De explicieten en de implicieten
Gesprek over de CSFR
De titel boven dit verhaal ontstond spontaan in een gesprek, dat we voerden met een drietal leden van het bestuur van de studentenvereniging Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato (CSFR), de studentenvereniging, die al meer dan dertig jaar een onderkomen biedt aan studenten uit de Gereformeerde Gezindte. Op een bepaald moment ging het over verschillen tussen hen die expliciet over bevinding spreken, het uitdrukkelijk als afzonderlijk thema aan de orde stellen en hen, die er impliciet over spreken, voor wie bevinding zo eigen is aan (hun eigen) geloof, dat er niet afzónderlijk over behoeft te worden gesproken. Daarover in het volgende meer.Het gesprek werd gevoerd met Bert van der Kieft (wiskunde, Utrecht, Ned. Herv.), Wim Dekker (politicologie, Utrecht, Geref. Gem), en Heleen Murre (Hebreeuws, Leiden, Ned. Herv.). Laatstgenoemde is de eerste vrouwelijke praeses van de CSFR (vrouwelijke bestuursleden zijn er al vanaf het eerste begin). Ze acht bezinning binnen de gereformeerde gezindte op de positie van de vrouw een positieve zaak.In het onderstaande een samenvatting van dit gesprek.
Ontwikkeling
De CSFR werd in het begin van de vijftiger jaren opgericht door studenten, die voornamelijk afkomstig waren uit de kring van de Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk en de Geref. Gemeenten. Het ging om een samenbundeling van studenten uit bevindelijke kring, hetgeen tot uitdrukking kwam in de statuten van de vereniging, waarin behalve over binding aan Schrift en belijdenis ook gesproken werd over het aanvaarden van de Schrift naar haar verstandelijke en bevindelijke zijde.
Het kleine stekje van weleer is uitgegroeid tot een flinke boom. Er zijn momenteel zes disputen: Johannes Calvijn in Delft (75 leden). Sola Scriptura in Utrecht (125 leden), Ichthus in Rotterdam (60 leden), Amstelodamense in Amsterdam (25 leden), Panoplia in Leiden (55 leden), Dei Gratia in Wageningen (60 leden) en Yirat Adonai in Groningen (25 leden).
Wat de samenstelling van de vereniging naar kerkelijke zijde betreft is er in de loop van de jaren niet zoveel veranderd. Ongeveer vijftig procent behoort tot de Nederlandse Hervormde Kerk (Gereformeerde Bond), ongeveer dertig procent tot de Gereformeerde Gemeenten, ongeveer tien procent tot de Christelijke Gereformeerde Kerken en ongeveer 10 procent tot de overige kleinere kerken van gereformeerd belijden.
Het percentage studenten uit de kring van de Gereformeerde Gemeenten is de laatste jaren aan het toenemen, maar verder blijven de verhoudingen ongeveer gelijk. Het deputaatschap voor studerenden van de Gereformeerde Gemeenten belegt naast de CSFR nog ontmoetingen voor de eigen studenten maar dat wordt niet als een concurrerend alternatief ervaren. Het aantal studenten uit de kring van de Christelijke Gereformeerde Kerken blijft telkens achter bij de verwachtingen. Daar is vaak kennelijk behoefte aan een studentenvereniging, die wat ruimer van grondslag is.
Momenteel zijn er hoopgevende gesprekken met leidinggevenden in de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Recent is verder een nieuw studentenverband opgericht met de naam Depositum Custodia. Hoewel er aanvankelijk relaties leken te bestaan met de Gereformeerde Gemeenten in Nederland zijn discussies over de grondslag kennelijk reden voor het afhouden van de contacten.
Geschat wordt dat ongeveer vijftig procent van de studerenden uit de Gereformeerde Gezindte toetreedt tot de CSFR. Vooral wat de hervormde populatie betreft is het wat moeilijk schatten. Een rol speelt al wel vooraf hoe gemotiveerd ouders zijn (geweest) bij de schoolkeuze van hun kinderen. Werden de kinderen naar een reformatorische school voor voortgezet onderwijs 'gestuurd' dan volgde bij de studie ook meestal de CSFR als studentenvereniging. Kwam men van algemeen christelijke scholen dan was dat minder vanzelfsprekend. In ieder geval 'verdwijnt' ook een deel van de studenten, afkomstig uit gemeenten binnen de Gereformeerde Gezindte, in het grote geheel. Anderen haken af tijdens de studie. Weer anderen worden zich overigens juist door de contacten in de CSFR meer bewust van de grote waarde van datgene wat ze ten diepste van huis uit meekregen.
Spanningen
Het is onvermijdelijk, dat zich in een vereniging als de CSFR, waar weliswaar studenten samenkomen die qua achtergrond één zijn in confessie, toch van tijd tot tijd spanningen voordoen. Die zijn gegeven met enerzijds de verscheidenheid binnen de Gereformeerde Gezindte op zich en anderzijds met ontwikkelingen, die studenten zelf door kunnen maken. In de loop der jaren zijn ook diverse studenten doorgeschoven, het gereformeerde voorbij.
Met name in de zeventiger jaren waren er duidelijke spanningen. Het Utrechtse dispuut telde toen 140 leden, waarvan er ongeveer 60 theologie studeerden. De theologische discussie domineerde toen, waarbij ook sprake was van een duidelijk progressieve stroming. Het ging met name over het gezag van de Heilige Schrift en de functie van de belijdenis alsook (in verband daarmee) over de grondslag van de CSFR. Na die verhitte jaren hebben de theologen méér en méér afgehaakt, deels ook door de tweefasenstructuur bij de studie theologie, waardoor het studieprogram zo druk is geworden, dat er voor een tweede dispuut (naast het theologendispuut Voetius) geen tijd meer is. De vereniging SSR-Nu (een voortzetting van de vroegere SSR oude stijl), voornamelijk met studenten uit de Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken, is bovendien ook een alternatief geweest voor hen, die zich in de CSFR minder thuis voelden.
Momenteel zijn er nog slechts vijf studenten theologie lid van het Utrechtse dispuut. De discussies zijn nu minder theologisch. Dat is in de loop der jaren deels als een opluchting ervaren. Een enquête onder Utrechtse studenten leverde zelfs als resultaat op 'liever geen theologie'. Thans zou men het een verrijking achten wanneer weer meer studenten theologie zouden toetreden. Het zou voor de theologen zélf ook beter zijn, omdat – aldus de gesprekspartners – ook wel eens te vrezen is dat deze teveel in een theologisch isolement verkeren en de raakvlakken met andere studierichtingen tot hun eigen schade missen. De laatste jaren profileert de studentenvereniging Voetius zich evenwel ook uitdrukkelijker, waardoor studenten in de theologie ook voor Voetius zelf meer tijd nodig hebben.
Intussen blijken in de CSFR zelf de gesprekken en discussies meer praktisch gericht te zijn. Hoe sta ik met mijn gereformeerde levensovertuiging in deze wereld en in mijn vakgebied? De positieve kant daaraan is, dat sterk beseft wordt, dat we in een geseculariseerde samenleving leven en dat het erop aankomt hoe je vandaag als christen leeft. De negatieve zijde is echter dat er ook een zekere matheid is gekomen als het gaat om de vragen van de eigen identiteit. Of men heeft wel eigen overtuiging maar heeft weinig behoefte om anderen te overtuigen van eigen gelijk. Er is dan sprake van een ruime onderlinge tolerantie.
In ieder geval zijn de scherpe kanten van de jaren zeventig geheel weg. De verschillen zijn minder groot en de acceptatie is groter geworden. In de jaren zeventig stonden twee groepen tegenover elkaar, die niet meer echt in gesprek waren. Toen stonden zelfs disputen tegenover elkaar. Dat is voorbij.
Was het vroeger wel zo dat referenten uit verschillende hoeken van de Gereformeerde Gezindte elkaars discussiepartner waren, vandaag laat men de referenten meer komen omdat ze elk voor zich, uit welke hoek van de kerk ze ook komen, iets wezenlijks te zeggen hebben. Ze worden om zo te zeggen niet (meer) tegen elkaar uitgespeeld.
Eigen achtergrond
Overigens betekent één en ander niet dat de eigen achtergrond van de studenten, wat hun gereformeerd leefmilieu betreft, niet meer aan de orde zou komen. Ieder dispuut heeft wel een Calvijnkring of een Nadere Reformatiekring, waar over de wezenlijke geloofsvragen gesproken wordt en waar ook de ontmoeting van de verschillende opvattingen tot zijn recht komt. De persoonlijke toeëigening van het heil is de jaren door een wezenlijke vraag geweest en dat is het nog. Wat dit betreft is er toch sprake van het oude élan. Maar er is een duidelijk pogen om bij de verschillen, die er zijn, elkaar te begrijpen.
Hier vallen dan de woorden expliciet en impliciet. Het gaat dan om de "verstandelijke" en 'bevindelijke" zijde van de Schrift. Waar sterk verbondsmatig gepreekt wordt – aldus de studenten – valt het woord bevinding niet zo expliciet. Waar dat niet het geval is wordt meer expliciet, meer uitdrukkelijk over bevinding gesproken, zijnde een zaak die aparte aandacht moet krijgen. Spreken studenten uit hun eigen geloofsovertuiging of ervaring ('ik beleef het zó…') dan staan anderen klaar om te vragen: is dat wel echt?, ben je wel bekeerd?, is dat wel bevinding? Terwijl anderen, die niet zozeer over eigen geloof (durven) spreken, niet direct helemaal begrepen worden door hen, die wel over persoonlijk geloof spreken: „vanwaar toch die schuchterheid?"
De laatste jaren is duidelijk het besef doorgebroken dat men elkaar wederzijds verrijken mag. Er vindt een wezenlijke ontmoeting plaats tussen de explicieten en de implicieten.
Men heeft het besef toch samen op zoek te zijn naar de echtheid van het geloof en daarin naar het wezenlijke van de bevinding. Het wordt wel als probleem ervaren dat daar, waar zo expliciet over bevinding gesproken wordt met bepaalde kenmerken daaraan verbonden, zo weinig de levende voorbeelden ervan worden gezien. Het geestelijk leven is dan om zo te zeggen schaars geworden. Er is zelfs sprake van zorgbarende verinstitutionalisering, consolidering van kerkelijke posities en óver-organisatie, waarbij dan de wezenlijke worsteling om de echte bevinding op de achtergrond raakt. Ook ouderen in de gemeente missen dan de levensernst van vroeger.
Intussen is er sprake van een vrij algemene afweer binnen de CSFR tegen de sociologische (uiterlijke) kenmerken van dr. C. S. L. Janse met betrekking tot de bevindelijke kring. Wel weegt zwaar hoe men persoonlijk in het (geseculariseerde) leven staat als bevindelijk gereformeerd christen. Maar men blijft steken in genoemde kenmerken als er geen levende voorbeelden zijn.
Conclusie
Al met al constateerden we uit het openhartige gesprek met de drie studenten dat binnen de CSFR, waaraan we zelf zoveel te danken hebben gehad, nog dezelfde bezinning plaats vindt als in het verleden het geval is geweest. Je bemerkt dat gelukkig ook telkens als er nog weer eens contact is met een dispuut door het houden van een lezing.
Evenwel constateren de studenten zelf, dat het leefklimaat ook in de studentenwereld de laatste jaren behoorlijk sterk gewijzigd is. De zeventiger jaren waren gekenmerkt door scherpe tegenstellingen, ook in de maatschappij. Inspraak en democratie waren aan de orde van de dag. Vandaag is het überhaupt rustiger. Vandaag is vooral ook een belangrijke vraag of er straks een (arbeids)plaats is in de maatschappij. De nadruk ligt op hard studeren voor straks. Verder blijft – maar uit het gesprek is gebleken – gelukkig ook de studie ten aanzien van de gereformeerde religie. Als ik 'religie' zeg bedoel ik daarmee de hele breedte, theologisch, confessioneel, 'verstandelijk' en 'bevindelijk'. Velen bewaren dankbare herinneringen aan wat ze juist ook binnen de CSFR meekregen in de onderlinge ontmoetingen, in de gezamenlijke bestudering van de gereformeerde theologie, gericht op hart en leven. Het was de tijd waarin het alles nog spontaan toeging, méér soms dan in later tijd als ieder ook weer in eigen kerkelijke stellingen en posities terecht komt en soms zelfs verwijderingen ontstaan, die men in de studententijd niet mogelijk acht.
Het moge de CSFR gegeven zijn om nog voor velen tot zegen te zijn. Wellicht is er in de gemeente wel te weinig voorbede voor het studentenwerk in gereformeerde zin. Misschien mag de weergave van dit gesprek dan ook tot zulke voorbede een appél zijn.
v. d. G.
V. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's