Meditatie
'En door Zijn striemen is ons genezing geworden'.Jesaja 53 : 5b
In deze uitspraak ligt een schijnbare ongerijmdheid opgesloten. Brengen striemen genezing? Maar deze schijnbare dwaasheid behelst de hoogste wijsheid. Het geheim hiervan ligt weer in het feit, dat de lijdende Knecht de striemen ontving in ónze plaats. Vanwege ónze ongerechtigheden. Daarom vloeit daaruit voor ons genezing voort!
Striemen! Eigenlijk staat het er erg compact 'striem'. En het oorspronkelijke woord betekent ook wónd, etterbuil. De tekening blijft hier wat onbepaald, doch voor onze geest rijst weer op de gestalte van de lijdende Knecht, van Christus. Hoe werden Hem – letterlijk – striemen toegediend door de soldaten van Pilatus. Wat staat in psalm 129 werd pijnlijke realiteit: 'Ploegers hebben op Mijn rug geploegd, zij hebben hun voren lang getogen'.
Het gaat hier echter niet alleen om dit gebeuren. 'Striemen' is weer de samenvatting van heel het lijden van Christus. Zo gaat het hier ook om striemen in overdrachtelijke zin. Wij spreken van striemend leed. Daar zijn striemende woorden, gebaren en daden, die onze ziel diep wonden.
Zo is Jezus als geen ander gestriemd. Toen Hij als de van God gezonden Messias – uitzonderingen daargelaten – door Zijn volk verworpen werd. Door het onverstand en het ongeloof van Zijn discipelen, door de verraderskus van Judas, door de verloochening van Petrus, door de spottaal bij Zijn kruis. En vooral door de bestrijdingen van de boze en de toorn van Zijn Vader, die Hij als onze plaatsbekledende Borg verduren moest.
Wij hebben geen Middelaar, Die door Zijn schoonheid onze natuurlijke ogen en hart bekoort. Maar een gestriemde Man van Smarten, Die wat dit betreft, geen gedaante noch heerlijkheid had.
Echter, voor die leert geloven, is Hij juist zó de Schoonste onder de mensenkinderen, begerenswaardig als geen ander!
Dit ligt opgesloten in de volgende woorden van de tekst 'is ons genezing geworden'. Het gaat hier óok om genezing in letterlijke zin, doch tevens om meer. Het oorspronkelijke woord duidt ook aan genezing van innerlijke afkeer. Welnu, de ergste kwaal van Israël was en van ons allen is toch onze innerlijke afkeer van de Heere God en van Zijn dienst. Hoe bedorven is, wat dit betreft, ons hart, hoe doodziek zijn wij, terwijl dit ons als schuld wordt aangerekend.
Zo is het naar Gods Woord en in Gods ogen. Doch zonder meer zijn wij daarvoor blind, daar tegenover ongelovig. Wij reageren daarop negatief. Wij ontkennen het met allerlei wijsheden en theorieën. Wij verzetten ons daartegen en worden er zelfs boos om. Wij zijn dan de gezonden, die de Medicijnmeester niet nodig hebben! Hoe levensgevaarlijk is dit! Wat moeten wij ook van deze blindheid en dit ongeloof genezen worden!
Wat wil de Heere God dit nog doen door Zijn Woord en Geest, Die doden levend maakt. Dit is ook vrucht van genezing, door de striemen van de Man van Smarten. Doch dan wondt het Woord ons. En wij vallen het bij, overtuigd, innerlijk diep gewond: 'Ja Heere, mijn kwaal is erg, zo erg als Uw Woord het zegt. Ik verdien het niet, maar is er tot Uw eer genezing?'
In de tekst staat nu de Man van Smarten Zelf voor ons en zegt: 'Door Mijn striemen is u genezing geworden!' Hij verklaart ons doodziek, doch Hij verzekert ons, dat er door Zijn lijden bij Hem genezing is. Heel zeker. Wij moeten die maar niet zoeken buiten Hem. Hoe is dit geprobeerd door boetedoening en zelfkastijding – men striemde zichzelf – én door goede werken. Hoe lang gaan wij zelf nog, tevergeefs, op de weg van de zelfgenezing?
Hier is dé Arts, Die het medicijn heeft en Zelf is. Welke dokter geneest door zijn striemen? Hij doet dit in de totale zin van het woord. En dat wil Hij waarmaken. Maakt Hij waar. Doch Hij vraagt dat wij ons zo in een het alles van Hem verwachtend geloof aan Hem gewonnen geven! Wat wil Hij Zelf ook dit door Zijn Geest bij ons werken! Zo geneest Hij ons van ons ongeloof en onze twijfels.
Wat wordt dit in ons leven nog vaak bestreden. Van buitenaf en van binnenuit. De verzoekingen en de nog overgebleven zondige neigingen worden ons weer te sterk, de zonde en het ongeloof de dodelijke kwaal steekt weer de kop op. Maar wij hebben dan in Christus een volkomen Heiland, een Arts, Die steeds ons in Zijn Woord tot Zich roept en met Zijn Geest in ons werken wil. Zo maakt Hij het tot geloofde en beleefde realiteit – dat er door Zijn striemen inderdaad genezing is. Velerlei: verzoening voor onze schuld, verlossing en reiniging van onze verdorvenheid, vrijspraak van het verdiende oordeel, en leven tot Gods eer, onder Zijn zegen, die soms anderen insluit, in de plaats van onze dóód! Ze is ook een voortgaande genezing: wasdom in de genade, toenemende zekerheid van het geloof en heiliging van ons leven. Totdat ze eens, wel niet langs een rechte, doch langs een gebroken lijn totaal zal zijn!
Deze genezing geldt ziel en lichaam. Ook de schepping zal er eens in delen. Onze ergste kwaal huist in ons binnenste, doch heeft haar gevolgen ook in ons lichaam en in heel ons zijn. Zo is echter de genezing, door Christus verworven eveneens een totale.
Toch woeden er in dit leven, in deze wereld, nog zoveel duistere machten en zijn er nog zoveel ziekten en noden. Voor de ongelovigen zijn ze vaak een raadsel, brengen hen vaak tot verzet of tot wanhoop. Maar als het geloofsleven ons niet vreemd is, dan kunnen wij het daarmee soms ook heel moeilijk hebben, doch dan is daar toch Christus, de Arts, Die ons tot Zich roept en trekt, opdat wij, wat ons bezwaart Hem zouden voorleggen. En dan kan Hij uitredding, genezing geven – in letterlijke zin. Tot Zijn eer, opdat wij dan, evenals de schoonmoeder van Petrus, eens door Hem van haar ziekte genezen. Hem temeer zouden dienen!
Hij kan ook genezing geven in diepere zin. Hij kan, én voor de nog ongelovige, én voor de gelovigen, ziekten of andere noden maken tot een leerschool in die kennis van onze ergste kwaal, die uitdrijft tot Hem als de Arts, bij Wien alleen in de ergste nood genezing is te vinden. En hoe is het als een kind van God van zijn ziekte niet geneest, maar sterft? In de droefheid om het gemis mag er dan de troost zijn van de op onze tekst gegronde zekerheid, dat zelfs de dood deze zieke niet kan ontnemen de genezing in de volle zin van het woord. Naar de geest én straks ook naar het lichaam!
Nog bloedt de wereld uit vele wonden. En Gods gemeente moet door vele verdrukkingen ingaan in het Koninkrijk Gods En terwille van haar Heere vele striemen opvangen. Terwijl het haar roeping is, om in deze wereld in woord en daad met grote bewogenheid getuige te zijn van haar Heere als dé enige Heiland en Arts!
Nog zucht de schepping als in barensnood, zo schrijft Paulus in Rom. 8. Zij verwacht de openbaring der kinderen Gods. Eens komt het volmaakte Koninkrijk, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De hier niet genezenen wacht dan de buitenste duisternis. Doch allen die de radikale genezing hier zochten en vonden bij onze Heiland, gaan dan dat Koninkrijk binnen. Radikaal genezen naar geest en lichaam. Samen als de reine bruid bij de Bruidegom, door Wiens striemen haar deze genezing geworden is!
J. v. d. Velden, Woerden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's