Pasen na Auschwitz
Auschwitz, een naam met een verschrikkelijke klank! Een naam die overigens symbolisch is voor al die vernietigingskampen, die uit het vergiftigde brein van Hitler waren voortgekomen en waarin zich de moord op de zes miljoen joden voltrok.
De jood Eli Wiesel overleefde Auschwitz. Hij heeft in een reeks boeken en andere publicaties de verschrikkingen van Auschwitz weergegeven, zoals alleen een getuige dat doen kan. Alleen al zijn boeken De nacht, De dageraad en De dag zijn aangrijpende vertolkingen van de doorgang van het joodse volk door de vernietigingskampen. Men hoort door die boeken heen de schreeuw van de miljoenen. Men ziet hoe ze de eerste aanblik verwerkten van de schoorstenen of van de kuilen, waarin de kinderen werden verbrand en waarlangs ze trekken moesten als ze het kamp binnenkwamen. Men ziet de mensen de geprogrammeerde dood tegemoet gaan. En men hoort door alles heen de schreeuw: God, hoe is dit mogelijk?
Wiesel heschrijft in één van zijn boeken hoe joden op een dag op een binnenplaats in Auschwitz een tribunaal spannen. God is de aangeklaagde. Als Gód dit heeft gewild wordt Hij aangeklaagd, wegens schuld aan de dood van de miljoenen. Hoe profaan dit ons ook moge voorkomen, het zal voor hen, die slechts op grote afstand van het verschrikkelijke gebeuren van de vernietiging kennis namen, nimmer in te denken zijn in welk een smeltkroes de miljoenen gemartelden terecht kwamen. Toen we enkele jaren geleden tijdens een Lutherreis op de grote stille vlakte waren, waar eens het kamp Buchenwald was, was dit (althans voor mij) een van de meest indrukwekkende ervaringen van die week. Hoe was dit mogelijk geweest in het christelijke Duitsland, in ons 'christelijke' westen? En toch, slechts heel in de verte hadden we een vermoeden van wat zich in dat oord had afgespeeld, hóé concreet men het daar de bezoekers ook nog voor ogen wil stellen.
Wat Auschwitz verder betreft, van de 56.000 Nederlandse joden, die erheen werden gevoerd, overleefden 800 mensen. Er zijn ongetwijfeld in die tijd joden geweest die het geloof in de Eeuwige opzegden. Er zijn er ook geweest die meer dan ooit beseft hebben hoe het lijden in deze wereld het geloof in de Eeuwige wel aanvecht maar niet ten onder brengt.
Intussen kwam er een 'Theologie na Auschwitz'. Auschwitz zou het geloof in een persoonlijk God, die met de geschiedenis en het lot van mens en mensheid te maken heeft, ten onder hebben gebracht. Na Auschwitz is God dood. Die theologie werd overigens niet in Auschwitz ontworpen maar na Auschwitz, toen het leven in Europa weer zijn normale gang gekregen had, hoezeer ook de Westeuropese cultuur nasidderde van de grote aardschok, die in de Tweede Wereldoorlog plaats vond.
Is het niet vermetel om dan nu te schrijven over Pasen na Auschwitz? Me dunkt dat het mag, met de vermetelheid van het geloof dat in de diepte, namelijk bij het Kruis geboren wordt.
Klein Auschwitz
We mogen niet vergeten dat Auschwitz – hoe vreselijk ook – niet het enige oord van verschrikking in de geschiedenis is geweest en dat het niet alléén de joden waren, die door grote verschrikkingen zijn heengegaan. Hoevelen in de wereld hebben niet hun hoogst persoonlijke klein Auschwitz beleefd? In de Tweede Wereldoorlog hebben ook christenen in hetzelfde lot gedeeld, omdat ze weigerden het beest te gehoorzamen. Maar juist omdat ze in de kracht van het geloof de antichrist weerstonden, hebben ze het martelaarschap moeten ondergaan. Ook duizenden christenen zijn in de kampen omgekomen. En ook vandaag worden ontelbaar velen om hun geloof geknecht en vervolgd.
Was er Pasen mogelijk in en na de verschrikkingen? Ik wil hier nog eens in herinnering roepen het indrukwekkende boekje van wijlen ds. J. Overduin 'Hel en hemel van Dachau'. Overduin kwam als een geraamte terug uit het concentratiekamp Dachau, waar hij vrienden had zien sterven. Overduin haalt in zijn boekje Titus Brandsma aan, die in Dachau stierf en in het kamp in Amersfoort dichtte:
Ik ben gelukkig in mijn leed
omdat ik het geen leed meer weet
Enkel het allerzuiverst lot
Dat mij vereent met U, mijn God.
Als Overduin dan aan het eind van zijn boekje de 'balans en begroting' opmaakt schrijft hij over 'de waarheid van Gods Woord' Ik citeer:
'Aan de ene kant was ik (…) geneigd om te zeggen: Vreselijk, dat ik dát allemaal moest doormaken, maar aan de andere kant kon ik God niet genoeg danken, dat mij deze grote genade bewezen was dit te mogen doormaken. Ik wist allang dat Gods Woord wáár was, dat Gods beloften onbedriegelijk waren. Waarom? Eenvoudig omdat het GODS woord en beloften zijn, en God van alle kanten betrouwbaar en kredietwaardig is. Maar het is een grote genade, wanneer God de waarachtigheid van Zijn Woord in de praktijk zó eclatant bevestigt. Daarom zeide ik tot de gemeente: alles wat ik gepreekt heb in dagen van voorspoed en rust is waar, volkomen waar. God heeft die prediking in de vuurproef gegooid, maar het is als boodschap Gods goud en nog eens goud. Wij kunnen de apostel nazeggen: "Wij zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd". Het Evangelie van Jezus Christus is geen praatje, geen stuk romantiek, geen beschouwing, die buiten de barre werkelijkheid omgaat, geen zoete droom, waaruit men in ontnuchtering ontwaakt, wanneer men tegen de harde stenen van het wrede leven wordt geslagen, maar de meest ingrijpende, allesbeheersende en alles overwinnende werkelijkheid. Het Evangelie van Christus is niet het produkt van menselijke wijsheid of vroomheid. Wij hebben het niet kunstig in elkaar gezet, neen, God heeft het geschonken. En als gave Gods dragen wij dat Evangelie door de wereld. En die waarachtig gelooft, zal zalig worden. Zalig, ook in een concentratiekamp.'
Dat is de vermetele geloofstaal van een getuige na Auschwitz, die niet gezwicht is voor een theologie na Auschwitz. Het is voor de gemeente vandaag, die ver leeft van enigerlei vorm van concreet lijden, zoals in de Tweede Wereldoorlog het geval was, heilzaam om kennis te nemen van de wolk der getuigen uit tijden van martelaarschap. Ze hebben de loop gelopen en het geloof behouden en ze hebben ontvangen de kroon, die de Rechtvaardige Rechter hen geven zou.
Intussen is hiermee geen goedkoop antwoord gegeven op wat Auschwitz te betekenen had in onze cultuur. Auschwitz en alle andere vernietigingskampen waren manifestatie van de macht van de duivel, die mensen als handlangers in zijn dienst had. Hoe Gods Hand in deze in Zijn toelating of in Zijn oordelen in dit alles aanwezig was blijft aan Hem. Maar mensen, christenen wisten zich God-dank geroepen zich met heel hun bestaan te verzetten tegen anti-goddelijke macht, die zich breed maakte en mensen meetrok in de grote afval van de levende God. Ze hebben dat gedaan in het besef dat de machten op het kruis van Christus onttroond waren en dat Pasen de goedkeuring Gods was op deze overwinning van Christus op de machten.
Dieper dan Auschwitz
Het hoge woord mag en zal er nu toch maar uit. Op één plaats in de geschiedenis ging het er nog dieper door dan in Auschwitz. Vielen de joden in de Tweede Wereldoorlog en de christenen in andere vernietigingskampen in de handen van ménsen, op Golgotha viel Christus in de handen van God, die Hem verwierp: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?' Golgotha gaat dieper dan Auschwitz omdat daar één Mens bitter leed en smadelijk stierf voor het ganse volk. 'Opdat wij tot God genomen en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden', zegt het avondmaalsformulier.
In Jesaja 53 mogen we na het Kruis van Christus méér lezen dan het epos van een volk dat messiaans lijdt. Het gaat om een Man van smarten. Als een Lam werd Hij ter slachting geleid en als een schaap dat stemmeloos is voor het Aangezicht van Zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. Als de onschuldige droeg Hij 'onze smarten', nam Hij 'onze krankheden' op zich. De toom van God, waaronder wij eeuwig hadden moeten verzinken heeft Hij gedragen. De straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem. Zijn ziel stelde zich tot schuldoffer. Alle baren van God gingen over Hem heen. Plaatsvervanging, verzoening!
Hier duizelt het ons. Auschwitz was verschrikkelijk. Maar hier, op het Kruis, gaat één Man gebukt onder de schuld van een schare, die niemand tellen kan. En als mensen in het zwaarste lijden zich nog geborgen mochten weten bij hun God, Hij was van God en mensen verlaten. Maar juist daarom, omdat Zijn ziel zich tot schuldoffer stelde, zou Hij zaad zien. Zou er zaad zijn dat ook door verschrikkelijk lijden heen zou komen, zowel door persoonlijk lijden als door collectief lijden.
Pasen over Auschwitz
Wij zullen de wondere gangen Gods in de geschiedenis nimmer doorgronden, ook niet waar Hij toelaat, dat verschrikkingen als die van Auschwitz voorkomen. Het geloof mag echter rusten in de wonden van Christus. 'Zalig ook in een concentratiekamp', schreef Overduin.
De doodsklok wordt toch overstemd door de paasklok. Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen. Het is geen oppervlakkig levensoptimisme als in het christenleven paasaccoorden worden aangeslagen. Paasgenade is geen goedkope genade. Want vóór Pasen ligt het Kruis. Het Open Graf is een open graf ná de Goede Vrijdag. Er ligt een diepe waarheid in het lied' In het Kruis' zal ik eeuwig roemen'. En Paulus zegt dat Hij niemand wil weten dan Jezus Christus en die gekruisigd'. De diepste roem ligt in het Kruis waar verschrikkingen, méér dan die van Auschwitz, over Christus heengingen. Waar hij de pers trad, die niemand treden kon. Waar Hij op een plaats des gerichts kwam, waar niemand komen kon en mocht. Maar omdat Hij op een plaats kwam, waar niemand komen mocht – de helse verlating – ontving Hij volmacht om de Zijnen vanuit het Open Graf mee te nemen naar de hemel. Ontving Hij volmacht om de zijnen kracht te geven om verschrikkingen, tot die van Dachau en Auschwitz toe te doorstaan en de machten, die daar achter stonden, te weerstaan.
Liever dan in een theologie na Auschwitz, eindigen we in de grote 'Getuige na Auschwitz'. Die de sleutels heeft van hel en van dood. En die daarom geloof geeft om psalmen te zingen in de donkerste nacht.
'Sommigen zingen door de zondag psalmen.
Ik denk aan bloemen en aan korenhalmen.
En trek de knieën op en ga terust'.
Christus is de grote Overwinnaar. Hij is de Getuige van Pasen, de Getuige ook na de grote verschrikkingen en door alle verschrikkingen heen in de geschiedenis. En de Geest getuigt met onze geest dat we kinderen Gods zijn. Daarvan is een wolk van getuigen rondom ons, ver weg in de geschiedenis en dichtbij.
v. d. G.
[Tekst foto: Saint Pierre in Genève.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's