Boekbespreking
Kerk en Staat, hun onderlinge verhouding binnen de Nederlandse samenleving, 95 blz., Ambo, Baarn, ƒ 19,50.
Dit boekje bevat een viertal opstellen, uitgegeven door de uitgever in de serie Annalen van het Thijmgenootschap, mede onder verantwoordelijkheid van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving.
De schrijvers zijn: E. M. H. Hirsch Ballin, over Staat en Kerk, Kerk en Staat; S. C. den Dekker-van Bijsterveld over Kerk en Staat, Grondwettelijke ontwikkeling in Nederland sinds 1814; K. W. Merks over Kerk en Staat sociaal ethisch gezien; en G. J. M. van Wissen Botsing van grondrechten.
Allen hebben zij hun sporen verdiend op het terrein van het (moraal)recht en zijn zij werkzaam in de academische sfeer.
De grondgedachte is deze, dat de cultuurverandering waaraan wij allen deel hebben niet van voorbijgaande aard is, en dat het daarom zaak is dat de moraaltheologie die geestelijke goederen die voor de samenleving van vandaag en morgen relevant zijn aan heeft te wijzen. De menselijke rede en autonomie spelen hierbij een grote rol. De staat dient de vrede en de rechtsorde te waarborgen. De competentie van de kerk dient zich te uiten in een andere vorm van institutionalisering dan vroeger, gericht als het instituut moet zijn op de dialoog met de overheid. De kerk mag haar claim echter niet opgeven omdat zij waardebepalend werkt juist op die momenten waarop de institutionele grondrechten met elkaar op spanning komen te staan.
Het boekje zegt heel veel in kort bestak, te veel om hier weer te geven. Het zal duidelijk zijn dat het uitgangspunt bepaald wordt door een vorm van gehistoriseerd natuurrecht, en dat de waardenleer grote plaats inneemt. Hoewel ook ik denk dat in de ethiek de afweging van waarden een rol mag spelen, is deze invalshoek als centraal gegeven niet de mijne.
S. Meijers, Leiden
Ds. A. M. Lindeboom: De theologen gingen voorop. Eenvoudig verhaal van de ontmanteling van de Gereformeerde Kerken, J. H. Kok, Kampen, 1987, 510 blz., ingenaaid ƒ 49,50.
Het boek dat wij hier aankondigen moet wel met veel hartzeer en verdriet geschreven zijn. Een predikant, ds. A M. Lindeboom, geboren in 1911, afkomstig uit het oude Afgescheiden geslacht van de Lindebooms constateert in een breed betoog hoezeer, zoals hij zelf zegt, in onze tijd de Gereformeerde Kerken 'ontmanteld' zijn. Ds. Lindeboom is een kleinzoon van de bekende hoogleraar Lucas Lindeboom te Kampen. Zijn broer G. A. Lineboom, ook een bekende figuur, is enige tijd geleden overleden. Dit ter introductie.
In een reeks van jaren is Lindeboom zelf getuige geweest van de afbraak van zijn kerken. Hij stelt dat aan de kaak. Maar niet op een verbitterde toon. Hij heeft het trouwens niet gelaten bij alleen maar een constateren van verval. Hij gaat, zij het op een eenvoudige wijze, op de problemen die aan de orde zijn in. Dat betreft vooral de problemen rondom allerlei Schriftgegevens die door de theologen in zijn Kerk ter discussie worden gesteld of zelfs ontkracht. In dat opzicht is zijn boek een heel leerzaam boek.
Lindeboom acht de theologen de hoofdschuldigen van wat er in de Gereformeerde Kerken in de na-oorlogse jaren is gebeurd. Zij gingen voorop. Daarmee is natuurlijk niet ontkend dat het volgen van anderen onschuldig was.
Ik kan de bezorgdheid en zelfs smart van Lindeboom begrijpen en meevoelen. Ook wij hebben in onze Kerk niet te roemen. En bovendien, de Gereformeerde Kerken zijn om zo te zeggen vlees van ons vlees en bloed van ons bloed. Waar dan nog bijkomt dat er een Samen op Weg-proces aan de gang is.
Hoewel ik niet veel lust gevoel om op dit boek critiek te leveren zou ik toch wel een paar opmerkingen willen maken, niet om de zaak af te breken, maar om haar te dienen.
De eerste is deze, dat ik mij afvraag of door Lindeboom niet toch nog dieper getast had moeten worden. Berkouwer komt er in zijn betoog meestal niet slecht af, of beter gezegd: blijft buiten schot. Maar met hem is toch een oritvrikkeling op gang gebracht die voor de Gereformeerde Kerken funest is geworden. Bovendien heeft hij de nieuwe theologen steeds beschermende de handen boven het hoofd gehouden. En heeft niet Grosheide al indertijd een groot gevaar gezien in H. Ridderbos' fundering van het Schriftgezag, waarin de inspiratie van de Schrift uit het gezichtsveld verdween? Wij komen er niet met een terugkeer naar Berkouwer en Ridderbos en zelfs niet met een terugkeer naar Kuyper en Bavinck, hoezeer zij ook de gereformeerde theologie hebben willen dienen, wij zullen moeten terugkeren tot de oorspronkelijke gereformeerde theologie. Dat mis ik in dit boek. Daarom vrees ik dat de slag in de richting van de moderne (vrijzinnige) theologie in de Gereformeerde Kerken niet hard genoeg zal aankomen.
Mijn tweede opmerking is, dat Lindeboom ook naar de kant van de theologen die hij bestrijdt te zachtzinnig is. Hij weigert, zoals hij zegt, Kuitert een 'ketter' te noemen. Maar als iemand de maagdelijke geboorte van Chrisms, Zijn opstanding. Zijn hemelvaart. Zijn wederkomst loochent zoals, wat Lindeboom zelf beweert, Kuitert doet, dan vraag ik: is die theoloog dan geen 'ketter'? Dan is Arius, dan is Pelagius, dan is Hofstede de Groot, en ik zou er nog veel meer kunnen noemen, het ook niet geweest. Ik mis in dit boek de toorn, de heilige verontwaardiging, het vlammend protest. Dat spijt mij. Overigens, een boek om nota van te nemen. Och, mocht het nog eens helpen.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's