De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bezinning op aids (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bezinning op aids (1)

6 minuten leestijd

In nummer 43 van deze jaargang schreef ik een artikel over aids, waarin twee publicaties over deze ernstige ziekte werden vergeleken. In dat artikel kwam de volgende zin voor: 'Als hervormde wil ik met nadruk stellen dat onze kerk tot nog toe in gebreke is gebleven, om een verantwoord geluid over aids te laten horen'. Met dankbaarheid mag nu gememoreerd worden dat deze opmerking inmiddels door de feiten is achterhaald.
Kerkeraden, predikanten en organen van bijstand ontvingen gedateerd 16 november 1987 een schrijven van het moderamen van de generale synode over het onderwerp 'Aids en de kerken'.
De brief is bedoeld als begeleidend schrijven bij het aangeboden verslag van de door de Raad van Kerken op 28 maart jl. gehouden consultatie inzake aids.
Maar in deze brief wordt door het moderamen ook geestelijke leiding gegeven. Er wordt op gewezen dat de nieuwe ziekte aids ons voor een enorme opgave stelt, waarbij een groot appèl wordt gedaan op ieders verantwoordelijkheid ten opzichte van een ander, in het bijzonder van de sexuele partner. Het moderamen merkt op dat huwelijkstrouw als enige vorm van preventie (voorkóming) ontoereikend is, omdat hehalve via sexueel verkeer het betreffende virus ook door bloedtransfusie of door het gebruik van vuile drugspuiten kan worden overgedragen (in de westelijke landen komt overdracht via bloedtransfusie niet meer voor, aangezien het bloed van de donoren wordt onderzocht). Maar huwelijkstrouw is wel een zeer gewichtige factor in de bestrijding van aids. Het moderamen schrijft daarover: 'In de christelijke gemeente mag verwacht worden dat deze verantwoordelijkheid zich zal uiten in trouw aan de eigen partner, omdat immers in een langdurig strikt monogame relatie het virus via sexueel verkeer niet kan worden overgebracht'.
Zo worden in deze benadering accenten gelegd die in de overheidsvoorlichting tot nog toe al te zeer worden gemist.

Aanbevelingen
Het verslag van de besloten vergadering van maart 1987 verwijst naar het document 'Aids and the Church as a Healing Community' (Aids en de kerk als een helende gemeenschap), dat in september 1986 in Reykjavik door het Uitvoerend Comité van de Wereldraad van Kerken is aanvaard. Hoe kan nu de kerk in Nederland een helende gemeenschap zijn voor mensen die aan aids lijden of die seropositief zijn en daarom ernstig rekening moeten houden met de mogelijkheid dat zij aids zullen krijgen? Tijdens genoemde vergadering (of consultatie) werd overwogen dat aids een dodelijke en epidemische ziekte is, die voor velen onder het voorteken staat van schuld en straf.
Ambtsdragers en gemeenteleden dienen in de pastorale ontmoeting met lijders aan aids of besmette personen niet belastend en bezwarend, maar bevrijdend en verlichtend te werk gaan. Niet de opgeheven vinger, maar de uitgestoken hand. Aids is in Nederland grotendeels beperkt tot de zogenaamde risicogroepen (homosexuelen, druggebruikers, prostituees). Deze mensen verkeren toch al in een kwetsbare positie. De kerken moeten waakzaam zijn tegenover allerlei vormen van discriminatie, stigmatisatie en isolatie. Verder is het een opdracht van de kerken om mensen met aids diakonaal nabij te zijn, met name door het aanbieden van een vangnet van ondersteunende sociale contacten.
Aids stelt opnieuw de vraag van de verantwoordelijkheid en behoedzaamheid in de sexuele omgang met elkaar aan de orde, zo wordt geconstateerd. Laat er in christelijke kringen openhartig over de sexualiteit gesproken worden.
Aids 'wordt ook gebruikt als een argument voor de stelling dat het monogame huwelijk de enige vorm is waarin mensen hun verantwoordelijkheid voor elkaar kunnen realiseren'.
Hiermee was de vergadering het blijkbaar niet eens. Dreiging en angst, zoals aids deze met zich meebrengt, kunnen niet de voedingsbodem zijn van wat de kerken over relaties en sexualiteit te zeggen hebben.
Wat dan wel? 'Wat de Bijbel aan ethische gezichtspunten biedt', zo wordt gesteld. Dat klinkt veelbelovend. Maar waarom wordt dit helemaal niet ingevuld?
Op basis van deze en meer dergelijke overwegingen kwam men tot een aantal aanbevelingen aan de kerken. Deze luiden als volgt::
1. Aan de kerken wordt aanbevolen steun te geven aan en medewerking te verlenen aan een goede voorlichting met het oog op preventie, die de verantwoordelijkheid van mensen stimuleert en onnodige angsten en zorgen bestrijdt.
2. Aan de kerken wordt aanbevolen grote aandacht te geven aan de pastorale zorg voor mensen die lijden aan aids. Voor de seropositieven, en voor hun omgeving. Specifiek daarop gerichte toerusting is nodig voor allen die in hun pastoraal werk geconfronteerd zullen worden met de aids-problematiek.
3. Aan de kerken wordt aanbevolen de landelijke en plaatselijke diakonale organen te vragen zich op korte termijn bezig te houden met de noodisituatie waarin mensen met Aids zich kunnen bevinden en met de vraag hoe zij – middels materiële en immateriële steun – hierin goede hulp kunnen bieden.
4. Aan de kerken wordt aanbevolen ook hun werelddiakonale organen te vragen zich te bezinnen op de wijze waarop zij kunnen bijdragen aan de bestrijding van aids in de Derde Wereld, b.v. door het stimuleren van projecten die er op gericht zijn veilige bloedtransfusies mogelijk te maken.
5. Aan de kerken wordt aanbevolen uiterst waakzaam te zijn ten opzichte van alle tendenties in de samenleving en eventuele maatregelen die mensen met aids, seropositieven en allen die behoren tot de (nu nog) risicogroepen zouden kunnen discrimineren, stigmatiseren en isoleren. Daarbij zou ook stelling genomen dienen te worden tegen uitspraken die aids voorstellen als een goddelijke straf en die daarmee zowel mensen die lijden aan aids als anderen in pastorale nood brengen.
6. Aan de kerken wordt aanbevolen zich gezamenlijk te bezinnen op de opdracht die de aids-problematiek voor hen betekent en de morele vragen die daaruit voortvloeien ten aanzien van sexualiteit en relaties.

Scherp
De eerste vier aanbevelingen kunnen met kracht onderstreept worden. Laten we er niet alleen ja op zeggen, maar ook werkelijk doen wat onze hand vindt om te doen. De vijfde aanbeveling levert moeilijkheden op. Zeker, discriminatie is nooit goed en moet met overtuiging worden bestreden en waar mogelijk voorkómen. Hierbij zal echter wel een afwegingsproces moeten plaatsvinden met een ander groot belang: de volksgezondheid.
Scherp worden uitspraken afgewezen die aids voorstellen als een goddelijke straf. Deze scherpte hangt samen met grote pastorale bewogenheid ten aanzien van mensen die lijden aan aids en die door dergelijke uitspraken nog dieper in de put worden gestoten.
Mijn vraag is dan wel: hoe weet men zo zeker dat aids géén straf van God is? Mag die vraag in de bezinning waartoe aanbeveling 6 oproept ook aan de orde komen of ligt hier een taboe? En hebben de kerken vanuit hun luisteren naar de Schriften en hun eeuwenoude morele traditie niet op voorhand iets te zeggen over sexualiteit en relaties? Moeten ze zich bezinnen alsof er niet een aantal vaste gegevens zijn, bijv. de grote betekenis van trouw in relaties, de unieke plaats van het huwelijk, de desastreuze krachten van ontspoorde sexualiteit?
En moet wie van verantwoordelijkheid spreekt niet ook de schuldvraag aan de orde stellen? Zo concreet men wil zijn ten aanzien van de hulpverlening, zo vaag is men als het de inhoudelijke, zeg maar de ethische kant van de bezinning betreft.
Een volgende keer willen we juist op die inhoudelijke kant wat verder doorborduren.

J. Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bezinning op aids (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's