Verlossende woorden
'Ga iets dóen als je vanmiddag thuiskomt' – zei ik. 'Geeft niet wat. Anders blijf je zitten denken. Daar word je maar somber van. Kijk eens! De zon staat al aan de hemel – voor jou!'
'Ja', zei hij, 'ik heb met mijn vriendin afgesproken dat we zouden gaan zwemmen vanmiddag. Maar het zal wel weer gaan regenen…'
Weer zo'n zwaarmoedige opmerking! Het leek alsof iets hem zeer deed. Diep weg, als een onderhuidse ontsteking. Zonlicht, vriendin, zwembad, dat zeer leek onbereikbaar.
'Het zal wel weer gaan regenen…'
Die middag ging het regenen.
Op het eerste gezicht waren het 'gewone' problemen waar hij over kwam praten. Hij vond het vervelend om de hele week van huis te zijn. Hij kon niemand vinden met wie hij mee kon rijden – al was het maar één avond in de week. Niet dat hij het niet uit kond houden. Maar één avond in de week thuis zou toch leuk zijn.
'Gewone' problemen – maar problemen. Ik deed een 'gewone' suggestie: 'Heb je al eens bij de administratie van je compagnie geïnformeerd of er iemand is die met een auto dezelfde kant op gaat? Er is vast wel iemand uit jouw buurt met wie je mee kunt rijden'.
'Ik zal wel eens gaan kijken', zei hij. 'Volgende week misschien. Het is nu vrijdagmiddag – kamerinspectie.'
'Ja', zei ik, 'en dan zwemmen!'
Die middag ging het regenen…
Na die eerste keer kwam hij geregeld langs als hij een ogenblik tijd had. Hij kon midden in de week met iemand meerijden. Het was nu beter uit te houden. De problemen begonnen naar de achtergrond te verdwijnen. De gesprekken werden vrijer – over dienst, de jongens van zijn kamer, het kader, wat hij voor de weekends gepland had met zijn vriendin.
Een keer kwam het gesprek op de kerk. 'Mijn vader gaat elke zondag', vertelde hij. 'Maar de laatste maanden ga ik niet meer mee. Als de kerkdienst begint loop ik een eindje het bos in – bij ons in de buurt. Daar wacht ik dan tot de dienst afgelopen is – en dan ben ik gelijk met mijn vader weer thuis. Mijn vader heeft het nog niet gemerkt. Ik zit altijd achterin – daar zitten de jongelui. Mijn vader ziet het niet als ik er niet ben…'
Ineens realiseerde ik mij dat hij al de tijd dat wij elkaar kenden nooit over zijn moeder gesproken had. 'Die leeft niet meer', ze hij toen ik informeerde.
'Sorry', zei ik, 'dat wist ik niet.'
'Dat kon u ook niet weten. Ik praat weinig over mijn moeder. 't Is al tien jaar geleden dat ze gestorven is. Maar ik zie het nog iedere dag gebeuren.
'Was je erbij?', vroeg ik.
'Ja… Ik was nog maar zo'n jochie toen het gebeurde. Maar ik zie het nog iedere dag voor me.'
Hij aarzelde om verder te gaan. 'Dat is het juist. Het is zo'n raar verhaal… Ze is gestorven aan een hartverlamming… Ik was buiten aan het spelen met de hond… Nou ja, het was maar zo'n klein beestje… Ineens rende hij weg, zo de tuin van de overburen in. Toen kwam die mevrouw naar buiten. Die begon tegen mij te schelden.
Mijn moeder hoorde dat. Ze kwam erbij staan. Ze begon mij te verdedigen. En toen viel ze zomaar dood neer…'
Het was alsof hij het weer zag gebeuren.
'Stom hè! Ik zie het beestje nog rennen. 't Was maar zo'n beestje… Ik begrijp niet waarom het op die manier moest gaan… Daarom loop ik 's zondags maar liever een eindje het bos in…'
'Waar denk je dan aan?', vroeg ik.
'Aan van alles', zei hij. 'Waarom moest dat op die manier?, denk ik dan. En dan denk ik weer; Had ik de hond maar beter vastgehouden. Ik kom er niet uit…'
Hij zat gevangen met zijn denken – als een vogel in een kooi. De schuldvraag bracht zijn gedachten voortdurend onrustig aan het fladderen. Maar telkens stootten ze zich tegen de tralies van een ondoordringbare voorzienigheid. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Mijn gedachten botsten tegen dezelfde tralies. We hebben wat tegenover elkaar zitten zwijgen. Toen is hij weggegaan.
In de oude wetten van het oude volk Israël vinden we verschillende malen voorschriften aangaande de zogenaamde 'vrijsteden' (Ex. 21 : 13; Num. 35 : 9-34; Deut. 19 : 1-13). Drie steden werden uitgekozen ten oosten van de rivier de Jordaan (Deut. 4 : 41-43) en drie ten westen. Die fungeerden als asylplaats voor mensen die een ander zonder opzet gedood hadden. Een voorbeeld (Deut. 19 : 5): Iemand gaat met zijn metgezel het bos in om hout te kappen – het blad van de bijl schiet van de steel – het ijzer treft zijn metgezel en die sterft. Zo iemand 'zal één van die steden binnenvluchten – en hij zal leven!' Niemand mag het bloed van de overledene op hem wreken – omdat er geen doodschuld op hem rust. 'Want' – zegt de oude wet – 'hij heeft hem niet reeds vanaf gisteren of eergisteren gehaat' (vs. 6).
Hij bleef langskomen, maar hij kwarn niet terug op wat hij verteld had. De gesprekken gingen weer over de 'gewone' dingen. Een keer kwam hij binnen terwijl ik zat te studeren. Hij keek naar de dikke boeken die op mijn bureau lagen: een Hebreeuwse Bijbel, een woordenboek, een concordantie.
'Wat een boeken! Waar bentu mee bezig?', vroeg hij.
'Ik ben een stukje Bijbel aan het bestuderen', zei ik. 'Exegese heet dat.'
Hij tuurde naar de Hebreeuwse letters.
'Daar maak ik niets van. Wat staat daar eigenlijk?'
Ik vertelde hem van de vrijsteden en vertaalde een paar woorden voor: 'Want hij heeft hem niet reeds vanaf gisteren of eergisteren gehaat…'.
Ik keek hem aan. De woorden hadden hem getroffen – als een elektrische schok.
'Maar', stamelde hij toen hij weer een beetje tot zichzelf kwam, 'maar ik heb altijd van haar gehouden!'
De oude woorden waren verlossende woorden gebleken. Ze hadden de kooi opengebroken. Ze hadden het diepste vrijgemaakt wat in hem leefde.
'Ik heb altijd van haar gehouden!'
Eindelijk kon de vogel zijn vleugels uitslaan.
'En hij zal leven!' (Deut. 19 : 5).
J. van Eck
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's