Uit de pers
De Nederlands Geref. Kerken
In Kerknieuws van 26 februari had een van de redacteuren een gesprek met ds. H. J. v. d. Kwast, emeritus-predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ds. v. d. Kwast gaat in dit gesprek onder andere in op de relatie tot de Geref. Kerken art. 31. Voor wie het wat moeilijk is om de verschillende verhoudingen uit elkaar te houden. De Nederlands Geref. Kerken droegen tot voor enkele jaren de naam Geref. Kerken buiten verband, hetgeen wil zeggen dat zij buiten het verband van de vrijgemaakte Kerken geraakt waren. Geen wonder dat de verhouding tot de vrijgemaakten uiterst gevoelig ligt:
"Onlangs wijdde De Reformatie een heel nummer aan de verhouding tot uw kerken. Ziet u nog een mogelijke eenwording van GKV en NGK in de (nabije) toekomst?"
Ds. Van der Kwast: "Ik heb wel eens geschreven dat dit vooral de taak zal zijn van een volgende generatie en daar heb ik wel hoop op. Met de huidige generatie, waar ikzelf en Kamphuis bijhoren, zie ik het eerlijk gezegd niet zitten. Ik zal altijd blijven protesteren tegen de breuk maar de realiteit geeft me weinig hoop op herstel op korte termijn. Prof. Kamphuis schrijft in De Reformatie dat er in '67 geen breuken werden geslagen, maar ontmaskerd. Ik zeg: je moet breuken altijd trachten te voorkomen en als ze geslagen worden, moet je ze helen.
Dat heb ik in 1944 gedacht en ook in 1967. Als 't maar enigszins mogelijk is, zeg ik: verzoenen!"
Achteraf kun je zeggen dat de Open Brief in 67 als een breekijzer heeft gewerkt Heeft u nooit spijt gehad van uw ondertekening?"
Ds. Van der Kwast: "Het is natuurlijk nooit leuk als zoiets oorzaak van een scheuring wordt. Maar laten we de zaken wel helder houden: niet de Open Brief maar de uitleg die anderen ervan gaven heeft als breekijzer gefungeerd. Zij gaven er een uitleg aan die pertinent niet juist is. Men heeft de vraag of de drie formulieren samenvallen met het fundament van de algemene christelijke kerk, opgevat als een problematisering van de belijdenis. Dat is zo'n vreselijke beschuldiging als de belijdenis je lief is. De drie formulieren staan mij op het lijf geschreven.
Natuurlijk geloof ik dat de drie formulieren in overeenstemming zijn met het fundament van de algemene christelijke kerk. Maar dat is nog iets anders dan dat ze ermee zouden samenvallen! Dat zou betekenen dat elke kerk die de drie formulieren niet erkend, niet tot de algemene christelijke kerk behoort. Dat kan toch niet!
Daarom verwerpt de Open Brief ook de vrijmakingsideologie als geestelijk gevaarlijk. Want je houdt dan op het laatst maar één gebod over en dat is dat je lid moet zijn van de kerk".
"Toch blijft de grote voorwaarde voor gesprek van vrijgemaakte zijde dat de Open Brief van tafel moet. Bent u daartoe bereid?"
Ds. Van der Kwast: "Van mij had die brief allang van tafel gemogen. Hij is voor mij geen evangelie. Maar de vraag is wel: gaan dan ook de beschuldigingen van tafel? Ik doe hem niet van tafel als ik daarmee moet erkennen dat ik de belijdenis discutabel heb gesteld.
Het moet anders een verschrikkelijk goed stuk zijn die Open Brief. Men blijft er maar over schrijven. Er wordt college over gegeven, er zijn boeken over geschreven en steeds weer begint men erover".'
Twee kerktypen botsen hier op elkaar. Aan de ene kant de gesloten formatie van de vrijgemaakten, anderzijds de open gereformeerde visie van de Nederlands Gereformeerden die nauwelijks een hecht kerkverband kennen. Er is wel een akkoord van kerkelijk samenleven, maar 1. is dat niet eens door alle Ned. Geref Kerken ondertekend en b. laat dat ruimte open voor een eigen ontwikkeling van plaatselijke gemeenten. Zien we dieper, dan spelen op de achtergrond toch ingrijpende vragen mee inzake de wijze waarop de belijdenis dient te functioneren binnen een kerk. Tegenover de haast juridisch strakke hantering bij de vrijgemaakten staat de visie van de Nederlands Gereformeerden, die binnen de erkenning van de reformatorische belijdenis toch ruimte laat voor interpretatieverschillen. Niet alleen de Nederlands Gereformeerden hebben daarmee te maken. Het zou voor het geheel van de Geref. gezindte een goede zaak zijn voortdurend weer diepgaand met elkaar in gesprek te treden wat het anno 1988 betekent met de klassieke belijdenis in déze tijd te staan. En zal er voor de Geref. gezindte in de toekomst een weg zijn tot meer samenwerking en samenbinding dan zal dat alleen maar kunnen als men binnen het raam van deze belijdenis toch ruimte wil laten voor nuanceringen en accenten. Eenheid is wat anders en wat meer dan uniformiteit.
Gehandicaptenzorg in Indonesië
In Indonesië wonen zo'n driehonderdduizend lichamelijk gehandicapten, waarvan slechts een klein deel hulp ontvangt van de overheid of van privé-instanties. Aldus het blad Vandaar (maart 1988). Hoe bereik je de grote meerderheid die van hulp verstoken dreigt te blijven? Vanuit het Bethesda-ziekenhuis in Djakarta heeft men een rehabilitatie project opgezet dat naast medische hulp ook wil voorzien in onderwijs en een beroepsopleiding. Maar hoe bereik je de mensen in een samenleving waar op het gehandicapt-zijn een smet rust naar men meent.
'Vaak is de eerste taak van de veldwerker de ouders van een gehandicapt kind ervan te overtuigen dat het naar de plaatselijke school in moet gaan, net als z'n broertjes en zusjes. Dat is beter voor hun kind dan dat het naar een speciale school ver weg moet.
Voor de meeste ouders is dit een totaal nieuw gezichtspunt. Eigenlijk gaan ze ervan uit, dat het geld verspillen is om hun gehandicapte kind naar school te sturen, omdat het later toch nooit zal kunnen werken. Een opleiding hoeft dus ook niet.
Een ander probleem doet zich voor bij de dorpsscholen. Lang niet iedere onderwijzer blijkt bereid een gehandicapt kind op te nemen in z'n klas. Ook hier stapt de veldwerker op af en probeert de weerstanden die er zijn te overwinnen.
Zo heeft het heel wat moeite gekost om de nu zes-jarige Sabar op de school het dorp waar hij woont geplaatst te krijgen. Het jongetje werd geboren zonder armen, maar met z'n voeten en tenen kan hij veel. Sabar is erg intelligent en ook al is hij pas zes, hij kan lezen en schrijven.
Vanuit het rehabilitatieproject werd geopperd dat hij naar school zou moeten. Zelf was hij erg enthousiast en ook z'n ouders voelden er voor.
Toch werd hij in eerste instantie niet toegelaten op de school. Hoe zou dat kunnen, een kind zonder armen, zo vroegen de onderwijzers zich af Na lang praten met het schoolhoofd werd Sabar aangenomen voor een proefperiode.
Zijn ouders zijn arm, dus wordt het dagelijks vervoer door Bethesda betaald, evenals een speciale stoel voor hem. Nu is Sabar volledig geaccepteerd op school en maakt hij goede vorderingen. Hij toont aan dat, ook al doet hij veel dingen op een ander manier, hij net zo goed kan leren als elk ander kind.
Nieuwe mogelijkheden
Uitgangspunt van het rehabilitatieproject is dat het om de gehele mens gaat. En die mens moet een plaats kunnen krijgen in de samenleving, om volwaardig te kunnen functioneren, ook al is hij gehandicapt.
Daarom zijn de werkers van het project erop uit om de zelfstandigheid van gehandicapte kinderen en jongeren zoveel mogelijk te bevorderen. Naast de genoemde schoolopleiding wordt er ook medische zorg besteed aan de handicapten.
Zij kunnen in Bethesda terecht als een operatie nodig is, als er hulpstukken aangemeten moeten worden en om te revalideren.
Het verblijf is echter altijd tijdelijk, dat wil zeggen, zolang het nodig is. Als het maar even mogelijk is, gaan de kinderen weer terug naar hun eigen leefomgeving.
Deze andere benadering van gehandicapten, door ze niet te zien als hulpbehoevende stakkers, leidde er ook toe dat het project zich bezig ging houden met beroepsmogelijkheden voor deze mensen. Als jong-volwassenen in staat zouden zijn in hun eigen levensonderhoud te voorzien, zou er veel leed teruggedrongen worden. Want veel leed is er, wanneer jonge gehandicapten doelloos rondzwalken, zonder uitzicht op lotsverbetering en werk.
Vanuit het project zijn daarom verschillende cursussen opgezet.'
Op deze wijze probeert men jongeren een toekomstmogelijkheid te bieden. Jongeren die anders op geen enkele wijze aan bod komen. Het levensverhaal van sommige cursisten is vaak een aangrijpend verhaal.
'Zo is de weg die de 17-jarige Gatot aflegde voor hij aan een cursus deel kwam nemen, een aaneenschakeling van mislukkingen.
Samen met zeven oudere broers groeide Gatot op in een arm gezin. Door z'n vader werd hij vaak geslagen, als hij weer eens geld uit diens portemonnee gestolen had.
Toen Gatot van een vriendje hoorde dat er een magiër was die ervoor kon zorgen dat je onzichtbaar werd, leek hem dat wel iets. Alleen: je moest de man zo'n 300 gulden betalen, een bedrag dat gelijk stond aan het maandinkomen van zijn vader.
Gatot ontvreemdde thuis het geld en verdween met de trein. Door een ongeluk dat hem overkwam, moest Gatot een been missen. Na twee maanden ziekenhuis keerde hij naar huis terug, niet in staat naar school te gaan of werk te zoeken. Bovendien werd hij in het ouderlijk huis behandeld als een uitgestotene.
Daar wilde de jongen niet langer blijven en hij vertrok, dat wil zeggen: sleepte zich voort naar de grote stad en leefde daar als een bedelaar. Toen een veldwerker van het rehabilitatieproject hem zo. aantrof kostte het hem de grootste moeite Gatot ervan te overtuigen dat hem een betere toekomst te wachten stond als hij meeging naar Djokjakarta.
Uiteindelijk stemde Gatot in met het voorstel en zijn leven veranderde. Hij kreeg in Bethesda een kunstbeen waardoor hij weer mobiel werd. Met veel plezier volgt hij nu de schoenmakerscursus. Hij kan zich met behulp van de gereedschappen die hij meekrijgt na z'n opleiding vestigen als onafhankelijk schoenmaker.'
Een prachtig voorbeeld van medischdiakonaal werk dat de gehandicapte mens ziet als voorwaardig mens, aan wie men graag een perspectief op een toekomst wil bieden. Juist deze mensvisie is door en door bijbels en vormt mede de bron van dit stukje missionaire en diakonale werk.
Koersval
De electronische kerk is de laatste weken weer in het nieuws (ds. Jimmy Swaggart). De heer D. Koole gaat in De Wekker van 4 maart op deze onverkwikkelijke zaak in in een artikel waar boven staat 'Koersval van het christelijk geloof'. Koole meent dat wat er rondom deze t.v.-predikanten zich afspeelt bepaald geen nieuws is dat de kerk en het geloof aantrekkelijk maakt in de ogen van de buitenstaanders. Ook al moet je Amerikaanse zaken, met Amerikaanse ogen bekijken, dan nog kun je, aldus Koole, grote vraagtekens zetten tegen de wijze waarop de godsdienst tot handelswaar gemaakt wordt en voorgangers elkaar verdacht maken en bestrijden.
'Men moet met zijn oordeel natuurlijk voorzichtig zijn, maar een geloofsgemeenschap met vertakkingen in 142 landen en met een jaarlijkse opbrengst van 140 miljoen dollar aan giften, lijkt met een organisatorische opzet als waarvan daar sprake is, het karakter van gemeente van Christus in deze wereld, met de kwetsbare positie die deze gemeente in de wereld inneemt, te verliezen en de allures aan te nemen van een goed geolied bedrijf met een management van wereldse signatuur. Ongelooflijk is wat in de openbaarheid is gekomen over de rivaliteit en de intriges onder de predikanten, die aan wat wel het Amerikaanse herboren christendom wordt genoemd leiding geven. Het is ver gekomen als zij, die zich voor dienaren van Christus uitgeven, elkaars zonden (laten) fotograferen om elkaar op die manier met overtuigende bewijzen beentje te lichten. Terwijl zij naar het Evangelie met elkaar onder vier ogen behoorden te zijn.
Maar men kan méér bezwaren noemen tegen de wijze waarop men daar kerk wil zijn.
De geloofsbeleving en de geloofsinzichten vertonen bedenkelijk veel mengsels van politiek en religie en in de manier waarop grotere ethische bewustwording wordt gepredikt doet niet zelden meer demagogisch dan weloverwogen en overtuigend aan. En dat ontgaat opmerkzame kijkers en luisteraars niet. Het ontgaat velen ook niet dat de wijze waarop in woord en lied in deze kerken wordt aangeduid wat leven uit en naar het Evangelie betekent, tamelijk – om niet te zeggen erg oppervlakkig is. Met veel glamour en glitter en door perfect geklede en zorgvuldig gecoiffeerde zangers worden, onder een onsterfelijke "smile", liederen ten gehore gebracht die de indruk wekken dat een leven met geloof glad en vlot verloopt. Wie luistert naar de verkondiging in deze Amerikaanse kerken zal niet kunnen ontkennen dat Jezus Christus er het middelpunt van is, maar over de weg tot en de keuze voor Jezus wordt dikwijls gesproken in termen waarin de volle werkelijkheid van wat het Evangelie over onze verhouding tot God en zijn Christus zegt, niet of in elk geval veel te weinig tot gelding komt.
De echtheid van het berouw van de gevallen predikant staat hier niet ter discussie. Wel de vraag of men met zijn zonden en het berouw daarover in de publiciteit moet komen als in het World Faith Center in Baton Rouge gebeurde. Niet alleen via religieuze zenders maar ook via seculiere kanalen werd een godsdienstige samenkomst in beeld gebracht die onder kijkers en luisteraars, althans binnen mijn kring van vrienden en collega's, reacties van lachlust en walging opriep. Gesproken werd van een persiflage (bespotting) van het christendom en van geestelijk exhibitionisme (het etaleren van geestelijke ervaringen en gevoelens). We kunnen deze kwalificaties laten voor wat ze waard zijn, maar het er in elk geval wel mee eens zijn dat het doen van boete en het laten vloeien van tranen van berouw in de geest van Psalm 51, dingen zijn die zich voltrekken in de stilte voor God, in een sfeer van teruggetrokkenheid, na tegenover de buitenwereld stappen achterwaarts te hebben gedaan. De predikant in kwestie koos voor de vlucht voorwaarts, voor een publieke verantwoording en voor een openbare smeekbede om massale vergeving. Psychologisch gezien misschien de beste methode om "de sterkte te doorbreken" en een snelle aanzet tot eerherstel te bewerkstelligen, maar de dramatische en pathetische manier waarop alles zich voltrok, kan aan de voortgang van het Evangelie onder ongelovigen onmogelijk een dienst hebben bewezen. En kwam op ons en op velen ook niet als pijnlijk en gênant over de publieke verzoening tussen man en vrouw? Werd hier al niet heel erg op het sentiment van het publiek gespeeld? In een land als Amerika zal het psychologisch effect van zoiets groot zijn, maar kan men als man en vrouw met een delicate zaak als deze, zo in de publiciteit komen? We moeten de indrukken die het zien van zulke beelden bij het brede publiek achterlaat niet onderschatten. Op de beurs van de wereldopinie is de koersval van het christelijk geloof door zulke dingen groter dan we denken.'
Je kunt zeggen: Nederland is Amerika niet, maar dat neemt niet weg dat het toch zaak is de woorden van de heer Koole terdege ter harte te nemen. Ook onder ons hoort men soms geluiden die nogal wat sympathie verraden met de electronische kerk als zijnde hèt evangelisatiemiddel voor de tachtiger jaren. Terecht wijst Koole op het gevaar, dat ook onder ons via radio- en t.v.-uitzendingen het christelijke geloof ongeloofwaardig gemaakt wordt, ook in op zichzelf orthodoxe programma's. T.V. is een heel apart medium, zeker als het gaat om de vragen met betrekking tot de overdracht van het Evangelie via dit medium. Voor wie zich er van bedienen, blijft het een aangelegen zaak hoe we er mee omgaan. De bezinning op dit punt staat nog in de kinderschoenen. Maar het belang moge duidelijk zijn. Opdat we waken voor de koersval.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's