De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zorg voor de ouderen van morgen (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zorg voor de ouderen van morgen (2)

7 minuten leestijd

Wij zijn in ons vorig artikel wat blijven steken bij de stelling; dat het aantal ouderen vanaf het jaar 2000 drastisch zal toenemen. Dit gegeven is ook aan de hand van wat cijfers aan te tonen. Zo kwamen er begin oktober van dit jaar enkele gegevens los over het aantal pensioengerechtigden van nu en straks. Nu zijn er 1,73 miljoen personen die een AOW-uitkering ontvangen. In het jaar 2030 zullen dat er 3,56 miljoen zijn.
Interessante cijfers zijn er ook in omloop ten aanzien van de bevolkingsopbouw. Daaruit blijkt duidelijk een groei van het aantal 65 jarigen in de komende vijf en twintig jaar.
Dat beeld ziet er als volgt uit:
[tabel]

Terwijl het aantal ouderen zal toenemen is het omgekeerde het geval met betrekking tot het aantal jongeren.
Tevens is nu reeds bekend dat hoewel deze cijfers slaan op de situatie in ons land, het beeld in de landen in Europa niet veel ander is.
De vergrijzing slaat dus heel duidelijk toe in dit deel van de wereld.
Nu is regeren vooruitzien. Het is dan ook niet zo moeilijk om aan de hand van deze cijfers en percentages te berekenen hoeveel geld er nodig is in de komende jaren, indien we de uitkeringen willen houden op het huidige peil.
Dit is echter één van de facetten die op ons afkomen en die vooral ook politiek moet worden vertaald.
Afgezien van deze zaken moeten ook andere aspecten bekeken worden. Ook die zullen voor een deel financieel vertaald worden. Ze hebben echter ook andere gevolgen. En die andere gevolgen raken nu met name ons allemaal en in het bijzonder de christelijke gemeente.
Die andere aspecten zijn samen te vatten in dat ene begrip: 'zorg'.
Welke zorg kunnen en moeten wij de ouderen van morgen bieden? Deze vraag kan niet vrijblijvend aan de orde komen, omdat het een zorg is die met enige zekerheid op ons afkomt.
Er valt bijvoorbeeld te berekenen hoeveel er aan revalidatie straks nodig is als voorziening. Zo ook ten aanzien van het aantal tehuizen, extra medische zorg en allerlei soorten van hulpverlening.
De vraag die in het vorige artikel al aan de orde is gesteld, ook middels een aantal huidige maatregelen, wordt steeds klemmender nl.: wie-doet-wat?
Kortom, allerlei prognoses doen op dit moment de ronde. Het is goed en noodzakelijk ons aan de hand van dit alles voor te bereiden op wat komen gaat.
Daarbij dienen wij, voordat er daadwerkelijk naar oplossingen wordt gezocht, twee zaken eerst goed te beseffen.

Cijfers moeten we relativeren
Het zijn allemaal voorspellingen die, zoals wij ze nu kunnen waarnemen, met een aan zekerheid grenzende realiteit op ons afkomen. Er is echter niet zo heel veel voor nodig om dit alles te doorkruisen, omdat zich andere werkelijkheden gaan voordoen. Nu al constateert men een toename van geboorten in het jaar 1987, om maar één voorbeeld te noemen.

De Heere regeert
Veel meer moet ons tot relativering brengen de bijbelse boodschap, de Heere regeert en dat er door slechts één wenk van Zijn hand veel kan veranderen. Wie ziet dat niet gebeuren in het persoonlijk leven. Wij berekenen, en dat moet en mag, maar als we geen of nauwelijks met dat andere rekening houden, dan zijn we niet goed gesteld. Vanuit dit vertrekpunt moeten we ook leven bij hetgeen in o.a. Luk. 12 : 22 staat.
'Zijt niet bezorgd voor uw leven'.
Het is misschien overbodig nogmaals erop te wijzen dat deze christelijke levenshouding uiteraard niet betekent dat wij de kosten niet behoren te ovezien. Ook dat behoort bij diezelfde bijbelse levenshouding. Het oog van het geloof ziet echter altijd meer dat de dingen die naar menselijke berekening op ons afkomen.
Als het goed is gaat deze houding altijd vooraf aan de daadwerkelijke inzet. Daarbij gaat het om nog een belangrijke zaak. Deze geestelijke instelling is op zich al een niet mis te verstane prediking in een wereld die dit nauwelijks meer herkent. De geschiedenis van de christelijke gemeente aan het begin van haar geschiedenis heeft dit reeds bewezen.


Wij hebben het in deze artikelen over de zorg voor de ouderen. Hebt u er weleens bij stilgestaan dat de vraag, wat verstaan we onder oud-zijn, moeilijk valt te definiëren. Daar komt nog bij dat deze vraag ook zeer verschillend wordt beantwoord.

Wanneer begint de ouderdom?
Wanneer deze vraag aan een arts wordt gesteld, geeft hij uiteraard een medisch antwoord. Dezelfde vraag stellen aan een mens-wetenschapper geeft weer andere informatie. Hij zal bijvoorbeeld die vraag beantwoorden door accenten te leggen op bepaalde kenmerken die behoren bij de verschillende levensfase. Deze gegevens moeten beslist verzameld worden. Ze passen als het ware als puzzelstukjes in elkaar.
Er is echter nog een heel andere kant die wij bij deze vraag moeten opkijken. Ik bedoel hiermee onze samenleving waarin wij dagelijks verkeren. Er zijn in onze maatschappij bepaalde maatstaven over wat 'oud' is ingesleten, die wij, inden we niet al te critisch zijn ingesteld, zondermeer als waar en zeker overnemen. We gaan er dan bijvoorbeeld vanuit dat alles wat via de pers als publieke opinie wordt geuit, door middel van advertenties en andere dingen, zonder meer geaccepteerd moet worden.
Meer voorzichtigheid is hier echter dringend geboden.
Met enkele voorbeelden is dat misschien wat duidelijker te maken. Nog niet zo heel lang geleden waren bepaalde kenmerken van de ouderdom verbonden aan een pensioengerechtigde leeftijd van vijf en zestig jaar. Op die leeftijd vond de arts en de mens-wetenschapper het verantwoord om met werken op te houden.
Op die ouderdoms-leeftijd ging men nl. bepaalde lichamelijke eigenschappen verliezen.
Maar daarnaast, en daar wil ik nu met name het accent op leggen, waren er ook 'verliezen' op een heel ander niveau te incasseren zoals:
– het verlies van beroepsactiviteit
– het verlies van tijdsindeling
– het verlies van inkomen
– verandering van de maatschappelijke positie
In onze huidige maatschappij is het echter zo, dat velen op heel wat jongere leeftijd dan vijfenzestig al uit het arbeidsproces worden gestoten. In dit kader beperk ik mij tot de categorie die zgn. vervroegd uittreden.
Deze mensen moeten echter voor een deel ook datgene verliezen wat voorheen op latere leeftijd werd prijsgegeven.
De bovengenoemde verliezen waren vroeger verbonden met een zekere ouderdom. Nu zijn het echter veelal andere oorzaken waardoor men eerder niet meer deelneemt aan het arbeidsproces. Doch in ervaring in het leven van de enkeling en voor het geheel van onze samenleving is dat verschil in leeftijd minder duidelijk.
Daardoor gaat men zich op vroegere leeftijd reeds 'oud' voelen, terwijl men dit in werkelijkheid nog lang niet is.
Men voelt zich min of meer uitgeschakeld. Ziet weinig of geen perspectief meer in het leven. Gevolgen van zo'n instelling? Een apatische houding tegenover vele aspecten van het leven.
Ook in dit opzicht is onze samenleving soms hard en meedogenloos. Het afgeschreven worden, of het als zodanig ervaren, begint vaak al op een vroege leeftijd. Is het in de praktijk dikwijls niet zo, dat men op midden veertig jarige leeftijd al moeilijk van baan kan veranderen? Soms gebeurt dit en voelt men zich klem zitten terwijl men tot dik over de leeftijd van twintig jaar heeft gestudeerd. Het lijkt wel of in onze samenleving jong en dynamisch de enige zekerheden zijn om te kunnen slagen.
Met het bovenstaande geef ik uiteraard een tendens aan. Hier en daar mogelijk wat generaliserend. In hoofdlijnen echter is dit de opstelling die wij veelal tegen komen, al blijven uitzonderingen gelukkig wel mogelijk.
Een volgende vraag die nu aan de orde moet komen is deze: Gaat het in de christelijke gemeente er anders aan toe?

W. Huizer, Wierden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zorg voor de ouderen van morgen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's