Catechese: Gezin en Gemeente een zorg (slot)
Zoals de gemeente des Heeren een geheim heeft – zij is het scheppingswerk van de Geest – zo ook de catechese als funktie van die gemeente. Dat stelden we de vorige maal toen we de doelstelling van de catechese in verband brachtenn met het werk van de Heilige Geest. Zomin als de gemeente in louter sociologische categorieën valt onder te brengen (om maar eens iets te noemen), zomin laat de catechese zich geheel en al didactisch, onderwijskundig bepalen. Hier schuilt een geheim. Het geheim van Gods Geest, dat in het geloof niet alleen gekend, maar ook en tegelijk geëerbiedigd wordt. De Heilige Geest laat zich niet manipuleren; is evenmin als de wind hoe dan ook te vangen in de zin van in de greep krijgen. Dat heeft ons bescheiden te maken; voorzichtig en ootmoedig. Dat wel, ja. Maar we worden niet lijdelijk. De Heilige Geest immers laat zich vanuit de Schriften kennen als Degene, Die mensen en middelen heiligt, in dienst neemt om tot Zijn doel te komen. Daarom, 'rekenen met het werk van de Geest kan en mag in geen geval betekenen, dat we de ogen sluiten voor de werkelijkheid en hopen dat het toch nog goed komt' (F. H. Kuiper). Biddend om de verlichting met de Geest, spannen we ons verwachtingsvol in, om elkaar naar de ons geschonken gaven naar beste weten en kunnen van dienst te zijn en te helpen bij het leren gaan van de weg van het Woord.
Antwoordelijk leven in de wereld
Nog twee zinsneden uit de eerder vermelde omschrijving van wat catechese is, vragen onze aandacht. Namelijk die, waarin het leven uit Gods beloften en naar Zijn geboden nader wordt aangeduid als een wijze van staan in de wereld en van deel uitmaken van de kerk. Wat het eerste betreft, wij zien geen heil, noch ook zoeken onze kracht in het (kerkelijk) isolement. Wij weten ons als discipelen, leerjongeren van Hem, Die – ons aan de Vader opdragend – sprak; 'Ik bid niet dat Gij hen uit deze wereld wegneemt…' (Joh. 17 : 15), geroepen tot een 'matig, rechtvaardig en godzalig leven in deze tegenwoordige wereld' (Titus 2 : 12).
Eén van de deeltjes uit de methode 'samen luisteren' (T. van 't Veld e.a.) draagt dan ook niet zonder reden de titel 'leren leven als christen in deze tijd'. Lees: in deze tegenwoordige wereld. De toerusting tot zulk een leven verdient des te meer aandacht en zal pastoraler van aard hebben te zijn naarmate de christelijke gemeente haar positie in de samenleving ziet verzwakken, waardoor verwarring enerzijds en verstarring anderzijds zich lichter van haar meester maken. In dat verband spreken we graag van een 'antwoordelijk leven'. Waarom niet liever van 'verantwoord handelen' (J. Douma) gesproken, vraagt u? Wel, we bedoelen te benadrukken, dat het gaat om de respons, het antwoord op de beloften en geboden van onze God. Het zal u bekend zijn hoe ons in de eerste hoofdstukken van de bijbel wordt verhaald hoe de Heere God Zijn mensenkinderen ter verantwoording roept. Twee vragen klinken er dan op: 'waar zijt gij?' (Gen. 3 : 9) en 'waar is uw broeder?' (Gen. 4 : 9). Er wordt gevraagd naar onze plaats tegenover onze God en onze naaste. Welnu, Gods beloften en geboden bedoelen die plaats aan te geven. Leren we door Gods genade daarnaar leven, dan weten, kennen we onze plaats; onze van God gewezen plaats. Aan het antwoord gaat het (vraag)woord vooraf U mag ook zeggen: roeping en belofte worden beantwoord in geloof en bekering. We duiden slechts aan, maar wellicht kan wat we bedoelen aan te geven en uit te drukken duidelijk zijn.
Belijdende leden van Christus' kerk
Tenslotte brengen we in eerdervermelde begripsbepaling van de catechese het lidmaat zijn der kerk ter sprake. Niet omdat het ons als gemeente om onszelf begonnen zou zijn. Maar omdat we geloven en belijden, dat de Heere Christus Zich door Zijn Geest en Woord niet maar individuen, maar een gemeente vergadert (cat. zd. 21). We noemen daarbij niet één bepaalde kerk met name – hoewel onze Ned. Herv. kerk ons lief is – en spreken niet van onze kerk, maar van Christus' kerk.
U weet, in de derde belijdenisvraag wordt wèl gesproken van de Ned. Herv. Kerk. Dat kan echter moeilijk betekenen, dat belijdenis doen zoveel zeggen wil als levenslange trouw zweren aan één bepaalde kerk. Het wil, naar ik meen, veelmeer dit zeggen, dat we onze zaak en roeping dichtbij en concreet zullen zoeken en vinden: in de gemeente, de kerk, waartoe we mogen behoren. Er zijn dan ook gemeenten, waarin de a.s. jonge lidmaten de derde belijdenisvraag enigszins gewijzigd wordt gesteld. Men spreekt dan van 'de algemene christelijke kerk, waarvan ook de Ned. Herv. kerk een gestalte is. Dat lijkt me niet onjuist. Alhoewel ik met het feit als zodanig – dat niet iedere gemeente er ten aanzien van de belijdenisvragen dezelfde lezing op nahoudt – bepaald niet gelukkig ben. Er schijnt wat dat betreft zelfs sprake te zijn van een bonte verscheidenheid'.
Overigens, het doen van openbare beljdenis des geloofs staat nogal ter discussie. Ook in onze Ned. Herv. Kerk. Op de achtergronden daarvan gaan we nu niet uitvoerig in. We signaleren wel, dat de praktijk leert dat tal van jongeren, ook van die jongeren, die wel (enkele) jaren katechetisch onderricht genieten, er niet toe komen geloofsbelijdenis af te leggen. Het is dan ook een goede zaak, dat er vanuit de werkgroep catechese van het Centrum voor educatie (voorheen 'raad voor de catechese') hiernaar onderzoek wordt gedaan. Met belangstelling zien we de resultaten, die naar verwachting voorjaar 1988 bekend zullen worden, tegemoet. Zij zullen uitgangspunt kunnen (moeten) zijn voor een diepgaande bezinning op de plaats van de openbare belijdenis des geloofs in het geheel van het gemeente-zijn naar Schrift en belijdenis.
Zeker, wanneer we spreken van 'belijdende leden van Christus' kerk', bedoelen we te zeggen dat het leven uit Gods beloften en naar Zijn geboden belijdend, getuigend van aard is. In de catechese rusten we elkaar dan ook toe met het oog op onze diakonale en apostolaire roeping. Leerling-zijn en getuige-zijn sluiten elkaar niet uit, maar in. Toch meen ik dat het beljdenis doen als zodanig zijn eigen waarde en betekenis heeft. We vergeten niet geroepen te zijn om met heel ons wezen levenslang de naam des Heeren te belijden. Maar dat betekent niet, dat het geen zin zou hebben elkaar in Christus' naam te vragen zich persoonlijk en openlijk uit te spreken aangaande de inhoud en betekenis van die naam, opdat de gemeente, naar die naam genoemd, gebouwd worde.
We ronden af, ons ervan bewust dat nog vele vragen onbesproken bleven. Een ding echter moge duidelijk zijn: waar de heilige naam, ons in onze doop gespeld, ons een vreugd is, daar zal de catechese ons een zorg zijn.
Gespreksvragen
Toen het bovenstaande als inleiding werd gehouden, volgde er een groepsdiscussie, aan de hand van twee gespreksvragen. Misschien vormen ze een handvat om dat, wat in deze artikelen te berde werd gebracht verder te doordenken en te bespreken.
– Het discipelschap (leerling-zijn, leerjongeren van Christus, N.G.B. art. 13) behoort tot het wezen van de christelijke gemeente. Toch is er de klacht over het isolement van de catechese binnen de gemeente (vergelijk bijv. W. Verboom: 'Ook binnen de gemeentelijke aktiviteiten dreigt de catechese in een isolement te geraken'. Of W. Dankers: 'Catechese lijkt een zaak te zijn van de catecheet, niet van de gemeente'). Hoe kijkt u tegen het hierboven gesignaleerde spanningsveld aan, en wat zou ertoe kunnen bijdragen dat de catechese een meer geïntegreerde plaats inneemt in het gemeente-zijn?
– In Kind en religie schreef M. J. Langeveld: 'Veruit het belangrijkste is dus de ontmoeting met geloof als levensstijl van het eigen milieu. In het bijzonder is aan iedere levensstijl de vraag te verbinden in hoeverre en op welke wijze ze echt is…'. 'De transparantie (doorzichtigheid) der opvoeders is van het allergrootste belang. Soms echter is die transparantie optimaal: men kijkt er doorheen en ziet… niets!'
Deelt u Langevelds opvatting en welke konsekwenties verbindt u daaraan voor gezin, kerk en school als milieus, waarin de geloofsopvoeding gestalte krijgt?
D. Dekker, H.I. Ambacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's