De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van verre gezien en omhelsd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van verre gezien en omhelsd

8 minuten leestijd

Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest.
Johannes 8 : 56

Het treft ons altijd weer, wanneer wij in ons Hollandse vlakke land de electriciteitsmasten zien staan. Hun spitsen rijzen naar de hemel en hun armen dragen de stroomdraden wijd en ver. Het is zelfs sierlijk – als guirlandes gaan ze door de lucht. Naar boven wanneer ze in de buurt van de mast komen en naar beneden hoe verder ze van de mast afgaan. Zo, als de draden van een spinneweb kundig geweven zijn van het middelpunt uit naar de verste hoeken van de raamsponning, zo gaan die draden door het land van de centrale naar de grote steden en de kleine dorpen. Het geheim zit in de centrale, vandaar komt de stroom. Maar gehoorzaam vangen die draden de stroom óp en geleiden die verder. Krachtstroom – over de rivieren, de heuvels en de polders gedragen.


Aan dat beeld moesten wij denken toen wij onlangs peinsden over de Zesde Zondag van de Heidelbergse Catechismus. De Middelaar is tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mens. Hij is ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing geschonken. Dat weten wij uit het Evangelie. Er is ons verlossing uit de ellende beloofd. Licht in de grote duisternis. Al heel vroeg is God er mee begonnen. Hij zette eerst die belofte in de morgenschemering van het Paradijs. Daar sprak Hij al van de komende Zonne der gerechtigheid. Maar die verwachting ging voort. Als met steunende hand heeft het ene geslacht aan het andere de belofte doorgegeven. Uit het Vaderhart Gods, de centrale van kracht, vloeien de levensdraden voort, bouwen aan licht in de duisternis. De eeuwen wentelen voort, maar het menselijk geslacht is niet zonder hoop gebleven. En evenals, de lichtmasten hoog boven het landschap uittornen om de draden te torsen, zo hebben inzonderheid de heilige patriarchen en profeten de heilsverwachting van de komende Messias opgevangen en doorgegeven.


Denk maar eens aan Abraham. Voor de Joden was hij de aanvaarde stamvader. Ze beroemden zich er op nazaten van deze patriarch te zijn. Ze wisten zich vrijgeborenen. Dat is hun trots. Daarop gronden zij een vals vertrouwen, dat Abraham hun vader is. Ze achten hun afstamming uit Abraham zelfs een waarborg voor de zaligheid! Ze wanen zich een élite-Jood, hoog boven anderen volken verheven. Die zelfgenoegzaamheid wil Christus hier nu doorbreken. Christus weet zeer wel, dat zij Abrahams zaad zijn. Hij spreekt dat ook duidelijk uit. Maar als ze zich dan zo er op laten voorstaan kinderen van Abraham in de generalogische lijn te zijn, waarom verloochenen ze dan de werken van Abraham, namelijk het geloof in de waarheid, die van God komt door Jezus7 Waarom zijn ze vreemd aan Abrahams geloofsleven? Wie van Abraham afstamt, heeft God tot zijn vader. Maar van die verhouding merkt Jezus bij de Joden geen enkel spoor. Wel een eigendunk naar het bloed van Abraham, geen gemeenschap met het geloof van Abraham. Dat maakt Christus hun glashelder. Zo dan stelt Hij zichzelf hun voor als méér dan Abraham te zijn. Tot een bewijs hoe hoog Hij zelfs boven Abraham, hun hoogste glorie, staat, zegt Hij, dat Abrahams hoogste vreugde is geweest de dag van Jezus te zien. Dat is de openbaring van het heil in Hem. Levend van de belofte Gods, zag hij in zijn vreugde over de geboorte van Izaäk, in de verte de dag van de Messias.

[afbeelding]


Hier ziet u tweeërlei levenshouding. Voorwaar is er een behaaglijk steunen op het ontvangene verleden. Kinderen van Abraham te zijn, naar den bloede. Het puur Joodse denken. Eigengerechtigheid in de hoogste zin. Zich niet houden aan Christus alléén. Integendeel, een zich vastklampen aan eindeloze geslachtsregisters. Angstvallig zich houden aan spijswetten, regels en voorschriften, systemen, aan een georganiseerde godsdienstelijkheid. Zich heimelijk verkoren voelen in het zuivere bloed, in de zuivere leer – soms geuren met een vrome voorvader. Groot worden met een idee, soms dwepen over pietepeuterige haarkloverijen. Het is ten diepste leven in de eerste beginselen der wereld; zich vermoeien in datgene wat in het leven elementair is, wat het leven in de wereld stempelt en maakt tot was het is. Je zou kunnen zeggen: het is het geraamte, het frame van het leven; het kader, waarin het leven der wereld zich afspeelt. Bloed, afkomst, ras, bodem, stam, prestatie, plicht. De eerste beginselen der wereld zijn die dingen, die het leven zonder Christus maken tot wat het is. Ze vormen het kader, waarbinnen dat leven zich beweegt. Ze zijn de drijfveren waardoor het wordt beheerst.


Lijnrecht daartegenover vindt u de andere levenshouding. Niet als de Joden, zitten óp Abraham, dood en koud. Maar zich uitstrekken als Abraham, levend en warm, naar de toekomst van Christus. Niet bezitten, hebben en houden, maar grijpen naar, omvatten, uitzien door het geloof. Niets in deze voortijlende wereld kunnen gebruiken om daarop te rusten en zich te beroemen – neen, het is geheel anders: leven naar de beloften Gods. Van verre Gods glanzende toekomst aanschouwen. Bemerkt u hoe geheel verschillend dat is? De Joden stelden zich tevreden Abrahams bloed in zich te voelen stromen en om enkel electrische draad te zijn. Jezus bedoelt Abrahams hart te hebben en onder diens electrische stroom te staan! De eerste levenshouding zegt: ik ben van hoge afkomst, van Abraham. De tweede levenshouding bedoelt: ik zoek de eeuwige toekomst. Christus is mijn leven. In mijzelf heb ik geen leven. Het leven dat ik met mijn geboorte heb meegekregen is broos en vergankelijk. Het breekt als een bloem en verwelkt. Maar als Christus mijn leven is, kan er meer gezegd worden. Dan is er sprake van eeuwig leven, van een onvergankelijk leven, in heerlijkheid. Dat leven is nu nog niet te zien. Het is nog verborgen. En de plaats waar het verborgen is, is veiliger dan een brandkast of een kluis. Het is verborgen in God zelf. Degelijker kan het niet. Het is daar met Christus. En als Hij verschijnt, als Hij uit de verborgenheid naar buiten treedt, neemt Hij het mee. Daar treedt dat leven aan de dag. Dan zullen wijzelf met Hem leven in heerlijkheid, stralend en onverwelkelijk.


Geen wonder, dat wij in dit licht nog een enkel punt mogen aantippen. De Joodse levenshouding kent afstand. Een verre stamvader. Een gedegen geslachtsregister. Een bewaren en beroemen. Abrahams houding kent nabijheid, verwachting, hunkering, omhelzing van het geloof, aangrijpen van wat geschonken wordt, een prijsgeven van zichzelf. Een aankleven aan Christus door het geloof over de eeuwen heen. En evenals een brandende bureaulamp ons getuigenis geeft van een krachtcentrale in werking, zo heeft Abraham aan de morgenstond van de mensheid reeds verbinding met de volheids des tijds.


Niemand minder dan de fijnzinnige Franse denker Blaise Pascal heeft deze gedachten onder woorden gebracht. Hij onderscheidt een wiskundige denkwijze en een geestestructuur, die op een geheel ander gebied van de werkelijkheid is aangelegd. Wiskundig dachten de Joden. Naar getal, gewicht, prestatie, bepaalden hun levensgang. Maar, bedoelt Pascal, in het leven der genade gaat het niet om die dingen in eerste aanleg. Daar gaat het om, dat je over de eeuwen heen, de zaak ineens ziet, niet een enkele blik en niet door voortgang in de redenering. Het is om zo te spreken de speurzin van het geloof. Dan doet de eeuwenlange afstand van het geloofsvoorwerp er niet toe. Er is de nabijheid der liefde alleen door de genade van de Heilige Geest. Abraham zag Christus al met diepe blijdschap. Hij was er nog niet. Maar Hij was er toch al wel in de belofte. Wat dunkt u, moeten wij niet evenzo geloven? Naar menselijke berekening was alle hoop uitgesloten, dat de belofte, die Abraham door goddelijke uitspraak in zijn hart ontvangen had, vervuld zou worden. Wat er nodig was naar de overlegging van het menselijk verstand, ontbrak ten enenmale. Aardse wijsheid moet het dwaasheid noemen, aan de Godsbelofte te blijven vasthouden. Wiskundig bezien klopt er niets van. Maar zielkundig geoordeeld laat het geloof, dat de belofte Gods heeft aangegrepen, niet los, en wordt tenslotte heerlijk bekroond. Zo is dus geloven: goed van God te denken en groot van God te denken; steunen op Zijn liefde en macht, tegenover alles wat twijfel wekt. Het geloof erkent God als de Getrouwe en Zijn beloften als waarachtig: zo geeft het geloof Gode de eer en maakt het staat op Hem, desnoods tegen alle ervaring in. Zo weet het geloof datgene nabij te zijn wat in feite nog eeuwenlang duurt.


Soms ervaren wij van die nabijheid Gods een gevlam in deze wereld. Dan is er geen afstand meer en geen tijdsverschil. Zo zaten wij eens doodvermoeid op een kerkplein op een bank onder de toren. Een kreupele vrouw sleepte zich voort met een stok over de kleine stenen. Een jonge man met een droevig gezicht liep aan ons voorbij het was een nare dag, waarop alles verkeerd liep. En toen ineens, nooit zullen wij het vergeten: daar begon de beiaardier te spelen. Hij strooide zijn klanken als sneeuwvlokken de toren uit. Het gong door de lucht: Maar de Heer zal uitkomst geven, Hij, die 's daags Zijn gunst gebiedt. Zowaar, de jongeman neuriede mee. En de kreupele vrouw stond stul en wees met de stok naar boven en zei puur op z'n Brabants: 'Daar worde ge beter van, meneer'! Die oude geloofspsalm overbrugde alle afstand van ruimte en tijd. Daarom is het: die geloven haasten niet, want zij zijn altijd onder het oog van God, wier oog altijd op God is gericht.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Van verre gezien en omhelsd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's