alles verder in te gaan. Is het waar dat de genoemde wereldbeelden zo tijdgebonden zijn als men wil doen voorkomen? Vertolken zij niet aspecten van een algemeen-menselijk levensgevoel, dat ook in onze tijd serieus genomen moet worden? Is het levensgevoel werkelijk zo kenmerkend en beslissend voor het bijbelse spreken van de wetenschapper-nu? Is er zo weinig waarheidsgehalte in het theïstische en creationistische spreken ook al verwerpt men deze systemen? Is het niet al te riskant om de wereldgeschiedenis en de wordingsgeschiedenis van de wereld te interpreteren als een dimensie van de heilsgeschiedenis, en worden hier de grenzen tussen Gods manifestatio (de 'algemene openbaring') en Gods openbaring niet te zeer vervaagd en uitgerekt?
Dit alles echter lokt ons buiten de perken van een boekbespreking. Tegelijkertijd onderstreept het de actualiteit van het gehouden congres, en die van dit boekje.
dr. S. Meijers, Leiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's