Catechese: Gezin en gemeente een zorg (2)
Met behulp van een aantal voorhanden zijnde formuleringen proberen we een antwoord te geven op de vraag, waarmee we het vorige artikel afrondden. Die vraag luidde: hoe laat zich de catechese als funktie van de christelijke gemeente omschrijven? Wij stipuleren als volgt: Catechese is het onderricht van de christelijke gemeente aan haar leden (met name aan de jongeren) om ze te helpen leren leven uit Gods beloften en naar Zijn geboden, en ze toe te rusten tot een 'antwoordelijk' leven in de wereld als belijdende leden van Christus' kerk. Zo'n volzin vraagt er natuurlijk om ontleed te worden. Bovendien lijkt nadere toelichting op de diverse zinsdelen niet overbodig.
Kerk en school
Allereerst is er in deze omschrijving van wat catechese inhoudt sprake van 'onderricht'. We vermijden hier namelijk liever het woord onderwijs, dat vrijwel onmiddellijk associaties oproept, die met de school te maken hebben. En we willen juist spreken van catechese als funktie van de gemeente. Daar komt nog iets bij. Het leren op school is in veel gevallen sterk cognitief gericht. De kennisoverdracht in de catechese, waarop het woord onderricht doelt, is anders geaard. In de bijbel is kennen meer hartsgeheim dan hoofdzaak. Het duidt op het onderhouden van een relatie, een liefdesrelatie voor het leven. (Denk aan het woord 'bekennen' als aanduiding voor de liefdesgemeenschap in het huwelijk). Dat geeft het leren in de catechese een eigen-aardige inhoud. Niet dat zeg maar verstandelijke kennis er niet toe zou doen. Integendeel. In Deut. 6 bijv. lezen we: 'en deze woorden, die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen…'. Immers hoe zullen we – om maar één voorbeeld te noemen – kennis hebben aan Hem, Die Zich in Zijn Woord openbaart, als we in dat Woord de weg niet weten; niet thuis zijn? In de christelijke gemeente gaat het er echter anders aan toe dan in de school, ook de christelijke school. Al zal het christelijke karakter van de school ook in het 'leren' tot uitdrukking hebben te komen. Toch kan het krijgen van gedegen godsdienstles geen argument zijn om niet deel te nemen aan de catechese. Catechese is het onderricht van de christelijke gemeente aan haar leden.
Al kan de inhoud van sommige catechisatielessen sterk overeenkomen met godsdienstlessen op school (zou meer overleg in deze niet gewenst zijn?), het kader, de setting is anders; heeft iets eigens. 'In de catechese funktioneert de gemeente van Christus' (R. Bijlsma).
Daarom is er ook iets voor te zeggen de term catechese niet zomaar te vervangen door een meer eigentijds begrip als educatie. Mag er ook niet zoiets zijn als een eigen kerkelijk spraakgebruik? 'De term catechese is een goede uitdrukking voor het eigene van het onderwijs van de christelijke gemeente. Het onderscheidt dit onderwijs van alle vormen van onderricht en het bewaart de band met de kerk der eeuwen' (W. Verboom). Anderzijds is het wel waar, dat een woord als catechese jongeren steeds minder bekend voorkomt en zegt. Zeker daar, waar men de catechismusprediking ontwend is. En maakt onbekend niet onbemind?
Predikant, kerkeraad, gemeente
Catechese – zo stelden we – is het onderricht van de christelijke gemeente. Van de gemeente… Dat is iets anders dan: van de predikant, de kerkeraad van de gemeente. Zeker, de catechese zal de kerkeraad een zorg zijn. Niet alleen daar, waar het catechiseren de predikant/catecheet kennelijk moeilijk afgaat. Maar so wie so. Laat er openheid zijn, overleg, gezamenlijke doordenking. Laat het punt catechese van tijd tot tijd agendapunt zijn voor kerkeraads- en consistorievergaderingen (of wordt er over geloofsonderricht en -opvoeding op huisbezoek niet of nauwelijks gesproken?). Dat alles neemt echter niet weg, dat de catechese een funktie van de gemeente is. De christelijke gemeente draagt de gestalte van de discipel; is in de leer. Ze kent de Herder, Die ook Leraar is. Ze oefent zich in het horen van Zijn stem, het navolgen van Zijn voetstappen. Niet in het minst door van en aan elkaar te leren. De kerkeraad vervult daarin een aktiverende, stimulerende en coördinerende taak. Zo zou er bijv. door de kerkeraad een commissie voor geloofsopvoeding en -onderricht kunnen worden benoemd, veelal catechesecommissie geheten.
Van deze commissie kunnen ouders, leerkrachten, jeugdwerkleid(st)ers, ambtsdragers en catecheten deel uit maken. Zo kan de betrokkenheid van de gemeente op de catechese tot uitdrukking worden gebracht. Ook kan, dat, wat er in het gezin, op school, op de club en in de catechese gebeurt, op elkaar worden afgestemd. Daarnaast kunnen er ouder-, gespreks- en gemeenteavonden worden belegd, waarop diverse aspecten van het katechetisch gebeuren in gezin en gemeente nader worden toegelicht, overwogen en doorgesproken. Ik denk daarbij aan thema's als het gebed (kindergebeden, formuliergebeden, voorbede doen etc.) en de Schriftlezing (welke kinderbijbel gebruiken we en waarom, hoe hanteren we een bijbelrooster, een dagboek, slaan we in het cursorisch lezen van een bijbelboek sommige gedeelten om bijv. pedagogische redenen maar liever over? Maar wat doen we dan eigenlijk? etc). In verschillende gemeenten worden met bovengenoemde suggesties goede ervaringen opgedaan.
Inmiddels zal duidelijk zijn waarom we in onze omschrijving van wat catechese is, de zinsnede 'met name aan de jongeren' tussen haakjes plaatsten. Waar het discipelschap tot het wezen van de christelijke gemeente hoort, zijn we nooit te oud om te leren. Heel het leven van een christen is leren; afleren en aanleren.
Calvijn sprak van het maken van vorderingen in deze als 'het ontdekken nog zeer ver van het doel verwijderd te zijn'. In mijn vorige gemeente was men gewoon te spreken van 'vervolgcatechisatie', catechese voor volwassenen. Ik herinner me nog levendig hoe het me altijd weer iets deed, kinderen het catechisatielokaal te zien verlaten om plaats te maken voor de ouders (overigens veelal de moeders).
Natuurlijk, we kunnen als ouders onze kinderen naar de catechisatie sturen, al dan niet met harde hand. We kunnen indringend met hen spreken over onze doopgelofte. (Doen we het ook?). Maar zou het niet veelzeggend-zijn als onze kinderen ons als ouders ook ter catechisatie zien gaan? In elk geval, laten we onze jongeren daadwerkelijk laten zien, dat ook óns leven leren is.
Als we dan toch de jongeren met name noemen, bedoelen we specifieke aandacht te vragen voor wat men zou kunnen noemen 'aanvankelijk leren', 'discipelschap in wording' (A. J. Jorissen).
Het werk van de Heilige Geest
In onze begripsbepaling van de catechese komt ook de doelstelling, zeg maar dat, wat we met dit onderricht beogen, ter sprake. We bedoelen onze jongeren 'te helpen leren leven uit Gods beloften en naar Zijn geboden'. Dat wil nogal wat zeggen! Hier gaat het om niet minder dan om het verstaan – in de volle, diepe zin van het woord – van de Heilige Doop. De doop immers is een ordening van God om aan ons en onze kinderen Zijn verbond te verzegelen. Het verbond, dat zich naar zijn wezen laat verstaan als belofte en gebod. 'En zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en gerechtigheid' (Zach. 8 : 8). Zullen wij dat onze jongeren leren? Dat verstaan van hun doop, dat zoveel zeggen wil als het aanhangen, betrouwen en liefhebben met hart en ziel en zinnen van de drieënige God, het verzaken van de wereld, het doden van de oude natuur en het wandelen in een nieuw godzalig leven (doopformulier)? En toch, daarom gaat het.
Zeker, we kunnen in plaats van geloofsopvoeding spreken van godsdienstige vorming. Maar dat kan toch niet betekenen dat het ons om religiositeit, godsdienstigheid in algemene zin gaat. Het komt er immers op aan, de enen ware God zó te dienen als Hij ons in Zijn Woord heeft geopenbaard: in geloof en bekering. Ik denk aan de doelstelling, die in psalm 78 wordt verwoord: 'dat ze hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren'.
Maar is dat te leren? Van en aan elkaar te leren? Zit daar niet iets achter?
Iets van een goddelijk geheim, waarin de Heilige Geest alleen middels wedergeboorte doet delen? Met deze vragen raken we aan iets heel fundamenteels. Zoals de gemeente des Heeren een geheim kent – zij is het scheppingswerk van de Geest – zo ook de catechese als funktie van die gemeente.
D. Dekker, H.I. Ambacht
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's