Het werk opgeleverd
n.a.v. 1 Corinthe 15 : 24
Het einde
Pasen iis het begin van het einde. Er waren er in Corinthe die meenden dat het einde er al was. Opstanding van de doden is er niet en komt er nooit.
De aarde, het lichaam, de materie is van een lagere orde. Het geestelijke, de niet-lichamelijke wijze van bestaan is het echte en ware. Dáár delen we in door geloof in Christus de Levende. Dat er een opstanding der doden is, past niet in dit denkschema. Dat zou een terugval zijn in een lagere manier van bestaan. We zijn er al! Er komt niets meer. Wie het machtige 1 Corinthe 15 in deze Paastijd leest, raakt onder de indruk van Paulus' stellig belijden! Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Daarmee hebben we het niet gehad. De komst van het Koninkrijk Gods is veelmeer in een versnelde beweging geraakt. Het is sinds Pasen een niet meer te stuiten gang geworden door de tijd heen naar het einde. Paulus geeft de orde aan. De eersteling Christus. Daarna die van Christus zijn. In Zijn toekomst en daarna zal het einde zijn. Het is als bij de lancering van een raket. Sinds Pasen is het aftellen begonnen. De lancering is het beslissende punt voorbij. Het kan niet meer stilgezet worden. In de opwekking van Christus is zoveel kracht Gods openbaar gekomen, dat het niet meer te stuiten is. Het einde, het doel is in zicht gekomen. 'Daarna zal het einde zijn…'
Houdt u met mij de taal der Schriften vast? Het einde. De dingen geschieden niet in een einde-loze herhaling. We lopen niet met z'n allen in een kringetje rond, eeuw in eeuw uit. Daarna zál het einde zijn. Zál zijn. Dat staat vast.
Wie de Levende kennen mag door een levend geloof leeft niet met de blik op oneindig maar ziet uit naar het einde. Levend geloof kent een levende hoop. De Boekenweekschrijver Maarten Biesheuvel heeft in de vele interviews hem afgenomen de voorbije dagen nogal eens geschermd met de zinloosheid der dingen. Nu gebeuren er inderdaad in deze wereld vele zinloze dingen. Maar daarom is de hele geschiedenis nog niet zinloos. Er is een einde. Er is een doel.
Einde is doel
In de oorspronkelijke taal kan 'einde' ook 'doel' betekenen. Einde en doel zijn betekenissen die in elkaar schuiven. Einde betekent niet: doek dicht, afgelopen. Maar het gaat sinds Pasen onomkeerbaar naar het eind-doel. Pasen roept Pinksteren op. De Heere is de Geest. Christus' heengaan tot de Vader brak Zijn werk niet voortijdig af. Het is u nut dat Ik wegga. Zo komt er plaats voor de Geest. Wat komt die Geest dan toch doen? Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken. De Geest zet de arbeid van Christus voort op aarde en in de wereld. Heeft Christus het fundament gelegd, de Geest zet de bouw voort. Op de Hoeksteen worden de levende stenen vastgemaakt. Gods werk gaat voort. Christus eerst en de Geest vervolgens zetten door Gods eeuwig voornemen. De schepping komt terecht. God krijgt een volk dat Hem toebehoort. Alles moet Hem eren! Daar gaat het heen. In vliegende vaart. We vliegen dáárheen. Het gaat snel. Sneller dan wij rekenen kunnen. Want bij de God van Pasen zijn duizend jaren gelijk aan één dag. In Christus' komst ligt het einde besloten. Hij Die leeft, is bezig te komen. Christus werkt samen met Zijn Geest op dat grote doel aan. Welk doel dan wel? We lezen: 'Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben…'
Einddoel
Het woord vertaald met 'einde' kan óók betekenen: sluitstuk, slotacte (Bauer). De uitvoering van Gods raad is door Christus ter hand genomen. Christus is gezalfd tot Koning. Hij regeert over het Koninkrijk der genade. Hij neemt het koningschap Gods waar. Dat hoort bij Zijn Middelaarschap. Alle vijanden van het Rijk Gods moet Hij verslaan en onderwerpen. Hen tot onderwerping dwingen. Hij moet als Koning heersen tot Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. Pasen wil zeggen: de verwerving van de zaligheid is voltooid. Het is volbracht, riep Christus uit aan het kruis (Goede Vrijdag). Amen!, klonk het uit des Vaders mond in de vroege morgen van de eerste dag der nieuwe week (Pasen). Nu zet Christus dat Koningschap der genade door en voort in de toepassing en uitdeling van de zaligheid. Hij is bezig alle vijanden te verslaan. Gezalfd als Hij is om Gods Koningschap over mensen en heel Gods geschapen werkelijkheid waar te maken. De strijd tegen de machten kwam op Golgotha in het beslissende stadium.
Door de verkondiging van het Evangelie wordt deze strijd afgerond. Het Koninkrijk wordt opgericht in mensenharten. Christus regeert door Zijn Woord en Geest Zijn gemeente. Hij heeft alles in Zijn handen. Heel het wereldbestel draagt Hij. God heeft het Hem gedelegeerd. Tijdelijk in handen gelegd. Is het alles volbracht dan geeft Hij het Koninkrijk aan God en de Vader terug. Als Zijn werk klaar is, dan levert Hij het op. Dat is het einddoel van Christus' Middelaarswerk.
Het sluitstuk waarbij Hij het Koningschap aan God en de Vader zal terug geven. Wat hier staat, is een moment in de uitvoering van Gods Raad. Aan God en de Vader geeft Hij het Koninkrijk terug. Hij biedt het aan als zijnde voltooid. De regering van Christus is tijdelijk. Straks regeert God weer Zelf. De aarde was een wingewest van de boze geworden. Onttrokken aan de heerschappij van God. Christus is gekomen om Vaders bezit weer terug te winnen. Tijdelijk verleent Hem God daartoe koninklijke volmacht. De scepter der sterkte is Hem verleend. God heeft gezegd: Heere in het midden van Uw vijanden. Hij heerst vanaf het kruis op de grondslag van Zijn bloed.
In het hogepriesterlijk gebed heeft Jezus dit moment al gezien: Vader, Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij te doen gegeven hebt (Joh. 17 : 4). Straks is het moment aangebroken. Dan is het niet alleen volbracht, maar ook geschied (Op. 21 : 6).
Afgerekend
Vleeswording, Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren en Komst, ze hebben dit doel. God komt weer aan Zijn eer en aan Zijn recht. Christus weet Zich daartoe ingezet. Heeft Zich daarvoor vrijwillig gegeven. Dat ging en gaat intussen niet zomaar. De hier bedoelde slotacte zal pas aanbreken 'wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht'. Ook elders in het Nieuwe Testament komt deze woordgroep voor (Ef. 1 : 21). Te niet doen ofwel krachteloos maken, uitschakelen. Hoe lastig het ook moge zijn exact aan te geven waaraan de apostel heeft gedacht bij de woorden 'heerschappij, macht en kracht', duidelijk is wel dat het gaat om alles wat zich tegen God en Zijn heerschappij keert. Christus zal het Rijk aan Zijn Vader terug geven als Hij zal hebben uitgeschakeld alle concrete heersende machten en alle bevoegdheden en krachten die personen of instituties hier en nu bezitten. Christus is Koning boven alles en allen wat op deze aarde en in deze wereld macht heeft.
We hebben een Paaskóning die uitnemende naam geërfd heeft boven alle engelen Gods. En die een Naam ontvangen heeft boven alle naam.
We leven in deze na-Pasen-tijd in een periode dat Christus bezig is aan alle machten een eind te maken door ze krachteloos te maken en uit te schakelen. En hoe anders doet Hij dat dan door Zijn Koningsheerschappij te stichten onder mensen door het regiment van Zijn Woord en Geest? Nu zien we dat nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn. We zien op het Paasfeest wel Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Hij heeft ze aan Zijn zegekar gebonden de overheden en de machten na ze naakt uitgetogen te hebben. Hij heeft ze eens en voor al voor schut gezet op de openbart executieplaats geheten Golgotha. Door Zijn kruis heeft Hij over hen getriomfeerd (Coll. 3 : 15). Ze hebben de doodssteek gekregen alle machten die God naar troon en kroon staan. O, we hebben er wel geloof voor nodig om het te zien, om het te weten en om het vast te houden. Maar we hebben het vaste Woord dat van Christus' overwinning getuigt. Hij is Koning, Hij heerst en regeert net zolang tot Hem alles onderworpen is. Hij bereidt de eeuwige Godsregering voor via kruis en lijden, door opstanding en hemelvaart.
Strijd
Zien we Christus zó bezig? Weten we dat Hij nog altijd doende is om dat doel te bereiken? Wie tot het Rijk van Christus wordt toegebracht, komt in een strijd terecht. Een christen heet o.a. een koning die tegen de zonde en de duivel strijdt. We strijden met Hem mee tegen alle machten en krachten die zich tegen God keren. Dat behoedt het leven voor de strik van de zinloosheid. Voor de gapende verzoeking dat al ons bezig zijn in gemeente en kerk nutteloos en vruchteloos is. We kunnen dat weleens denken: mooie woorden die we spreken over overwinning en glorie. Maar wat zien we er van? Christus is in doodsnood nog steeds, naar het lijkt. Maar dan wel de doodsnood van de machten die Hij onder Zijn voeten aan het verpletteren is. Want Hij moet als Koning heersen tot alle vijanden onder Zijn voeten liggen voor eeuwig. Daarom, achter Hem aan gebracht raken we betrokken in Zijn strijd. Maar wel vanuit Pasen: Jezus is overwinnaar.
Straks levert Christus Zijn werk aan de Vader op. Goedkeuring heeft het al ontvangen. Als de Middelaar Christus doet Hij straks Zelf ook een beslissende stap terug. Hij zal onderworpen aan de Vader zijn, opdat God zij alles en in allen. Dan zal God on-middel-lijk hemel en aarde regeren en in al Zijn kinderen alles zijn. De Zoon zal het Rijk aan de Vader overgeven. Maar ook Zichzelf met dat Rijk stellen onder God. Pasen is een schakel in Gods heilsplan. Het is er om begonnen dat het eeuwig zal zijn: God alles én in allen. Opdat God, en wel Vader, Zoon (die eeuwig blijft Woord dat vlees werd) en Heilige Geest ontvange de lof, de eer en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid.
J. Maasland, Capelle a/d IJssel
[Tekst foto's: Raam en stukje buitengevel van de Madaleine en Vézelay (Fr.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's