De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het kenmerk van godsvrucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het kenmerk van godsvrucht

14 minuten leestijd

Inleving
Wij hebben al eens eerder opgemerkt, dat hij die de bewegingen van het leven in zich bemerkt, wel niet twijfelen zal of hij wel leeft. Dit geldt van het geestelijk leven evengoed als van het natuurlijk leven. Om dus bij de gelovige het bewustzijn van 't leven levendig te houden, of zo nodig op te wekken, is het nuttig en nodig, dat in de prediking deze bewegingen van het leven nader aan de gemeente worden voorgesteld. Men werpe niet tegen dat wij derhalve een kenmerkenprediking zouden voorstaan. Wij bedoelen slechts hetgeen de huisarts in zijn spreekkamer doet. Komt u met uw klachten naar de dokter, dan luistert hij naar uw gebreken geduldig en gewillig. Maakt af en toe een opmerking en vlecht daar tussendoor soms opeens een woord in deze zin: u hebt het zeker zus en zo, wanneer u dat en dat doet. Aangenaam verrast stemmen wij hem toe. Voor ons besef heeft hij weet van wat ons mankeert en heeft zich ingeleefd in onze klachten van het lichaam. Door zijn studie weet hij van het functioneren van onze lichaamsdelen. Welnu, pastoraal is het van groot gewicht wanneer ook de prediker van eigen zieleleven weet heeft en geblikt heeft in het hart van de gemeenteleden. Het is zo goed wanneer de gemeente ondervindt, dat haar voorganger een treffende omschrijving van onze kwaal geeft, die overeenkomt met de verschijnselen, die wij bij onszelf waarnemen. Het vertrouwen van de gemeente in haar voorganger vermeerdert er niet weinig door.

Onderscheid
Men moet niet vrezen een ziekelijk christendom aan te kweken, wanneer men slechts uit de Schrift zelf de stof put voor de beschrijving van de godsvrucht en van de goddeloosheid. De Schrift is daarin een unieke wegwijzer. Ze schildert ons de rechtvaardige en trekt een zo scherpe, duidelijke lijn tussen hem en de goddeloze, dat geen vergissing mogelijk is. In het beeld, ons van de rechtvaardige getekend, geeft zij ons de spiegel in handen, waarin elke gelovige zijn eigen beeld herkent. Reeds in de eerste psalm worden enkele scheidslijnen aangemerkt. In de vrome tekent zij ons de man, wiens ziel naar God dorst. Of om het met diezelfde eerste psalm te zeggen: zijn lust is in des Heeren wet en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. Want Hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. In God heeft hij een welbehagen. Het is hem goed nabij God te zijn. In Hem heeft hij het volste vertrouwen. Daarom gelooft hij alle woord, dat hij als van God gesproken erkent, en vertrouwt hij, dat al wat God gebiedt rekening houdt met zijn belang. Wie in alles met Hem rekent wordt gelijk een diep-gewortelde boom, die vast in het leven staat, altoos prijkt in het frisse groen, daar zijn innerlijke jeugd niet verwelkt, vrucht dragend tot eer van God en tot heil van de naasten. Bovendien is hij voorspoedig in al zijn werk, dankzij Gods bevruchtende zegen. Zulk een mens erkent de hand van zijn God in alles wat hem wedervaart en neemt uit deze hand beide het goede en het kwade aan, het ene met dankbaarheid, het andere met onderwerping, wetende dat alles hem medewerken zal ten goede. Het is omdat alle dingen, ook de pijnlijke dingen, ook de teleurstellingen en smarten, ook de mislukkingen, omdat alle dingen er toe bijdragen de ziel stiller voor God te maken, de wil meer in overeenstemming met de zijne te brengen, het hart afhankelijker van Hem maken en de behoefte aan zijn genade levendiger te maken. Zo is er zelfs een zegen in de mislukkingen: het hart groeit er onder, wij komen er dichter door bij Christus en bij God.

Tegendeel
Wil men het karakter van de echt godvrezende mens zo sterk mogelijk laten uitkomen, dan vergelijke men hem met de man, die zijn deel in dit leven zoekt. Men kan nooit voller licht op iets laten vallen, dan door datgene, wat er het tegendeel van is, daartegenover te plaatsen. Bij de onvernieuwde mens mist u alles wat u bij het kind van God vindt. Hier geen waarderen van God, geen verlangen naar Hem, geen gehoorzaamheid aan Hem, geen offervaardigheid voor Hem; men prijst of dankt Hem niet; men mort tegen de beschikkingen van Zijn voorzienigheid; men schaamt zich over zijn volk, vraagt niet naar zijn wil en verheft zich op zijn gaven. De eerste psalm stelt ons vóór het beeld van het kaf. Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf dat de wind heendrijft. Het kaf is wortelloos, dor en doods, en draagt geen vrucht voor God en mens, tijd en eeuwigheid, 't wordt door de wind herwaarts en derwaarts gedreven: wie zonder God in de wereld is, volgt geen vaste lijn, maar is een speelbal van alle winden, om alras te verdwijnen. De arbeidstaak, de omgang in de wereld, het gedachtenleven, de toekomstplannen, de dagelijkse levensverrichtingen – het geschiedt alles automatisch zonder ooit ook maar een moment te vragen naar de wil des Heeren. U kunt bij een weinig doordenken deze droeve schets zelf wel uitwerken. U moet dat zelfs wel eens verder bedenken. Op deze manier wordt bij de godsvrezenden het besef opgescherpt, dat zij van een andere geest zijn dan deze.

Waarschuwing
Nu dient evenwel een waarschuwing te worden gehoord. Het gaat er vooral om niet eenzijdig te worden. Wij moeten nooit de godvrezende op zijn best voorstellen, alsof hij niets meer van de oude mens in zich had. Ja, welhaast volmaakt was. Dit ligt zo wel eens in het midden der gemeente. Een zachte verheerlijking van het vroomheidsleven, waarbij wel aan diverse vrome mannen en vrouwen uit de geschiednis der gemeente ruimschoots aandacht geschonken wordt. Versta ons niet verkeerd alsof wij dit veroordelen. Men kan veel van deze mensen leren. Van de levenden, maar niet minder ook van de doden. Het is ons meer dan eens overkomen, dat ons verhalen werden verteld van reeds overleden personen uit de gemeente. In fijne tekening werd hun leven en gewoonte ons voorgehouden. Treffende woorden haakten bij ons in. Dikwijls hebben deze geschiedenissen een grote troost ons gebracht. Wij gevoelen ons getroffen door hun godsvrucht en geloof. Inderdaad, sommige doden leer je beter kennen daardoor dan de levenden. Maar overdrijving schaadt. Het is de fout van vele. verhalen van levensgeschiedenissen alsof hun personen bijna volmaakt waren. En dat strekt onwillekeurig om de zwakke moedeloos te maken, als gold het hier: alles of niets.

Onvolmaakt
Hoe ver dan ook de gelovige in de genade gevorderd is en hoe dichtbij ook bij de hemel moge zijn, Paulus' woord is het zijne immer weer: niet dat ik alreeds volmaakt ben. Dat moeten wij nooit verzwijgen. Altijd is er reden om met Paulus te klagen: als ik het goede wil doen, ligt het kwade mij bij. Hij heeft maar een klein beginsel van gehoorzaamheid in zich. Dagelijks heeft hij daarbij reden om te vragen, dat God hem zijn zonden vergeven mag. Dat houdt hem klein voor God. Het doet hem leed dat hij God niet dienen kan zoals deze waardig is gediend te worden. Daarom vernedert hij zich voor de Heere. Hij behoort dus onder de armen van Geest, die dorsten naar de gerechtigheid, zodat hij zich troosten mag met de belofte van verzadigd te zullen worden. Het is immer een treffende ervaring, wanneer open naturen u dat diepe verdriet van hun leven opbiechten, dat zij een hart met zich omdragen dat zich maar niet voegen wil naar Gods Woord. De verootmoediging van het Evangelie is daar werkzaam. Het vraagt wel veel speurzin over deze verbrokenheid ook op te merken bij mensen, die moeite hebben om deze knak van hun leven u te vertellen. Toch doet u er goed aan dan maar eens door te stoten naar wat u met zekerheid vermoedt. Het is ons bij toeneming tot overtuiging geworden, dat deze armoede van geest in de diepte van het gemeenteleven meer voorkomt dan de officiële vroomheid meent. Dat komt, omdat deze armoede zich vaak anders uit, dan gebruikelijk is. Hoe herinneren wij ons gestalten, die eerlijk toegaven dat hun leven voor God strafwaardig was. Maar de taal was dialect, de plaats was soms in een boerenschuur of nadat de catechisatie was uitgegaan en een enkele catechisant terugschuifelde en zei: hoe moet het nou, dominee, met zo iemand als ik ben?

Op Christus betrokken
Wanneer in de prediking deze dingen voorzichtig worden getekend, dan moet er telkens nieuw testamentisch licht op vallen. Want alle genoemde elementen der godsvrucht zijn met Christus in samenhang gesteld. De Christus toch, in het Oude Verbond alleen van verre gezien, en, evenals alles wat van verre gezien wordt, in zwevende omtrekken, is thans niet alleen in volle klaarheid geopenbaard, maar heeft in het bewuste leven der gelovigen de plaats gekregen, die God voor Hem weggelegd had. Ook het leven van de heiligen van het Oude Verbond stond met Hem in samenhang. Hij was hun gerechtigheid, hun licht en hun leven, maar hij was nog verborgen in God, zodat het geloof Hem slechts in enkele profetische momenten van Deze onderscheidde. Dit is nu het geval niet meer. Wat Hij in de oude bedeling in schaduwen voor hen was, is Hij nu in de werkelijkheid. De zijnen weten het. Hem belijden zij als hun gerechtigheid bij God. In zijn licht zien zij het licht, uit zijn leven ontvangen zij het leven. Daarom heten zij christenen. Hierin, dat Christus hun de Middelaar is, die alle oudtestamentisch middel van gemeenschap met God vervangt, tonen zij de Geest van God te bezitten.
Let op dit onbedrieglijk merkteken. Dan bent u in de school van Paulus, die zich er toe bepaalde om aan de Corinthiërs te vragen: of weet gij niet, dat Christus in u is?

Leven uit Christus als Profeet
Zie, als Christus in ons is, het voorwerp van ons geloof, als de grondslag van onze hoop, als de sleutel van onze godskennis, als de beminde van ons hart, als het beginsel van onze kracht, als het doelwit van ons leven, daar behoeft men niets meer dan Hem in zichzelf te zien. Hier houdt het zoeken naar merktekenen op. Wij doen er wel aan met de dingen te vereenvoudigen, door het 'zijn van Christus in ons' als het grote kenteken van de oprechtheid van ons geloof te stellen. Vraagt u hoè dat in ons leven gebeurt, dan geven wij u ten antwoord dat de catechismus ons in de twaalfde zondag daarover klaar onderricht. Met eigen woorden gezegd: waarin bestaat het ware christelijke leven op aarde? Door van Christus gebruik te maken als Profeet, Priester en Koning! Welk gebruik hebben wij dan van Christus als profeet te maken? Wij zullen steeds met verloochening van eigen wijsheid bij onze grote Profeet lering zoeken door met Maria aan Jezus' voeten te zitten. Dat is toch de geloofservaring meer en meer, dat onze eigen wijsheid niets is. Dat wij zo nameloos dom zijn in geestelijke dingen tenzij dan het Woord van God ons bestraalt ten eeuwigen leven. Wij erkennen dat het een smartelijke ondervinding voor ons is wanneer onze natuurlijke wijsheid steeds meer wordt afgebroken om plaats te maken voor de leerlinghouding van Maria, van een Samuël. Ja, wij leren gaandeweg meer dat onze enige wijsheid ligt in het Woord des Heeren. Buiten Hem is het alleen maar nacht. Noch voor de tijdelijke dingen, noch voor de eeuwige dingen hebben wij enige leidraad dan alleen de aanwijzing uit het profetisch getuigenis. Vooral in het begin van het leven der genade kost het veel moeite te aanvaarden hoe hulpeloos en afhankelijk wij zijn buiten het Woord om. Wij moeten steeds meer leren.

Christus als Hogepriester
En vervolgens: welk gebruik hebben wij van Christus als Hogepriester te maken? Wij zullen als zondaren door onze enige Hogepriester tot God gaan. Wij komen dan tot Hem met een verbroken hart en een verbijzelde geest. Wij gaan met al onze smekingen tot Hem uit, want Hij alleen is onze enige toegang tot de Vader. Bij de voortduur wordt het schuldbesef dieper en behoeven wij meer en meer de reiniging door Christus' bloed en Geest. Het is niet goed wanneer de eigenwaan in ons ongebroken blijft en het zelfbehagen in ons voortsluipt. Te vrezen staat, dat in onze tijd de eigendunk velen er van weerhoudt om tot Christus de toevlucht te nemen. Heel diep kan ook de eigengerechtigheid zich verschuilen in een rechtzinnig kleed. De Geest moet dan wel met ons twisten om deze hoogmoed af te sterven. Maar waar dat gebeurt, daar heerst de begeerte zich geheel aan Hem over te geven. Alles voor Hem over te hebben. Wij stellen ons geheel Hem ter beschikking onder het Woord: was mijn gans onrein gemoed, was het rein in Jezus' bloed!

Christus als Koning
Tenslotte, welk gebruik hebben wij van Christus als Koning te maken? Wij zullen onze eeuwige Koning in liefde gehoorzamen. Dat nu is één der kenmerkendste trekken van het christelijk leven op aarde. Wij komen onder het gezag van Koning Jezus meer en meer. Daartegen stuift onze wil op. Het wordt dan ook een gedurige strijd op aarde om meer en meer onze consciëntie gebonden te zien aan Christus' Woord en Geest. Wij hebben daarin een wenk te zien hoezeer ons leven een strijd kent tegen de zonde en de duivel. Ons leerboek meldt er ook het een en ander over. Maar samengevat kunnen wij dit stellen: als profeet wijst Christus ons de weg de zaligheid door leer en voorbeeld, maar dat is niet genoeg; als Hogepriester baant Hij die weg; en als Koning leidt en bewaart Hij ons op die weg. Zulk een Zaligmaker hebben wij nodig, die ons als Profeet geeft verlichting van het verstand. Als Priester verzoening met God en als Koning verlossing uit de dienstbaarheid der zonde. Zo wordt het beeld Gods in ons hersteld en leren wij door Christus God kennen, liefhebben en dienen. U bemerkt in deze als vanzelf hoe onze drie menselijke vermogens worden aangeduid. Denken, gevoelen en willen worden in één woord samen genomen: het hart. Geen van deze drie vermogens werkt zelfstandig, noch geeft leiding: het verstand bevat en beoordelt, het gevoel ervaart, de wil beslist en wel alle drie in die richting, die aangegeven wordt door de gesteldheid van het hart. Is nu Christus in ons hart wonende, dan wordt ons menszijn in beginsel herschapen.

Geen Jezusmystiek
Christus is dus alleen langs de getekende weg ons leven. Wij wandelen met Hem door gedurig van Hem gebruik te maken als profeet, priester en koning. Daarbij moeten wij nog een opmerking maken. De christen dient nu niet de fout te maken, dat Christus in alles ons tot voorbeeld moet worden en wel dermate, dat onze eigen persoon en geschiedenis in zeker opzicht schijnen samen te smelten met de persoon en de historie van onze goddelijke Meester. In Christus zijn betekent geen versmelting in Hem. Het is van Hem gebruik maken als profeet, priester en koning. Wij moeten hier de nuchterheid van de gereformeerde opvatting der dingen bewonderen. Volgens deze toch is niet het leven van Jezus de regel van ons leven, maar de wet van God. Zonder enige twijfel wordt Jezus ons ook ter navolging gesteld, maar om te weten in welke dingen en deugden wij Hem navolgen moeten, behoren wij de voorlichting van de Wet. Die zegt ons uitsluitend wat God voor alle geheiligden wil. Daardoor trekt zij een grenslijn tussen ons en Hem, wien God een last had opgelegd, die niemand met Hem dragen zou. Men late zich in deze onderrichten door de Heidelbergse Catechismus, die inderdaad van de Wet uitgaat. Waar de rechte leer bewaard wordt, blijft ook het evenwicht der dingen in stand en ontaardt men niet in een zoete Jezusmystiek. Ja, zelfs het onderscheid tussen God en mens wordt hier zorgvuldig in acht genomen.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het kenmerk van godsvrucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's