De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedenkwaardig heden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedenkwaardig heden

1987-1988

11 minuten leestijd

Bij de beschrijving van Gods scheppingswerken in Genesis 1 wordt ons gezegd dat op de vierde dag de hemellichamen geschapen werden. God zei dat zij zouden zijn tot tekenen en tot gezette tijden en tot dagen en jaren. Zo hebben vanaf de schepping de dagen en de maanden en de jaren elkaar in Gods voorzienig bestel in ononderbroken ritme opgevolgd. Als de Prediker zegt dat er niets nieuws onder de zon is dan geldt dat in ieder geval van de opeenvolging der jaren. En zo staan we al weer aan het eind van een jaar. Langzaam maar zeker schuiven we op naar het jaar 2000. Wie van ons kan zich voorstellen dit jaar te beleven? Maar wie houdt er rekening mee dat, vóór dat de klok van dat jaar slaat, de laatste seconde van de wereldgechiedenis heeft geslagen? Dat Christus weerkomt om te oordelen de levenden en de doden?
In Parijs staat voor een naar Pompidou genoemd modern museum een grote secondenteller. Die telt af tot het jaar 2000. Dan moet deze op nul springen. Dat aantal seconden kan berekend worden. Het is op dit moment nog een getal van negen cijfers. Maar van de tijd en de ure dat de geschiedenis van mens en wereld een einde neemt, en dus die teller op nul springt, weet niemand.


Wanneer mensen in een bepaald jaar ernstige verliezen leden blijft zo'n jaar intussen diep ingegrift in het geheugen. Dan blijft de tijd als het ware even stil staan, bij dát jaar en dié maand en dié dag en dát uur.
We zijn gewend om aan het eind van het jaar de predikanten te noemen die ons ontvielen. Het waren dit jaar onder ons de predikanten W. Dankers, J. D. van Hof, R. C. van Putten en J. C. Terlouw. Maar ook ouderlingen en diakenen werden door de dood weggenomen. En verder waren er dit jaar ook de leden van de gemeenten, soms ook betrokken in het bredere kerkelijke werk, die de weg van alle vlees gingen. Wanneer mensen die wijs waren in het Woord, bidders in de gemeente, moeders in Israël wegvielen wordt dat ook in de gemeente als wezenlijk verlies ervaren. Zal er een nieuwe generatie zijn die die fakkel overneemt?
We mogen echter ook de zegeningen tellen. Er waren jubilea. Er diende zich nieuw leven aan. Terwijl predikanten wegvielen traden anderen aan en werden bevestigd in hun eerste gemeente. Het is ongetwijfeld een zorg voor de candidaten, die met hun studie gereedkomen, of ze (spoedig) een plaats zullen krijgen in de wijngaard des Heeren. Anderzijds mogen we Gods bewarende hand over Zijn kerk en gemeente opmerken, dat Hij doorgaat om jonge mensen te roepen en te bekwamen tot Zijn dienst. Terwijl de tijden 'ongunstig' zijn – én vanwege de ontkerstening én vanwege het gebrek aan vacatures – geeft de Heere het toch aan jonge mensen in het hart om Hem te dienen in het Woord. Dan zal het ons als gemeenten een zorg zijn hoe en waar ze dienen mogen. In de wetenschap overigens dat ze onder Gods zorg vallen. Hij die roept is getrouw.

De wereld om ons heen
De wereld, waarin wij leven, werd tot heden ook bewaard in de Hand van Hem, die de Schepper en Onderhouder van alle leven is. Intussen is dit jaar weer gebleken dat het waar is wat de Schrift zegt, namelijk dat er in het laatst van de dagen sprake zal zijn van oorlogen, geruchten van oorlogen en rampen. We staan verbijsterd en zijn vaak verstomd als we het leed van de wereld op ons laten inwerken. De brandhaarden in het Midden Oosten, de droogte en de honger in Afrika (met daarbij nog vaak een wanbeleid van regeringen die 'over lijken' gaan), scheepsrampen als die van de Herald of Free Enterprise in Zeebrugge of recent op de Filippijnen. Kapingen en terreur.
In welk een wereld leven we als we alleen al denken aan de nu al zoveel dagen durende ontvoering van Gerrit Jan Heyn, met daarbij de voor de familie angstige vraag of hij nog wel leeft.
In de gemeente des Heeren mag er, juist ook wanneer zich noodsituaties in de wereld voordoen, de voorbede zijn. Die was er ook in het afgelopen jaar. Die was er ook voor de overheid in het bizonder en de politici in het algemeen, naar bijbelse opdracht.
Aan het einde van het voorbije jaar ging ook oud-premier Den Uyl de weg van alle vlees. Het is hier niet de plaats om op zijn politieke betekenis in positieve en negatieve zin in te gaan. Hij was een tot het eind toe gedreven socialistisch politicus, die het politieke ambacht ook trouw bleef toen hij 'terug' moest naar de kamerbankjes. Intussen blijft hij ook in de herinnering als iemand, die bewust afrekenende met het van de vaderen ovegeleverde geloof. Hij gaf telkens publiek rekenschap van het breken met met dat geloof. Als zodanig was hij symbool van een bewust afhakende generatie. Daarom kunnen we de kwalificatie van Trouw bij dit verscheiden, namelijk 'de gedachtenis van de rechtvaardige zal tot zegen zijn', niet meemaken. Dit is misbruik maken van een Schriftwoord. Die rechtvaardige is immers ook de Godvrezende.
Dit alles laat echter onverlet dat er ook de afgelopen maanden en de afgelopen dagen in déze situatie de voorbede in de gemeente


We mogen ook stil staan bij tekenen van hóóp in de wereld. Hoe ook de Glasnost-politiek van Gorbatsjow moet worden gewaardeerd – en pas op langere termijn zal dat mogelijk zijn – een feit is dat tal van gevangenen in Rusland de vruchten mochten plukken van een nieuwe koers en tal van joden de mogelijkheid kregen naar hun land terug te keren.
En was tengevolge van de 'nieuwe koers' ook het ontwapeningsoverleg. Allerwegen is gesproken over de show van de twee wereldleiders. Maar anderzijds mag toch gezegd worden dat er méér reden is om te danken voor het feit, dat door dit overleg het kernwapenarsenaal in de wereld met ongeveer 5 procent zal verminderen dan wanneer de bewapeningsspiraal nog verder toeneemt. Mogen we dan niet danken voor tekenen als wolkjes van eens mans hand? Ook de kerk kan en mag toch in deze niet fatalistisch zijn, zo in de zin van: het moet tóch allemaal op een eind lopen? De demonie van de bewapeningsspiraal kan toch ook door Gods goedheid nog worden gekeerd?

De kerk in de wereld
Bij alle zorgen, die we (mogen) hebben voor wat zich in de wereld voltrekt, mag de grootste zorg wel zijn dat de kerk een steeds minder in tel zijnde grootheid wordt in eigen samenleving. Weliswaar wordt in andere delen van de wereld gewag gemaakt van onstuimige groei, maar daar waar de kerk tot aan de laatste resten schijnt te worden teruggebracht, ligt de bange vraag voor de hand of de Heere bezig is de kandelaar te verplaatsen.
Recent heeft de evangelist Ben Hoekendijk – de man van 'de evangelisch charismatische beweging' – 'voorspeld' dat het binnen tien jaar met de kerken gedaan zal zijn. Zulk een taal achten wij verwaten, niet opkomend ootmoed, uit het besef dat er een Godsoordeel over ons héle christelijke westen zou kunnen liggen. De 'eigen' beweging wordt namelijk als triumfantelijk gegeven tegenover de leegloop der kerken gesteld. Het is overigens gezegd door iemand die dáár, waar de oude psalmen Israëls worden gezongen, niet meezingt. Alsof er heil te verwachten is wanneer we zo de kerk tot in haar oud-testamentische wortel toe prijs geven. God heeft de eeuwen door Zijn kerk bewaard, terwijl juist bewegingen met veel vuur vaak een korte tijd beschoren waren.
Ook vandaag geldt daarom onverminderd het woord 'Predik het woord, houd aan tijdig en ontijdig', met de bede 'bewaar en vermeerder Uw kerk'. Ook vandaag staan – als gezegd – jonge mensen tot de Dienst aangetreden. Ook vandaag worden nieuwe ambtsdragers bevestigd. We roepen hen welkom toe in de strijd, zo goed als ook de jonge mensen, die belijdenis des geloofs willen afleggen. Laten we niet vergeten dat vaak alleen de negatieve dingen, ook van kerk en gemeente, in de krant komen. Terwijl er wekelijks nog sprake was en is van de zegen van de Woordbediening, waar de gemeente samengeroepen wordt en waar ook liefde en gemeenschap soms heel kennelijk en daadwerkelijk aanwezig zijn. Er zijn Goddank nog vele goede dingen in Juda.
Ook in eigen kring zijn we intussen bepaaldelijk niet vrij van zorg. De verschijnselen van onze tijd gaan aan geen enkele kring voorbij. Anderzijds mocht er sprake zijn van eenjaarvergadering en een ambtsdragersvergadering, waarin we samen en eenparig, onder de staf 'liefelijkheid en saambinding' (naar het openingswoord van ds. C. van den Bergh op de jaarvergadering) aanwezig waren. We zijn ons echter wel terdege bewust van het feit dat het 'eenvoudiger' is om samen ergens tégen te zijn – b.v. Samen op Weg – dan om vandaag samen de weg positief voor ons te zien als het er om gaat hoe we ook als hervormd gereformeerden de weg zullen gaan in de wirwar van vragen en het beweeg van onze tijd. Op de komende predikantenvergadering zullen we er aandacht aan geven. Al lossen vergaderingen nooit echt problemen op, ze kunnen wel als stimulans dienen om richting te kiezen.


Van week tot week hebben we ook geprobeerd met vallen en opstaan met ons blad een opbouwende functie te hebben voor het persoonlijk leven en voor gemeente en kerk. Het zal een aangelegen punt zijn om de fakkel, die de ouderen uit handen moeten geven, in de handen van jongeren over te dragen. Opdat de estafetteloop van de geslachten blijve, ook in wat de vaderen bedoeld hebben met de plaats en de taak van de Gereformeerde Bond in het geheel van de vaderlandse kerk. We mogen ook hier een dringend appèl op de lezers doen om ons blad in handen te geven van mensen, die bij de inhoud van ons blad gebaat kunnen zijn. Overdracht van waarden vindt toch ook plaats door het geschrevene. Historisch besef, leven uit wat de vaderen geloofden en bedoelden is onmisbaar.
De kerkbladen ondervinden zeker in onze tijd geduchte concurrentie van niet kerkelijk gebonden media, van dag of weekbladen, die zich ook geducht bezig houden met het kerkelijke gebeuren en dan soms eerder verdelend dan bindend werken. We zullen toch ook als hervormd gereformeerden onze informatie uit de eerste hand willen hebben en de voorlichting en toerusting niet prijs mogen geven aan voorlichters die lang niet altijd 'van ons' zijn. Een pleidooi voor eigen organen is vandaag niet overbodig. We zijn de medewerkers van ons blad dan ook dankbaar voor hun geestelijke investering in ons blad.

De Godsvraag
In een jaaroverzicht van 'Kerknieuws' sprak ds. B. Wallet (assessor-primus van de hervormde synode) uitdrukkelijk over de noodzakelijke bezinning op het eigenlijke geheim in de gemeente des Heeren. Daar wil ik dit laatste artikel in het nu voorbije jaar ook mee afsluiten. Als we zeggen gemeente des Heeren, dan ligt de nadruk al op het laatste: 'des Heeren'. De kerk is des Heeren. De kerk zal dan ook de Naam van haar Heere en Meester, haar God en Koning uitroepen en uitzeggen.
We zullen ook vandaag zeggen dat het niet genoeg is als we ons verontrusten over vele dingen. Eén ding is nodig. Martha was druk in de weer maar Maria zat aan de voeten van Jezus. In de kerk zal de bazuin aan de mond gezet worden om Gods daden uit te zeggen, om Gods Naam te proclameren, om uit te zeggen dat onze God een toevlucht is voor de zijnen.
Het is met name prof. dr. H. Berkhof geweest, die het afgelopen jaar herhaaldelijk heeft gezegd dat de kerk de vraag naar God weer volle prioriteit moet geven. Op zich mogen hier best vragen worden gesteld. Hebben niet allerlei theologen in alle toonaarden de afgelopen tientallen jaren de secularisatie positief gewaardeerd en behoorde Berkhof ook niet onder d(i)e profeten? In de 'Gedachtenwisseling' met ds. G. Boer in de vijftiger jaren zei hij dat bij hem (en anderen) meer de vraag of God bestond centraal stond dan de vraag 'hoe krijg ik een genadig God'. Maar wat heeft de mens nut van een positief antwoord op de vraag of God bestaat als hij niet tevens weet dat die God ook in Christus zijn God en Vader wil zijn? God heeft zich toch juist in Jezus Christus geopenbaard?
Anderzijds is het verheugend dat Berkhof nu de vraag naar God weer duidelijk stelt. Men kan in gemoede echter vragen wat de kerk nog is als zij God niet predikt, niet ambassadeur is van Godswege. Dan is ze niet meer dan een maatschappij tot nut van het algemeen.


We gaan het nieuwe jaar in – of we het geloven of niet – met de belofte dat God met Zijn kerk zal zijn tot aan het einde der wereld. Hij zal niet zonder Zijn kerk zijn.
Een kerk, die het zonder Hem kan stellen. Zijn Naam niet uitroept en de verborgen omgang met Hem niet aanprijst is geen kerk meer.
God heeft Zich geopenbaard in Zijn Woord.
Hij heeft zich geopenbaard in de komst van Christus.
Hij openbaart zich telkens opnieuw aan mensen door Zijn Woord en door Zijn Geest.
Zo wijkt het duister van de Godsverduistering. Door Godsopenbaring.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Gedenkwaardig heden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's