De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vertrekken door te blijven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertrekken door te blijven

Bij de openbare geloofsbelijdenis

8 minuten leestijd

Men vroeg eens aan een godvrezende oude man: 'Bent u bekeerd?' 'Nee, zei hij, ik ben er nog mee bezig, of liever, Gód is er mee bezig!' Met enige variatie zou dit ook zijn toe te passen op de belijdenis des geloofs.
Zonder het moment van het ja-woord in het midden van de gemeente te onderschatten, niemand toch kan beweren dat de 'openbare belijdenis' daarin opgaat en dat men deze ná de belijdenisdienst achter de rug heeft. Zou het niet eerder zo zijn, dat het belijden dan eerst goed en wel begint? Stellig, wij sluiten daar ook een fase af: de kerkelijke leerschool van de wekelijkse, meestal jarenlange catechese. Maar heel deze episode die achter ons ligt is toch niet meer dan vooroefening en toerusting met het oog op de weg die vóór ons ligt. Hoe verrijkend en versterkend het ook is om het uur van onze belijdenis te ervaren als een rustpunt – een moment waarop we openlijk mogen getuigen dat ons rusteloze, aangevochten hart zijn ankerplaats, zijn thuishaven heeft in Gods genade alleen –, tegelijk is het vertrekpunt.

Gelofte
Het moet immers opvallen dat de belijdenisvragen niet alleen navraag doen naar wat we geloven, maar ook een appèl behelzen iets te beloven. Wij aanvaarden de roeping om door Gods genade tegen de zonde en de duivel te strijden, onze Heiland te volgen in leven en sterven en Hem te belijden!
Wij beloven, trouw te zijn onder Woord en Sacrament, te volharden in het gebed en de lezing van de Heilige Schrift en mee te werken aan de opbouw van Christus' gemeente! Kortom, wij beloven om op weg, op de (!) weg te gaan en vol te houden. Dat is nogal wat. Waar haalt een (jong) mens de moed vandaan? Want wat we in onze naaste omgeving signaleren is bepaald niet moedgevend en stimulerend. De godsvervreemding hangt als een zware mist over ons land en strekt zich uit over heel Europa. De kerkverlating is ingrijpender dan ooit. De verzaking van Gods geboden in pers en politiek, in wetenschap en techniek, in onderwijs en rechtspraak, in huwelijk en gezin is bijna algemeen.
Kerken worden gesloopt. Niet alleen in de muren van de kerk wordt de sloophamer gezet, maar vooral met het haar toebetrouwde Woord wordt hardhandig afgerekend. Elke maand weer brengt onze scriba me voor de kerkeraadsvergadering een aantal uitschrijvingsformulieren onder ogen: 'geen godsdienst' staat er zwart op wit, met de handtekening van de betrokkenen eronder! Een enkele maal met een briefje erbij, soms uitgeleid door 'vriendelijke groet' en 'hoogachtend', soms door een schampere schimpscheut! Velen van deze nee-zeggers gaven ooit op of rond Palmpasen tijdens een feestelijke belijdenisdienst hun ja-woord!

Ootmoed
Ik zeg deze dingen niet uit zwartgalligheid, nog minder om ook maar iemand te ontmoedigen. Ik heb maar één bedoeling: iedere vorm van zelfverzekerdheid en parmantigheid onder schot te nemen. Niemand moet zich verbeelden zo'n dosis veerkracht in voorraad te hebben, dat hij zich door de grote afval wel heen zal weten te slaan. Wie deze pretentie viert, is bij voorbaat gezakt en kan maar beter (nog) niet vertrekken.
'Maar, vraagt iemand, wie kan dan wèl op weg? Ik soms, die de moed in de schoenen zinkt en die het juist zó aan zelfvertrouwen schort, dat ik nogal eens denk, maar beter weg te vluchten dan op weg te gaan?' Mag ik je welgemeende en welbeproefde raad aanreiken?
Ga maar op de vlucht! Maar dan niet van Jezus en Zijn roeping wég, maar vlucht erhéén! Voor wie anders zou Hij een Toevlucht zijn en heten dan voor vluchtelingen? De beste moed is ootmoed! Met zelfgenoegzamen die hun eigen mannetje staan en zichzelf wel weten te redden, kan deze Toevlucht niets beginnen. Maar met kneusjes en tobbers weet Hij wat aan te vangen. Hij! Hij vangt aan. En Hij voleindigt. En nu zijn we intussen nauwkeurig waar we wezen moeten: bij de overste Leidsman (d.i. eigenlijk: Aanvanger, Stichter, Grondlegger) en Voleindiger (d.i.: Waarmaker en Voltooier) van het geloof.
Zoek toch niet naar zélfvertrouwen om je ja-woord waar te maken en gestand te doen! Vertrouw jezelf Hem toe en vertrouwwat Hij zegt: 'Blijf in Mij'. Dát is nu: vertrekken, op weg gaan. Want deze weg is niets en niemand anders dan De Weg, Jezus, de Getrouwe.

Blijven
Dit is dus het eigenaardige van de voortgang waartoe wij worden genodigd en genoopt, en waaraan wij ons met een jawoord verbinden: het betreft geen avontuur waarbij het op eigen spankracht aankomt, geen kruistocht die het uiterste van eigen inzet vergt… Dat is niemand geraden, en zó redden we het niet!
Nee, de tocht die vóór ons ligt bestaat juist uit een permanent blijven bij de belijdenis van Hem die roept en getrouw is, in een chronische armlastigheid en leergierigheid. De Hebreeënbrief zegt het zo: 'Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden, want Die het beloofd heeft is getrouw' (Hb. 10 : 23). Let wel, dit is geen oproep om vast te houden aan het feit dat wij belijdenis hebben afgelegd, maar aan de inhoud van onze belijdenis zelf. En dat is maar goed ook! Hoe onmisbaar de daad van ons belijden ook is, het vindt zijn krachtbron en voedingsbodem toch uitsluitend in wat we belijden. En Wie anders zou de ziel en diepste zin van ons belijden zijn dan Jezus Christus? Aan die veelbelovende en hoopgevende Naam vastgehouden, roept de apostel! Blijven bij wat is toegezegd. Bij dat wat is geschied in Zijn volbrachte offer. En bij dat wat in het verschiet ligt als Zijn gewisse erfenis. De Belover is getrouw. Hij houdt woord. Daarom kan de hoop niet beschamen.
Ook al constateer je er nog hoegenaamd niets van met het blote oog, ook al kun je het nooit en nergens registreren met de apparatuur van de moderne techniek, ook al signaleer je in je eigen hart nog zoveel tegenspraak en twijfel. Verlaat je op Hem en houdt Zijn Woord voor betrouwbaarder dan al je kleingeloof! Houdt vast aan de beleden Koning en houdt vol.

Vast(ge)houden
Mag ik het illustreren met een beeld? Wij klemmen ons vast aan Zijn Woord zoals bergbeklimmers zich vasthechten aan een stevig touw op weg naar omhoog. Zo'n touw is eerst door de voorman aangebracht rond een onwrikbare rotskegel boven.
Van die voorloper is al niets meer te zien. Maar van bovenaf vuurt hij zijn makkers aan en vangt hij elke ruk aan het touw zonder mankeren op, en zo houdt hij contact. En nu voelt men wel: hoe gevaarlijker en adembenemender de tocht en hoe ijler de lucht en hoe duizelingwekkender de afgronden worden, des te hechter snoeren zij zich vast aan het touw van hun behoud! Zij houden het waarlijk niet tussen duim en wijsvinger. Er komen momenten dat ze het zelfs niet met twee handen omklemmen, maar het touw wel drievoudig om hun middel wikkelen. Wie dan alle grond desnoods onder zijn voeten verliest, wordt toch nog vastgehouden door het touw! Waarvan hangt de overwinning dus af? Niet van eigen stevigheid, maar van die van het touw! Wel, zó nu zullen wij het koord van het Woord aanhangen en onze Voorman betrouwen en liefhebben en van Hem afhangen. Zo alleen zijn we onwankelbaar! Hoe bang de tocht ook wordt en hoe angstvallig het hart ook is, blijf in het Woord van de Voortrekker!

Trouw
Hij ging voor en Hij trekt voort. Hij verliest ons van Bovenaf geen moment uit het oog. Zijn reddingskoord kan niet breken en glipt Hem niet uit handen! Zie niet achterom en kijk niet naar beneden. Duizeling zou je bevangen. Zie evenmin naar binnen. Je wordt er niet wijzer en niet moediger van! Zie strikt en strak op de Leidsman. En laat Hij het koord weleens vieren zodat het langs loodrechte steilten en messcherpe kanten heen gaat, Hij laat nooit varen het Woord van Zijn hart en het werk van Zijn hand.
Wat dan te doen als daar de donkere lokroep klinkt uit de diepte: 'Geef het toch op!'? Eén ruk aan het touw: de zucht omhoog, de vlucht tot Hem. Hij trekt Zijn touw niet weg. Hij zegt Zijn trouw niet op. Wat beloofde Hij, reeds bij de doop, en gestadig daarna? Drievoudige trouw: Ik draag u als Schepper en Vader, Ik red u als Broeder en Voorman, Ik leid u als Trooster en Gids.

Spoorslag
Een klemmende spoorslag om bij Hem te blijven en het koord van Zijn Woord klemvast te houden is de bloedernstige vermaning dat al wie dit koord loslaat te pletter slaat. Maar wie zich houdt aan het Woord, die komt niet om. Het touw is sterk genoeg! En het ligt onwrikbaar in Christus' gelittekende handen. Wie zich erop verlaat en er bij blijft, is onafscheidelijk met Hem verbonden. Die Voorman van onze belijdenis zal niet rusten tot Hij de laatste 'bergbeklimmer' binnen heeft.
Hoe houden wij het vol en halen wij de eindstreep? Door eigen klimtechniek? Nee. Door te blijven in Zijn Woord! Vast en zeker haalt Hij Zijn koord op. En alles wat er aan vastgehecht is, komt even vast en zeker Boven. Wij vertrekken door bij Hem te blijven. Wij trekken voort, getrokken door Zijn Woord.
Zo komen zwervers thuis.

A. de Reuver, Delft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vertrekken door te blijven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's