Machtigen van de tronen gestoten
Gezangen van bevrijding
Als God in de volheid van de tijd Zijn beloften gaat vervullen, beginnen de godsgetrouwen te zingen. Het begin van het Evangelie van Lukas is wel een liederenbundel genoemd. Er wordt heel wat afgezongen in de omgeving van de kribbe van Bethlehem. Gezongen in de Geest. Geïnspireerd door de Geest van psalmen en profeten. Mannen èn vrouwen zingen omdat het hun een lieve lust van het hart is. Zacharias en Simeon, Elisabeth en Anna. En Maria doet voor hen niet onder. Dat nog jonge bedeesde meisje uit het afgelegen Nazareth zingt bijna het hoogste lied: Mijn ziel maakt groot de Heere! Magnificat anima mea Dominum.
Groot maken is uiteraard niet: God groter maken, want Hij is groot. God groot maken is Gods grootheid opmerken en bewonderen, aanbidden en verheerlijken. Maria maakt de Heere groot vanwege haar opmerkelijk ondervinden: omdat Hij de nederheid van Zijn dienstmaagd heeft aangezien. Leest u dat vooral goed: nederheid, géén nederigheid. Als Maria dat laatste zou hebben gezongen, zou het klinken als nederige hoogmoed. Nee, God ziet mijn nederheid aan. De oude psalmberijming heeft hier de goede toon gevonden: die in haar lage staat Zijn dienstmaagd niet versmaadt. Maria kent haar afkomst: uit het in verval geraakte huis van koning David. Ze deelt met Jozef haar verloofde in vergane glorie, maakt deel uit van vervallen koningsadel. Nederheid, lage staat, geringe positie.
Maria zingt er nochtans van. Nee, het accent van haar lied ligt niet primair op haar gevoel van die nederheid maar veeleer op het gezegende feit van Gods aanzien van al wat laag en vernederd is. Maria weet zich daarin één met allen die reeds voor haar in dat opmerkelijke handelen Gods zijn betrokken geraakt. In haar lied klinken die tonen volop mee. Maria is thuis geweest in de Schriften. Ze kent de Heere. Ze weet van Zijn handelen af in de historie van Zijn volk. Ze weet dat het niet de eerste keer is dat Hij zo doet als thans.
Waren het niet Mozes en Mirjam die beiden zongen met een koor van vrouwen om hen heen: de Heere is hoog verheven, het paard en zijn ruiter zijn in de zee gestort. De machtige Farao is van zijn troon.gestoten en het vertrapte Israël krijgt Gods vrijgeleide. Steeds is het dit thema dat het lied aangaande de God van Israël toonzet. Wonderbare God die het hoge vernedert en het nederige verhoogt. Die verkiest allen die niets zijn, niets te betekenen hebben in de ogen van de mensen.
Ook in de geboorte van Christus openbaart God Zich weer geheel en al als de God die het 'cleen verciest'. Hij passeert het paleis en gaat aan de tempel voorbij. De verre nazaat van koning David wordt door een goddelijk wonder zwanger van de Beloofde. Niet wat aanzien heeft bij de mensen, krijgt Gods aandacht. Maar het vervallene, het kleine, het nietige en het eenvoudige. 'Door de gehele geschiedenis zowel der wereld als der kerke Gods, loopt als een gouden draad de heerlijke waarheid dat alles wat iets is, allen die groot en voortreffelijk menen te zijn, vernederd en tot niets gebracht worden en dat nederigen worden verhoogd' (Kohlbrugge).
Maria zingt er van in haar Magnificat. Ze zingt niet wat ze er zelf van vindt, maar geeft door wat ze van God zelf heeft geleerd. God is groot.
Veel werd de afgelopen weken gesproken en geschreven over 'de groten der aarde' Reagan en Gorbatsjow. Al die belangstelling is wel begrijpelijk. Er staat zoveel op het spel. Leven en vrijheid van miljoenen mensen. Toch zijn het maar 'mannetjes uit het stof genomen'. Hun standplaats is binnen afzienbare tijd niet meer te vinden of het moest zijn in geschiedenisboeken en hun plaats wordt alweer door een ander ingenomen.
Het Kind van Bethlehem is echt de Grote der aarde omdat de hemel Hem heeft geschonken. O, Maria raakt van Hem, in wie Gods heilshandelen zo wonderbaarlijk aan het licht treedt, niet uitgezongen. En als u al kunt zingen, zing het dan dezer dagen maar met haar mee: mijn ziel maakt groot de Heere! Die de nederheid, die mijn lage staat heeft willen aanzien. Een lied dat getuigt van bevrijding. Bevrijding uit de knellende band van ik-zucht en zonde-liefde. Bevrijding van onder het juk van de grote drijver. We hebben een God die machtig is en heilig is Zijn Naam.
Een krachtig werk
Maria onderstreept heel nadrukkelijk de reeds gesignaleerde stijl van het handelen Gods. We zetten er gemakshalve enkele strepen onder. 'Omdat Hij de nederheid van Zijn dienstmaagd heeft aangezien'. 'Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten'. 'Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen heeft Hij verhoogd'.
'Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden'. 'Hij heeft Israël Zijn knecht opgenomen.'
U ziet steeds weer die neerbuigende lijn verbonden aan Gods oprichtende daad. Verwerpen en verkiezen. Vol maken en ledig wegzenden. Vernederen en verhogen. We schreven al hoe in Maria's Magnificat alle tonen meeklinken van oude tijden af God is niet pas nu zo, bedoelt Maria. De sterkste parallel van Maria's lofzang is te vinden in Hanna's lied (1 Samuël 2). Legt u beide Schriftgedeelten maar naast elkaar. Hanna, de zwakke weerloze vrouw, kan geen moeder worden. Haar baarmoeder blijkt toegesloten. Ze wordt veracht door de vruchtbare Peninna die kind na kind baart. Peninna tergt haar met terging om Hanna te vergrimmen (1 Sam. 1, 6). Dan grijpt God in. En als dan de kleine Samuël in de wieg ligt, zingt ze haar lied tot eer van haar Heere: de onvruchtbare heeft er zeven gebaard en die vele kinderen had is krachteloos geworden. Daar hebt u het: machtigen van de tronen afgetrokken.
Gods voorkeur ligt bij wat nietig is en gering en Hij keert Zich tegen het verhevene en trotse. Maria's ervaring sluit aan bij Gods openbaring. 'De openbaring van Gods naam wordt in haar persoonlijke ervaring bevestigd', (ds. L. Kievit).
Maria's lied stijgt intussen ver uit boven haar persoonlijke ervaring. Ze zingt door de Geest der profetie over de Naam des Heeren. Nu het Woord vlees wordt, krijgt Gods doen vaste vorm in Jezus Christus. In Hem wordt het zichtbaar op deze aarde wie God is en hoe Hij pleegt te handelen. 'Alle verhoudingen worden omgekeerd. Het hoge wordt laag, het lage hoog. De armen worden rijk en de rijken worden arm. De machtigen vergaan en de verachten komen tot eer. Zij moeten van de tronen af, de mensen die zichzelf daarop hebben gezet. Hun macht, hun geest, hun cultuur, huil geweld, het wordt alles tot niet' (J. Koopmans).
Luther en Calvijn
De vraag blijft: hoe dienen we dat te verstaan in de concrete werkelijkheid van het leven? Dit lied is geclaimd door bevrijdingstheologen die het toepasbaar achten op de maatschappelijke situatie van vele verdrukten en vertrapten in deze wereld. Dorothee Sölle meent dat vrouwen in hun vernederde situatie Maria tot hun aktievoerster mogen benoemen in haar vrouwvriendelijke zang. We hebben eens nagelezen hoe Luther en Calvijn Maria's lofzang hebben verklaard. Luther schreef in de jaren 1520-1521 zijn beroemde verklaring: Het Magnificat. Juist in een tijd waarin hij te strijden had met de vele hoogmoedigen in kerk en staat. Was zijn strijd niet te typeren als een strijd voor de eenvoud van het Evangelie van vrije genade tegenover al het hoge en verhevene van de mens in zijn religieuze prestatiezucht? Luther noemt geen namen als hij exegetiseert. Wel omschrijft hij situaties. Het komt er kort gezegd op neer dat God machtigen van de tronen stoot omdat ze hun macht misbruiken. En God troost allen die onrecht en schande moeten lijden terwille van de waarheid en van het Woord. God vernietigt niet blindelings de macht, maar hen die er misbruik van maken. Maria zegt niet, aldus Luther, dat God de tronen verbreekt. Maar: Hij werpt de machtigen er uit. Overheid en macht en tronen moeten er blijven. Maar men kan ze op een Gode vijandige wijze aanwenden en er Gods rechtvaardigen onrecht door aan doen. En vanwege dit misbruik breekt God het ene rijk na het andere af.
Om de verdrukking van Gods kinderen is het dat God de machtigen van de tronen stoot.
Calvijn legt in zijn exegese weer een ander accent. Hij ziet in het feit dat God machtigen van de tronen stoot en nederigen verhoogt eerder een betoon van Gods voorzienigheid. Als machtigen altijd maar machtig blijven en dat van vader op zoon, dan zouden wij gaan denken dat macht aan sommige mensen en families eigen is. En we zouden vergeten dat God regeert en dat Hij alleen machtig is. Daarom zet God soms vorsten af en brengt onbekenden tot eer en macht. De borst van vorsten zwelt soms zo buitensporig dat God het nodig keurt hen tot rede te brengen: Alleen God is Koning!
Actuele situatie
Ook al brengen we in rekening dat Luther en Calvijn in andere maatschappelijke situaties leefden, toch lijkt me hun exegetische opstelling leerzaam. Niet blindelings hebben we alle macht te veroordelen en het zomaar op te nemen voor alle akties van hen die aan de onderkant staan. Zeker, de Schriften openbaren ons de God van Israël als een God die het opneemt voor hongerigen en vertrapten, voor vernederden en beledigden, voor gekwelden en wanhopigen. Maar dan wel in het verband van Zijn naam en waarheid. Wordt Gods waarheid vertrapt in hen die die waarheid belijden? Wordt Gods Naam beledigd in hen die door de macht vernederd en gekweld worden? We zien in de geschiedenis hoe God metterdaad rijken heeft afgebroken die Zijn volk en Kerk verdrukten en vertrapten. Machten van communisme en kapitalisme, van fascisme en antisemitisme hebben uiteindelijk geen toekomst. Hetzelfde geldt van de machten van nihilisme en atheïsme. God gaat Zijn weg door een wereld van Hem afgekeerd.
Hij zoekt naar wat niets is en richt op al wie gebogen ligt. God reikt de hand aan hen die geen helper lïebben. En ik kan me voorstellen dat gekwelden onder de volkeren der aarde, vertrapten en uitgestotenen, die de Naam van deze God hebben leren kennen middels de verkondiging van het Evangelie, op de Kerstdagen moed putten als het lied van Maria hun in de oren klinkt en op de lippen wordt gelegd: machtigen heeft deze God van de tronen afgetrokken en nederigen heeft Hij verhoogd. Al zie je er dan helemaal nog niets van, net als Maria er nog niet veel van zag. Je zingt het als een lied waarin de droom werkelijkheid is. Vanwege Hem Die machtig is. Wiens Naam heilig is.
J. M., Capelle a/d IJssel
[Tekst foto 1: Standbeeld van keizer Augustus in de tuin achter de 'Porta d'Auguste', in Nimes.
Tekst foto 2: Amphitheater in Nimes, degateerd in de tijd van Keizer Augustus.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's