De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bezinning op Aids (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bezinning op Aids (2)

5 minuten leestijd

Naar aanleiding van het schrijven van het Moderamen van de Generale Synode van onze kerk inzake de problemen rond de ziekte AIDS, heeft de Waarheidsvriend aandacht willen besteden aan deze problematiek door middel van een drietal artikelen. In dit artikel laat drs. B. van Koeten – neuroloog in opleiding – de (medische) feiten nog eens spreken. In een slotartikel zal dr. J. Hoek enkele ethische notities plaatsen.

Wat is AIDS?
AIDS is de afkorting van de Engelse woorden: Acquired Immune Deficiency Syndrome (verworven afweer tekort syndroom). Het immuunsysteem is ons afweersysteem tegen indringers (o.a. bacteriën en virussen) die van buiten ons belagen. 'Verworven' staat hier tegenover 'aangeboren'. Als ons afweersysteem tekort schiet, ontstaan allerlei infectiezieken (bijv. longontsteking) die we niet meer de baas kunnen.

Enkele cijfers
Over de gehele wereld zijn zo'n 50.000 AIDS-patiënten (in Nederland 400), met 100 keer zoveel personen die alleen nog maar besmet zijn. In Europa en de V.S. betreft het in 95% van de gevallen mannen (vnl. homosexuelen).

De verwekker van AIDS
We kennen als veroorzakers van infectieziekten de bacteriën en virussen. De eerste groep kan zich zelfstandig in de natuur vermenigvuldigen en is gevoelig voor antibiotica, die de huisarts kan voorschrijven. De virussen daarentegen, 10 keer zo klein en daarom minder 'machineriën' in huis, kunnen zich alleen vermeerderen in onze lichaamscellen (ze bezetten a.h.w. onze machineriën ten eigen bate) en zijn door hun simpelheid niet gevoelig voor de bestaande antibiotica (ons afweersysteem moet het nu alleen opknappen). De huisarts zal dan ook in geval van griep (altijd door een virus) geen antibiotica (bijv. penicilline) voorschrijven.
Nu is de oorzaak van AIDS een virus; dit gaat in onze cellen zitten en wel – heel kieskeurig – alleen in cellen die een sleutelrol spelen in het afweersysteem (die cellen, die je de dirigenten zou kunnen noemen van het orkest dat afweersysteem heet); die cellen zijn een onderdeel van de groep zgn. witte bloedcellen. Het gevolg is dat het afweersysteem nu grotendeels ten gronde gaat.
Het AIDS-virus pakt zodoende de enige wapens af, die een lichaam juist heeft om bacteriën en virussen te overwinnen. Dit heeft twee gevolgen.
Ten eerste kan het lichaam het AIDS-virus zelf niet onschadelijk maken. Tezamen met het feit, dat antibiotica niet helpt tegen virussen, betekent dit dat je van het AIDS-virus nooit meer afkomt.
Ten tweede is het lichaam nu ten prooi aan alle andere bestaande bacteriën en virussen die de mens normaal wel aankan. Dit tweede gevolg is de oorzaak van de ziekteverschijnselen en uiteindelijk de dood bij een AIDS-patiënt. Hij overlijdt dus niet direct aan het AIDS-virus zèlf.

Sero-positief
Als iemand op dag nul besmet raakt (via sexueel contact) met het AIDS-virus, dan kan pas na 10 weken met een speciale test van het bloed(-serum), de aanwezigheid van het virus worden vastgesteld: hij is dan 'sero-positief' (een zeer essentieeel begrip). Het virus nestelt zich in een bepaald deel van de witte bloedcellen en heeft daarin voorjaren een sluimerend bestaan; het richt nog geen enkele schade aan. Pas zo'n gemiddeld 6 jaar na die dag nul komt het ineens in aktie en begint die bezette cellen te vernietigen met het bekende gevolg dat het afweersysteem niet meer werkt en er infecties (vooral longontsteking) ontstaan. Nu pas begint hij ziek te worden en nu pas kunnen we spreken van de ziekte AIDS en hem een AIDS-patiënt noemen. Hij zal dan gemiddeld nog een jaar leven.
Op dag nul besmet, vanaf de 10de week sero-positief, en na jaren pas een AIDS-patiënt. Echter, vanaf dag nul kan hij anderen weer besmetten. Hoeveel procent van alle sero-positieve mensen krijgt uiteindelijk AIDS? Aanvankelijk dacht men aan 10%, later werd dat 20%, en nu is het al 40%. Sommigen verwachten dat in de nabije toekomst zal blijken dat een zeer hoog percentage AIDS zal krijgen.

Overdracht van het virus
Het AIDS-virus zit alleen in een klein deel van de witte bloedcellen. Omdat deze cellen voorkomen in bloed, maar ook enigszins in sperma (man) en de schede (vrouw), kan (in afnemende besmettelijkheid genoemd) via deze 3 punten overdracht van het virus plaatsvinden. Bijv. via bloedtransfusies van besmet bloed (in Nederland niet mogelijk omdat al het donorbloed wordt gescreened, maar wel nog steeds mogelijk in Centraal-Afrika), via homosexuele contacten, via heterosexuele contacten met (nog zeer zelden) besmette vrouwen en via vuile drugsspuit-naalden. Bloed van vreemden moet met handschoenen opgeruimd worden (het virus kan niet door een intacte huid dringen, maar wel via wondjes). Het gewone sociale verkeer (kussen, zelfde bestek en toilet) levert absoluut geen gevaar op.

Preventie
We komen nu toe aan de vraag hoe verspreiding voorkomen kan worden, temeer daar er geen geneesmiddel bestaat. De veiligste en absoluut betrouwbare manier om het virus niet op te lopen, is trouw aan één sexuele partner.
In overige gevallen biedt het condoom bescherming, hoewel de medische wetenschap nog niet de vraag heeft beantwoord of deze bescherming 100% is.
Tenslotte moet vermeld worden dat vaccinatie nog lang niet mogelijk is, daar het virus van 'jasje' kan veranderen, en dat alom de mening heerst, dat algemene screening geen soelaas zal bieden.

Samenvatting
We hebben gezien dat het AIDS-virus te werk gaat als een groepje criminelen, die de wachtposten van een kazerne overvallen, de wapens afhandig maken en verder niets doen, zodat allerlei ander gespuis de kazerne zonder enige weerstand kan betreden of plunderen.
In het sociale verkeer hoeft men niet bang te zijn voor besmetting, terwijl bloed en sperma de twee belangrijkste bronnen van besmetting zijn. Daar er geen geneesmiddel bestaat, zal preventie de nadruk moeten krijgen.

Slotbeschouwing
Tot slot wil ik nog één ethische opmerking plaatsen. Voordat vragen beantwoord worden zoals of AIDS een oordeel van God of meer dan een ziekte is, moet duidelijk gemaakt worden, dat wij (u en ik) een veel groter zonde begaan hebben dan die van de homosexualiteit: wij hebben op de troon van onze Schepper willen zitten. Dan wordt het een wonder dat wij nog geen ziekte als AIDS hebben opgelopen. Alleen zo zijn we geloofwaardig voor onze post-christelijke samenleving.

B. van Kooten, Maartensdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Bezinning op Aids (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's