Geboren uit de maagd Maria
(Over Maria als de moeder des Heeren en een moeder in Israël)
Wie een Israëlreis maakt, brengt – haast vanzelfsprekend – ook een bezoek aan de kerk van de 'annunciatio' (de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria) in Nazareth. Een schitterende basiliek, één van de grootste kerken in het Midden-Oosten. Op deze plaats is door de eeuwen heen de herinnering levend gehouden aan Maria, de moeder des Heeren. Een legende verhaalt, dat toen in 1263 de Mohammedanen Nazareth veroverden op de kruisvaarders en de kerk van de 'aankondiging' wilden veranderen in een moskee, engelen het bouwwerk hebben opgenomen en over de zee door het luchtruim meevoerden naar Loreto (Italië).
'Vrouwe der volkeren'
Elke keer als ik dit monument ter ere van de moeder des Heeren in Nazareth bezocht, kon ik een gevoel van teleurstelling en van weerzin niet onderdrukken. Is dit nu de wijze waarop de Heere Jezus de gedachtenis aan Zijn moeder onder de mensen levend gehouden wil hebben? Twintig eeuwen kerkgeschiedenis hebben helaas een Maria-beeld opgeleverd dat met het sobere Bijbelverhaal in flagrante strijd is. Het zgn. Voorevangelie van Thomas (een apocrief geschrift) beschreef Maria reeds lang geleden als een wonderkind, dat met zes maanden lopen kon en op driejarige leeftijd naar de tempel werd gebracht om daar door engelenhanden gevoed te worden tot haar twaalfde. En ook daarna stond de legendevorming niet stil. De traditie heeft van haar een heilige maagd gemaakt, die boven alle schepselen is verheven. Maagd gebleven, ook na de geboorte van Jezus en na haar trouwdag en dus 'kuis'. Zelf onbevlekt ontvangen en dus zondeloos, tempel en orgaan van de Heilige Geest (sinds 1854 dogma in de Rooms-Katholieke Kerk). Maria is 'opgehemeld' als geen ander. Ze is de koningin van de hemel geworden. Middelares der genade, de madonna die op een muurschildering in het Vaticaan is afgebeeld, zittend op haar hemeltroon, rechts en links van haar de Vader en de Zoon. 'Ave Maria': 'Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars nu en in het uur van onze dood'. Aldus het liturgisch gebed in de Rooms-Katholieke Kerk (sinds paus Pius V-1568). Maria is de medeverlosseres geworden, die genade, verlossing en vrede schenkt aan allen die dagelijks tot haar roepen. Het ligt dan ook geheel in de lijn van deze traditie, dat in 1950 het dogma van Maria's ten hemel opneming in de Rooms-Katholieke Kerk is afgekondigd. 'De vrouwe der volkeren' zou in Fatima (1917) en ondermeer ook in Amsterdam (1945) zich geopenbaard hebben en zelf hebben uitgesproken, dat de engelen haar lichaam ten hemel hebben gedragen.
Sola gratia
Tegenover dit alles zal het de eenvoudige lezer van de Bijbel die zich houden wil aan het 'naakte' Woord van God, opvallen, dat de Heilige Schrift Maria helemaal niet zo op de voorgrond zet. In het Mattheüs-evangelie (Matth. 1 en 2), maar vooral bij Lukas (Luk. 1 en 2) komt Maria voor het voetlicht als de 'begenadigde' vrouw die de moeder des Heeren worden mocht, zonder tussenkomst van de man. Jozef. Ze is door een Godswonder, door een bijzonder werk van Gods Geest zwanger geworden. Daarom heeft de kerk der eeuwen altijd beleden, dat Jezus geboren is uit de maagd Maria. Een uniek en onherhaalbaar gebeuren. Maria is het toonbeeld van Gods verkiezende genade. Zij is 'gezegend geweest onder de vrouwen' (Luk. 1 : 28, 42). 'Zij heeft genade bij God gevonden' (Luk. 11 : 30). Zij is als de moeder des Heeren begroet door Elisabeth, haar nicht (Luk. 1 : 43).
Moeder des Heeren bij de gratie Gods
Met dat alles is Maria echter niet op een voetstuk gezet, zoals in de Mariologie der eeuwen. Hier is geen sprake van enige vergoddelijking van het menselijke. En dat is immers het kwalijke in zoveel Mariaverering ook vandaag. Kennelijk moet et van de mens nog wat te redden zijn buiten het enige en genoegzame Zaligmakerswerk van Christus Jezus om. De mens wil graag produktief blijven en naast God, voor God en met God blijven meetellen. Maar de Bijbel verbiedt ons dat. Het valt op , dat de Evangeliën, ook die van Mattheüs en Lukas aan de persoon van de moeder van Jezus na de geschiedenissen over de geboorte van de Heiland bijna geen aandacht meer geven. Jezus zelf maakt haar duidelijk, dat zij als Zijn moeder geen aanspraak maken kan op bijzondere privileges. Hij noemt haar soms alleen 'vrouw' (Joh. 2 : 1, 3). Zelfs op Golgotha, waar Hem een 'moederbinding' parten zou kunnen hebben gespeeld en waar Maria haar moederschap extra had kunnen laten gelden (Joh. 19 : 25-27). In Hand. 1 : 14 komt Maria voor het laatst in het Nieuwe Testament voor. En dan samen met alle anderen die biddend uitzien naar de komst van de Heilige Geest.
Kortom, de 'gezegende onder de vrouwen' staat niet op een voetstuk. Zij treedt voor het voetlicht als een toonbeeld van wat God in Zijn verkiezing machtig is te doen. Souverein en almachtig. Van de mens uit is er niets dat meevalt of meewerkt. Sola gratia-genade alleen. En heeft Maria als moeder des Heeren een erepositie – en die heeft zij – dan toch alleen, omdat zij juist als moeder alle aandacht vraagt voor haar Kind, de Heere. Kurios heet Hij. Dat wil zeggen: de enige, Goddelijke, aanbiddelijke en dienenswaardige Koning'. Maria is het ranke riet, dat ruisen kan en anders niet. En toen de adem van de Herder Israëls door haar heenging, begon dat riet te zingen: het schoonste lied van deze Koning. 'Komt, laten wij aanbidden die Koning.'
Moeder in Israël
Is dat alles? Tegenover de overdreven en afgodische Maria-verering van de Rooms-Katholieke Kerk en vanuit een weerzin tegen mensvergoding, lopen wij als Protestanten wel het gevaar van onderwaardering van deze rijk begenadigde en daarom zo unieke moeder des Heeren. Wij moeten immers niet vergeten, dat de Bijbel van Maria nog iets verhaalt. Iets dat onvergetelijk is. Zij is toonbeeld van Gods verkiezende genade als moeder des Heeren. Maar zij is tevens het oerbeeld van een 'moeder in Israël'. Zij is door de engel Gabriël begroet als de begenadigde, gezegend onder de vrouwen (Luk. 1 : 28). En dan te bedenken, dat het bij de Joden eeuwenlang als iets ongeoorloofds gold, dat men een vrouw een groet aanbood, laat staan een hemelse. Het Evangelie echter laat Maria van Godswege begroeten. En het is die groet van de hemel, liever: het is het Woord van Gods onweerstaanbare en onweersprekelijke belofte dat bij Maria wat uitwerkt. In haar schoot wordt Gods Heilig Kind ontvangen. Maar in haar hart leeft tegelijk onmiddellijk het geloof, dat zij een 'uitverkoren vat' mag zijn. En daarom wordt zij door Elisabeth, haar nicht ook zalig gesproken: 'En zalig is zij die geloofd heeft' (Luk. 1 : 45). Gelovig immers had zij zich mogen buigen onder het Woord van God: 'Zie, de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar Uw Woord' (Luk. 1 : 38). Welnu, als zodanig is Maria een 'moeder in Israël'. Mag Abraham de vader aller gelovigen heten in de Schrift, dan mogen wij Maria wel moeder aller gelovigen noemen. Zij was begenadigd in de Geliefde, ook hierin, dat zij haar Kind als haar Zaligmaker heeft mogen omhelzen. Calvijn (in zijn commentaar op Luk. 1 : 45) schrijft: (Maria was zalig (gezegend), omdat zij, in haar hart de belofte van God omhelzende, de Zaligmaker ontving en voortbracht voor haarzelf en voor de gehele wereld'.
Sola fide
Zo is Maria voor ons het oerbeeld van een gelovige moeder in Israël. Sola gratia – door genade alleen. En sola fide – door het geloof alleen. Zo staat zij temidden van de mensen. Zij alleen kon de moeder des Heeren heten. Maar Jezus zegt: 'Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen die Gods Woord horen en datzelve doen' (Luk. 8 :21). Net als Maria de woorden van God alle te zamen bewaren en overleggen in het hart' (Luk. 2 : 19). 'Wie dat doet,' zei Jezus, 'is Mijn moeder en broeder'. Zalig om zo'n moeder te zijn. In het voetspoor van deze moeder in Israël. Zalig om een vrouw te zijn die er haar eer in zoekt om zo'n moeder te zijn.
De ereplaats van de vrouw
Er wordt in onze dagen veel gesproken over het vrouw-zijn. Ook in de kerken. De vrouw is gediscrimineerd. Ook onder ons. Zij telt in het oordeel van velen amper mee. En ook over het moederschap van de vrouw zijn de tongen los gekomen. Het is in vele opzichten in discrediet geraakt.
Wie zich echter verdiept in wat de Bijbel ons zegt over Maria – moeder des Heeren en moeder in Israël – moet diep respect overhouden voor de erepositie die de vrouw, ook als moeder, van God ontvangt. Aan het begin van de mensheidsgeschiedenis staat de moeder aller levenden, Eva. Een waarschuwingsteken. Zij bedacht als eerste het kwade. Daar tegenover staat Maria aan het begin van het Nieuwe Testament. De moeder van Christus. Voor alIe vrouwen in de wereld, ook vandaag, een teken van hoop. Ja, want welk een zegenrijke invloed zou er in de wereld – zo donker en verloren als deze is – kunnen uitgaan van gelovige vrouwen die als echte moeders in Israël hun kleintjes opvoeden mogen in de vreze van Gods Naam. Als in de donkere dagen rondom Kerstfeest – anno 1987 – jonge vrouwen bij Bethlehems kribbe mogen neerknielen, laat haar dan ook even naar Maria kijken. Met een diep verlangen in het hart om net als zij de woorden des Heeren te bewaren en een echte moeder in Israël te zijn.
C. den Boer, Bilthoven
[Tekst foto: De luchtopname laat de defensieve kracht van een fort van Herodus, Herodium, in de heuvels ten zuiden van Jeruzalem, goed uitkomen. Binnen de muren waren een tuin, een reeks baden, een eetzaal en particuliere vertrekken. Aan de voet van de heuvel stond nog een paleis.
Uit: Bijbels Beeld Archief. Uitgave Voorhoeve, Den Haag.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's