Medicijn tegen de dood
'…door de verschijning van onze Zaligmaker Jezus Christus, Die de dood heeft teniet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het evangelie.'2 Timotheüs 1 : 10b
Daar is geen kruid tegen gewassen. Dat zeggen wij mensen wel eens als het gaat over de dood. De mensheid zoekt immers voor vele problemen een oplossing. Denkt u maar aan de ziekte Aids. Koortsachtig wordt in de laboratoria gezocht naar een middel tegen deze vreselijke ziekte. Wie zal zeggen dat het niet eens lukken zal? Maar wie weet er raad tegen de dood? Als het er op aankomt is uiteindelijk elke dokter, tot de knapste aan toe, een verliezer.
Toch is er raad. Onze tekst spreekt van de verschijning van onze Zaligmaker Jezus Christus, Die de dood heeft teniet gedaan. Breeduit worden hier de namen gespeld van de Verlosser Die God ons heeft gegeven. Er is raad en uitzicht voor degenen die wonen in het land van de duisternis en schaduw van de dood.
Om de kracht en het gewicht van deze woorden te verstaan is het zaak dat wij beseffen welke het verschrikkelijke karakter van de dood is. Voorstellingen die allerwege opgang maken kunnen ons licht op een dwaalspoor brengen. Nee, de dood is niet iets natuurlijks dat bij het leven hoort. Als iemand op oudere leeftijd sterft kunnen we niet volstaan met te zeggen dat hij of zij toch een mooie leeftijd heeft gehad. En als iemand op jongere leeftijd heengaat kunnen we niet lakoniek opmerken dat die pech gehad heeft. We kunnen proberen de taboes rond de dood te doorbreken, maar intussen gaan wij voorbij aan het verschrikkelijke karakter van de dood. Op een of andere manier zijn wij bezig met een geweldig verdringingsproces. Wie de dood recht onder ogen ziet merkt het toornig gezicht van God als Rechter. Omdat wij Hem hebben losgelaten is de dood tot alle mensen doorgegaan. Wij zijn geschapen om te leven, maar wij hebben zelf de dood door onze zonden in huis gehaald. En de koning der verschrikking werpt zijn vale sluier al over het prilste leven. We horen het al vanuit het bekende doopsformulier: dit leven is toch niet anders dan een gestadige dood. Ja, de dood heeft zich, als ik het zo mag zeggen, al genesteld in ons hart. Door de vervreemding van God is dit leven een doodsbestaan geworden. En straks komt de rechterstoel. Het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Op de tijdelijke dood volgt de eeuwige dood. Verstaan wij het dat ons leven van zichzelf geen inhoud en toekomst heeft? Zijn dit niet enkel klanken voor ons, maar verstaan wij dat wij God hebben verlaten. Wij hebben het alleen maar verknoeid en doen het steeds weer.
En dan nu onze tekst. Zij spreekt van de verschijning van onze Zaligmaker. Neemt u het woord 'verschijning' maar in zijn oorspronkelijke zin. Zoals de zon haar stralen werpt over deze donkere aarde, zo werpt Christus, de Zon des heils, Zijn stralen over deze afgevallen wereld. Hij heeft de dood teniet gedaan. We mogen ook zeggen: Hij heeft de dood krachteloos gemaakt, door Zijn lijden en sterven heeft Hij het oordeel van de dood gedragen. De duivel als de beul van God is verslagen. Mensen die in de vreze des doods verkeren kunnen gered worden. Het is waar: hier worden wij al voor de rechterstoel van Christus geplaatst. We dienen er, naar het woord van een hervormer, ons doodvonnis te gaan halen. Maar daar is ook de vrijspraak voor een ieder die op Jezus ziet. Hij neemt het oordeel weg. Hebben wij de verschijning van de Heere Jezus al liefgekregen? Is er een persoonlijke band aan Hem? Het geloof kan klein zijn maar waar de persoonlijke band aan Hem is, mag de vreze des doods wijken. Wat hebben wij de Heilige Geest nodig om ons te doen zien de dingen die ons van God geschonken zijn. Zo vaak kan ons hart nog beangst zijn. Toch is het waar: als wij Christus toebehoren, heeft de dood ons niet, maar hebben wij de dood. Wij hebben hem als onze dienstknecht. Hij zet ons straks over als een veerman over de Jordaan van de dood naar het hemelse Kanaän. De beste voorbereiding voor deze overtocht is het woord van Luther ter harte te, nemen: denk in dit leven aan het sterven, en denk in het sterven aan het leven!
Maar er is meer. Dezelfde Zaligmaker Die de dood heeft verslagen heeft ook het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. Twee feiten in de Schrift vermeld dringen zich in hun unieke betekenis aan ons op. Het ene is de val van Adam in het paradijs. Hij is de bron van de dood geworden. Het andere is de opstanding van Christus, de tweede Adam. Hij is de bron des levens geworden. Hij heeft van God begeerd het onvergankelijke leven. Hij heeft het Hem gegeven. Niet voor Zichzelf Christus heeft in Zijn sterven en opstanding altijd gedacht aan anderen. Hij geeft het leven aan een ieder die in Hem gelooft. Leven: het wil zeggen dat wij gaan leven voor Gods aangezicht. We lezen het van de verloren zoon dat zijn vader zegt: déze mijn zoon was dood en is weer levend geworden. Dat kan nu. Dat kan heden. Door Christus' kracht kunnen mensen het zeggen, net als deze zoon: ik zal opstaan en tot mijn vader gaan. Zoek de Heere en leef. En dat leven kan niet stuk. Verklarenderwijs voegt Paulus het woord 'onverderfelijkheid' er aan toe. De duivel en de wereld hebben er geen vat op. Het wordt in de hemel bewaard. En we mogen heenleven naar de dag dat de graven geopend zullen worden en God de Zijnen eeuwig zal doen wandelen in het licht.
Hoe weten we dit alles? Hoe wordt dit heil ons persoonlijk deel? Door het evangelie! Paulus eindigt er onze tekst mee. Het evangelie is het middel dat God gebruikt om zondaren te trekken. Zo brengt God ons Zijn heil nabij. In de dagen van Zijn vernedering ging Jezus van stad tot stad en van dorp tot dorp om mensen te roepen. Nu is Hij in de hemel. Maar ook nu gaat Hij van plaats tot plaats. En wel in het gewaad van het evangelie. En dat door heel de wereld. Zo komt Hij ook bij ons. Wat nu te doen? Laten wij een voorbeeld nemen aan die vrouw die door niemand geholpen kon worden. Zij raakte echter de zoom van Jezus' kleed aan en werd genezen. Wie nu in het geloof de zoom van Jezus' kleed aanraakt, dat is, wie het evangelie gelooft, heeft het medicijn gevonden. Meer nog: de grote Heelmeester heeft hem of haar gevonden.
P. H. van Harten, Wapenveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's