De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het toevluchtnemend geloof (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het toevluchtnemend geloof (2)

9 minuten leestijd

Onderscheiding
Laten wij daartoe nauwkeurig onderscheiden. Er is een grauwe nivellering op geloofsgebied heden ten dage, die wij zeer moeten schuwen. Evenals in de natuur onderscheidingen in groei en wasdom van planten en dieren bestaan, zo is dat ook in het geestelijke. Kinderen en vaders kent reeds Johannes, de apostel der liefde. En, 't is ook voor de herder der zielen nodig met een geoefend oog zijn kudde te bezien.
Er zijn onder de bekommerden gemeenteleden, die op de proef om genade roepen. Er is in hun ziel een verschrikking gekomen van dood en eeuwig oordeel. Een periodelang kermen en beven zij voor het Woord des Heeren in diepe ernst. Nu wenden zij zich tot God of tot Christus om vergeving van hun zonde en om verlossing van de hel. Maar het ontbreekt hun aan kennis van het Evangelie. Zij hebben geen notie van de gewilligheid Gods om hen in de weg van het geloof en van de bekering genadig te zijn. Zij weten niet en bedenken niet, dat God hen door het Evangelie tot zich roept. Zulke personen, door vrees aangeslagen, kunt ge menigmaal vinden in gemeenten waar de oude leer met ernst wordt voorgehouden. Het komt daar dan wel voor, dat de twee wegen worden voorgedragen. Maar soms ontbreekt het te zeer aan de persoonlijke spits in de prediking. Derhalve kan het gebeuren, dat deze personen toestemmen, dat anderen geroepen worden, maar daar blijft het ook bij; zij maken de algemene roeping niet tot een bijzondere, een persoonlijk geldende roeping. Ja, het komt veelvuldig voor, dat deze personen hun gehele leven trouw onder de prediking zijn opgegaan; deze hebben gehoord, maar nooit zijn doorgedrongen tot het feit, dat God henzelf met name bedoelt. Vergissen wij ons niet, dan komt dat zelfs veel voor in alle gemeenten.
Het ligt nu voor de hand dat deze mensen door gebeden, tranen en beloften God tot barmhartigheid proberen te bewegen. Het verkeerde en zondige van zulk een pogen zien zij niet. Natuurlijk zijn er gevallen waarin een roepen om genade niet als zondig mag worden aangemerkt, al is het geen uiting van geloof God duidde het de Ninevieten niet ten kwade, dat zij, enkel rekening houdende met de mogelijkheid dat God barmhartigheid bewijzen zou, om genade riepen. Ook uit de raad van Petrus aan Simon de tovenaar om te bidden of zijn zonde hem misschien vergeven worden zou, laat zich afleiden, dat het God niet onwelgevallig is, zo men ongeroepen tot zijn barmhartigheid de toevlucht neemt.

Roeping
Maar in verband met ons onderwerp is het hier een geheel andere zaak. God is zelf voor ons, laat het ons door zijn Evangelie met nadruk verkondigen, mogen wij ons dan aanstellen, als achtten wij de roeping door het Evangelie als niets? Aan hoe grote zonde men zich dan schuldig maakt, als men God tot barmhartigheid wil bewegen, terwijl Hij in de verkondiging van het Evangelie om een bewijs van zijn barmhartigheid geeft, laat zich bij enig nadenken beseffen.
Christus zelf behoefde God niet barmhartig te maken. God was het uit zichzelf. Welnu dan, zou het dan geen grote zonde zijn om God tot barmhartigheid te willen stemmen? Daarbij gaat zo iemand Christus voorbij. Zo hij zich al tot Christus begeeft, beschouwt hij deze niet als Middelaar, maar als een die naast de Vader staat, als God en Rechter. Dat komt daaruit naar voren, dat hij beurtelings God en Christus om genade aanroept, zonder zich van deze wisseling rekenschap te geven. Door deze terzijdestelling van Christus' middelaarschap, doet men aan zijn hulpgeroep aan de rechtvaardigheid Gods evengoed tekort als aan zijn barmhartigheid. Dat ligt klaar voor de hand. Men moet die rechtvaardigheid wel zeer onderschatten, wanneer men meent haar met zijn tranen te kunnen bedwingen. En dat juist, waar Christus zijn bloed nodig had om haar te bevredigen. Neen, in zulk een vluchten tot God openbaart zich geen geloof. Het enige, wat er zich in blootgeeft, is een natuurlijke drang tot zelfbehoud.

Dwaling
Nu moeten wij wel een nadere opmerking maken. Het laat zich niet ontkennen, dat dit roepen om genade een voorteken van, een toeleiding tot wat beters kan zijn. Gevaarlijk evenwel is het, wanneer het bij het vleselijk geroep om genade blijft. Wat toch wordt dan het geval? Sommigen vatten een invallende tekst, die genade toezegt, voor het antwoord op hun gebed op, vooral als deze met ongewone klaarheid en kracht hun voor de geest komt. Zo bouwen zij hun hoop op een valse grondslag. Hun tekst vervangt bij hen Christus. Anderen, die niets kregen, wat voor antwoord gelden kon, zijn tot wanhoop of tot ongeloof vervallen. Het kan ook voorkomen dat zij zich in de klasse van de zogenaamde bekommerden lieten inlijven. Getroostten zich dan met de gedachte, dat ook deze lammeren tot de kudde behoren en de schaapskooi zullen binnengaan.
U ziet, wat een mens in zijn dwaasheid zich wijsmaakt. U bemerkt ook hoezeer men kan dwalen. Daarom kan de vraag niet worden verzwegen: hoe komen wij nu uit deze doolhof? Verlies nimmer uit het oog, dat het geloof uit het gehoor is en het gehoor door het Woord van God. Waar het Evangelie zo niet gekend wordt, kan van geloof geen sprake zijn. Het geloof is een vertrouwen van het hart, geboren uit de prediking van het Woord en heeft tot uitkomst de zekerheid, dat God niet alleen gewillig is om zich in Christus met mij te verzoenen, maar mij ook beveelt om mij tot Christus te begeven. Hij belooft mij dan vergeving van zonde en het eeuwige leven te zullen geven.
Dit geloof drijft de ziel allereerst naar Christus de Middelaar. Het werkt zich uit in een aanroepen van zijn naam, in een aannemen van hem en in een toebetrouwen van zichzelf aan hem, waarbij men zich als aan hem kwijt wordt. Dat vluchten tot Christus is dus niet een ijdel pogen om hem te bewegen ons aan te nemen. Neen, juist omdat de mens gelooft aan zijn Woord: die tot Mij komt zal ik geenzins uitwerpen, gaat hij tot Hem. Daarom blijft hij ook niet bij Christus staan, maar gaat hij van Hem tot de Vader, zich verlatende op diens beloften, waarbij Hij vergiffenis en leven toezegt aan allen, die tot Christus hun toevlucht nemen. Wie deze weg niet bewandelt, achte het niet vreemd dat zijn gebed niet verhoord wordt.

Zwak geloof
In het bovenstaande hebben wij het toevluchtnemend geloof getekend in zijn kracht. Dit neemt evenwel niet weg, dat het soms te zwak is, om zonder moeite van het hulpgeroep der ontwaakte consciëntie te worden onderscheiden. Wij spreken van een zwak geloof, niet van een half geloof, waarbij men steeds blijft twijfelen zonder te kunnen komen tot het ontkennen, maar ook zonder te kunnen komen tot het geloven. Het geloof immers is altijd zekerheid; het sluit de twijfel en het wantrouwen uit. Maar het kan zwak zijn, dat is: helemaal niet in staat om voldoende weerstand te bieden aan bedenkingen, die van buiten af worden aangebracht, of van binnen naar boven komen, zodat het lichtelijk bewogen en voor een tijd werkeloos gemaakt wordt.
Van zulk een geloof hebben wij een voorbeeld in de vader van het maanzieke kind. Hij geloofde in de almacht van Jezus. Hij zegt: Heere, ik geloof Hij begon dus met te geloven, maar toch was zijn geloof, naar zijn eigen belijdenis, niet sterk genoeg om de twijfel te overwinnen. Hij voegt er immers duidelijk aan toe: Kom mijn ongeloof te hulp! Juist daaruit, dat hij van Christus versterking van zijn geloof begeert, kunnen wij zien, dat het geloof zich nooit bij zijn zwakheid neerlegt, maar naar de volkomenheid streeft. Zo kan ook een ieder, die tot Christus de toevlucht neemt, als één die in de naam van de Vader tot Hem komt, zijn vrijmoedigheid uitsluitend ontlenend aan het Evangelie, te zwak in het geloof zijn om allerlei bedenkingen en bezwaren te kunnen overwinnen.

Belemmeringen
Wat kunnen onder meer alzo belemmeringen zijn om het geloof vrij te oefenen? Wie in de gemeente maar een weinig thuis is en door de kieren in menig mensenhart zal hebben gekeken weet wel wat er nu komt. Velen zeggen: sluiten mijn grote zonden mij niet uit van hen, tot wie het Evangelie zich richt? Anderen werpen tegen: Heb ik enkel in de nodiging van het Evangelie voldoende grond om tot Christus te gaan? Een groep mensen komt altijd aandragen met allerlei uitingen van vrees of men wel oprecht is in zijn geloof. Daardoor kan het zich verlaten op de beloften van het Evangelie hogelijk vertraagd worden. Het gaat toch – zo klinkt het u onophoudelijk tegen – om een oprecht geloof? Wij horen iemand vragen, hoe men deze aarzelenden in de zielszorg van antwoord dienen moet. Wel, het gaat er om op te letten of deze zwakken sterken begeren te worden. Dat is juist het punt. Er is namelijk een zwakheid, die zwakheid wil koesteren. Een in genoegzaamheid voortleven met deze kwaal. Echte herders weten dan door te tasten naar de verborgen zelfzucht en openbaren deze voor het oog van de patiënt. Willen de zwakken sterk worden, troost hen dan met hen te zeggen, dat God het geloof nooit om de wille van zijn zwakheid veracht.
Waar evenwel nog geen geloof gevonden wordt, maar enkel onrust en bekommering van hart, die zich uit in de vraag: wat moet ik doen om zalig te worden, daar dient men niet te verzwijgen, dat niemand behouden wordt dan door het geloof in het Evangelie. Zulke ontroerde gemoederen moet u op het hart drukken om stil te zijn en te luisteren naar wat God door het Evangelie tot hen zegt. Zij moeten op Zijn Woord tot hen aan Hem een antwoord geven. Maak zulke mensen duidelijk, dat het de boetvaardige past om te horen naar wat God tot hem zegt. Het zou geheel verkeerd zijn om diens woord door eigen geroep en geweeklaag te overstemmen.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het toevluchtnemend geloof (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's