De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zorg voor de ouderen van morgen (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zorg voor de ouderen van morgen (3)

7 minuten leestijd

De oudere in bijbels perspectief
Wie Gods Woord bestudeert met betrekking tot de positie van de oudere wordt steeds meer geboeid door de vele gegevens die worden vermeld.
Op enkele ervan ga ik wat nader in.
In de eerste plaats zien wij dat de Heere in vele gevallen mensen roept voor leidende functies, wanneer ze gerijpt zijn door het leven. Mozes is zo'n figuur. Uiteraard weet ik wel van Godvrezende jonge koningen in Israël. Timotheüs wordt niet veracht om zijn jeugd, maar wel vaderlijk ondersteund door adviezen van ouderen om hem heen.
Eerst moet men door de oefenschool, voordat men werkelijk wat te zeggen heeft.

De oudsten
We komen dit woord zowel in het Oude als Nieuwe Testament tegen. In het O.T. zijn het de mensen in de poort. Ze zijn de vraagbaak van de gemeenschap. Ze spreken recht en er wordt naar hen geluisterd. Zo gaat Boaz naar de poort en richt zijn vraag aan de oudsten en ze geven hem advies waarnaar hij handelt. Alhoewel de leeftijd van deze oudsten niet zo gemakkelijk is te schatten, zijn het wel mensen met ervaring. Wat echter meer opvalt. Er wordt nergens in de bijbel gesproken over een bepaalde leeftijd waarop het 'zitten in de poort' wordt beëindigd. De positie blijft gehandhaafd tot het moment waarop men die niet meer kan uitoefenen. Nu is ook bekend dat de oudste in het O.T. veelal degene is die als geslachts- of familiehoofd fungeert. Er zijn echter ook anderen die als oudsten een positie in de samenleving innemen.
Ervaring en, om daarbij een meer N.T. begrip in te voeren, charisma, zijn eigenschappen die een rol spelen bij de vervulling van de taak als oudste.
Wij blijven dicht bij de schrift wanneer bij deze eigenschappen er nog één aan wordt toegevoegd, de belangrijkste nl. de vreze des Heeren. Die maakt wijs en geeft vermogen tot het onderrichten van anderen. In het N.T. komen we het begrip oudste ook veelvuldig tegen. Vaak is dit ook de benaming voor de ouderling- de ambtsdrager.
De wijze mannen uit Hand. 6 worden in hfdst. 11 'oudsten' genoemd.
De instelling van de ambten in het N.T. is daardoor verbonden aan het begrip oudste.
Dit wil echter op geen enkele wijze zeggen dat het spreken van ouderen in de gemeente tot die categorie beperkt blijft. Dat zou een verarming betekenen ten opzicht van de plaats van ouderen in het O.T. Toch wordt deze denkfout tot op vandaag wel gemaakt. We trekken uit bovenstaande gegevens, die slechts summier aan de orde kwamen, enkele conclusies.
De ouderwordende mens krijgt naar mate zijn leeftijd vordert, een bijzondere positie. De levenservaring, gepaard met de vreze des Heeren, gewerkt door de Heere zelf, wordt als het ware gehonoreerd. Men spreekt recht in de poort en dient de gemeente al dan niet in het bijzondere ambt.
Deze stellingname, die ik hiermee inneem, is niet gering en heeft bepaalde consequenties. Dat zal ieder duidelijk zijn.
Wanneer we deze stelling vergelijken met de positie van de ouderen van nú, moet op zijn minst worden erkend, dat niet altijd met dit uitgangspunt rekening wordt gehouden.
De vraag wordt dan erg belangrijk, of de bijbelse gegevens met betrekking tot de positie van ouderen, al dan niet normatief gezien moeten worden.
Het gaat mij beslist te ver, wanneer ten opzichte van deze vraag wordt gesteld, dat de bijbelse gegevens slechts te verbinden zijn met de culturele achtergronden uit die tijd.
Naar mijn overtuiging zijn er andere conclusies te trekken.
Ten eerste ontdek ik dat voor de Heere elke levensfase belangrijk is, maar die van de ouderen in het bijzonder. Immers de oudere mens wordt geroepen om te gewagen van de weg die de Heere met hem ging. Dat zijn lessen die jongeren moeten horen. Ze kunnen en mogen er moed uit putten.
In de tweede plaats is mij nog meer duidelijk geworden dat de plaats en functie van de ouderen, in kerk en samenleving, is samen te vatten onder de noemer van: leren-onderwijzen.
Vanuit de deskundigheid van de onderwijswereld zijn er, die over deze begrippen al heel veel hebben nagedacht. Er zijn vele definities over wat nu eigenlijk 'leren' is. Eén zo'n definitie geeft bijvoorbeeld aan, dat bij alles wat jongeren moeten weten, 'kennis van de leefwereld noodzakelijk is'.
Welnu, wie kunnen jongeren daar beter van in kennis stellen dan de ouderen?
In elk geval komen bij dat 'leren en onderwijzen' twee groepen bijelkaar. Het zijn degenen die het nog moeten leren en die onderwijzen. Hier trekt jong en oud als het ware met elkaar op. Een gedachte die wij vast moeten houden. Van beiden wordt nl. wat gevraagd. Er moet een motivatie zijn om te luisteren wat de ander heeft te zeggen. Die ander – en dat is de oudere – moet de overtuiging hebben dat hij wat te vertellen heeft.
Een niet geringe opdracht.
Om dit echter te kunnen bewerkstelligen, is er een constructie nodig om dat proces te doen plaatsvinden.
In ons verband betekent dit, dat er een kerk en een samenleving nodig is die voorwaarden schept om onderwijs te kunnen geven en te ontvangen. Ontmoetingen dus tussen mensen van verschillende leeftijden in plaats van alleen organisaties van mensen met dezelfde leeftijd, zoals jongeren en ouderenbonden, hoe nodig die op zich ook zijn.
Het zal u duidelijk zijn, dat met name de gemeente des Heeren in dit verband een unieke plaats is om die ontmoeting te doen plaatsvinden. Gebeurd dit ook? Globaal gesproken zien wij dat de gemiddelde leeftijd van de ambtsdrager laat zien, dat ouderen betrokken worden bij het gemeentelijk gebeuren.
Ook langs kerkordelijke weg is dit mogelijk. Hoewel daar om practische redenen een leeftijdsgrens wordt gesteld, kan duidelijk zijn dat die er principieel niet is. Laat daarover geen verschil van mening zijn.
Een andere kwestie is, of dat betrekken van ouderen in de gemeente niet veel meer vanuit een aantal zakelijke aspecten dan om principiële wordt georganiseerd.
Wordt het betrekken van ouderen niet te veel beperkt tot een aantal broeders die tot het ambt worden geroepen?
Anders gesteld: de vraag is gewettigd of er op dit moment wel zo principieel wordt gehandeld binnen de christelijke gemeente in dit opzicht.
Bestaat bij jongeren het inzicht, dat de ouderen in de gemeente wel iets te zeggen hebben? We kunnen het ook omkeren. Wordt er door de oudere broeder of zuster in de gemeente nog gesproken, onderwezen, overgedragen wat ondervonden is in de weg van bekering en geloof?
Hoe men geworsteld heeft met levensvragen, vaak dezelfde, waar nu jongeren mee zitten.
Het zijn indringende vragen. Doordenking van het een en ander is, met het oog op de toekomst, dringend geboden.
Wanneer dit niet gebeurd doen we elkaar in de gemeente tekort. Dat is een slechte zaak en we doen elkaar tekort, omdat er wellicht krachten verborgen blijven die aangeboord hadden kunnen worden. Laten wij ons te veel beïnvloeden door de maatstaven van deze wereld?
Bezinning is geboden. Er zijn ook mogelijkheden. Om maar een voorbeeld te noemen. De laatste tien jaar is er nogal wat in onze kring verschenen over het diakonaat in de christelijke gemeente. De boodschap klonk toen en nu: het gaat daarbij om heel de gemeente. We hebben in dit opzicht ook al heel wat gedaan.
De zorg voor ouderen komt daar nu ook, sterker dan voorheen, bij. Alleen voorzichtigheid is geboden. Laten wij die zorg voor ouderen nu niet doen zonder die ouderen daarbij te betrekken.
Daarvoor is nodig naar ouderen te luisteren. Niet minder om ook iets te weten wat er geestelijk en lichamelijk plaatsvindt, wanneer iemand ouder wordt. Daarover gaat het in het laatste artikel.
Enkele weken geleden ontvingen die diakoniën van de GDR een aantal affiches over ouderen.
Dwars door de plaat staat vermeld: 'Ik wil LEVEN zolang ik leef'.

W. Huizer, Wierden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zorg voor de ouderen van morgen (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's