Riolen
In de ruim dertig jaar dat ik in Lexmond woon, is er niet veel aan het dorp veranderd. Toen ik als kind naar school liep kwam ik door dezelfde dorpsstraat, langs de kerk, de twee cafe's. De scheve huisjes die tegen de Lekdijk aangebouwd zijn staan er bijna allemaal nog. Er wonen nog mensen in. In de loop der jaren is de plaats wel wat uitgebreid, maar de totaalindruk van het dorp is hetzelfde gebleven. Als er wat verandert, dan gaat dat geleidelijk en bijna ongemerkt.
Een tijdje geleden liep ik langs het huis waar ik de eerste jaren van mijn leven gewoond heb. Meestal loop ik er zonder nadenken voorbij, maar die keer kwam mij van alles in gedachten uit die jaren. Er werd als het ware een oude dia over het moderne plaatje heen geprojecteerd. Met de buurjongens aan de rand van de sloot, kijken hoe dicht je bij het water kon komen zonder dat je erin gleed. Ineens realiseerde ik me, dat op het moderne plaatje de sloot verdwenen was. Waar de sloot liep ligt nu een trottoir. Vroeger kwam de afvoer van de huizen regelrecht in de sloten terecht, en bij heet weer rook je dat! Tegenwoordig komt de afvoer uit in het buizensysteem van de riolering. Het vuil wordt nu onzichtbaar afgevoerd, en reukloos vooral! Waarheen precies weet ik niet.
Natuurlijk hebben hier hygiënische overwegingen een rol gespeeld. Ik hoef de sloten niet terug. Maar er speelt ook een ander motief mee. Het vuil en afval dat het menselijk leven oplevert moet verborgen blijven. Dat is een zeer diepliggend motief. Het is ook het motief dat ligt achter de verschillende namen waarmee het toilet mee wordt aangeduid. Denk aan het woord 'naar achteren' of het woord 'heimelijkheid' dat je vindt in de Statenvertaling van de Bijbel (Matth. 15 : 17). Zulke aanduidingen wijzen op een taboe rond het toilet. Daar gebeuren dingen waar niet over gepraat wordt. Het riool is iets noodzakelijks, omdat er nu eenmaal voortdurend afval geproduceerd wordt. Maar het wordt geloosd via geheime buizen, die verborgen blijven onder een keurig trottoir. Niet over praten.
Van de verwijzing naar het Nederlands van de oude Statenvertaling kom ik tot de tekst zelf. Het gaat om enkele woorden van Jezus: 'Al wat de mond ingaat komt in de buik terecht, en het wordt in de heimelijkheid uitgeworpen(-(Matth. 15 : 17). Hij is hier in gesprek over de gewoonte van de strenge Joden om voor het eten hun handen te wassen, een gewone hygiënische handeling. Maar die handeling werd door hen in de taboe-sfeer getrokken, een religieus geladen angst voor onreinheid. Jezus brengt de zaak weer tot gewone proporties terug als Hij zegt: 'Het eten met ongewassen handen maakt de mens niet onrein' (vs. 20). Met deze woorden raakt Hij een angst die zeer diep zit.
Op een zondagmorgen reed ik in de auto terug naar huis. Ik had die ochtend in de militaire gevangenis te Nieuwersluis doorgebracht. Wat gepraat met de mensen die daar gedetineerd waren, in groepsverband, ook in persoonlijke gesprekken. Ik genoot van de terugweg. De zon scheen over de Vecht. Ik dacht nog wat na over wat ik gehoord had. Ineens bleven er enkele zinnen hangen, die ik niet meer kwijtraakte: 'Als je vader een inbreker is en je moeder verdient haar brood op haar rug, dan kom je vanzelf hier terecht'.
Ik reed vrolijk mijn eigen wereld in. De wereld waarin ik mijn keurige weggetje had bewandeld, over een geplaveid trottoir. Maar, realiseerde ik me, onder die wereld loopt een riool. Daar komt het onvermijdelijke afval in terecht. Maar dat is wel het afval dat uit mijn wereld loopt, dacht ik. Ik ben niet gauw overmand door mijn emoties. Maar op dat moment maakte zich een machteloze woede van mij meester: 'God, moet dat nou zo?' Zelfs tranen als ik dacht aan die woorden: 'Dan kom je vanzelf hier'…
Waarom rijd ik hier langs de zonnige wegen, en waarom blijven zij daar? De wereld zag er anders uit dan toen ik die morgen op weg gegaan was.
De gevangenis is ook iets, waar niet over gepraat wordt. Het gevangeniswezen is in de loop der tijden gemoderniseerd, net als het straatbeeld van Lexmond. 'Een gevangenis, dat is tegenwoordig net een vakantieoord', hoor je nogal eens. Zo'n opmerking verraadt niet alleen onkunde, er klinkt ook iets van die oude angst in door. Die diepliggende angst voor het afval dat de menselijke samenleving oplevert.
Tenslotte raakt Jezus de kern van de zaak als Hij zegt dat de dingen die uit het hárt voortkomen de mens onrein maken (vs. 18). Het hart, daar waar je diepste drijfveren liggen, dat is de stinkende put waar je eens in moet kijken. 'Want', zegt Jezus, 'uit het hart komt het vandaan: boze overleggingen, moorden, daden van overspel en hoererij, diefstallen, leugenachtige getuigenissen, lasteringen' (vs. 19). Met al hun angst voor onreinheid hadden de strenge Joden nog niet in die put durven kijken. Wie wél als het erop aankomt?…
Enkele eeuwen geleden vonden executies plaats in het openbaar. Dat volksvermaak hoeft voor mij niet terug te komen. Maar in ieder geval kon je toen die kant van de samenleving niet ontlopen. Er is een verhaal in omloop over de arts Boerhave die in het begin van de 18e eeuw in Leiden medicijnen doceerde. Als iedereen op de been kwam om de executies te zien op de dagen dat men in het openbaar 'Justitie hield', zoals dat heette, dan bleef Boerhave in zijn huis en sloot de luiken. Hij kon er geen vermaak in zien als iemand opgehangen werd. Hij had er zelf ook kunnen hangen, zei hij. Hij had een blik in die put geslagen…
De tijden zijn veranderd. Wij hebben – gelukkig! – geleerd beschaafder met mensen om te gaan. Als je in de Nederlandse samenleving bent opgegroeid kijk je vreemd aan tegen de wreedheid van de rechtspleging in vroeger eeuwen. Je bent verontwaardigd over wat je hoort uit andere streken van de wereld. Foltering, openbare executies. Daar zijn wij overheen, denk je dan. Ik hoop het. Intussen wordt er wel bezuinigd op de Geestelijke Verzorging in de Inrichtingen van Justitie. En dat is een veeg teken.
In de gevangenis, dat betekent veroordeeld, afgeschreven door de hele maatschappij. In zo'n situatie is het goed om iemand te ontmoeten die weet wat het betekent: 'Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt' (Matth. 7 : 1). Iemand die in de diepste put heeft durven kijken. Jezus is deze weg voorgegaan. Hij – de onschuldige – is geëxecuteerd tussen twee misdadigers.
Een gevangene ontmoeten. Dat leer je niet zomaar in een beschaafde samenleving, waar de riolen onder het trottoir verborgen blijven. Dat leer je van Hem!
ds. J. van Eck jr.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1987
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's