Bezinning op Aids (3)
De ziekte aids vraagt om preventie, om hulpverlening, om menselijke bewogenheid en pastorale nabijheid. Daarnaast vraagt deze ziekte om diepgaande bezinning. Daarbij moeten we zeer op onze hoede zijn voor het trekken van voorbarige conclusies.
In het vorige artikel schreef drs. B. van Kooten dat als wij oog hebben voor onze oerzonde, de opstand tegen God, het een wonder voor ons wordt dat wij nog geen ziekte als aids hebben opgelopen. Bepaald dus niet een soort beloning voor goed gedrag of een aanleiding om vanuit de hoogte neer te zien op 'die homo's' of 'die drugsspuiters'…
Startpunt van de bezinning moet zijn het inzicht dat wij zondaars voor God zijn, die naar Zijn rechtvaardig oordeel tijdelijke en eeuwige straffen verdiend hebben. Tot die tijdelijke straffen behoren ook de ziekten. Ziekten zouden er niet zijn wanneer de zondeval er niet was geweest. Bijbels gezien is er dus een duidelijk verband tussen zonde en ziekte of breder gesteld: tussen zonde en het lijden in al zijn verschijningsvormen. Op de bodem van alle vragen ligt der wereld zondeschuld. Waren er geen zonden, dan waren er geen wonderen. Dat zijn heel bekende, soms zelfs wat afgesleten zegswijzen. Maar er ligt een diepe waarheid in!
Wie deze samenhang ontkent, vindt het natuurlijk onzin om enig verband te leggen tussen de ziekte aids en zonde of tussen aids en Gods oordeel.
Wie die bijbelse verbanden erkent, ziet om te beginnen de ziekte aids niet anders dan iedere andere ziekte, of het nu gaat om een verkoudheid of om kanker en alles wat daar aan meer of minder ernstige kwalen tussen ligt. Maar dat betekent ook dat de aids-patiënt niet in een uitzonderingspositie gemanoeuvreerd mag worden. Hij of zij is patiënt net zoals alle andere patiënten. En zoals van alle lijden geldt dat het van Gods wege ook een positieve bedoeling heeft, een 'waartoe' dat door mensen in de weg van gebedsworsteling kan worden ontdekt, zo is ook aids niet slechts als een oordeel, een straf te benoemen, maar in één adem ook als een kastijding of beproeving, een appèl tot bekering, een oproep tot bezinning.
Wanneer wij aan deze inzet vasthouden, vervallen wij niet in de ernstige fout om lijders aan aids als zondaars bij uitstek aan te wijzen, ook niet wanneer deze hun ziekte door een bepaald levensgedrag dat vanuit de Schrift moet worden afgewezen hebben opgelopen.
Wie de stelling poneert 'God straft zondaars met aids' geeft daarmee slechts blijk van een ontstellend gebrek aan zelfkennis. Wie enigszins beseft wat wij de Heere dagelijks aandoen door onze zonden in gedachten, woorden en werken (ook al zijn wij dan nog zo beschaafde, fatsoenlijke, kerkelijk meelevende mensen) is daarmee van zo'n farizeïstische houding genezen.
Risicovol gedrag
In tweede instantie is vervolgens te stellen dat aids als ziekte behoort tot die categorie van ziekten die men kan oplopen door risicovol gedrag. Wie te veel en te vet eet en daarbij een zittend leven leidt, heeft het in zekere zin aan zichzelf te wijten dat hij of zij een hart- of vaatziekte oploopt. De kettingroker die longkanker krijgt zal moeten erkennen dat deze ziekte samenhang vertoont met zijn gulzig consumeren van die bepaalde genotmiddelen. Wie een geslachtsziekte oploopt, heeft dit te wijten aan de sexuele vrijheden die hij zich veroorloofd heeft. Hetzelfde geldt nu ook voor aids. We kunnen daaraan de algemene conclusie verbinden dat we zorgvuldig met ons lichaam dienen om te gaan. Wanneer we het respect voor ons eigen lichaam en dat van anderen verliezen, zal ons dat opbreken. Voor roofbouw op en verwaarlozing van het lichaam wordt een hoge prijs betaald. Vanuit christelijk gezichtspunt is hieraan toe te voegen dat mensen niet straffeloos Gods geboden kunnen overtreden. Die geboden zijn immers ten goede van de mens. Gehoorzaamheid aan Gods onderwijzing dient ons welzijn. Wie het vierde gebod niet respecteert door zichzelf af te beulen, het zesde gebod veronachtzaamt door eigen leven moedwillig in gevaar te brengen of het zevende gebod miskent door de band tussen trouw en sexuele lustbeleving door te snijden, die zal aan den lijve ondervinden dat deze levenshouding een dwaze keus is.
Wanneer nu een lijder aan één van de genoemde ziekten tot inkeer en bezinning komt voor Gods aangezicht, dan staat daarbij niet voorop dat God hem die ziekte als straf heeft gestuurd. Neen, dan zegt die persoon: deze ziekte heb ik aan mijzelf te wijten, maar het is Gods goedheid dat ik nog leef. En achteraf zie ik de goedheid van Zijn gebod, niet gegeven als een knellend keurslijf om de mens te plagen en te knechten, maar als een oriëntatie om de weg van het gezegende leven niet kwijt te raken!
Eindtijd
Er is nog een derde aspect en dat lijkt mij het meest specifiek voor de ziekte aids. We hebben in eerste instantie gezegd: aids is een ziekte als iedere andere ziekte. In tweede instantie: in vele gevallen is er een direkte samenhang tussen deze ziekte en een bepaald levensgedrag. Daardoor hoort aids thuis in een rij kwalen die, althans in onze westerse cultuur, samenhangt met welvaart, gulzigheid, ongeremde genotzucht. Maar in de derde plaats is aids een nieuwe ziekte die zeer ernstig van karakter is, snel om zich heen grijpt en tot nog toe ongeneeslijk is. En dat in een tijd waarin de medische kennis en kunde zulke enorme vorderingen hebben gemaakt. Er is gesteld dat op medisch terrein het tijdperk van de onmacht heeft plaatsgemaakt voor dat van de medische macht. Nu wordt de mensheid door een nieuwe ziekte bepaald bij de menselijke en dan ook medische onmacht. In het bijbelboek Openbaring, lezen we dat zich in de eindtijd pestilentieën, ernstige ziekten van epidemische aard zullen voordoen. Ook de Heere Jezus Zelf heeft dit aangegeven (Openb. 16; Mt. 24 : 7).
Is het optreden van aids niet een voorbeeld hiervan en zo een teken van het oordeel Gods over een ten ondergang neigende wereld? Zo bezien is aids inderdaad een signaal dat wij met heel de culturele ontwikkeling op de verkeerde weg zijn, een alarmerend teken.
Enerzijds wordt dit signaal miskend door hen die op aids niet anders weten te reageren dan door op te wekken tot 'veilig vrijen' door middel van condoom-gebruik.
Anderzijds wordt dit signaal misduid door hen die een 'kortsluiting-redenering' volgen: aids zou dan een straf van God zijn voor homo's, heroïneprostituées en hun cliëntele en druggebruikers. Zo komen we er al te gemakkelijk van af!
Aids wil een signaal zijn dat onze Babelcultuur door en door voos is: ons al dan niet 'fatsoenlijk' leven voor genot, ons buigen voor de heilige koe van de welvaart, het onrecht dat wij met elkaar plegen en in stand houden ten aanzien van de derde wereld, het over de hele linie met voeten treden van Gods heilzame verordeningen. Daarom hebben we ons gezamenlijk te verootmoedigen gelet op aids als een teken van Gods oordeel over een ontspoorde cultuur. Met de vinger wijzen naar bepaalde groepen mensen is misplaatst. Wij moeten juist binnen de kerken beginnen met onszelf te beschuldigen en te verootmoedigen. We moeten de signaalfunctie van aids niet versmallen tot een opwekking tot trouw in relaties. Dit is één onderdeel en wel een wezenlijk onderdeel, maar er is meer. Wie zich onthoudt van buitenechtelijke heterosexuele en van alle homosexuele praktijken, mag de signaalfunctie van aids niet als irrelevant voor zichzelf beschouwen. Aids stelt een levensgroot vraagteken bij onze droom van menselijke macht, bij ons collectief egoïsme, bij onze gulzigheid in het consumeren van wat het leven hier en nu ons te bieden heeft.
Vanuit dit inzicht komt hulpverlening in pastorale nabijheid spontaan op gang. Het afschuwelijke misverstand dat de kerk een Jona-houding zou innemen (op een heuvel van zelfingenomenheid het oordeel van 'die goddelozen' in ogenschouw nemend), wordt dan weggenomen.
Onnodig te zeggen dat het bovenstaande slechts in alle voorlopigheid is genoteerd. Wie denkt mee?
J. Hoek, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's