De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

'Gehoor verwerken' is de titel van een opstel, gepubliceerd door G.Z.B. en I.Z.B., van dr. M. S. N. Senyimba, predikant voor toerustingswerk van African Evangelistic Enterprise in Nairobi (Kenya). Uit dit opstel, handelend over de samantaannse vrouw de volgende passage:

'Dikwijls verspelen we onze kansen om Christus aan ongelovigen te verkondigen, omdat we te stereotiep zijn door steeds dezelfde dingen op dezelfde manier te zeggen. Soms kennen we de problemen van onze luisteraars even goed als Jezus het huwelijksleven van de Samaritaanse vrouw kende, maar het heeft geen zin om over deze problemen te praten, voordat de persoon in kwestie dit ook wil.
Het wijze geduld van Jezus, samen met enkele heldere uitleggingen van de theologische tegenwerpingen van de vrouw, brengen haar tot erkenning van haar werkelijke noden. "Ik weet, dat de Messias komt, wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen." Jezus vertelde haar, dat Hij, Die tot haar sprak, degene was Die zij verwachtte. Dit maakte een eind aan haar vragen. We zijn er soms bezorgd over hoe de mensen hun problemen zullen oplossen, nadat zij tot Christus zijn gekomen. Het kan zelfs voorkomen, dat we bang zijn om ze tot de Zaligmaker te brengen, omdat we denken dat hun leven ontregeld zal worden. Het is echter verbazingwekkend wat Christus in een mensenleven kan doen als we ontspannen.
De vrouw vergat de waterkruik bij de bron. Ze ging naar de mensen, die ze anders uit schaamte niet wilde ontmoeten en werd ogenblikkelijk een discipel van Jezus. Ze gebruikte de ervaring met Jezus in haar leven om haar gehoor te bewijzen dat Jezus de echte Messias was (Joh. 4 : 28-30). Haar preek tot de inwoners van Sichar was eenvoudig, maar zeer effektief. Er klonken geen hoog theologische termen, maar er was sprake van een veranderd leven, dat iedereen kon waarnemen. Zij nodigde hen uit om een man te ontmoeten, die haar leven vol zonde, waar ze allemaal van wisten veranderd had. Ons sceptische gehoor zal nooit overtuigd worden door een godsdienst, die de levens van de aanhangers niet verandert ten goede.'


In 'Theologia Reformata' schreef prof. dr. H. Jonker voor de laatste keer zijn (lerenswaardige en dus graag gelezen) Reflexen. Op deze plaats onze waardering voor de wijze waarop prof. Jonker dit de jaren door heeft gedaan. Uit zijn laatste Reflexen nu 2 passages:

• 'In Woord van Dienst van 23 januari 1988 bespreekt drs. E. R. H. van Dijk haar eigen scriptie voor het doctoraal examen theologie Groningen over Omhulling onthuld, een onderzoek naar de liturgische kleding. De zwarte toga met witte bef is niet meer vanzelfsprekend, zo schrijft de doctoranda, er zijn tal van alternatieven in omloop: wit gekleurde gewaden of beige, grijs of camel, enz.
Bij dit alles blijven wij trouw aan de zwarte toga met witte bef omdat:
a. wij tegen het individualisme zijn, waarbij iedereen maar doet wat goed en schoon is in zijn (haar) ogen,
b. wij voor de eenheid in presentatie naar buiten opkomen evenals de universiteiten (met bef in Utrecht, zonder bef in Leiden), de rechterlijke macht en de advokaten,
c. omdat de toga niet wordt geassocieerd "met geleerdheid, rechtspraak en deftigheid", maar met Schriftuitleg en Schriftverkondiging, met waarheid en gerechtigheid, vandaar de zwarte-toga-traditie in Nederland in universiteit en rechtszaal, d. omdat de predikant geen priester is in de 'vierende en sacrale liturgie'. Maarten Luther trok zijn priesterkleding uit en trok de tabberd aan, in de kerk van Duitsland langzamerhand overgegaan in 'der Talar'.
Achter die onschuldig lijkende verandering in liturgische kleding ligt een dogmatische beslissing op het gebied van de eredienst De "viering" is in de reformatie omgezet in de predikdienst van Woord en Sacrament. En voorts vind ik esthetisch al die gekleurde gewaden in een gezamenlijke dienst een potsierlijk gezicht een maf gedoe.'


• Nooit had prof. Jonker geweten dat zijn voorgeslacht uit Mastenbroek kwam. Hij ging er op onderzoek in het kerkelijk archief, en schrijft o.a. over 'Alleen in de consistorie':

'De koster stond mij in de consistoriekamer reeds op te wachten. Hij was telefonisch van mijn komst op de hoogte gesteld. Gastvrij ontving hij mij met een kop koffie uit het koffiezetapparaat. De boeken waren al uit de kluis gehaald en weer werden de gegevens bekeken en overgenomen. Foto's werden er gemaakt van de bladzijden uit eeuwenoude boeken met perkamenten omslagen en wel op een stoel bij het raam in verband met de belichting. De koster was mij in alles behulpzaam, met liefde sprak hij over de gemeente en over zijn kerk.
Toch week bij al deze gastvrijheid het trieste, sombere gevoel niet. Waarom zo neerslachtig? Ineens begreep ik het. Met dit genealogisch onderzoek was je bezig met leven en dood. Genoteerd werden de namen, de geboortedata, de huwelijksdata en de overlijdensdata met de plaatsen van deze streek. Wat betekent het menselijk leven eigenlijk? Bestaat het leven van een mens alleen maar uit de drieslag: geboorte, huwelijk en dood? Is daarmee het leven van ieder mens tot zijn eenvoudigste essentie teruggebracht? Machteloos als we staan tegenover deze drieslag.
Ik kreeg hetzelfde nare gevoel over me als toen ik, jaren geleden, liep in de gangen van de catacomben van Parijs. De grootste Franse begraafplaats, waar de beenderen van 5 à 6 miljoen mensen liggen, bevindt zich onder de grond in de zuidelijke steengroeve van Parijs. Sinds de Franse revolutie in 1789 werden de beenderen van Franse kerkhoven, die begonnen te ruiken, naar die onderaardse steengroeven getransporteerd en keurig bot bij bot en schedel bij schedel tegen de wanden van de gangen opgetast. Naamloos. Allen gelijk, de bankier, de burgemeester, de adel, de burgers, de armen, de bedelaars. Hier triomfeert de "égalité"! Sommige beenderen hebben behoord aan mensen, die slechts in de herinnering voortleven in geschiedenisboekjes: Danton, Camille Desmoulins, Robespierre, eerst begraven na hun guillotine-terechtstelling in 1793-94 op het voormalige kerkhof "Les Errands", maar dan ook getransporteerd naar deze lugubere gangen. Wat betekent hun naam nu eigenlijk? "Egalité des morts"!
Even "égal" en zonder inhoud waren de namen der voorvaderen en voormoeders in mijn geslachtslijst. Slechts van Egbert had ik uit de vergetelheid enkele gegevens aan het verleden weten te ontfutselen. Maar verder die immer terugkerende drieslag: geboorte, huwelijk, overlijden. En het eind? De veengrond in.
"Zou 't mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen?
Wie leeft er, die de slaap des doods niet eens zal slapen?
Wie redt zijn ziel van 't graf?"
Berijmde regels uit Psalm 89, waarin ook gezongen wordt "wij zullen d'eerkroon dragen!" Hoi, hoi, hoi.
"Ach", zei mijn leermeester dr. Van der Gulden, een Heideggeriaan, bij wie ik in mijn Amsterdamse tijd zaterdagsavonds particuliere colleges in de filosofie liep, "het menselijk leven is een moment in de tijd". Met zijn vinger maakte hij een boog boven de rand van de tafel. "Die rand is de tijd. Door geboorte duik je in de tijd, de boog is het mensenleven, die weer verdwijnt onder de rand van de tijd". Voordat ik de consistorie binnenging, had ik ook nog even op het kerkhof rondom het kerkje gelopen. Daar liggen ook zij, in de zwarte veengrond, met de anderen, een aantal voorvaderen. Naamloos.
De koster ging een ogenblik weg en liet mij in de concistoriekamer alleen. Op tafel lagen voor mij de kerkboeken, ook het doopboek met de leren veters. Zorgvuldig had de koster het weer dichtgeknoopt. Ik keek er naar, het boek met de honderden namen, ook van de Jonkerbaby's, allen gedoopt.
Ik nam het oude boek in mijn hand en betastte het perkament. Toen begon het boek tot mij te spreken, een bijzondere taal te spreken. Elk boek spreekt door zijn inhoud. Sommige boeken ook als boek. Het bijbeltje van je overleden moeder, dat ze 's zondags in haar tasje meenam naar de kerk, zet je zomaar niet in je kast naast de commentaren en andere boeken. Het krijgt ergens een bijzondere plaats omdat er een mythische glans op ligt een glans van herinnering en liefde. Het spreekt als boek een eigen taal.
Ook het doopboek sprak tot mij zijn eigen taal. Het zei: Hierin staan de namen van mensenkinderen, die water op het hoofd hebben gekregen en waarbij woorden zijn gesproken, eeuwig blijvende woorden. Water en woorden horen bij elkaar. Alle dominees, dienaren van het Woord, hebben ze uitgesproken, ook wanneer de gemeente in de zondagmiddagdienst er maar met een half oor naar luisterde. Maar van geslacht op geslacht, van jaar op jaar, van eeuw op eeuw werden de woorden gezegd, onweerstaanbaar. Dat God een eeuwig verbond der genade opricht dat het water op het voorhoofd der dopelingen nu niet als waswater, nu niet als drinkwater voor mens, plant en dier wordt gebruikt, maar afgezonderd "geheiligd" wordt voor Gods koninkrijk, als teken van het bloed der verzoening, als teken van het water van de Rode Zee met al haar ellende van watersnood, lijden en verdriet de zee "waardoor uw volk Israël droogvoets werd geleid, door hetwelk de doop beduid werd", als teken van het water van de Jordaandood en de begrafenis van Christus "om met Hem op te staan tot een nieuw leven"…
Zo sprak het oude boek zijn eigen taal van Gods trouw van eeuw tot eeuw. Sinds de reformatie hadden dominees gedoopt en de namen opgeschreven. Een veertigtal. De huidige predikant is nummer 40 op de predikantenlijst Het boek zei nog meer, het sprak mij in mijn familie aan.

­ "Je hebt het maar steeds over Egbert, die hier ouderling is geweest maar er zijn meer ouderlingen in jouw familie geweest…" "Ja, mijn vader was ouderling in Haarlem-Noord in de Sionskerk en mijn grootvader, de hoofdmachinist 45 jaar lang in IJsselmuiden." "Nou dan, dat zijn toch ook geweldige zaken?" "Zeker." Bij mijn genealogisch onderzoek kreeg ik een fotocopie van een aantekening in het notulenboek van de kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente IJsselmuiden dat "op 11 januari 1954 Hk. Jonker stierf, die ruim 45 jaar in grote getrouwheid en met onverdroten ijver de gemeente van IJsselmuiden- Grafhorst mocht dienen als ouderling". "Dat is toch wel een eervolle onderscheiding, belangrijker dan een lintje van de koningin!" "Ongetwijfeld, en dat van een man, die mij eens vertelde, dat hij, hoewel gedoopt als jongeman in dienst van de Rijnvaart naar Bazel midden in de wereld leefde. Hij wist toen niet en dat vond hij heel erg, of de psalmen in het Oude of Nieuwe Testament stonden…" "Hwoe kam hij tot het geloof?"
"Hij werd krachtdadig bekeerd door de prediking van ds. Hupkes in Genemuiden en door zijn tweede vrouw, mijn grootmoeder, die hem catechisatieles gaf.". "Hoe heette zij?" "Haar naam was Maria."
Zo werkte en werkt Gods trouw. Zijn daden en zijn heil zijn niet afhankelijk van ons geloof, maar ons geloof van Zijn daden. God werkt door in alle eeuwen. Ook in de eeuwen vóór de reformatie, toen het Evangelie in 1369 vanuit Utrecht naar Mastenbroek kwam. En Utrecht ontving het weer van Willibrord, de leerling van Egbertus. Hij stichtte in Utrecht de kerk en overleed in 739 en volgend jaar gedenken we, naast de Franse Revolutie, zijn 1250-jarige sterfdag. En Willibrord kwam uit Engeland en Engeland kreeg het van de missionarissen uit Rome. En Rome kreeg het van Paulus. En Paulus uit de stam Levi van zijn joodse opvoeding in Tarsen en zijn ontmoeting met Christus, Davids grote Zoon, bij de muren van Dameskus. En Israël door overlevering op overlevering van Abraham, ook ónze voorvader. 't Verbond met Abraham, Zijn vrind, bevestigd Hij van kind tot kind'. (Psalm 105 : 5).
En al kunnen onze kinderen niet worden toegelaten tot het Maaimonides Lyceum in Amsterdam, zo we dat al wensten, we laten het ons niet ontzeggen: Wij zijn óók nageslacht van Abraham, onze voorvader, niet naar het vlees, wel door inenting van de Gojim der heidense Germanen op de vruchtbare olijfboom Israël. (Rom. 9 : 24).
Neen, ons leven is niet armzalig en zonder uitzicht als een ronde boog opkomend boven de tafelrand van de tijd en weer ondergaan. Het is een gotisch raam, opgetrokken door God zelf naar de hemel tot glorie maximo Deo, de allerhoogste God.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's