De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Walter Marshall: een reformatorisch puritein (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Walter Marshall: een reformatorisch puritein (1)

8 minuten leestijd

De man wiens naam boven dit artikel staat, Walter Marshall, wordt gerekend tot de Engelse 'oude schrijvers'. Hij werd geboren in 1628, stierf in 1680 en was dus voluit een zeventiende-eeuwer. Hij heeft maar één boek nagelaten en dat werd bovendien pas 12 jaar na zijn dood voor het eerst uitgegeven, maar daarna zijn er, tot op deze tijd toe, ettelijke herdrukken van verschenen. Om Marshall te leren kennen zijn wij dus geheel op dat ene boek aangewezen, en verder op wat tijdgenoten en anderen ons over hem hebben meegedeeld.

Zijn leven
Als wij het grote Engelse biografische woordenboek, de DNB erop naslaan worden wij teleurgesteld. Wij moeten het dan stellen met slechts een paar gegevens. In de Duitse biografische woordenboeken ontbreekt zijn naam geheel.
Wat in het zojuist genoemde Engelse woordenboek over Marshall te vinden is, komt hierop neer, dat hij een presbyteriaans theoloog is geweest, geboren op 15 juni 1628 in het district Durham, en dat hij de zoon was van een geestelijke in de Kerk van Engeland. Hij studeerde te Oxford waar hij de graad van magister artium (meester in de vrije kunsten) behaalde en daarna lector werd. In 1661 werd hij predikant te Hursley, 5 mijlen verwijderd van Winchester. De Uniformiteitswet van koning Karel II, in 1662, die van de puriteinse predikanten eiste, dat zij zich geheel zouden schikken naar de kerkregering en ceremoniën van de Anglicaanse kerk en die talloze van deze predikanten in grote gewetensnood bracht, zodat zij zich nog liever lieten afzetten dan zich overgeven, trof ook Marshall. Hij kwam buiten zijn dienst te staan. Kort daarop werd hij predikant van een onafhankelijke gemeente te Gosport. In het boek dat Marshall schreef heeft hij op deze toestanden ergens gezinspeeld; wij komen daar nog op terug.
Marshalls geestelijke ontwikkeling is niet glad en onbewogen verlopen. Hij bestudeerde grondig de werken van Richard Baxter (1615-1691) zijn grote tijdgenoot, maar die brachten hem aan de rand van de wanhoop. Welke uitweg Marshall gevonden heeft zal ons nog diepgaand bezighouden. Het appèl dat hij deed op Baxter en op Thomas Goodwin, een andere puritein uit die dagen, 28 jaar ouder dan Marshall, was tevergeefs. Baxter en Goodwin wilden er niet aan dat zij 'wettisch' waren. Marshall kwam tegenover hen alleen te staan.
In juli 1680, ruim 52 jaar oud, js Marshall te Gosport overleden. Door een collega, Samuel Tomlyns, werd de begrafenisrede gehouden.

Zijn boek
Marshalls boek waarop wij al enkele malen zinspeelden, heeft als titel The Gospel Mystery of Sanctification. Deze titel is moeilijk in het Nederlands weer te geven. Toch is er wel een Nederlandse uitgave, onder de titel Verhandeling over de ware evangelische heiligmaking. Deze vertaling dateert uit de 18e eeuw, maar is enkele jaren geleden, in 1975, door uitgeverij De Vuurtoren te Urk opnieuw uitgegeven. Helaas laat deze vertaling nogal wat te wensen over. Nog even iets uit het Engelse woordenboek. Het weet te vermelden, dat Marshalls boek 'uitzonderlijk populair' is geworden en dat talrijke uitgaven ervan in de oorspronkelijke taal verschenen zijn.

Comrie
De man die in Nederland Marshall geïntroduceerd heeft is de bekende Woubrugse predikant Alexander Comrie geweest. In 1739 verscheen te Leiden de volgende uitgave, waarvan ik hier de titel volledig weergeef: 'De Verborgentheit van de Evangelische Heiligmaking, verklaart in eenige Praktikale Bestieringen door den getrouwen Leeraar Walter Marshal, in 't Engels beschreeven en Seventien maal gedrukt, en nu in het Nederduyts uitgegeeven door Alexander Comrie, Scoto-Brittannus, A. L. M. Philósophiae Doctor, en Predikant te Woubrugge'. Comrie zelf is de vertaler geweest van het werk van Marshall. In 1846, in de periode na de Afscheiding, toen er een nieuwe belangstelling was gegroeid voor oude piëtistische literatuur, verscheen te Groningen bij J. H. Maatjes een 'Uittreksel uit de Verborgenheid van de Evangelische Heiligmaking. Door den Getrouwen Leeraar Walter Marshal. Naar de zeventiende druk uit het Engelsch vertaald, door A. Comrie…' (zie A. G. Honig, Alexander Comrie, Utrecht 1892, 123). Zozeer is Comrie dus ingenomen geweest met Marshalls boek, dat hij de moeite genomen heeft om het zelf uit het Engels over te zetten in het Nederlands. Of het boek verder ook in Nederland veel invloed uitgeoefend heeft is moeilijk na te gaan. Misschien onder eenvoudige gemeenteleden meer dan onder theologen.

Neonomisme
Verschillende redenen zijn er voor te noemen waarom Comrie Marshalls boek zo hoog gewaardeerd kan hebben. Ook hij was – op zijn wijze – evenals Marshall wars van alle neonomisme, verwettelijking van het christelijke leven. Dat had hij meegebracht uit Schotland. In Schotland heerste veel verzet tegen de zojuist genoemde Engelse theoloog en prediker Richard Baxter. Comrie heeft in zijn Verklaring van de Heidelbergsche Catechismus (2e druk Utrecht 1779) meer dan eens de fiolen van zijn toorn over Baxter uitgegoten. Hij zag in hem zelfs de grote bederver van het Evangelie in Engeland. Comrie oordeelde hierin heel anders dan vele andere 'oude schrijvers' in ons land, die niet zelden met instemming en waardering werken van Baxter geciteerd hebben. Voor Marshall daarentegen heeft Comrie niets dan lof over gehad. In zijn zojuist genoemde Catechismusverklaring zegt hij: 'Zoo er een Boek is, waar in de zuivere Leer der Hervorminge te vinden is, in een kort bestek, zoo is het zijn (nl. Marshalls) Werk, genoemd De Euangelische Heiligmaking' (blz. 137). Comrie voegt eraan toe, dat geen boek zo nodig gelezen moet worden als dit boek van Marshall, 'in deze tyd', nu men zo ver is afgeweken van de praktijk van de Hervorming! Het zij mij ­nu reeds vergund op te merken, dat ik hier graag met Comrie instem. Tegelijk merk ik op, dat Comrie door Baxter af te wijzen en zo resoluut voor Marshall te kiezen, daarmee tegelijk ook heel wat anderen, die Baxters medestanders waren, zowel onder de puriteinen in Engeland als onder de mannen van de Nadere Reformatie in Nederland, tegen de haren heeft ingestreken. Hij moet zich dat ook wel bewust zijn geweest, al beperkt hij zich kritiek tot Baxter alleen.

Hervey
Over de achtergrond van Marshalls boek is nóg iets mee te delen. Toen een Engelse uitgever, Johnson genaamd, in 1756 overwoog om Marshalls boek opnieuw uit te geven, kreeg hij een brief van James Hervey die hem daarin aanmoedigde. Wie was James Hervey? Een Engels calvinistisch schrijver van een aantal veel gelezen stichtelijke werken. Een van zijn belangrijkste werken is zijn Theron en Aspasion. Hervey behandelt hierin de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, met de nadruk erop dat ons daarin Christus' gerechtigheid wordt tóegerekend. Hervey is niet oud geworden, hij leefde van 1714 tot 1758.
Deze Hervey nu schreef aan Johnson, dat hij met veel genoegen had vernomen dat hij Marshalls boek opnieuw zou uitgeven. Marshall, aldus Hervey, leert ons de ware heiligheid, rustend op het geloof in Christus. Marshalls boek, aldus Hervey, lijkt zich te bewegen buiten de 'gewone weg', dat was de weg waarop men in de 17e en 18e eeuw wandelde; maar volgens Hervey is alleen de weg die Marshall wees de weg tot de ware heiligmaking.
Ook in zijn boek Theron en Aspasion zélf heeft Hervey zich met veel lof over Marshalls boek uitgelaten. Daar noemt hij het 'een der allemuttigste boeken' dat hem tot een 'dierbare schat' was geworden. Hervey zegt: 'Indien ik ooit als een banneling op een onbewoond eiland wonen moest, waar ik behalve de Bijbel, slechts twee boeken mocht bezitten naar mijn keuze; zo zou dit werk gewis een van die beide, en misschien zelfs het eerstgekozene zijn'.
Er zouden nog wel méér loffelijke getuigenissen omtrent Marshalls boek te vermelden zijn, maar wij willen het laten bij hetgeen wij geboden hebben.

Betekenis
Voor een eerste kennismaking met dit boek zij nog het volgende opgemerkt. Marshall was, zoals wij al hoorden, met de leer van Baxter (en andere puriteinen) in een grote geestelijke crisis gekomen. Het was gebod of gebod en regel op regel; de mens werd eindeloos vermoeid met 'kenmerken', zelfonderzoekingen en eigen geestelijke ervaringen. Slechts op een indirecte wijze kwam Christus ter sprake. De regelrechte daad des geloofs, door Marshall genoemd de direct act of faith, kwam niet meer aan de orde. Men durfde niemand meer regelrecht tot Christus te nodigen. Het Evangelie werd op een voorwaardelijke wijze gepredikt. De heiligmaking kreeg een slaafs karakter. Zij werd wettisch opgevat. De leer der rechtvaardiging was op de achtergrond geraakt. Aan de heiliging begon de rechte basis te ontbreken. Er was niet meer zekerheid des geloofs, omdat die zekerheid buiten het wezen des geloofs werd gesteld. De mens werd steeds naar zichzelf terugverwezen. Dit alles is het wat Marshall, zoals wij uit zijn boek kunnen leren, in de nood bracht. Hij kwam er niet uit. Totdat hij zich wendde tot hen die hij de 'old protestants' noemt, met wie hij de reformatoren van de 16e eeuw bedoelt. Daar vond hij iets heel anders. Daar vond hij de prediking van Christus en het geloof in Hem. Daar vond hij dat het Evangelie onvoorwaardelijk is, en dat God de goddelozen (niet de vromen) rechtvaardigt. En dat alleen op die basis het komen kan tot een ware heiligmaking. Geen heiligmaking zonder vereniging en gemeenschap met Christus, door het geloof, aldus Marshall. Dat was zijn 'ontdekking'. Hij groeide door het Piëtisme héén en kwam er uit, doordat hij de Reformatie ontdekte. Daarmee wil ik niet zeggen dat hij geheel buiten het puriteinse Piëtisme kwam te staan. Het aantrekkelijke in Marshall is dat hij het goede uit het Piëtisme heeft weten te behouden en vruchtbaar heeft weten te maken. Hij is ingegaan, op een bijbelse en pastorale wijze, op de vraagstellingen waarmee hij zelf eens geworsteld had. Daarom noem ik hem welbewust een reformatorisch puritein.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Walter Marshall: een reformatorisch puritein (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's