De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vijf voor twaalf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijf voor twaalf

7 minuten leestijd

Bij uitgeverij Kok te Kampen verscheen in 1987 het boek Bijtijds leren geloven van de hand van drs. L. van Driel en drs. I. A. Kole. In dit boek van 191 bladzijden hebben de auteurs een verslag vastgelegd van een onderzoek naar het educatief klimaat in een drietal kerkelijke gemeenten. Dit onderzoek hebben zij verricht in het kader van een doctoraalstudie theologie (praktische theologie) aan de V.U. te Amsterdam.

Doel
Het doel van dit onderzoek wordt in het Voorwoord geformuleerd. Allerwege is er sprake van een omslag in onze cultuur. De vraag die de schrijvers bezighield was 'of het eigene van onze tijd, waar gesproken wordt over een omslag in de cultuur in de kerken wordt herkend' (p. 11).

Criteria
Om hier zicht op te krijgen ontwikkelen de auteurs eerst enkele criteria, refererend aan de visies van enkele hedendaagse godsdienst-pedagogen, zoals F. H. Kuiper, J. W. Fowler, J. G. Schaap, K. E. Nipkov e.a. Vervolgens laten zij enkele vertegenwoordigers van de catechese uit de Gereformeerde Gezindte aan het woord, waarna zij overgaan tot het eigenlijke onderzoek. Met catechisanten en catecheten uit een Gereformeerde Gemeente en twee Hervormde gemeenten (G. Bond) in het westen van het land houden zij interviews en (in een wat breder kader) een enquête. Vervolgens komt een enquête aan de beurt, die gehouden is onder 1537 jonge­ ren uit klas 3 en 4 van een vijftal scholen in een stad, gelegen in een plattelandsgebied in het midden van ons land. De vraag die hen bezighoudt is of de kerkelijke jongeren anders zijn dan niet-kerkelijke jongeren. Op cruciale punten is dat wel het geval, op andere, vaak ook cruciale punten, niet.
In een slotconclusie zeggen de auteurs dat het de vraag is of de omslag die we in onze cultuur beleven wel voldoende herkend wordt in de Gereformeerde Gezindte. Er dient een fundamentele bezinning op gang te komen waarbij de ervaringswereld en de vragen van de jongeren serieus genomen moeten worden. De dialoog moet principieel een plaats krijgen in de catechese.

Helder
Ik heb deze studie gelezen en herlezen. Het is een heldere studie, toegankelijk voor ieder die het welzijn van kerk en gemeente ter harte gaat. Tegelijk is het – voor zover ik kan beoordelen – een wetenschappelijk zeer verantwoorde studie. Knap is daarbij de wijze, waarop bijvoorbeeld de visie van Fowler en Nipkov in korte trekken verwoord wordt, zodat ze hanteerbaar worden in eigen situatie.
Al lezende voel je hoe langer hoe meer: tua res agitur, de zaak gaat u aan! En wel op zo'n duidelijke, tegelijk soms schokkende wijze dat je niet om de resultaten van dit onderzoek heen kunt. De uitkomsten raken de identiteit van de Gereformeerde Gezindte, van de christelijke gemeente, die haar jongeren wil leiden naar Schrift en Belijdenis.
Wanneer het bijvoorbeeld duidelijk wordt dat onder de leerlingen die tot de Hervormde Kerk behoren een kwart er moeite mee heeft te geloven dat Jezus is opgestaan uit de dood (p. 155), dan is dit feit alleen al voldoende om ons ervan te overtuigen dat het echt niet goed gaat. Het betekent, dat volle kerken, grote aantallen catechisanten een versluierd beeld te zien geven van de werkelijkheid. We zullen dat in alle eerlijkheid en nuchterheid onder ogen moeten zien.

Onderzoek
Kole en Van Driel hebben in een drietal kerkelijke gemeenten een onderzoek naar de catechese ingesteld. De catechisanten (boven de 16 jaar), die zij interviewden, zijn bijna allemaal gemotiveerd en gaan graag naar de catechisatie en zijn bovendien behoorlijk ontwikkeld. Ik vraag me af of deze jonge mensen representatief zijn voor de doorsnee jongeren uit de Ger. Bondsgemeenten en de Gereformeerde Gemeenten. Dit geldt ook voor de jongeren op de scholen die kerkelijk zijn. Van de Hervormde jongeren heeft 37% de afgelopen zondag beide kerkdiensten bezocht. Ik vermoed dat het landelijke beeld een veel negatiever beeld te zien geeft (ik beperk me tot de G. Bondsgemeenten), dan uit dit onderzoek onder deze jongeren blijkt.
Iemand zei mij, dat ergens in het land in een 'gewone' Ger. Bondsgemeente bleek dat in een groep oudere catechisanten maar liefst een kwart niet kon inzien waarom samenwonen in strijd kon zijn met bijbelse principia, mits je maar echt van elkaar hield.
Toen ik de enquête onder de scholieren bestudeerde dacht ik telkens: ja, maar dit zijn jongeren van 14 tot 17 jaar. Zij hebben hun mening nog niet gevormd. Als ze wat ouder worden zullen ze er wel wat anders (degelijker, behoudender) over denken. Dat zal voor een deel ook wel het geval zijn, maar gezien de visie van de hierbovengenoemde oudere catechisanten over samenwonen, kunnen we dat, denk ik, wel vergeten. Misschien is de omslag in de cultuur dan nog wel méér te merken.
Ik vraag me ook af of de geënquêteerde ouderen in deel II wel representatief zijn voor de ouderen in het algemeen in 'onze' gemeenten. Ik denk het niet. Veel ouderen konden wel eens dichter bij de wereld van waarden en normen van de jongeren staan dan ze zichzelf bewust zijn. Hoeveel vaders en moeders bidden er hardop voor en na het eten? In hoeveel gezinnen wordt er samen gezongen en dan nog wel rond het orgel? In hoeveel gezinnen wordt het Reformatorisch Dagblad gelezen en niet een neutrale krant, regionaal of landelijk (zie p. 67). Daar komt bij dat sterk gemotiveerde ouders zich toch onmachtig voelen om het geloofsgoed dat hen dierbaar is aan hun eigen kinderen over te brengen. De dialoog staakt.

Spanningspunt
Het grote spanningspunt in deze studie vind ik de verhouding van de nieuwe godsdienst-pedagogische inzichten en de bestaande gereformeerde visie op de geloofsopdracht en geloofsinhouden. De bestaande structuren in de catechese van de Gereformeerde Gezindte passen natuurlijk in een eeuwenlang gegroeide traditie. Ze werd in haar zuiverste vorm bepaald door de reformatorische visie op het verbond.
De kinderen van de gemeente zijn kinderen van het verbond van God. De catechese is het heilsmiddel om hen langs een leerproces te brengen tot de beantwoording van het verbond. Op deze wijze wil de Heilige Geest hen het geloof leren.
Als de auteurs spreken over de nadelen van socialisatie en het selectieve model in de huidige catechetische situatie, geldt dit dan ook niet van de reformatorische catechese als zodanig?
Of… waar ik zelf veel meer aan denk… moeten we niet voorzichtig zijn met termen, ontleend aan de gedragswetenschappen, 'ongefilterd' toe te passen op leerprocessen van de kerk. Zijn deze leerprocessen geen leerprocessen van eigen orde? Vanuit het verbond gedacht kun je over introductie en incorporatie spreken als de eigen doelstelling van de catechese. Daarin zitten socialiserende èn emanciperende, selectieve èn adaptieve elementen. De vraag is derhalve of je er bent met te zeggen dat aan de ervaringen van de catechisanten meer ruimte moet worden gegeven (de ontdekkingsverhalen van Kuiper en de dialoog van Schaap).
Kun je deel III van Nipkov's studie losmaken van zijn beschouwingen in deel I en II van zijn Grundfragen der Religionspädagogik? Kun je de visie van Kuiper op de relevantie-waarde van de geloofsinhoud voor de jongeren losmaken van zijn hermeneutische visie? Zit je dan toch niet op een ander spoor dan dat van de reformatorische visie op catechese?
Het cruciale punt is: hoe is de verhouding tussen godsdienstpedagogische inzichten ta.v. de door de Gereformeerde Belijdenis gestempelde geloofsinhouden én de (normatieve) functie van die Gereformeerde geloofsinhouden t.a.v. de godsdienstpedagogische inzichten. Van welke aard is de dialektiek tussen beide?
Mijns inziens is het nodig dat er een uitgewerkte Gereformeerde optiek op educatie wordt ontwikkeld. Een Gereformeerde visie die ook daarin Gereformeerd is dat zij zich laat gezeggen door de telkens in de Schrift te ontdekken gegevens.
Mogelijk kan dit gezamenlijk vanuit de Gereformeerde Gezindte gebeuren, middels een werkgroep. Onder Gods zegen kunnen we elkaar daar misschien mee verder helpen.
Wat mij betreft: het is vijf voor twaalf
W. Verboom, Hierden

N.a.v. drs. L. van Driel en drs. I. A. Kole,
Bijtijds geloven,
Verkenning van het educatief klimaat in een drietal kerkelijke gemeenten.
J. H. Kok/Kampen 1987.
Prijs ƒ 29,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vijf voor twaalf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's