Globaal bekeken
Het leven kan opnieuw beginnen, zo luidt de titel van een boekje, uitgegeven bij De Schans te Werkendam en geschreven door de 65-plusser Rolf Wieckman. Er staan verhalen in van ouderen, die vertellen hoe zinvol ze hun oude dag beleven. In één van de verhalen vertelt Leentje Hageman iets over wat ze vond in een notitieboekje van haar grootvader uit het eind van de vorige eeuw.
Hier volgen twee stukjes eruit:
• 'Op 19 juni 1906 schrijft hij een gedicht over van Cats, omdat de vrouw van zijn beste vriend is overleden:
Als van twee gepaarde schelpen
d' eene breekt ofwel verliest,
niemand zal u kunnen helpen,
hoe men zoekt,
hoe men kiest.
Het gedicht is niet helemaal zuiver en daarom denk ik dat hij het op een 'declamatieavond' eens gehoord heeft, want hij had een ijzersterk geheugen.
Ja, opa hield van gedichten en hij en een paar vrienden kwamen zo nu en dan bij elkaar om wat voor te lezen. Jammer dat hij daar nooit over geschreven heeft; ik weet het alleen van mijn moeder.
Opa had ook een zondagsschool en volgens moeder hon hij zó mooi de bijbelverhalen vetellen, dat zelfs grote mensen kwamen luisteren.
Op 10 januari schrijft hij dit:
"Wat is het toch heerlijk om aan kinderen te vertellen wie de Heere Jezus is. En dan dat zingen. Zoo kunnen wij, geloof ik, als groote menschen niet zingen. De goddelooze vloeker Jochem van de Scheer was er ook met zijn twee kinderen. Ik kon mijn oogen niet gelooven. Onder het vertellen rolden de traanen over zijn wangen. Ik had toch wel meedelijden met hem. We zullen voor hem en zijn gezin bidden, want ook Socialisten kunnen zalig worden."'
• 'Sommige grappige dingen noteerde hij ook, zoals bijvoorbeeld op 3 april 1911:
"Zondag hadden we een derde collecte voor het uitbouwen van de consistoriekamer, onder het motto: Draagt uw steentje bij. Onder deze collecte gebeurde er iets vreemds. Diaken Hooyveld was nog maar halfweg in de kerk, doen opeens de zak aan het eind van de stok zo zwaar werd dat hij bezweek onder de last. Wat was er gebeurd? Twee rakkers van meester Winkel, die helemaal op 't eind in de lange bank zaten, hadden een ronde steen in hun vuist en stopten die in de collectezak. In de consistorie werden harde woorden gesproken over deze daad. Dominee Timmermans kon er gelukkig ook om glimlachen en zei, dat de zoons van de meester de oproep ál te letterlijk hadden opgevat. Maar dit muisje zal nog wel een staartje hebben."'
Dezer dagen ontving ik de derde druk van het boek Eben Haëzer, waarin ds. J. van der Poel (laatstelijk oud-gereformeerd predikant te Ede) zijn leven vertelt. Zo'n boek is qua woordgebruik en vormgeving één stuk curiositeit, hoogst origineel, ook wanneer men nogal eens kritische vragen zou moeten stellen. Hier volgt een passage, waarin hij beschrijft hoe hij ds. C. Smits, V.D.M, bezocht.
'Ik vroeg mijzelf af: "Wat mag dat laatste toch betekenen?" Ik zei tegen de man, die bij mij was: "Wij kunnen niet terecht Zie maar: V.D.M., dat wil toch zeggen: Voor de middag." Wat is een dom mens toch dom!
Maar die man zei: "Welneen, dat betekent: Bedienaar des Goddelijken Woords". Wij belden aan en mochten binnenkomen. Ik vertelde hem, hoe ik de laatste maal bij hem gekerkt had, toen hij handelde over Psalm 27 vers 3, en de tekst Johannes 3 vers 14.
Onder de gesprekken door noemde ds. Smits het woord dogmatiek. Ik wist al weer niet wat ik met dat woord aan moest Dogmatiek: ik dacht "Wat zou dat voor een beest zijn". Dat dier ken ik niet. Maar ik vroeg niet wat dat woord betekende, al wist ik het niet, ik wilde toch niet weten, dat ik het niet wist Later ben ik er achtergekomen. Ik zal het maar in het kort zeggen: "Wijsheid met een erfdeel kunnen best hand aan hand gaan, maar dogmatiek zonder genade maakt mensen met een waterhoofd, want de kennis maakt opgeblazen, maar de liefde blaast de mens leeg. Zalig zijn de armen van geest!"
Uit de eerste rondzendbrief van ds. W. G. Teeuwissen, werkzaam voor de GZB in Guatemala, het volgende:
'De slagboom en de kerk
'Er stonden een aantal goedmoedig uitziende soldaten bij de slagboom met elkaar te praten. En ik, nietsvermoedend en op weg naar de "Iglesia Central" (= centrale kerk), liep gewoon langs hen heen; waarom ook niet? Maar dat ging dus niet door! 'k Werd teruggeroepen en of ik maar even zeggen wilde waar ik heen ging. Nou, dat was duidelijk en ik mocht dan ook zondermeer doorlopen. Maar, ook al is de praktijk dat je die altijd krijgt, de toestemming van een of andere soldaat in camouflagepak heb je wel nodig! De slagboom en de soldaten zijn er niet voor de show.
Voor ons een wonderlijke situatie.
Nemen we die situatie wat nader onder de loep, dan is het wel begrijpelijk. De "Iglesia Central" neemt namelijk een bijzondere positie in, een hele centrale. Temidden van de andere presbyteriaanse kerkgebouwen in de stad is dit de kerk, die in het centrum gelegen is. In het geheel van de Presbyteriaanse Kerk van Guatemala is het zelfs het eerste van alle kerkgebouwen; daar is het allemaal begonnen.
Dat laatste kun je ook zeggen ten aanzien van het protestantisme in dit land: daar is het allemaal begonnen. De "Iglesia Central": het eerste protestantse kerkgebouw in Guatemala…
Het neemt letterijk een heel bijzondere plaats in. Het is namelijk gelegen tussen het Nationale Paleis, de "woning" van de president en de kazernes van de presidentiële garde. Het is dan meteen duidelijk waarom die soldaten bij de slagboom staan, maar hoe is dat zo gekomen?
In 1882 is ene generaal Ruftnus Barrios president van Guatamala. Het is de tijd dat er in de politiek een stroming is die tegen de enorme vermenging van (de roomse) kerk en staat is. De roomse hiërarchie laten zien dat zij heus niet het enige machtsblok in het land zijn, is een van de redenen waarom Barrios na een reis naar de Verenigde Staten een presbyteriaanse zendeling in z'n gevolg meeneemt.
Vervolgens onteigent hij een kloostercomplex, dat zich nu achter het Nationale Paleis bevonden zou hebben (dit laatste gebouw is namelijk pas in 1942 gebouwd). Misschien begrijpt u het al, een deel van dit complex is nu de "woning" van de president; dat is uiteraard verreweg het grootste stuk. Een ander deel is tot op de dag van vandaag de "Iglesia Central", als kerkgebouw ingeklemd tussen verschillende staatsgebouwen.
Ingeklemd, geldt dat voor meer dan alleen de ligging van dit kerkgebouw? Dat is eigenlijk de vraag die bij mij boven kwam. Daar bij die slagboom en die soldaten, die mij toestemming moesten geven om naar de kerk te kunnen gaan.
Die slagboom: een symbool, een symptoom? Zegt het iets over de verhouding kerk-staat? Nu is daar officieel een strikte scheiding tussen die twee, dus moet ik de vraag eigenlijk zo stellen: wat is in feite de invloed van de staat (van het leger!) in/op de kerk en ook op het openbare leven?
Zeker in de laatste jaren van de (militaire) dictatuur is die invloed groot en benauwend geweest en de ene kerk is daarin meer getuigend geweest dan de andere, die mee- (en soms zelfs goed-) praatte. Maar hoe is het nu? Nu er toch weer een vorm van democratie is en de burger Vinicio Cerezo de "woning" vlakbij de "Iglesia Central" bewoont?
Het zal best een tijdje duren voor we op die vragen een antwoord hebben; wij zijn maar buitenstaanders. Maar welke kant gaat de ontwikkeling uit?
Is er hoop voor volk en kerk in Guatamala? En dan moet ik nog een keer denken aan die slagboom!
Deze week moest ik even op het kantoortje van de "Iglesia Central" zijn. En wat zag ik? De soldaten stonden er nog wel op de hoek van de straat, maar de slagboom was zover naar achteren verplaatst, dat ik daar niet meer voorbij moest om binnen te komen!
Die verplaatste slagboom: een symptoom, een symbool?
We hopen en bidden, dat er voor volk en kerk ruimte mag zijn om te leven en in woord en daad te getuigen van Hem, die ook hier Zijn kerk bouwt. Bidt u mee, ook voor de overheid van dit land? Opdat de mensen hier een stil en gerust leven mogen leiden; opdat het getuigenis van de Middelaar vrij zal klinken (1 Tim. 2 : 1-7).'
Van een adviesbureau in het westen des lands – ik noem geen naam vanwege de reclame die dat zou betekenen – ontving ik bij een aantal stukken het volgende gedicht en ook enkele 'raadgevingen' voor het doen van zaken.
'Geldwolven blijven niet.
– Men koopt niet graag van een verliezer.
– Laat u nooit ergens intimideren.
– Een algemeen doemdenken is niet om te keren. Stel er iets positiefs tegenover. Een goede aanbieding bijvoorbeeld.
– Indien werkelijk niet verkocht kán worden, zorg er dan voor dat een 'vraag' gekweekt wordt.
– Een goed verkoper gelooft werkelijk in hetgeen hij/zij aanbiedt.
– De kopende partij voelt of het allemaal echt is.
– Zodra er geen wisselwerking meer is staat de verkoopwagen stil. Zorg voor een wisselwerking.
– Een verkoper die alleen maar bezig is met verkopen is geen verkoper.
– Verkoop zónder te verkopen!
– In Nederland heeft men de neiging om Japan als voorbeeld te stellen. Ga maar gewoon eens een weekje in Genemuiden logeren.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's