De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Die ons heeft lief gehad…

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Die ons heeft lief gehad…

5 minuten leestijd

Christus vervult de wet
Er zijn nauwelijks formuleringen te vinden die diepzinniger en markanter uitdrukken wat het betekent dat Jezus Christus Zijn leven gaf aan het kruis en zo Gods wet vervulde, dan de woorden van ons Avondmaalsformulier. In schitterend proza, vol treffende tegenstellingen, lezen we daar wat Hij deed voor ons zondige mensen:
'waar Hij gebonden werd, opdat Hij ons zou ontbinden; daarna ontelbare smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden; onschuldig ter dood veroordeeld is, opdat wij voor het gericht Gods zouden vrijgesproken worden…'
Hij voelde de diepste verlatenheid – 'Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten?' – opdat wij nimmer door Hem verlaten zouden worden.


Zo roept het avondmaal de gedachtenis op van Jezus' lijden en sterven en vormt het een ondubbelzinnige verbinding met Goede Vrijdag. Zo bezien is ook een avondmaalsgedicht tegelijkertijd een lijdensgedicht. Ook het gedicht 'Avondmaal' van Gerrit Achterberg, de dichter die als boerenzoon in 1905 in Neerlangbroek bij Doorn werd geboren en in 1962 te Leusden overleed, loopt uit op wat Christus deed, Christus die de wet vervulde.

Avondmaal
Dooiwater in de Mei
van Uwe liefde, o Heer,
wordt mij het strenge weer
der mensenmaatschappij.

Wien Gij Uw vrede zegt
is vijand vriend gelijk
binnen het koninkrijk,
door Uwen Zoon gesticht,

waarin wij allen zijn
van eender doen en staat,
nemende brood en wijn
voor Zijn Godlijk gelaat.

Beker en schotel gaan
van hand tot mond en hand.
Christus wordt voortgeplant
door Zijn gemeente heen.

Adam is hier, voordat
de appel bitter werd.
Die ons heeft lief gehad,
vervult vannacht de wet.

Het gedicht begint met een prachtig beeld: de mensenmaatschappij is hard en streng als een koude winter. Maar Gods liefde in Jezus Christus is als 'dooiwater in de Mei'. De maaltijd des Heeren, waar rangen en standen wegvallen, maakt iets zichtbaar van Gods Koninkrijk dat komt. Jezus herstelt wat de mens bedierf. Wie door het geloof met Hem verbonden is, mag delen in dat herstel: de vergeving der zonden, de vernieuwing van het leven.
Het beleven van de schuldvergeving verwoordt de dichter met een verrassend en kras beeld: 'Adam is hier, voordat de appel bitter werd'. Zo verwijst in dit gedicht het Avondmaal naar die andere maaltijd, de appel in Genesis 3… Bij het lezen van Achterbergs gedichten moet je altijd bedacht zijn op diverse associaties en verschillende betekenis lagen. 'Adam is hier' betekent dan waarschijnlijk ook: in de geest, in het hart wordt de band met Christus, beleefd, de tweede Adam, die nooit zonde heeft gekend. En met die tweede Adam eindigt het gedicht: 'Die ons heeft lief gehad, vervult vannacht de wet.'
Zo vertoont het gedicht een prachtige cyclische bouw: het begint met Gods liefde – 'Uwe liefde, o Heer,' – en het eindigt ermee: 'Die ons heeft lief gehad…'. Gods liefde wordt bij uitstek zichtbaar in Christus' volbrachte werk.

Waarlijk, de Heer is opgestaan!
Christus vervulde de wet, tot dood en graf toe. Maar het graf was het einde niet. De engel verkondigde de vrouwen: 'Hij is hier niet'. Zonder Pasen zou ons leven duister zijn en leeg. Maar Hij is waarlijk opgestaan. Stralend licht brak door de duisternis heen.
De predikant-dichter André Troost heeft in zijn bundel Bedelen om licht een paasgedicht opgenomen dat geheel gebouwd is op de tegenstelling tussen ons mensen – hopeloos verloren in onszelf – en God die in Christus weer toekomst biedt.

God dank! Laat iedereen het horen
God dank! Laat iedereen het horen:
De Heer is waarlijk opgestaan!
Wij gaan niet in de nacht verloren,
nu breekt het licht van Pasen aan.
Geen steen houdt nog het leven tegen,
een engel kondigt stralend aan:
Ziet waar Zijn lichaam heeft gelegen,
waarlijk, de Heer is opgestaan!

Wij hadden alle hoop verloren,
niemand van ons zag toekomst meer;
leeg was ons hart, als nooit tevoren
zo eenzaam, zonder Hem – de Heer.
Hopeloos donker was het leven
een bange droom, een lange nacht;
waar was het hemels licht gebleven:
Christus, die ons de toekomst bracht?

God dank! De engel heeft gesproken:
Wie zoekt gij toch? Hij is hier niet!
Nu is het daglicht aangebroken,
vreugde in plaats van uw verdriet.
God dank! De dood is overwonnen,
het leven krijgt voorgoed ruim baan,
de toekomst is in Hem begonnen
Waarlijk, de Heer is opgestaan!

Dit gedicht, dat te zingen is op de melodie van psalm 118, is net als dat van Achterberg weer cyclisch gebouwd. Het eerste en derde couplet stellen centraal wat Christus' opstanding betekent en omarmen aldus het middelste couplet dat tekent wat wij zouden zijn zonder Pasen: zonder hoop, zonder toekomst, eenzaam en donker, levend in een nacht zonder ster.
Maar, God zij dank, het hemels licht is niet ten onder gegaan. Het is Pasen geworden en het eerste en derde couplet vertellen ons wat dat betekent: licht in plaats van duisternis, dag in plaats van nacht, vreugde in plaats van verdriet, het leven in plaats van de dood. Zo zet het gedicht in en zo eindigt het. God aan het begin en aan het eind, de Alpha en Omega. Het is alles Gods werk. Wij die onze toekomt verknoeid hebben en nog dagelijks verknoeien – de 'bittere appel' in Achterbergs gedicht – mogen weten dat door Hem alleen, door Jezus bittere dood en glorieuze opstanding, de macht van duivel, zonde en dood niet het laatste woord heeft:
de toekomst is in Hem begonnen
Waarlijk, de Heer is opgestaan!

J. de Gier, Ede

[Tekst foto: Groningen, Martinikerk, interieur van het koor uit de eerste helft van de 15e eeuw. Boven de bogen bevindt zich een serie schilderingen uit de eerste helft van de 16e eeuw. Rechts (zuidzijde) het geboorteverhaal en links (noordzijde) het lijdensverhaal.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Die ons heeft lief gehad…

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's