De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het toevluchtnemend geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het toevluchtnemend geloof

8 minuten leestijd

Toepassing
Het was in de oude tijden onder de predikanten wel gewoon de toepassing van de preek in drieën te verdelen. Men sprak een woord tot de onbekeerden, men sprak een woord tot de wel verzekerde kinderen Gods en ook ontbrak nimmer een woord tot diegenen, die men eigenlijk noch tot de eerste categorie kon achten te behoren, noch tot de tweede. Aldra werd deze derde categorie vereenzelvigd met de bekommerden. Zelfs een welsprekend man als Van Oosterzee, die in de vorige eeuw duizenden om zijn kansel zag verdringen, houdt in zijn catechismuspreken er telkens rekening mee dat het mensenhart onderscheiden is ten opzichte van het Evangelie der genade Gods. Kijken wij nog eens naar zijn catechismuspreek over Zondag 33 – intussen meesterlijk opgebouwd – dan spreekt hij allereerst aan degenen die de weg der bekering ontwijken. In den brede ontrafelt hij de fijnste vezelen van allen die zich tegen God verzetten. Het is echt de moeite waard om zo'n oude prediker nog eens te volgen in zijn speurtocht om al de verontschuldigingen hun kracht te ontnemen. Nu ja, de taal is wel verouderd, er is ook nog wel iets van een rhetorische galm in – maar wie is nu niet kind van zijn tijd? Wij behoeven de stijl niet na te volgen om toch de methode te bewonderen.
Daarnaast vindt u in deze preek een vermaning tot hen, die het aanvankelijk een lust werd de weg naar bekering te betreden. Ook in dit deel toont Van Oosterzee deskundig te zijn in de beginselen van het nieuwe leven der genade. Hij wijst erop, dat wij bovenal moeten staan naar dieper ootmoed, naarmate wij meer begenadigd zijn. Naar dieper afkeer van de zonde, naarmate het ons meer heeft gekost met ons zondig verleden te breken. Ja, menig bekeerde heeft nodig zich opnieuw te bekeren, ook van zijn zogenaamde bekering. Maar waar het ons nu op aankomt is dit: Van Oosterzee richt zich óók tot hen, die in stilte heilbegerig beginnen de weg der bekering te zoeken. Zijn wij smachtend naar leven uit God, dan is dat reeds een eerste lichtstraal van boven in de donkere nacht van ons hart. Een onbedrieglijk onderpand, dat God geen lust heeft in onze dood, maar in onze bekering en eeuwig behoud. Bijzonder teer wekt de prediker deze mensen om niet te wanhopen aan Gods genade, maar te weten: Hij die roept om te komen, geeft ook kracht om te gaan.

Verstarring
Nu is het een prediker als Van Oosterzee wel toevertrouwd om deze drieslag zeer onderscheiden aan de gemeente voor te dragen. Voorzover wij van zijn preken kennis hebben kunnen nemen bespeelt hij zijn instrument meesterlijk. Van preek tot preek wisselt hij de benadering van de gemeente. Nu eens ontmaskert hij dit excuus, dan weer spoort hij aan zich van valse beweegredenen te ontdoen. Maar niet alle predikers hebben dezelfde gaven gehad als hij. U gelooft wel met ons dat het gevaar voor de deur lag op dit punt in een dorre systematiek te geraken. Wij weten althans wel van gemeenten, waar deze driesprong door vele predikers jaar op jaar, menigmaal met dezelfde woorden, is herhaald. Men wist van tevoren wat er kwam. En – het laat zich denken dat de hoorders in stil antwoord op de stem van de kansel het geschut reeds in gereedheid brachten om zich af te weren.
Het gaat er ons niet om iets kwaads van deze methodiek te zeggen. Theologisch is het waar, maar psychologisch ligt het terrein veel breder. Kent niet de waarachtig bekeerde telkens ook veel onbekeerlijkheid in zichzelf? Weet u wat er in de gemeente als reactie op de onvermijdelijke drieslag gebeurde? Natuurlijk; bekeerd zich te achten, dat was maar voor enkelingen weggelegd. De grote massa miste de gave zich aan het Woord te onderzoeken. Dus bleef dit deel van de toepassing maar een Woord tot enkelen gericht. Verreweg de meeste gemeenteleden durfden zich niet onder de categorie bekeerden te rekenen. Aan de andere kant zich tot de onbekeerden te voegen, dat doet het arglistig menselijk hart evenmin.
Nu ja, men zegt het in de gemeente wel gauw, ik ben maar een onbekeerd mens, maar de laatste consequentie daarvan te trekken, verloren zich te weten, dat doet men evenmin.

Bekommerden
Dan is er één schuilhoek over, namelijk zich te begeven naar de bekommerden. Wij bedoelen met deze benaming vooreerst een groep van mensen die ernstig denken over de eeuwige dingen. Men kan ze waarlijk niet rangschikken onder de oppervlakkige zielen, maar bij diepere blik op hun doen en laten komt toch enig onbehagen over ons. Jaar in, jaar uit blijft hun zielehouding dezelfde. Spreekt men met zodanigen, ze verzekeren zeer dringend, dat ze genade begeren te ontvangen. In hun gang en blik is een zekere gedempte toon te bespeuren. Ze voegen zich naar gedegen leraars, ze stellen zich onder samenkomsten waar men begaan is met de nood van kerk en volk. En toch, bij dieper graven kan men er niet omheen bij hen de uiterlijkheid van de godsdienstige mens, zonder meer te ontdekken.
Zij begeren genade te ontvangen. Het is wèl, maar niet iedere begeerte naar genade is zaligmakend. Deze begeerte kan voortkomen uit vrees voor straf op de zonde. Als u zo gelukkig bent, dat u de toorn Gods tegen de zonde wordt gepredikt, is het geen wonder, dat u eens gaat nadenken en gaat begeren genade te ontvangen om de welverdiende straf te ontgaan. Let er wel op niet in pure algemeenheden te blijven hangen. Anderen zeggen, dat zij gevoelens van liefde jegens God en Christus in hun hart gevoelen. Ze hebben wel betrekking op Gods grootheid. Wij antwoorden dat er grote overeenkomst is tussen de algemene en zaligmakende genade. Denk maar eens aan Farao. Hij rechtvaardigde God. Denk ook eens aan Saul: hij weende na zijn zonde. Denk ook maar eens aan de Joden: zij vereerden Jezus en riepen 'Hosanna'! Ook onbekeerde mensen hebben soms oppervlakkige, maar zeer gevoelvolle ontdekkingen van God en Christus en zijn daardoor soms zeer aangedaan. Met één woord, er is in de bekommering soms een houding te ontdekken om de wille van de houding zelf, terwijl er in de diepte geen oprechte verbrokenheid is vanwege schuld en zonde.

Schijnbekommering
De onzekerheid over onze staat komt niet voort uit het te laag aanslaan van de mens, zoals het lijkt, maar uit te hoge waardering van de mens, die in zonden en misdaden dood, totaal dood is. De mens kan niet, wat God welgevallig is. Als iemand zegt: ik zou graag bekeerd zijn, ik zou graag in Jezus geloven, is dat alleen maar schromelijke hoogmoed. Die mens is een vijand van God, van Christus en van vrije genade. De genade zien wij veel te weinig als vrijspraak Gods. Veel meer als iets, dat wij krijgen, dat wij bezitten, dat in ons wordt ingestort. Wij weten er zo weinig van, dat de zondaar, totaal schuldig en geheel verloren, uit loutere genade van die God, tegen wie hij gezondigd heeft, vrijspraak ontvangt. Gebrek aan ontdekking van onze verloren staat en gebrek aan kennis der goddelijke genade, riep de schijnbekommering in aanzijn. Daar komt het mensen type op, dat aan de buitenkant ernstige gedachten koestert over de eeuwige dingen, maar dat naar de binnenkant nooit eens omgevallen is met zichzelf.
Ja, dat heimelijk nog wat zich laat voorstaan op deze serieuze zin.
Wij noemden dezulken zoeven schijnbekommerden. Voor de enige troost zijn ze niet vatbaar, omdat ze niet in bijbelse zin, echt verslagen zijn. Omdat ze niet alle vertrouwen in zichzelf verloren hebben. Als zij werkelijk doorboord waren in het hart, verslagen en verbrijzeld van geest, konden ze niet zo blijven voortleven. Dat sluit de zaak zelf uit. Ze leven wèl voort. Jaar in, jaar uit zitten ze onder de prediking te snakken naar troostwoorden voor verslagenen, hoewel ze geen verslagenen zijn. Zij grijpen beloften aan, die voorgesteld worden voor de mens, die gans verbroken is, hoewel zij nimmer verbroken zijn. Ten diepste moeten zij weten, dat zij in feite zeer zelfverzekerd menen, dat de Heere God wel blij mag zijn dat er nog een groep mensen is, die het met Hem houden.

Klaarheid
Het is nu juist om pastorale redenen bitter noodzakelijk eens klaarheid te scheppen in deze wat wazige sektor. Wij weten het, er zijn er niet velen, die zich durven verzekeren van hun zaligheid. De meeste belijders behoren tot de zogenaamde bekommerden. Zij komen niet verder dan tot wat de ouden uitgaande daden des geloofs heten, anders gezegd tot een toevluchtname tot God of tot Christus. Zij hongeren en dorsten naar God, naar Christus, naar de gerechtigheid. Ze vallen aan de voeten van Jezus met de bede: O Zone Davids, ontferm u mijner, maar zij huiveren terug voor de belijdenis: Jezus is mijn Heiland. Met andere woorden: er zijn ook onder ons niet weinig oprechte kinderen van God, bij wie die uitgaande daden des geloofs wel, maar de inkerende daden niet op zeer zwak gevonden worden. Ja, ze geloven aangaande hun medebroeders en medezusters, dat zij gelovigen, kinderen van God zijn en dat zij als zij gaan sterven in de hemel zullen opgenomen worden, maar wat hun eigen persoon aangaat, staan zij van verre en worden door ongelovigen gedachten aangevochten en bestreden. Het zijn kleingelovigen en zwakken in het geloof.
Nu is het de vraag of men zulke mensen onder de gelovige rekenen mag. Zijn zij niet verre van het Koninkrijk Gods of er reeds in? Het behoeft geen betoog, dat het voor iedere pastor van gewicht is, om te weten hoe hij die zogenaamde bekommerden moet beschouwen.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het toevluchtnemend geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's