De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De waarde van menselijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De waarde van menselijk leven

Pasen en het leven

8 minuten leestijd

Pasen is het feest van het leven. Het leven door Christus' dood bereid, het leven tot in eeuwigheid. Leven is pas voluit leven als het Paasleven is. Dat wil zeggen dat Christus in ons leeft en wij in Hem leven. Dat nieuwe leven zal in eeuwigheid niet meer sterven. We spreken dan over het leven van de wedergeboorte, het leven dat niet alle mensen, maar alleen de oprechte gelovigen deelachtig zijn. Is er vanuit Pasen ook iets te zeggen over het menselijk leven in het algemeen? Een actueel begrip in allerlei hedendaagse discussies is 'kwaliteit van menselijk leven'. Dit speelt met name een rol bij medisch-ethische vragen rond levensbegin en levenseinde (met name abortus provocatus, euthanasie, zelfdoding).
Telkens stuiten we in discussies op het gebied van de gezondheidszorg op deze fundamentele vraag: Wat is de waarde van het leven? Moet menselijk leven te allen tijde in stand gehouden worden? Kan het in sommige gevallen verantwoord door werkers in de gezondheidszorg beëindigd worden?
De bekende psychiater R. F. W. Diekstra schreef in het boek Over suïcide (1981) dat iemand die zijn eigen leven als volkomen waardeloos beschouwt, in staat moet worden gesteld dit zelf te kunnen beëindigen. Iemand die voortdurend pogingen onderneemt om uit dit leven weg te gaan, moet men uiteindelijk de vrijheid laten om dit te doen. Men moet de uitweg niet blijvend barricaderen met als gevolg dat iemand slechts op gewelddadige wijze een eind aan eigen leven kan maken. Er moeten rustiger en minder harde mogelijkheden geboden worden om die laatste stap zelf te kunnen doen. Wat is de achtergrond van deze opvatting? De gedachte dat menselijk leven beneden de menselijke maat kan komen, zodat het subjectief, door de betreffende persoon zelf, als mensonwaardig wordt beleefd. Een 'waardige' dood wordt dan verkozen boven een 'mensonwaardig' voortleven. Leven kan 'geen leven' meer zijn. De dood is dan een uitkomst. Wanneer we dergelijke opvattingen op ons laten inwerken, beseffen we enerzijds dat heel wat mensen, misschien ook wel in onze direkte omgeving, dergelijke zinloosheidservaringen kennen. Tegelijkertijd is het ons duidelijk dat deze denkwijze en beleving haaks staat op de boodschap van Pasen: omdat Christus de Gekruisigde ook de Opgestane is, is de ijdelheid en de leegheid van het leven doorbroken en mag er in Hem sprake zijn van leven en sterven met perspectief.

Gevaarlijk begrip
Het veel gehanteerde begrip 'kwaliteit van menselijk leven' is zeer gevaarlijk te noemen. Dikwijls wordt het namelijk zó ingevuld dat leven aan een aantal kwaliteiten moet voldoen om 'menselijk' te kunnen heten. En pas wanneer het leven voldoende gekwalificeerd is om als menselijk leven te worden erkend, wordt het beschermwaardig geacht. Voldoet het niet aan de criteria, dan geldt het als vogelvrij: men kan er mee doen wat men wil.
Vroeger werd je als mens beschouwd omdat je uit menselijke ouders geboren was. Tegenwoordig begint het er op te lijken dat er voor pas geborenen een soort toelatingsexamen geldt: de baby of ook de nog ongeboren vrucht moet zichzelf als menselijk leven zien waar te maken.
Uiteraard treedt hierbij grote willekeur op. De ene ethicus stelt de beslissende criteria op een hoger niveau dan de andere.
De één zal zeggen: kun je wel van menswaardig leven spreken, als een kind ongewenst is? Een mens heeft er toch behoefte aan zich geaccepteerd te weten!
De ander zal stellen: een (ongewenst) kind mag niet geaborteerd worden, zolang maar vast staat dat het lichamelijk en verstandelijk gezond is. Maar moet je zwaar gehandicapt leven als menselijk beschouwen? Moet er niet op z'n minst déze kwaliteit zijn dat er sprake zal kunnen zijn van enige vorm van communicatie?

Behalve een toelatingsexamen voor ongeborenen is er ook een toets voor ouden van dagen, met name als er sprake is van dementie. Sommigen gaan zo ver dat ze onvrijwillige 'euthanasie' (dus moord) willen toepassen op mensen bij wie het bewustzijn sterk is gereduceerd of helemaal weggevallen. Dan leeft men toch niet meer als mens, zo wordt dan opgemerkt. Men vegeteert slechts. Men kan worden opgeruimd als een plant die is uitgebloeid.
Anderen protesteren met klem tegen een dergelijke benadering. Maar zij accepteren intussen wél dat een mens subjectief, naar eigen inschatting en beleving, de conclusie kan trekken dat zijn leven beneden menselijk peil is gedaald. Zo zou er vrijheid moeten zijn tot euthanasie op verzoek of tot hulp bij zelfdoding op grond van een negatief rapport dat iemand aan eigen leven toekent. Als het leven geen vreugde meer is en het lijf geen geschenk, dan ben je geen mens meer en kun je nog slechts één menselijke daad stellen: heengaan in de dood.

Wanneer het begrip 'kwaliteit van menselijk leven' eenmaal op deze manier functioneert, is er geen enkele weerstand meer tegen verdere uitholling en afkalving van de eerbied voor het leven. Menselijk leven heeft dan nog slechts waarde inzoverre het zichzelf waar kan maken.

Inherente waarde
Tegenover deze ondermijning van de waarde van menselijk leven, stelt het christelijk geloof de fundering van de waarde van menselijk leven. Naar mijn overtuiging kan menselijk leven nooit de kwaliteit 'menselijk' verliezen. Zelfs het naakte, biologische existeren van een mens die zich in een diepe comateuze toestand bevindt en op geen enkele prikkel van buiten meer reageert, blijft gekwalificeerd als menselijk leven. Het gaat hier om een inherente, dat wil zeggen met het leven zelf gegeven waardigheid. Voor het geloof is dit zonneklaar vanuit het begin, het midden en het einde van de Bijbel (of zo u wilt, vanuit protologisch, soteriologisch en eschatologisch gezichtspunt).

Vanuit het begin
We lezen in Genesis 2:7 dat de Heere God de mens de levensadem in zijn neus blies en dat de mens zó tot een levend wezen werd. Leven is voor de mens beademd zijn door God. Het leven is door God ons ingeblazen. Wij zijn zonder die geschonken levensadem slechts stof uit de aarde. Neemt God die ademtocht terug, dan keren wij tot het stof terug. Zo bepaalt Gen. 2 : 7 ons sterk bij onze creatuurlijkheid en afhankelijkheid. Maar tegelijkertijd blijkt hier de bijzondere positie van de mens temidden van alle schepselen. Alleen van de mens wordt gezegd dat hij geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis (Gen. 1 : 27), hij is Gods gevolmachtigde op aarde.

Vanuit het midden
Nu kan de vraag worden opgeworpen of deze bijzondere kwalificatie van het mens-zijn (en dus van ieder mens-zijn) ook ondanks de zonde is blijven gelden. De mens heeft Gods beeldd en gelijkenis toch verloren door de zondeval? Maar uit de bijzondere bescherming die het menselijk leven van Gods wege blijft ontvangen, blijkt dat de Schepper dit ondanks de zonde aanziet vanuit de oorsprong (Gen. 9 : 6; Ex. 20 : 13). Wie menselijk leven aantast, vergrijpt zich aan God zelf.
In Psalm 8 wordt – ná Genesis 3 – hooggestemd gezongen over de mens. Dat kan omdat Psalm 8 in Christus is vervuld (zie Hebr. 2). Hij is gekomen als de Mens Gods. Hij heeft de bestemming van Adam en Eva vervuld. Hij doet het licht van Goede Vrijdag en Pasen vallen over het geschonden mens-zijn. Juist vanuit het midden, vanuit het hart van de Schrift (het evangelie van verzoening, vergeving en vernieuwing in Christus), leren we het om de mens ook in zijn diepste misère te blijven aanzien op zijn oorspronkelijke waardigheid.
Wij blijven achter het 'zwangerschapsweefsel', het 'klompje cellen', het 'vegeterende leven', de mens zien, die zo'n waarde heeft gehouden in Gods hart, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft om hem te behouden.

Vanuit het einde
Waarom wordt een mens niet als een dier of een plant weggedaan, maar begraven op passende wijze? Omdat er voor de mens toekomst is na de dood. De mens is voor de eeuwigheid geschapen. Daarom is al het spreken over 'vegeterend leven' bij dementen en comateuzen zo fundamenteel onjuist. Deze mensen hebben een bestemming voor de eeuwigheid. Dr. S. Meijers schreef ergens dat wij als gelovigen 'God eren en daarom het leven respecteren, als leven dat gericht staat op zijn bestemming: materiaal voor het Koninkrijk Gods'.
Als 1 Kor. 15 ons leert dat vanuit de werkelijkheid van Pasen het leven niet meer ijdel is, hoe zouden we dan nog op menselijk leven het etiket 'ijdel' durven plakken?
We zeggen met prof. dr. W. H. Velema: 'De mens ontleent zijn betekenis aan de plaats die God hem toekent'.

Dat wordt drievoudig onderstreept vanuit het begin, vanuit het midden en vanuit het einde. Juist omdat de kwaliteit van menselijk leven gegeven is met de relatie tot God, blijft dit leven onder alle omstandigheden zijn menselijke kwaliteit behouden. Pasen stelt dit in het volle licht.

J. Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De waarde van menselijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's