Boekbespreking
Gerrit Manenschijn: Geldzucht de wortel van alle kwaad? Economie tussen moralisme en amoraliteit, Ten Have, Baarn, 95 blz., ƒ 19,50.
Manenschijn – ethicus aan de V.U. – werd in 1987 gevraagd de Rector Dhanislezingen te houden aan de Universitaire Faculteiten Sint Ignatius te Antwerpen. De neerslag van deze lezingen is te vinden in dit inhoudsrijke boekje.
Centraal staat de vraag of het eigenbelang geoperationaliseerd kan worden: is het mogelijk zó met de menselijke eigenschap van het gericht zijn op eigenbelang om te gaan in de maatschappelijke en met name economische werkelijkheid, dat uit het kwade het goede voortkomt? Uitvoerig wordt aandacht gegeven aan theorieën van Hobbes, Adam Smith, Locke, Rawls, enzovoorts. Manenschijn heeft vanuit duidelijk calvinistische achtergrond kritiek op de prescriptieve rol die eigenbelang toebedeeld krijgt.
Hij voert ook één en andermaal het woord van Paulus aan dat de geldgierigheid de wortel van alle kwaad is (1 Tim. 6 : 10). We mogen het kwaad in de wereld niet legitimeren of verdonkeremanen. De wil om het goede te doen is niet van nature bij de mens aanwezig. Daarom heeft het ontwerpen van perfecte regelsystemen hetzelfde effect als het optrekken van een kaartenhuis, dat bij de eerste de beste windvlaag instort.
Bijzonder interessant is het laatste hoofdstuk: 'economie tussen moralisme en amoraliteit'. Eerst behandelt hij enkele felle tegenstanders van de kapitalistische economie: Goudzwaard, De Lange, Duchrow. Daarna een principieel verdediger: Michael Novak. Merkwaardig dat al deze auteurs zich voor hun zo verscheidene positiebepalingen op het christelijk geloof beroepen. Manenschijn zoekt dan een derde weg, waarbij de basisidee van de vrije markt wordt gehandhaafd, maar er tegelijkertijd een zekere mate van interventie van overheidswege plaatsvindt ter bescherming van de zwakkeren. Daarbij plaatst hij vanuit een bijbels gefundeerd mensbeeld vraagtekens bij de moderne overschatting van de maakbaarheid van de samenleving. Veranderingen aanbrengen in een economisch stelsel is niet voldoende. Ook de mentaliteit van de mens moet veranderd worden en daaraan is genade van God voor nodig. Graag schrijf ik de slotsom op blz. 89 over: 'Het is dwaasheid te denken dat het bescheiden heil, dat de economie op het smalle pad tussen moralisme en amoraliteit kan realiseren, het definitieve heil, dat God ons beloofd heeft, kan vervangen. Maar het is zonde om het bescheiden heil van de economie te verachten omdat het niet het definitieve heil is. Want het definitieve heil van God maakt economisch (en politiek!) heil niet overbodig. Integendeel, het stimuleert ons economisch heil tot stand te brengen, zoveel als in ons vermogen ligt. Te veel mensen op deze wereld wachten daarop met smart. Hen nog langer te laten wachten is een misdaad'.
J. Hoek, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's