De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten.Jes. 53 v. 2a

In het teksthoofdstuk getuigt de profeet van de Knecht des Heeren, Die in deze wereld naar Gods welbehagen het werk der verlossing ten uitvoer zal brengen. Wie is deze Knecht anders dan de Christus? Zo getuigt Filippus in Handelingen 8 van Hem.
De profeet ziet Hem als de lijdende Knecht, diep vernederd. Als een rijsje, een in de grond gepoot stekje. Als een nieuwe loot uit de wortel van een gevelde boom, in een dorre, waterarme grond. Wat is daarvan te verwachten? Zonder enige heerlijkheid zal Hij zijn, voorwerp van verachting. En dit niet voor niets!
Hij moest, – dit is het geheim van dit alles, – dragen, wat anderen, wij allen, zegt de profeet, om de zonde verdienen. Die verachting tot in de dood en godverlatenheid toe. Echter, nu zou door dit lijden voor anderen, die dit niet verdienen, de verzoening met God, dé verlossing in radikale zin en nieuw, eeuwig leven, mogelijk zijn.
In de lijdensweken overdenken wij dit alles weer!
Deze Knecht moest dus lijden, – naar het welbehagen van Zijn Vader. Steeds was Hij – ook hierin – bezig in de dingen van die Vader. Anderzijds was daar bij alles, wat Hij deed en onderging het wakend oog en de zorgende hand van die Vader over Hem! Dit klinkt door in de tekst: 'Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten'. Voor Zijn aangezicht houdt in: in Zijn dienst en onder Zijn zorg. Zo stonden de priesters en levieten in de tempel voor het aangezicht des Heeren. En zo diende Samuël de Heere in de tabernakel voor het aangezicht, onder de zorg, van Eli.
Wat was de lijdende Knecht des Heeren eerst als een rijsje, onaanzienlijk voorwerp van verachting. Het onverstand, het ongeloof en de haat van mensen, de vijandschap van de boze en zelfs de toorn Gods keerden zich tegen Hem. Echter, en dit was weer het geheim van zijn lijden, dat rijsje, zo gering, schoot niet zomaar op, naar de mens gesproken, onverwacht. God de Heere zaaide het. Hij had er Zijn bedoeling mee. Daaraan moest Hij dienstbaar zijn. Doch zo liet Hij er steeds Zijn ogen overgaan met bijzondere zorg. Opdat het niet ten onder zou gaan, maar opgroeide tot een sterk en vruchtdragend gewas. Wat kreeg de lijdende Knecht veel te verwerken, doch de ogen van de grote Landman waren nooit van Hem afgewend en Diens Zorg waakte over Hem, opdat Hij toch door alles heen het grote doel zou bereiken en Zijn arbeid de bedoelde vruchten zou dragen.
Zo stond de Knecht des Heeren voor het aangezicht van Zijn Vader. In geheel enige zin in Diens dienst! Maar Die bewaakte Hem, bij Zijn geboorte in Bethlehem. De jonge Jezus deed Hij toenemen in wijsheid en genade. De volwassen Jezus bekwaamde Hij door de zalving met Zijn Geest. In Gethsemané sterkte Hij Hem door een engel en op Golgotha door die éne moordenaar, die in het dieptepunt van zijn lijden Hem bad: 'Gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn!' En wat zorgde de Vader ervoor, dat het lichaam van Jezus gelegd werd in een nieuw graf, als praeludium – voorspel – op Zijn opstanding!
Ja, zo ging de zorg van de hemelse Landman over Zijn Knecht, Die als een rijsje voor Zijn aangezicht opschoot. Het moest wel zelfs door de godverlatenheid heen, doch zo stond de Knecht des Heeren op uit de dood en zit Hij nu aan de rechterhand van de Vader. Nu is Hem alle macht gegeven, opdat Zijn lijden de bedoelde vruchten zou dragen. Totdat Hij wederkomt. Dan zal ten volle blijken, tot schrik van de vijanden, maar tot vreugde van allen die aan die vruchten deel mochten krijgen, hoe Hij, dit rijsje voor het aangezicht van Zijn Vader, is opgeschoten en werd tot de Boom des Levens!
Hebben wij al deel aan die vruchten? Zijn die ons al het hoogste goed geworden? Doorslaggevend is hier of wij reeds in een oprecht geloof tot Hem uitgingen en met Hem verbonden werden! Dit is er, niet zonder de eerlijke erkentenis dat wij voor Gods aangezicht zijn – plantjes, die voor Hem geen vruchten. Hem welbehagelijk, kunnen en willen dragen. En dat elk eigen pogen om hierin verandering te brengen vruchteloos is. Dit gaat gepaard met een schuldbesef en droefheid, waarbij wij uiteindelijk niet meer kunnen buiten die Christus, Die door Zijn lijden het voor alles nodige tot Gods eer en onze zaligheid heeft verworven nl. de verzoening met God en een toch weer vruchtbaar leven. Zo worden wij mensen die vluchten tot Hem, dat voor al het nodige, zoeken bij Hem, steeds weer opnieuw!
Echter bij wie wordt dit 'zomaar' gevonden? Maar de nu verhoogde Knecht des Heeren roept er ons toe in Zijn Woord, ook in dat van ons teksthoofdstuk en laat ons niet vrij uitgaan! 'Wie heeft onze prediking geloofd?' Hij weet hoe dit bij ons ligt. Wat een ongeloof, behoefteloosheid! Ook Hij wil Zelf dat geloof en dat leven in het geloof zo graag bij ons werken, door dat Woord en Zijn Geest, Dien Hij ook als vrucht van Zijn lijden heeft verworven voor onvruchtbaren! Wat wil Hij daarom eveneens graag gebeden zijn, steeds weer! Dan wordt dit de rijkdom van ons leven; wat is dit Rijsje inderdaad opgeschoten als de Boom des Levens. Veel vergeving en verlossing zijn er bij Hem te vinden. Genezing en nieuw leven onder de bladeren van deze Boom. Wij leren dan ook te leven voor het aangezicht des Heeren in deze zin: wij begeren Hem te dienen uit wederliefde, van harte en in de praktijk van dit leven. Dit brengt een zegen mee, anders niet ervaren. Maar ook haar eigen strijd. En ook dan zijn er niet alleen de vreugden, doch ook de zorgen en beproevingen.
Doch dit alles mogen wij dan beleven voor het aangezicht des Heeren in deze zin, dat dan als vrucht van Christus lijden Gods vaderlijke ogen en zorg over ons zijn. Diens zorg voor Zijn Knecht gold eigenlijk reeds allen, die in oprecht geloof met Hem verbonden zijn. Het ging daarbij ook om hun zaligheid. En die zorg blijft actief, totdat zij eens de volkomen zaligheid zullen beërven. Hoe dichter wij in het geloof bij Christus mogen schuilen, des te meer zullen wij daardoor getroost en gesterkt worden.
Nog steeds wil de verhoogde Christus als het opgeschoten rijsje, de takken wijd uitslaan. Zijn gemeente vergaderen uit Israël en de volkeren. Groot is de tegenstand. Wat blijken de boze en het ongeloof nog veel macht te hebben. Partij- en staatsabsolutisme laten zich gelden. De oude wereldgodsdiensten verbreden opnieuw kun fronten. Maar Christus is alle macht gegeven en Zijn werk gaat voorspoedig voort nog voor het aangezicht van de Vader, Die daarvoor zorgt en waakt. Eens komt de Dag, waarop ten volle openbaar zal worden, welk een Vruchtbaar leven de Knecht des Heeren, die opschoot als een rijsje voor het aangezicht van Zijn Vader, heeft verworven voor al de zijnen en de schepping Gods.'

J. v. d. Velden, Woerden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's