Ir. Van der Graaf: Samen op Weg-kerk komt er niet
Interview ANP met ir. J. v. d. Graaf
Het ANP reikte dezer dagen aan de pers en andere media een uitgebreid interview aan met de hoofdredacteur van ons blad. Vanwege de omvang van het geheel wordt een dergelijk interview fragmentarisch in allerlei organen gepubliceerd. Bijgaand treffen de lezers voor alle, duidelijkheid de gehele tekst.Voorts plaatsen wij – eveneens voor de duidelijkheid – de reactie van ds. B. J. Aalbers (secr. van de Raad van Deputaten S.o.W.) en ds. J. Monteban (voorz. van de Raad van Deputaten S.o.W.).Red.
HUIZEN (ANP) – 'De Samen op Weg-kerk van Hervormden en Gereformeerden komt er niet', zegt ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij is lid van de Raad van Deputaten bestuur) van Samen op Weg, het herenigingsproces van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland.
'Er moet heel wat water door de Rijn stromen, wil er een Samen op Weg-kerk zijn. Het kan een héle tijd duren voordat de federatie van beide kerken gestalte krijgt en voordat de federatie een fusie wordt.' Een aantal jaren geleden werd gedacht dat die hereniging 'een fluitje van een cent' was.
Er is een harde kern van Hervormde gemeenten die volgens Van der Graaf niet willen. Ongeveer 40 procent van de gemeenten zei 'nee' of 'nee tenzij' tegen het Samen op Weg-proces. Daar heeft het Hervormd moderamen rekening mee gehouden. De weerstanden in de Hervormde Kerk waren dermate groot, dat bij de aanvaarding van de Intentieverklaring de verplichting tot samengaan met de Gereformeerden eruit is gehaald. Het proces gaat nu veel minder snel dan men dacht dat het zou gaan. Het feit dat de Gereformeerde Bond is opgenomen in de Raad van Deputaten 'zal best als een rem zijn ervaren'. Als de Bond zich niet had geroerd, dan zou het met Samen op Weg wel verder hebben kunnen zijn, met alle consequenties vandien.
Van der Graaf noemt de opstelling van de Hervormde Kerk tegenover het Samen op Weg-proces 'heel reëel'. Dat betekent geen versnelling van het proces, maar vertraging. Hij spreekt in dit verband met waardering over de houding van het moderamen van de Hervormde synode en citeert met minstens zoveel instemming de oud-scriba, dr. R. J. Mooi, volgens wie 'het proces wel voortgang moet vinden, maar met de vinger aan de pols van het hele kerkelijk leven'.
Van der Graaf noemt de opstelling van de Bond tegenover Samen op Weg consistent. Enerzijds heeft de Bond bij herhaling betoogd dat het proces een onvoldoende confessionele basis heeft en dat het de geschiedenis van de Vaderlandse Kerk miskent. 'Anderzijds hebben we steeds duidelijker gezegd: een Afscheiding willen we niet. We willen ook niet binnenkerkelijk doleren of kiezen voor een "hotelkerk"-oplossing, waarin de modaliteiten binnen de kerk los naast elkaar staan. Tenslotte hebben we er altijd op gewezen dat we ons niet zullen onttrekken aan de ambtelijke vergaderingen'.
De Bond, die een kwart tot een derde van de belijdende leden der Hervormde Kerk omvat, vreest dat na het samengaan van beide kerken de heersende theologie in de Gereformeerde Kerken 'als een lawine' de Hervormde Kerk zal meesleuren. 'De nieuwe kerk zou innerlijk vreemd zijn aan de kerk der eeuwen', zo vatte in 1984 de toenmalige voorzitter, ds. L. J. Geluk, de bezwaren van de Bond samen. Hij sloot niet uit dat Samen op Weg zich zou afkeren van degenen die altijd de vaderen trouw zijn gebleven. Het Samen op Weg-proces dreigt kerkscheurend in plaats van kerkverenigend te werken, zo schreven Van der Graaf en de Leidse (Bonds-)predikant S. Meyers in 1985.
Ramp
Als de Hervormde Kerk in Samen op Weg-proces een weg zou gaan die de Gereformeerde Bond niet wil, dan is zowel voor de Kerk als de Bond 'de ramp niet te overzien', zo meent Van der Graaf. Na de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 zou de Hervormde Kerk opnieuw 'levend bloed' verliezen.
Voor de Bond zou het betekenen dat hij zelf kerk zou moeten zijn. De verscheidenheden en spanning binnen de Bond kunnen binnen de Hervormde Kerk veel beter gekanaliseerd worden dan binnen een 'Bonds-kerk'. Als er in een kerk spanningen zijn, kan dat tot scheuringen leiden.
Moeilijkheden in de Gereformeerde Bond, die een beweging binnen de kerk is, worden nu op natuurlijke wijze in het geheel van de Kerk opgelost. Zo kan iemand die zich in de Gereformeerde Bond veel te strak aan de belijdenis gebonden acht, overstappen naar een confessionele gemeente waar hij de gezangen kan zingen, of naar een midden-orthodoxe gemeente waar soms zelfs kindercommunie mogelijk is.
In de Hervormde Kerk, een kerk die ruimte kent, lossen spanningen zich anders op dan in een afgesloten kerk. Van der Graaf wijst in dit verband naar de kerkscheuringen ter rechter zijde van de Hervormde Kerk: 'vrijgemaakt en vrijgeraakt en wat niet al'.
Het zou op de Hervormde synode een ongelooflijk saaie boel worden als de Bond er niet meer zou zijn. 'Wij staan echter midden in de Kerk en schuwen de confrontatie niet. Als wij er niet meer zijn, is er nergens meer discussie. Discussie waar soms goud uit naar boven drijft.'
Het gevaar bestaat echter dat de Gereformeerde Bond zich zo breed profileert, ook op organisatorisch terrein, 'dat wij moeten oppassen de schijn te wekken zelf een kerk te zijn'. Dan zouden dezelfde verschijnselen als bij de afgescheiden kerken zich kunnen voordoeij. Spanningen zouden dan ook tot splitsingen binnen de Bond kunnen leiden. 'We moeten op onze hoede blijven dat we een beweging blijven in het geheel van de Kerk en ten dienste van het geheel van de Kerk.'
Tocht
De Gereformeerde Bond staat op de tocht met zuigarmen uit allerlei richtingen, zo zei Van der Graaf begin dit jaar in een toespraak op de jaarlijkse conferentie van Bondspredikanten in Zeist. Een dreigende aanpassing aan het 'midden' van de Hervormde Kerk en aan de evangelische en reformatorische beweging alsmede de steeds groter wordende neiging tot afzondering in eigen kring leiden tot spanningen binnen de Bond.
Vanaf het begin heeft de Bond, opgericht in 1906, een behoorlijke verscheidenheid gekend, zo relativeert Van der Graaf de huidige spanningen. Hij wijst op de politieke verschillen aan het begin van de eeuw: Bonders waren vooral ARP-ers, maar op de Veluwe waren ze CHU-ers, terwijl later de SGP veld won. Ook op theologisch gebied zijn er diepgaande verschillen geweest, bijvoorbeeld tussen J. G. Woelderink en H. Visscher over Verbond en verkiezing, maar ook over de vraag of de Kerk open of geïsoleerd in de samenleving moet staan.
Nog geen 25 jaar geleden verschenen er open brieven binnen de Bond. Van der Graaf maakt ook melding van de publikatie 'De eigen wijs' van Balke, Meyers en Van der Velden uit dezelfde periode. 'Ik ben erg blij dat we in de Bond open over de dingen discussiëren, waarbij ook de pers aanwezig is. Dat laatste heb ik altijd verdedigd. Ik houd van openheid.'
De bond is in de loop der jaren veel meer in het midden van de Kerk komen te staan en is bovendien gegroeid. Daardoor profileren de vleugels zich meer. Verder is er meer contact met andere groepen, is ook binnen de Bond de mondigheid gegroeid en zijn er verschijnselen die hun invloed op de Bond hebben. Vroeger had je alleen gereformeerd en algemeen christelijk; daar zijn nu onder meer reformatorisch, evangelisch en charismatisch bij gekomen.
De Gereformeerde Bond is volgens de secretaris 'een visvijver voor allerlei stromingen die er hun ideeën kwijt willen of er geld willen halen'. Momenteel is de zuigkracht vooral merkbaar van de reformatorische en van de evangelische beweging die beide hun eigen organisaties hebben. Enerzijds de reformatorische scholen, het Reformatorisch Dagblad en de SGP, anderzijds de Evangelische Hogeschool, de EO en de Evangelische Alliantie.
Beide groepen hebben gemeen dat ze de bijbel 'van kaft tot kaft' serieus nemen, maar dat ze verder elkaars tegenpolen zijn die op dezelfde leefwereld inwerken. Dat geeft een bepaalde spanning, aldus Van der Graaf.
Sociologisch
Van der Graaf is het niet eens met de sociologische omschrijving voor de reformatorische groep, die dr. C. S. L. Janse (hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad) in zijn proefschrift hanteerde. Iemand die tegen tv en voor reformatorisch onderwijs is, SGP stemt, wiens dochters in de kerk de hoed ophouden en geen lange broeken dragen, die tegen verzekering en inenting is, en uitsluitend de psalmen en alleen niet-ritmisch zingt, die behoort volgens Janse tot de bevindelijke kring.
'Dat heeft geen snars met bevinding te maken. Bevinding is geen zaak van het uiterlijk, maar het werk van de Heilige Geest in het leven van mensen, is juist een innerlijke zaak.'
Van der Graaf omschrijft zelfde evangelische beweging als sterk evangelisatorisch gericht, handjeklap, handen in de lucht, bijbel- en gebedskringen, altijd blij. In evangelische kring heeft men volgens Van der Graaf weinig op met de kerk als instituut. Het ambt en de belijdenisgeschriften zien ze daar niet zo zitten. 'Als dat toeslaat heb je je eigen identiteit en positie prijsgegeven.'
Op de vraag of de zuigkracht van beide bewegingen duidt op gebreken in eigen kring, geeft hij geen direct antwoord. Enerzijds wijst hij op de invloed van de evangelische beweging op de jongeren, vooral via de massaal bezochte EO-jongerendagen. Daar kan altijd net iets meer enthousiasme baanbreken dan in de gevestigde kerk met haar regels. Er is daar meer spontaniteit en meer warmte, erkent hij.
Anderzijds biedt de reformatorische kring kenmerken waaraan je je kunt vasthouden. Zodra deze kenmerken, die wel verklaarbaar zijn en ook wel hun functie hebben, verplicht worden, ontstaat er afkeer. 'Daar kiest men voor het isolement en mist men openheid. Alles wordt herkenbaar.'
Bevinding
De oplossing voor de problemen ligt volgens Van der Graaf in terugkeer naar de belijdenisgeschriften en naar de bevinding. De belijdenis is een kerkelijk akkoord van belijden, dat in principe terugwijst naar de bijbel. De bijbel is altijd veel rijker, inhoudsvoller en dieper dan welke belijdenis ook.
De belijdenis is, om met Van Ruler te spreken, 'een stok om te slaan, een staf om te gaan en een lied om te zingen'. Deze drie elementen (beschermend tegen ketterij, begeleidend bij de bijbelse leer en getuigend van het geloof) behoeden de gelovige ook tegen wetticisme en tegen een angstvallig vasthouden tegen de boze reformatorische en evangelische wereld.
'Trouw aan de belijdenis sluit een eigentijds belijden niet uit, maar juist in. Die trouw betekent niet dat we alles precies eender doen als vier eeuwen geleden. Vanuit die bron wil je nu belijdend spreken. De belijdenis is geen droge formule, maar een levend element in de Kerk.' De bescheiden groei van de Gereformeerde Bond heeft volgens Van der Graaf hier mee te maken. Waar de kerk gebonden is aan de Heilige Schrift en de belijdenis, daar vertoont zij een extra kracht. 'Ik beschouw het als geestelijke verarming als de prediking uit de Heidelbergse Catechismus ontbreekt.'
Als het er op aankomt, willen de mensen in de prediking een boodschap horen. De hele week worden ze doordrenkt met vragen van politiek en maatschappij. Als dat het enige is dat ze in de kerk horen, laten ze het afweten. Daarmee wil Van der Graaf niet zeggen dat er in de kerk geen ruimte mag zijn voor sociale bewogenheid – 'in Bondskringen moeten we daar juist meer aandacht aan schenken ' – maar wat trekt is een persoonsgerichte prediking, een boodschap voor het hart.
Terug naar de belijdenisgeschriften betekent volgens hem ook terug naar de bevinding. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: 'Wij geloven met het hart en wij belijden met de mond'. Van der Graaf citeert prof. dr. J. Severijns, van 1940 tot 1966 voorzitter van de Gereformeerde Bond, die vaak sprak van 'de religie van de belijdenis'. Gevraagd wat hij daarmee bedoelde, zei Severijns, terwijl hij zijn hand op zijn hart legde: 'Dat zit hier'.
Dan zit het ook in het hart van de gemeente, aldus Van der Graaf. 'Zo sta je in de traditie, die de bewarende kracht voor de Kerk is.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's