Meditatie
'En wij hebben Hem niet geacht'Jesaja 53 v3 slot
Het lijden van de Knecht des Heeren is van geheel enige betekenis. Plaatsbekledend. Alzo brengt Hij het grote werk der verlossing ten uitvoer. En blijft Zijn vernedering niet zonder Zijn verhoging. Aan de tekening van Zijn lijden, in Jesaja 53 gaat die van Zijn verhoging zelfs vooraf. En opnieuw loopt dit teksthoofdstuk daarop uit. Wat bevat het alzo een rijk Evangelie! Maar wat wordt juist hier ook de zonde blootgelegd en veroordeeld! Dit ligt vooral opgesloten in de uitspraak van de profeet: 'En wij hebben Hem niet geacht!' Wij letten er nu bijzonder op, van wie hij dit allereerst met name zegt. Van Israël. Het gaat in dit teksthoofdstuk meerdere malen om de zonde in het algemeen, maar die vindt haar toespitsing in de negatieve gesteldheid van Israël tegenover de Knecht des Heeren. Deze wordt vlijmscherp onder woorden gebracht in de tekst: 'Wij hebben Hem niet geacht!'
Juist van Israël mocht anders verwacht. Met dit volk had de Heere bijzonder Zijn verbond opgericht, het wist van Zijn bijzondere openbaring in Zijn Woord en daden, en in de offerdienst. In dit alles lag het getuigenis, dat Hij hun God wilde zijn – straks ook van anderen – met alle zegen van dien. Niet omdat zij zo goed waren, integendeel. Doch omdat Hij zondaren met Zich wilde verzoenen. En dit door het geheel enig werk van de beloofde Messias. Dat moest Israël in oprecht geloof aanvaarden. Daardoor haar leven laten beheersen.
Echter, heel het Oude Testament getuigt ervan, dat er waren, die dit inderdaad deden – leerden – maar wat vervielen het volk en haar leiders ook tot afgodendienst, en als men nog bleef bij de dienst des Heeren tot een eigengerechtige godsdienst.
Hoe was dit, toen de beloofde Messias onder hen verscheen? Gezien de geheel enige betekenis van Zijn komst zou te verwachten zijn, dat Israël die op hoge prijs zou stellen en naar waarde achten. Dat het zich tot Hem zou wenden met een begerig en dankbaar hart. Doch, uitzonderingen daargelaten, wat openbaarde zich het tegenovergestelde en daarin, wat een blindheid en schuldige onwil er bij haar leefde!
Het ging bij Hem om absolute genade. Hij vroeg bekering en onvoorwaardelijke overgave. Maar dit stuitte af op een bolwerk van werelds gezindheid of eigen gerechtigheid en zo groeide het verzet en hebben zij Hem niet geacht, niet naar waarde geschat. Integendeel!
Het lijden van de Knecht des Heeren had een diepere oorzaak van de Heere God uit; doch in dit niet achten lag ook een oorzaak daarvan.
Waarop taxeerden de leidslieden van het volk Hem? 'Op 30 zilverlingen, een slavenloon.' Wat riepen zij en het volk voor Pilatus? 'Wij hebben geen koning dan de keizer!' 'Laat Hem gekruisigd worden!' En zelfs Petrus, die in beginsel anders geleerd had, zei nog, toen de grond onder zijn voeten te warm werd: 'Ik ken die mens niet!'
Hoe erg is het, als het volk dat beter weten kon. Hem niet acht. Toch velt de profeet, en hij schakelt zichzelf erbij in, dit oordeel over dat volk: 'Wij hebben Hem niet geacht'.
Wat een bittere druppel was dit in de lijdensbeker van de Knecht des Heeren! ! Zijn eigen volk naar het vlees verstootte Hem, met de consequenties van dien. Maar Hij verstootte dat niet! Dat bleek na Zijn verhoging.
Toen had Hij alle macht, om de vruchten van Zijn lijden te doen rijpen. Door Zijn Geest en Woord. Waar geschiedde de uitstorting van de Pinkster Geest en werden de discipelen bijzonder geïnspireerd om het Woord te verkondigen? In Jeruzalem. En dit bleef niet zonder positieve uitwerking en reactie! Echter, wat bleef er bij Israël, tot op heden, een sterke negatieve reactie, bij orthodoxe en niet orthodoxe Joden. 'Wij hebben Hem niet geacht!'
Blijven wij hier buiten schot? Wat zou het anders moeten zijn, gezien wie de Knecht des Heeren is en wat Hij door Zijn lijden verwierf. Maar vallen wij ook niet onder dit oordeel 'Wij hebben Hem niet geacht'? Groot is het, als ook tot ons komt de prediking van de lijdende Knecht des Heeren, doch wie heeft ze geloofd? 'Ligt het ook in ons hart van nature niet zo, dat wij Hem niet achten?'. Wij zeggen neen tegen Gods Wet en haar heilzame geboden. Doch eveneens tegen het Evangelie! Christus is dé Redder? Maar wij hebben Hem als zodanig niet nodig. Wij redden onszelf zolang mogelijk. Hij wil onze Heere zijn. Wij blijven liever zelf baas. Wij worden – buiten Hem – diep schuldig, verloren verklaard. Wij willen daar niet van horen.
Ja, zo ligt het in ons hart van nature. Wij laten het blijken of camoufleren het! Echter, in Gods Naam zegt de profeet het ook tegen ons: 'Wij hebben Hem niet geacht'. Opdat wij dit eerlijk voor de Heere zouden erkennen! Wie doet dit? Toch gebeurt dit, als Hij door Zijn Geest met Zijn Woord ons overwint! Dan valt er ontdekkend licht in ons hart en treffen deze woorden ons in ons binnenste als een scherp zwaard. Het is dan gedaan met onze valse rust en wij worden van onze tronen afgeworpen. Wij gaan het oordeel van de profeet bijvallen. En met veroordeling van onszelf belijden wij voor de Heere: 'Wat ben ik een overtreder van Uw geboden én ook een verwerper van Uw genade. Wat heb ik Uw Christus niet geacht. Ik deed het tegenovergestelde!'
Heel ons leven blijft er dan, ook als het in beginsel bij ons anders werd, tekens weer reden om dit te belijden. Als wij weer aan de zonde, het ongeloof en de boze gehoor geven in plaats van aan het Woord van onze Heere. Onszelf en ons eigen belang weer hoger stellen dan Zijn wil en eer. Wat moeten wij vaak met droefheid belijden: 'Wij hebben Hem niet geacht'! Wat een smart deden en doen ook wij Hem aan! Maar Hij vergeldt ons daarnaar niet! Hij wil ons troosten, ja, met de vrucht van Zijn lijden. Eveneens door de kracht van Zijn Geest, met dit Evangelie: Hij de Enige, Die nooit Zichzelf behoefde te veroordelen, boog zich onder het oordeel Gods, opdat wij voor het gericht Gods vrijgesproken zouden worden.
Nu denken wij nog even aan de brief van Paulus aan de Romeinen. Eerst is daarin het thema – hij leerde dit zelf grondig – niemand is voor God goed, noch de heiden, noch de Jood. Maar daar is Christus, onder het oordeel door verhoogd, als dé Zaligmaker! Er nu is dit de vrucht van Zijn lijden en verhoging, dat góddelozen gerechtvaardigd worden, alleen door het geloof in Hem! Wie gelooft? De Geest werkt dit door het Woord. In de hoofdstukken 9-11 heeft de apostel het bijzonder over Israël. Dit achtte Christus niet. Acht Hem, uitzonderingen daargelaten, nog niet. Maar daarin kan nog een grote verandering optreden, niet omdat Israël zelf dat zoekt en verdient doch vanwege Gods trouw. Dat zal dan een bijzondere illustratie zijn van de rechtvaardiging van goddelozen – alleen door het geloof in Christus! Het gaat er om, dat dit wonder van Godsgenade ook in ons leven geloofde en beleefde realiteit wordt. Deze rechtvaardiging blijft niet zonder radicale verandering.in ons leven, tot Zijn eer! Die blijft hier echter nog stukwerk. Zo vallen wij terug op de troost van dit wonder!
J. v. d. Velden, Woerden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's