De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Bij Boekencentrum te 's-Gravenhage verscheen een buitengewoon interessant boekje 'Langs de kerkepaden door Drenthe'. Uit dit boekje eerst een stukje 'dominee mag niet jagen' en vervolgens enkele punten uit de 'diversen' aan het eind van het boek.

'Bij plakaat op de jagt van 1684 werd aan predikanten en schoolmeesters verboden te jagen en te vissen, zelfs mochten ze geen jachthonden houden. En dat, terwijl het in die tijd in Drenthe wemelde van hazen en patrijzen, zelfs van grof wild. Dit verbod werd bij volgende jachtwetten steeds herhaald. Reden voor dit verbod was vervat in de Kerkenorde van 1730, waar in artikel 6 vermeld is: "…diensvolgens sal een Predikant zich met geene politieke zaken vermengen, en opdat hij van zijne dienst niet wordt afgetrokken, zal hij zig van de exercitie van de jagt, visscherije of diens gereetschap ten eenenmaal moeten onthouden; zullende de Classis en visitatoren neerstig daar na vragen en de contravenienten daar, waar het behoort aangebragt en gecensureerd werden."
Het moet voor de predikant wel een Tantaluskwelling zijn geweest, wanneer het haas zich te goed deed aan de kooi en de wortelen in de pastorietuin, de patrijzen hun krop vulden op de korenakkers van dominee en hij geen geweerschot mocht lossen. Verschillende keren hebben de predikanten geprobeerd dit verbod opgeheven te krijgen of te verzachten, maar de Staten wilden daar niets van weten.
Eindelijk, op de landdag van 25 maart 1749 werd de Synode voorgesteld de verbodsbepaling zodanig te wijzigen, dat dominee toch af en toe eens mocht gaan vissen… Overigens bleef men onverbiddelijk vasthouden aan het jachtverbod.
Maar… tijden en zeden veranderen, ook in de 18e eeuw. In 1791 werd bakzeil gehaald; het Reglement op de Jagt werd dusdanig gewijzigd, dat de predikanten, die volgens de wet gegoed waren(!), twee dagen per week "in persoon" mochten jagen. De schoolmeesters bleven uitgesloten.
Tenslotte werden in het Reglement van 16 augustus 1805 alle beperkingen op het gebied van jagen en vissen ten aanzien van predikanten en schoolmeesters opgeheven.'


• 'Ten aanzien van de oude torenklok te Beilen uit 1617 wordt verteld, dat, toen koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan Beilen zou brengen, de klok moest worden geluid. Men was bang, dat het geluid niet ver genoeg zou dragen en dat de koning het niet zou horen. Besloten werd, dat tijdens het luiden tevens met hamers op de klok zou worden geslagen. Het gevolg was, dat er een groot stuk van de klok werd afgeslagen.'


• 'Ds. Atlas van Roden klaagde er in januari 1697 over, dat Jonkheer van Ewsum op de Kerstdag 1696 "tot grote verstoring der godsdienst" de klok had doen luiden omdat zijn vrouw gestorven was. Op het ernstige verzoek met het luiden op te houden totdat de kerkdienst geëindigd was, had de Jonkheer geantwoord: Wat raakt mij de godsdienst; ik wil dat er geluid wordt.'


• 'De kerk te Veenhuizen – gesticht in in 1825 – beschikte niet over een luidklok. In plaats van het klokluiden werd vóór de kerkdienst een korf aan een hoge paal of staak gehangen. Zodra de predikant de preekstoel beklommen had, werd de korf neergelaten. Vroeger gebruikte men in plaats van een korf een vlag.'


• 'Daar de kerk te Gasselternijveen vóór 1859 geen toren had, had men een klokje van "ongeveer dertig Nederlandsche ponden zwaar" in een eikeboom gehangen, die in de pastorietuin stond.'


• 'Ds. Johannes Sigefridus Cuperus, die van 1611 tot 1630 te Gasselte stond, kreeg voor de school- en kostersdienst twaalf mud rogge. Bij de visitatie in 1618 verzocht hij ontslagen te mogen worden van het klokluiden, kerk schoonmaken, het openen en sluiten van de kerk en van het water brengen in de kerk ten behoeve van de doop.'


• 'In 1660 had Hoogeveen – gesticht in 1625 – reeds 160 lidmaten. Men wilde graag in 1663 een eigen predikant. Ds. Franzius, predikant te Echten, lied de synode weten, dat hij Hoogeveen al omstreeks 30 jaar gediend had en had gepreekt in kamers, op zolders, in schuren, zelfs "onder den blaauwen hemel", totdat er een kerk was gesticht.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's