Een Classicale Vergadering in Canada
Op 18 en 19 maart j.l. werd een vergadering gehouden van de Classis Cascades van de Reformed Church in America. Donderdagmorgen 17 maart vertrokken we in alle vroegte. Deze vergadering werd namelijk gehouden in Surrey, een voorstad van Vancouver in British Columbia, en het geval wil, dat dit plusminus 1100 km. verwijderd is van Fort Macleod. U merkt wel, dat geografisch gezien een Classis hier wat ruimer opgezet is dan in Nederland. Twee weken geleden bezochten we een 'ringvergadering', een bijeenkomst van de 6 RCA-kerken in de provincie Alberta. Dat was ook vroeg opstaan geblazen. We moesten daarvoor een afstand van meer dan 300 km afleggen. Maar alles went, en tenslotte heeft een autotocht van zo'n duizend km. dwars door de Rocky Mountains heen ook wel weer iets aantrekkelijks. Eén van de families van de Reformed Fellowship uit Fort Macleod zou de zondag over blijven bij familie in Chilliwack. Met hen reden we mee op de heenweg. Zaterdag na de vergadering zouden J. van Maanen, één van de leden van het comité van de Ref. Fellowship en ikzelf per vliegtuig terugkeren naar Lethbridge. Het was inderdaad een prachtige tocht door de bergen heen. Hoewel we eigenlijk wel wat meer sneeuw hadden willen zien. Zo nat als het in Nederland is, zo weinig neerslag heeft men hier de laatste jaren gehad.
Na een reis van 13 uren kwamen we in Chilliwack aan en hadden we de eerste 1000 km. er op zitten. We gebruikten de maaltijd bij de familie Baars en verwonderden ons daar over hun blindgeboren 8-jarig zoontje Derek, zijn pianospel, het fietsen op de oprijlaan, zonder iets te raken, het springen op de trampoline, onbegrijpelijk.
We brachten de rest van de avond door bij de familie Cazander, waar we ook overnachtten. Vrijdagmorgen gingen we dan op weg naar de Classicale vergadering. Vol spanning. Want het zou een belangrijke vergadering worden voor de Reformed Fellowship, maar ook voor mijzelf persoonlijk. Op deze vergadering zou beslist worden, of de Reformed Fellowship geïnstitueerd zou mogen worden als gemeente binnen het verband van de Reformed Church in America. Wat mijzelf betreft wachtte mij op deze vergadering een examen dat bepalend zou zijn voor mijn toelating tot het ambt van predikant in de RCA
Helemaal vreemd waren we niet op deze vergadering. We hadden ook de vorige Classicale vergadering in oktober 1987 bezocht. Zodoende konden we nu een aantal 'oude bekenden' begroeten.
Overigens gaat het er op zo'n vergadering wel iets anders aan toe, dan wij in de Nederlandse Hervormde Kerk gewend zijn. Nu ik een paar maanden hier ben, en tamelijk intensief contact gehad heb met de RCA wordt het mij hoe langer hoe meer duidelijk, dat deze Kerk eigenlijk niet te vergelijken is met een Hollandse kerk. Wij kennen in Holland het bekende 'hokjessysteem', waarin wij proberen iedereen onder te brengen. Welnu, toen ik hier kwam en contact kreeg met de RCA begon ik natuurlijk driftig met iedereen een plaats te geven in dit systeem. Ik had plakkertjes met 'links' en 'rechts', 'behoudend' en 'progressief', 'vrijzinnig' en 'gereformeerd' enz. Maar ik kwam er al heel spoedig achter, dat dit hier niet zo werkte. Dat je tenminste hier niet kunt werken met dezelfde etiketten op grond van dezelfde verschijnselen. Wat ik bedoel is dit: Ik maakte een kerkdienst mee, waarvan we in Nederland zouden zeggen: Dat is vrijzinnig, of: Dat komt uit de linkerhoek. Maar inhoudelijk was dit alles verre van vrijzinnig, en persoonlijke gesprekken onderstreepten dat nog eens.
Als ik de RCA zou moeten karakteriseren, dan zou ik zeggen, dat deze Kerk een 'evangelische' inslag heeft, met een gereformeerde, kerkelijke structuur. Er is een opkomende charismatische beweging merkbaar binnen de RCA. Als Nederlander kom je hier in een geheel andere cultuur, ook kerkelijk. Wanneer je dan ook nog een theologische opleiding hebt gevolgd aan een Nederlandse universiteit, en in de reformatorische traditie bent opgegroeid, dan is één van de dingen, die je hier pijnlijk mist: een theologische en dogmatische ondergrond. Men gaat veel meer uit van het (overigens zeer Amerikaanse) principe: Als het werkt, dan is het goed, zonder zich af te vragen of alles wat men doet in de eredienst en in evangelisatie enz. wel verantwoord is volgens de Schrift.
De openings 'devotions' werden gedaan door een student. Dit was eigenlijk onderdeel van hun examen voor de Classis. Zo kon de Classis er een idee van krijgen wat hun gaven zijn op het gebied van leiding geven in 'worship'. We werden uitgenodigd om een 20ste eeuwse hymne te zingen, waarbij de voorganger ons begeleidde op de gitaar en de plaatselijke pastor de piano bespeelde. In de wandelgangen werd mij duidelijk, dat lang niet iedereen zo gecharmeerd is van deze moderne hymnes.
Na de opening van de vergadering vertelde de plaatselijke predikant, Jim Moerman, het één en ander over het kerkgebouw waarin we zaten. Ze hadden dit pas twee weken in gebruik. Daarvoor kwamen ze samen in een ander kerkgebouw, maar dat werd duidelijk te klein. Het was voor hen echter niet eenvoudig om een ander kerkgebouw te kopen. Ze besloten om als gemeente een dag bij elkaar te komen om te vasten en te bidden, om aan de Heere hun noden bekend te maken en Hem om leiding en wijsheid te vragen. Twee dagen later belde de makelaar op, dat er een andere gemeente was, die een kleinere kerk zocht. Dit was de verhoring van hun gebed.
Het moet gezegd worden, men kan vergaderen hier. In een razend tempo werden allerlei zaken afgehandeld. Allerlei commissies brachten hun rapporten in en elk voorstel werd omgezet in een motie, die dan vrijwel altijd met algemene stemmen werd aangenomen. Slechts op één punt was er verschil van mening en moesten de stemmen geteld worden. Dat ging over de vraag of er door de Classis studenten geëxamineerd moesten worden op het gebied van Hebreeuws en Grieks. Tegenstanders vonden, dat zo'n examen vaak niet alleen de student, maar juist ook de examinator in grote verlegenheid kan brengen. Voorstanders waren bang, dat het schrappen van dit examen een devaluatie van deze talen zou betekenen in het geheel van de opleiding. Uiteindelijk werd besloten om toch de Gen. Synode voor te stellen dit gedeelte van het examen te laten vervallen.
Ik ben niet van plan om de gehele vergadering te verslaan, maar slechts een paar opvallende dingen. Tijdens de koffiepauze sprak ik met ouderling Martin Anker uit Lynden, uit de staat Washington. Ik vertelde hem, dat ik wel wat huiverig was van de charismatische beweging, die in de RCA opkwam. O, zei hij, maar ik ben ook charismatisch. Maar ik wil wel graag vasthouden, aan de Calvinistische principes. Ik moet niets hebben van al dat extreme, zoals gebedsgenezing etc. Hij sprak zijn bezorgdheid uit over allerlei ontwikkelingen binnen de RCA, waarbij de bijbelse grondbeginselen werden verlaten.
Overigens moeten we het behoudende deel van de RCA wel hier in het westen zoeken. Tijdens deze vergadering werden verschillende moties aangenomen, om er bij de Generale Synode op aan te dringen zich uit te spreken tegen abortus provocatus. Dit zijn zaken, die met algemene stemmen worden aangenomen, in elk geval in deze Classis. Maar het zal heel moeilijk zijn, om deze voorstellen er door te krijgen in de Synode, omdat vooral in het oosten van de Verenigde Staten de kerken nogal wat anders georiënteerd zijn. En daar ligt het zwaartepunt van de RCA, tenminste, wat het aantal stemmen betreft.
We kregen nog een aardig staaltje van Amerikaanse mentaliteit te horen. De secretaris van de Synod of the West kwam ook aan het woord. De 'Synod of the West' is een particuliere synode, die zich uitstrekt van de Mississippi tot aan de westkust van Noord-Amerika. Deze secretaris houdt zich ook bezig met het vestigen van nieuwe kerken. Nu vond hij onlangs een brief op zijn bureau, waarbij een cheque behoorde met een bedrag erop van $100.000 (honderdduizend). Het briefje liet weten, dat dit geld bestemd was om een Reformed Church te vestigen in Park City in Utah. Toen de secretaris van de Synod of the West nadere informatie inwon, bleek, dat deze man met pensioen ging en een stuk grond gekocht had in Park City, om daar te gaan wonen. Maar er was daar geen Reformed Church, en of daar nu maar even voor gezorgd kon worden, vandaar die $100.000. Nu bleek Park City een plaatsje te zijn met plusminus 4500 inwoners, 4 kerken van de Mormonen (bijna geheel Utah wordt bevolkt door Mormonen), en een protestants kerkje, waarin verschillende kerkverbanden samenwerkten, omdat ze alleen niet konden bestaan. Het zag er niet zo naar uit, dat er ook nog eens een Reformed Church zou gevestigd worden. Maar in dat geval mocht het geld ook wel gebruikt worden om ergens anders een nieuwe kerk te vestigen!
Voor ons, 'Ford Macleod people', was natuurlijk het belangrijkste van deze vergadering wat er over onze toekomst beslist zou worden. Zaterdagmorgen kwam het rapport van de Church Planning & Development Commissie aan de orde. Deze Commissie had zich gebogen over ons verzoek om geïnstitueerd te mogen worden. De Commissie deed de aanbeveling aan de Classis, dat deze instituering plaats zou vinden. Deze werd in stemming gebracht. Er werd niet eens over gediscussieerd, maar het werd zo ineens met algemene stemmen aangenomen.
Op de vorige Classicale vergadering in oktober vorig jaar, was er nog veel verwarring over de situatie in Fort Macleod. Veel van de gedelegeerden op de Classis waren toen tamelijk negatief. Nu was er opeens zo'n geweldig meeleven. Wij waren daar zeer van onder de indruk. We kunnen niet anders zeggen, dan dat de Heere het goed met ons gemaakt heeft. Wanneer de instituering plaats zal vinden is nog niet precies bekend, maar daar behoeft niet meer dan een week of zes overheen te gaan.
Een ander punt was natuurlijk het examen, dat ik voor de Classis af moest leggen. Studenten, die predikant willen worden, moeten elk jaar voor de Classis een examen afleggen in verschillende vakken. En tenslotte is er dan een examen, dat toegang geeft tot het ambt, eigenlijk hetzelfde wat wij kennen als het colloquium. Welnu, dit is wat ik moest doen. Een nieuw colloquium, nu niet voor een commissie ergens aan de grachten van Amsterdam, maar voor een Classis van de RCA, bestaande uit plm. 50 personen, en ergens in een voorstad van Vancouver. Verschillende mensen waren aangewezen om mij te ondervragen op verschillende gebieden. Ook vanuit de zaal was er gelegenheid om vragen te stellen. De thema's waarop ik ondervraagd werd waren: Kennis van de kerkorde van de RCA (minimaal natuurlijk), kennis van het zendingswerk van de RCA (ook niet al te veel), visie op het ambt ('Wil je bij je voornaam, of als dominee aangesproken worden?'), theologie in het algemeen, kennis van de belijdenisgeschriften (de RCA heeft dezelfde belijdenisgeschriften als de Ned. Herv. kerk). Een onderdeel met een geheel eigen karakter was 'Personal Piety'. Hierbij werden vragen gesteld over het persoonlijk geestelijk leven, de roeping tot het ambt, etc. Op dit onderdeel worden de studenten in de RCA elk jaar ondervraagd. Ik moet eerlijk bekennen, dat je wel wat moet overwinnen, als je onder deze omstandigheden over deze zaken ondervraagd wordt. Aan de andere kant kan ik me eigenlijk niet herinneren, dat tijdens mijn opleiding in Holland er van de kant van de officiële organen van de Kerk enige belangstelling geweest is voor hoe het gesteld was met mijn geestelijk leven. Ik kan alleen maar zeggen, dat dit gehele examen op mij bijzonder veel indruk gemaakt heeft. De wijze, waarop dit alles gebeurde. Men probeerden duidelijk te weten te komen wie ze voor zich hadden, maar nooit probeerde ze je in de hoek te drukken en klem te zetten. Als ik dan terugdenk aan de frustrerende ervaringen in dat kamertje aan de voet van de Westertoren in Amsterdam… Maar laat ik daar maar niet aan terugdenken.
Men was als Classis tevreden met het resultaat van het examen. En dat gaf ons weer reden om dankbaar en tevreden te zijn. Maar toen kwam de grote domper. Toen bleek, dat op grond van de Kerkorde van de RCA het nog niet mogelijk was, dat ik bevestigd zou worden. Het voert te ver om dat geheel en al uit de doeken te doen nu. In elk geval moet mijn zaak eerst voor de Generale Synode gebracht worden, die in juni vergadert. Teleurstellend natuurlijk. We hadden gedacht, dat alle hindernissen nu uit de weg geruimd waren. Maar nu dit zo onverwachts opkwam, mochten we ook heel duidelijk zien, dat de Heere hier kennelijk Zijn bedoelingen mee heeft. We kunnen dan ook niet anders doen dan Hem hierin volgen. Toch zien we met dankbaarheid op deze Classicale vergadering terug. Er was een enorm meeleven van alle kant. Toen bleek dat ik niet bevestigd kon worden, was eigenlijk iedereen daar wel teleurgesteld over.
Zaterdagmiddag zijn we teruggevlogen naar Lethbridge. Waar we een paar dagen eerder dertien uur over gedaan hadden, deden we nu tweeënhalf uur over, inclusief een tussenlanding.
We hopen, dat de Heere de beslissingen van de Classis wil zegenen. Dat we onder de hoede des Heeren als geïnstitueerde gemeente verder mogen gaan tot Zijn eer en tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Wanneer we hier in Fort Macleod terugzien op wat de Heere tot hier toe gegeven heeft, dan moeten we zeggen: Soli Deo Gloria!
W. Meijer, Fort Macleod
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's