De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

11 minuten leestijd

In 1944 verscheen 'een oproep tot trouw en bezinning', geschreven door iemand 'ergens in Europa', onder de titel 'Wachter, wat is er van de nacht?' (n.a.v. Jes. 21). Het vier pagina's tellende stuk, dat kennelijk In een bepaald blad werd geplaatst, is een vlammend protest tegen het nationaal socialisme, met name ook tegen voorgangers (leiders) in de Gereformeerde Gezindte, die collaboreerden met de vijand of de gevaren niet onderkenden. In concreto worden genoemd prof. dr. H. Visscher, ds. G. H. Kersten, J. Hollander, dr. W. H. van der Vaart Smit. Ook wordt de kerkscheuring, die de gereformeerde wereld in die dagen beroerde en verdeeldheid bracht onder hen die ten aanzien van het Nationaal Socialisme geen onzeker geluid gaven (bedoeld is de Vrijmaking van 1944) scherp gehekeld. Een lezer van ons blad vond het stuk in een antiquarisch boek. Wellicht is er iemand onder de lezers, die de naam van de auteur en de herkomst van het geschrift mij weet te noemen. IK zou hem of haar daarvoor zeer erkentelijk zijn. Het gaat hier om een uitermate intrigerend stuk.


In het orgaan Kerk Overzee, kontaktbrief van de Nederlandse Zendings Raad, trof ik onderstaande Parabel van Grote Spin over 'Het nut van bomen'. Een lezenswaardig verhaal dat stof tot nadenken biedt voor 'nuchtere' westerlingen.

'Met Grote Spin, de oudste neger van tiet dorp Sibuti, had ik die dag deelgenomen aan de jaarlijkse herdenkingsplechtigheden voor de gestorven zoon van het oude stamhoofd. 's Morgens waren we met alle mannen van het dorp het woud ingetrokken, naar de boom waaronder de jongen twee jaar geleden, schuilend voor een onweer, was getroffen door de bliksem. Aan de voet van de gespleten woudreus had leder zijn gaven neergelegd, om de geesten van het woud te verzoenen. Zelfs Grote Spin die toch vele jaren van zijn leven in Europa heeft doorgebracht legde tussen de uitstekende wortels een bananenblad gevuld met maniok.
Ikzelf had niets geofferd, maar zwijgend toegekeken naar de steeds groeiende berg offergaven: rijst, maniok, papaja's, mango's, mais, bananen, palmwijn… In de namiddag was het dansen begonnen op het grote dorpsplein beneden aan de voet van de berg. De tamtam dreunde, de palmwijn vloeide rijkelijk. Ook ik genoot overvloedig van de palmwijn, die mij met gulle hand steeds opnieuw werd ingeschonken. 's Avonds in Grote Spins hut, halverwege de berghelling, zaten wij samen bij het smeulende vuurtje en keken door de geopende deur naar de lichtgloed beneden, waar het feest nog in volle gang was. De krekels maakten oorverdovende muziek, begeleid door de verre klanken van de tamtam.
"Mag ik je wat vragen, Grote Spin?"
"Ga je gang."
"Waarom heb je vanmorgen geofferd in het woud?"
"Waarom zou ik niet?"
"Je weet toch dat bliksem een elektrische ontlading is, Grote Spin?
Je weet toch, dat bliksem hoge bomen treft? Je weet toch, dat wie er toevallig onder zit, wordt gedood? Wat heeft het dan voor zin, te offeren aan de geesten van het woud?"
"Ik zal je een verhaal vertellen", zei Grote Spin. Hij stopte een pijp, stak die aan met een takje uit het vuur en begon:
"Eens raakten de dieren met elkaar in gesprek over het nut van de bomen. En de aap sprak, terwijl hij zijn lippen aflikte: "Ik vind bomen nuttig, als zij eetbare vruchten voortbrengen".
"Dat vind ik onbelangrijk", trompetterde de olifant. "Waar het voor mij op aankomt is, of ik hun bladeren kan bereiken. Het meest nutteloos vind ik die hoge woudreuzen, waarvan zelfs de onderste takken ver buiten mijn bereik vallen."
"Wat een onzin", sprak de papegaai. "Iedereen weet toch, dat veilige nesten worden gebouwd in holle bomen. Jammer dus, dat de meeste bomen volkomen onbruikbaar zijn."
"Wat ik het meest waardeer", geeuwde de panter, "is hun schaduw, wanneer ik tijdens de heetste uren van de dag op hun onderste takken lig te rusten."
De struisvogel nam streng en bestraffend het woord: "Nergens zijn ze goed voor, die bomen! Integendeel: ze zijn een bron van gemakzucht en verslapping. In de steppen en woestijnen waar ik huis, kom je weinig of geen bomen tegen. Daar wordt de kostbare tijd niet verdaan met gepraat over schaduw, nesten of malse blaadjes. Maar daar leeft dan ook het sterke geslacht."
Toen het ascetisch gekras van de struisvogel was opgehouden, viel er even een pijnlijke stilte.
Heel schuchter nam daarna de vlinder het woord:
"Broeder struisvogel zal ongetwijfeld gelijk hebben, maar toch verschilt mijn kijk op bomen van de zijne. Ik ben dan ook maar een eenvoudige vlinder. Ik houd van de prachtige kleuren van hun bloesems; ik kan er niet genoeg van krijgen hun geuren tegelijk met hun honing op te zuigen."
De vlinder zweeg. De bij bromde beamend, maar zei verder niets.
Als laatste nam de slang het woord, de oudste en wijste van alle dieren: "Bomen", zo sprak hij, "zijn als rechtopstaande slangen. Slangen zijn als liggende bomen. Bomen zijn slangen die wortel hebben geschoten in de aarde. Slangen zijn bomen die hun weg zoeken over de aarde. Bomen en slangen hebben hetzelfde hart en hetzelfde leven."
Het verhaal was uit. Maar ik zei niets. Na een poosje vervolgde Grote Spin: "Een boom heeft vele betekenissen. Ook een berg heeft die, en bliksem en water en wind. Maar voor jullie Europeanen betekenen de dingen, de planten, de dieren en de mensen alleen nog maar wat je ervan kunt meten, wegen en in formules vastleggen. En die ene betekenis die jullie in de wereld nog maar kunt zien, hebben jullie tot de enige betekenis verheven.
En jullie zijn diezelfde wereld rondgetrokken, om dit evangelie aan alle volkeren te verkondigen. Ook ons is jullie blijde boodschap niet bespaard gebleven. Weliswaar zijn wij nog niet helemaal bekeerd. We zijn nog een beetje heiden. We voelen ons nog teveel verbonden met het geheim dat in alle dingen leeft. Wij vragen nog excuus aan de geest van het woud, wanneer wij één van zijn bomen vellen. Maar het zal niet lang meer duren, of ook wij zullen met snerpende zagen ons land ontbossen, omdat de enige betekenis van een boom uiteindelijk is, dat je er planken van kunt zagen: zó lang, zó breed, zó dik en zó zwaar. En uiteraard van voortreffelijke kwaliteit."
Hij porde wat in het smeulende vuur en vervolgde:
"Toch hebben jullie, als het er werkelijk op aankomt, dezelfde vragen als wij. Wij zijn vanmorgen het woud ingetrokken, omdat we weigeren te geloven, dat kinderen zo maar worden getroffen door bliksem of bomen of rotsen. Maar als jij in jouw land een vrouw ontmoet die wezenloos neerzit, omdat haar kind door de bliksem is gedood, en als zij jou vraagt: "Hoe kon dit gebeuren?", dan leg je haar ook niet uit hoe de bliksem werkt. Zij vraagt je namelijk niet naar de wetten van de bliksem, maar naar de wetten van het bestaan. Er zijn vele bliksemflitsen op aarde en er zijn vele, vele kinderen. Maar waarom moest nu juist haar kind door deze ene bliksemflits worden getroffen? En ook zij trekt het donkere woud in, op zoek naar de geest die haar het waarom van de dingen wil openbaren."
Toen zweeg Grote Spin. Ook ik bleef zwijgen. Maar de krekels zwegen niet en ook niet de tamtam in de diepte op het dorpsplein.'


Bij een proefschrift over een meteorologisch onderwerp (W.D. van der Ber, Wageningen) luidden enkele van de stellingen als volgt:

• De door God aan Noach gedane belofte, dat "zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet zullen ophouden", betekent niet dat alles maar vanzelf gaat.
Daarom is het betreurenswaardig, dat de gewoonte binnen de protestantse kerken om op de tweede woensdag van maart en van november een bid- respectievelijk dankstond te houden voor gewas en arbeid steeds meer in ongebruik raakt.
(Genesis 8 : 22).

• Wanneer het verdichten van het net van autowegen samengaat met een minstens evenredige toename van het aantal ongelijkvloerse kruisingen met langzaam verkeer, wordt het des te waarschijnlijker dat de fietser ook bij buiig weer zijn bestemming per fiets droog kan bereiken.

• Liefhebbers van een reliëfrijk landschap komen ook in Nederland meer en meer aan bod, aangezien vuilstortplaatsen steeds vaker afgedekt worden met een kunstmatige heuvel.

• De gewoonte, om een dissertatie vergezeld te doen gaan van een aantal stellingen, is bij uitstek geschikt om aan te tonen in welke mate de promovendus ook zijn moedertaal beheerst.

• Het volgen van het zogenaamde brooddieet zou meer effect sorteren, indien de broodsnijmachines zo worden afgesteld, dat er minder boterhammen uit één brood gaan, en derhalve de gemiddelde broodmaaltijd meer uit brood en minder uit beleg bestaat.


Hier volgt de tekst van een nieuwsbrief van de Hoop, evangelisch centrum voor verslaafden te Dordrecht.

'Het was midden in de nacht toen bij ons de telefoon rinkelde. Een wanhopige vader belde op.
"Meneer", zei hij: "Mijn dochter is heroïneprostituée en zij is zojuist thuisgekomen. We wisten eigenlijk niet meer dat ze nog leefde."

Geld voor drugs
"De enige reden dat mijn dochter langskomt is dat ze geld voor drugs nodig heeft. Eerst wilden we haar niet binnenlaten, maar omdat ze op straat zo'n tumult veroorzaakte, moesten we wel."
"Meneer, nu is ze boven, ze heeft haar hoofd helemaal kapotgeslagen en ze bijt mijn vrouw. U moet het me maar niet kwalijk nemen, maar wat ons betreft, mag ze net zo goed dood zijn. We kunnen er niet meer tegen.
Mag ik haar alstublieft komen brengen?"

Triest
Een triest verhaal. Wat moeten die ouders een verdriet hebben. We hebben deze vader niet kunnen helpen. Zijn dochter wilde helemaal niet afkicken, ze wilde alleen maar drugs.
Nu ik dit schrijf moet ik denken aan het plan dat vorige maand geopperd werd door drs. Nordholt, de hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie. Hij stelde voor om verslaafden dwangmatig te helpen. Nordholt werkt sinds een halfjaar in Amsterdam. Dit is genoeg om diep onder de indruk te raken van de barre situatie van verslaafden.

Machteloze woede
Ik kan de reactie van Nordholt en de vader van dat verslaafde meisje heel goed begrijpen. Een duidelijker landelijk beleid zou best goed zijn. In een soort machteloze woede over de situatie van verslaafden zou je in één keer een streep onder hun ellende willen zetten.
Toch is het niet de weg. Gedwongen behandeling is niet haalbaar. Zonder motivatie heeft behandeling van een verslaafde geen enkel resultaat.
De verslaafde moet zélf tot de conclusie komen dat de weg die hij gaat een heilloze is. Dat verandering noodzakelijk is. De verslaafde moet, bij wijze van spreken, met de rug tegen de muur komen te staan. Uiteindelijk moet de verslaafde komen tot het punt dat hij inziet het zelf niet meer te kunnen redden, dat hij machteloos is en hulp nodig heeft.

Uitdaging
Dat gebeurt bij De Hoop. Mensen leren de oorzaken van hun verslaving kennen. Ze leren omgaan met gevoelens van afwijzing, schuld, verzet, eenzaamheid. Voor velen gaan de ogen open en begint er een totaal nieuw leven. De uitzichtloosheid verdwijnt en het leven wordt een uitdaging.
Koos, een jongen die nu bijna een half jaar in De Hoop is, zei: "Ik heb hier het idee dat ik voor het eerst aan mezelf toe kom."
Het gaat echter niet vanzelf. Het is een strijd. Maar het is een strijd die het de moeite waard is om gestreden te worden. Tientallen jonge mensen hebben dat inmiddels bewezen.

Overwinning in de strijd
Dit jaar hopen we er bij stil te staan dat we 12,5 jaar geleden begonnen zijn met De Hoop, of liever gezegd: dat God begonnen is met De Hoop. Want uiteindelijk is Hij de Eerste en de Laatste. Aan Hem vertrouwen we ons werk toe. Hij zal de overwinning geven in de strijd.
Dit feit motiveert ons als medewerkers met die strijd door te gaan, wetende dat God ons voorgaat. Strijd u met ons mee? Uw gebed hebben we dagelijks nodig!

Subsidie-aanvraag
Ik zou u graag willen oproepen te bidden voor de therapieboerderij en de werkprojecten. In maart wacht ons de uitslag van de subsidie-aanvraag voor de werkprojecten bij het Europees Sociaal Fonds. Over de subsidie voor de therapieboerderij zijn we opnieuw in onderhandeling met de overheid. Als er geen subsidie voor deze projecten komt zal het financieel zéér moeilijk worden deze projecten voort te kunnen zetten. In de afgelopen jaren is gebleken hoe fundamenteel deze projecten zijn in de genezing van verslaafden! We hebben subsidies voor deze projecten hard nodig. Ze zijn een onmisbare schakel in onze hulpverlening gebleken!'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's