De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Terugkeer uit de ballingschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Terugkeer uit de ballingschap

40 jaar staat Israël (I)

10 minuten leestijd

Op 14 mei 1948 kon David Ben Goerion, na een beslissing daartoe van de Verenigde Naties, de onafhankelijke staat Israël in het land Palestina afkondigen. Sindsdien is de nieuwe staat met alle ontwikkelingen daarin en bedreigingen daarvan vrijwel dagelijks in de wereld (voorpagina)nieuws geweest. Dit jaar mag, wat de aandacht voor de staat Israël betreft, wel een topjaar genoemd worden. Dat heeft enerzijds te maken met de grote spanningen, die zich uitgerekend in dit jaar van herdenken in Israël voordoen. Anderszijds wordt aan het veertigste geboortejaar van de staat Israël op zich uitvoerig aandacht gegeven. Dagbladen, weekbladen en kerkelijke bladen wijden er speciale edities aan.In Jeruzalem werd dezer dagen het Tweede Internationale congres van Christen Zionisten gehouden in het fraaie congresgebouw. In totaal waren ongeveer twaalfhonderd mensen aanwezig, uit kerken en evangelische groeperingen en ook uit de joodse wereld. In vele toonaarden werd de solidariteit met het joodse volk in het land van de vaderen, met de staat als garantie voor een leven in vrijheid en met veilige grenzen uitgesproken. Van regeringszijde bestond grote belangstelling. Israëls eerste minister Shamir opende het congres en sprak er zijn dank over uit dat het congres in Jeruzalem gehouden werd ('dit is voor ons een bron van kracht en bemoediging'). Jeruzalems burgemeester Teddy Kollek ontving de congresgangers op een receptie en de minister van defensie Yitschak Rabin sprak bij een feestelijke gelegenheid, waarbij hij zei dat het voortbestaan van Israël een zaak was van geloof, vertrouwen, voorbestemming en toewijding.Op het genoemde congres heeft ondergetekende de gelegenheid gehad om te spreken over 'nieuwe golven van antisemitisme'. Reeds eerder zijn door mij voor de EO microfoon in de maand december 1987 drie lezingen gehouden in het kader 'Zicht op Israël', waarin voor een deel dezelfde zaken aan de orde kwamen. De lezers treffen bijgaand allereerst een verkorte bewerking van deze lezingen, onder de titel 'Israël aan de vooravond van het veertigjarig bestaan'. Een tweede aflevering plaatsen we in het nummer van volgende week. Daarin komen voornamelijk de aspecten naar voren die in de lezing in Jeruzalem aan de orde kwamen.

Overbekend is de figuur van Ahasverus, de wandelende jood. Ahasverus is de man in de legende, die Jezus wegstootte toen Deze op Zijn lijdensweg van het gerechtshof naar Golgotha, afgemat als Hij was, even voor diens huis wilde uitrusten. Sindsdien – zegt de legende – is Ahasverus tot zwerven gedoemd geweest. In het jaar 1602 komen we hem overigens pas voor het eerst tegen in een duits volksboekje. De bisschop van Sleeswijk Holstein, zo zegt het boekje, had hem in 1542 in Hamburg in de kerk gezien: een hoge gestalte met lange haren, schamel gekleed en barrevoets. En iedere keer is men hem sindsdien tegengekomen. De gedachte achter 'de wandelende jood' is intussen bloedernstig. Want hij staat tegen de achtergrond van de bijbeltekst 'Zijn bloed kome over ons en onze kinderen'. Is het niet een diep ingewortelde gedachte geweest de eeuwen door, dat alles wat het joodse volk overkwam geschied is omdat de joden Jezus hebben weggestoten, verworpen, aan het kruis hebben geslagen en gedood? God heeft Zijn volk verstoten! Vandaar! Daarom mogen 'wij' het verder verstoten. Alsof het bij het kruis van Christus ging om een geding van mensen tegen Jezus. Hoe is het toch mogelijk dat terwijl het, in het mysterie van het kruislijden ging om een rechtsgeding tussen God en mens, mensen opeens schuldig worden gesteld, dat wil zeggen één bepaalde groep mensen. Nog afgezien van het feit dat bij het kruis mensen uit uiteenlopende volkeren aanwezig waren, is het toch zo dat Jezus plaatsvervangend stierf voor de schuld van mensen, ongeacht hun nationaliteit, ras of huidskleur, omdat God het zó had gewild? Goddank kan er zo ook ruimte en grond zijn voor de bede 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen'


Intussen is er inderdaad echter geen volk op aarde geweest, dat zo heeft moeten zweten als het joodse volk. Maar wanneer is dat begonnen? Toch niet pas ná de kruisiging! Daarvóór was er al de uittocht van Abraham, de aartsvader van Israël uit Ur naar Kanaän, de wegvoering naar Egypte, de terugkeer naar het land na veertig jaar omzwerven, de ballingschappen en toch weer de terugkeer naar het land van de vaderen. De omzwerving was er al vóórdat de joden Jezus als de Messias verwierpen. Israël is altijd al een trekkersvolk geweest. Maar de échte verstrooiing onder de volkeren kwam pas na de komst van Jezus, de door hen verworpen Messias. De tempel werd verwoest en het volk heeft, her en der verdreven, permanent vijandschap en vervolging moeten verduren, niet in het minst ook tijdens de ten onrechte in schoolboekjes geromantiseerde kruistochten. De bekende mr. Abel J. Herzberg heeft gezegd: 'ik ben een zoon van vluchtelingen en een vader van vervolgden'.
De verstrooiing onder de volkeren kreeg uiteindelijk een verschrikkelijke ontknoping in de gaskamers van Auschwitz, Treblinka, Bergen Belsen; in al die kampen, waarvan de namen zijn ingemetseld in de mozaiekstenenvloer met de zes miljoen steentjes van het indrukwekkende oorlogsmuseum Yad Washem in Jeruzalem. Jaarlijks worden daar, op de vooravond van Yom Hashoa door duizenden joden de zes miljoen, die tot as werden verstrooid, herdacht. We konden er dit jaar getuige van zijn. Indrukwekkend!

En toch
Tot na de Tweede Wereldoorlog waren er ook in de kerken 'profeten' die voorspelden, dat de joden nooit meer terug zouden keren naar hun land. Al waren er ook de zieners in het verleden geweest, die voorspeld hadden dat het wel zou gebeuren (o.a. Wilhelmus à Brakel en ook christen-zionisten aan het eind van de vorige eeuw, zoals ds. William Hechler). En toch is het geschied. Beloften Gods zijn meer waard dan voorspellingen van mensen. Want in 1948 was het toch zover. De staat Israël, vóór het volk, in het land van de vaderen, is een feit geworden. Het volk keerde terug uit de verstrooiing van eeuwen naar een eigen 'nationaal tehuis'.
In het boek 'De bakermat van de Bijbel' staat een indrukwekkende afbeelding uit het jaar 1905. Enkele honderden mensen staan bijeen op het strand bij de Middellandse zee en besluiten daar ter plekke nederzetting te gaan vestigen. Het is uiteindelijk geworden de stad Tel Aviv, heuvel van de lente, voorbode van een grote oogst.


Het zionisme, begonnen met de arbeid van de joodse journalist Theodor Herzl, die de stoot had gegeven tot het eerste zionistische congres in Basel in het jaar 1897, had de bewustwording op gang gebracht voor de terugkeer uit de ballingschap. De grote aliyah, de terugkeer uit de verstrooiing was begonnen. Uit alle delen van de wereld vestigden zich joden onder de palestijnse bevolking. Aanvankelijk bedoelde Herzl slechts een nationaal tehuis voor de verstrooide joden. Het mocht voor hem ook Oeganda zijn. Maar toen een religieuze component aan het zionisme werd toegevoegd brak het besef door dat het joodse volk slechts op één plaats thuis kon zijn, namelijk in het oude Palestina, hóé dan ook de grenzen zouden lopen, maar met Jeruzalem daarbinnen. Herzl nam de uitspraak van I. Zangwill over: 'een land zonder volk voor een volk zonder land'. En het motto van de zionisten werd 'vernietig de verstrooiing of de verstrooiing zal u vernietigen'
Eeuwen lang hadden de joden gezongen 'Jeruzalem, eer dat ik u vergete, zo vergete mijn rechterhand zichzelf' (psalm 138). En vier maal 's daags was gebeden: 'Breng ons in vrede tezamen uit de vier hoeken van de aarde en voer ons opgericht naar ons land'. En men had elkaar toegewenst 'volgend jaar in Jeruzalem'. Maar het zou nog jaren duren voor de zionistische droom in vervulling ging.
In 1917 daagde hoop toen in de Balfour Declaration het zionistisch verlangen naar 'een nationaal tehuis' werd erkend door Engeland, dat het mandaat voerde over Palestina.Maar het zou nog duren tot 29 november 1947 alvorens de droom verwezenlijkt werd. Toen besloten de Verenigde Naties tot een tweedeling van Palestina in een joodse en een arabische staat. De stichting van een joodse staat kreeg een internationale basis. Op 14 mei 1948 proclameerde Ben Goerion de staat Israël in de door hem voorgelezen onafhankelijkheidsverklaring: 'Wij leden van de Nationale raad, die het joodse volk in Palestina en in de zionistische beweging vertegenwoordigen, zijn bij elkaar gekomen op de dag van de beëindiging van het Britse mandaat over Palestina en proclameren hierbij op grond van ons historisch en natuurlijk recht en van de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de vestiging van de joodse staat in Palestina, die de naam zal dragen: 'de staat Israël'.

Leon Uris schrijft in zijn boek Exodus, dat, na de voorlezing de joden dansten door de straten van Tel Aviv en zegt: 'Het land Israël is het geboorteland van het joodse volk. Hier werd hun geestelijke, religieuze en nationale persoonlijkheid gevormd. Hier verwierven ze onafhankelijkheid en schiepen ze een cultuur van nationale en universele betekenis. Hier schreven zij de Bijbel en gaven zij de Bijbel aan de wereld. Door dit historisch besef gedragen, hebben de joden, door de eeuwen heen, ernaar gestreefd naar het land van hun vaderen terug te keren en hun erkenning als natie te herwinnen. Gedurende de laatste decaden zijn ze teruggekeerd. Ze hebben daarop het woestijngebied in cultuur gebracht, hun taal tot nieuw leven gewekt, steden en dorpen gebouwd en een voortdurend groeiende gemeenschap met een eigen economisch en cultureel leven gevestigd. Ze zochten vrede maar waren erop voorbetreid zich te verdedigen. Ze hebben aan alle inwoners de zegeningen van de vooruitgang gebracht.'

Vrede
Ze zochten vrede. Maar hoe anders is het gelopen. De arabische leiders bewilligden niet in het verdelingsplan voor het Midden Oosten, wat Palestina betreft. De Israëli's hebben het land uiteindelijk moeten bevechten op de weerstand, biedende bevolking. Het Palestijnse probleem ontstond, omdat ook Jordanië in wat dan vandaag de bezette gebieden heet geen eigen volksbestaan voor de Palestijnen mogelijk maakte. En het zou verder tot 1967 duren voor de stad Jeruzalem als 'eeuwig ongedeelde stad' in handen van Israël zou zijn. Op het christen zionisten congres, vorige week in Jeruzalem, zei minister van defensie Rabin, dat tweederde deel van de droom der zionisten in vervulling was gegaan, namelijk wonen in het land met Jeruzalem als ongedeelde stad. Eén aspect wachtte echter nog op vervulling, namelijk de veilige grenzen. Tot aan de tanden gewapend moest Israël waken voor de beveiliging van de grenzen.


Intussen is in korte tijd ongelooflijk veel tot stand gebracht. De arabieren hebben weliswaar de olie, maar Israël heeft de citrusvruchten en is een voorbeeld voor de arabische volkeren als het gaat om de vraag hoe de woestijn vruchtbaar moet worden gemaakt. Landbouw en industrie kregen een hoog aanzien. David Ben Goerion had in zijn kibboetswoning in de Negev Woestijn permanent twee bijbelteksten op zijn schrijftafel liggen. 'De woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn en de wildernis zal bloeien als een roos' (Jes. 35 : 1); en 'Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult gij dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen en rivieren in de vvdldemis' (Jes. 43 : 19). Is het Wonder dat op Masada, de burcht die in het begin van onze jaartelling in handen van de Romeinen viel toen joodse verzetsstrijders daar verschanst zaten, al zo vele malen de joodse militaire eed is afgelegd, waarbij gezegd werd 'Masada zal nooit meer vallen'?

Herdenken
Nu, aan de vooravond van het veertigjarig bestaan van Israël, is er alle reden tot dankbaar gedenken, tot herdenken. Herdenken is dan terugzien en vooruit zien. Hoe was de situatie en hoe is de stituatie?
Na 1948 hebben we als kerken, met name ook in Nederland, weer met nieuwe ogen, ik durf zeggen met door de Heilige Geest verlichte ogen, de Schriften gelezen, zowel die van het Oude Testament als die van het Nieuwe Testament. Het verhaal van Ahasverus was toch geen definitief verhaal geweest. God had Zijn volk toch niet verstoten. Door de tekenen der tijden heen waren Schriftwoorden open gegaan in hun actualiteit, in hun betekenis voor het heden. Met name de hoofdstukken 9 t/m 11 van de Romeinenbrief werden opnieuw gespeld. 'Dat zij verre – zegt Paulus, zelf uit het geslacht van Abraham – God heeft Zijn volk niet verstoten'. Hetgeen niet weg neemt de diepe kloof, die er nog altijd tussen kerk en synagoge is vanwege het verwerpen van Jezus als de Messias door Israël. Waarbij nog komt dat het volksleven in de huidige staat Israël ook verre van religieus maar ook zeer geseculariseerd is.
Als Israël vandaag in de vestiging van de staat ziet 'het begin van het uitspruiten van de verlossing' dan zeggen we dát zo niet mee, gezien het aanbreken van de Verlossing in Christus, onze Middelaar. Maar Gods trouw is zichtbaar. Het geheimenis van Gods verkiezing, van de 'beminden om der vaderen wil' blijft. In in de oorlogen, die gevoerd werden na de vestiging van de staat, kwam psalm 124 tot leven 'De Heere zij geloofd, die ons in hun tanden niet overgaf tot een roof… Ten ware de Heere, die bij ons is geweest, zegge nu Israël'. Na de beëindiging van de zesdaagse oorlog in 1967 werd deze psalm in kerkdiensten wel gezongen.
Daarom zeggen we aan de vooravond van het veertigjarig bestaan van Israël, dat als de Eeuwige God, de God van Abraham, Izaak en Jacob de lof niet krijgt, ook in Israël zelf, de kiemen van de ontbinding zich zullen aandienen.
Toen de staat Israël in 1948 gevestigd was zei Ben Goerion tot de amerikaanse president dat hij in Israël een moeilijker taak had dan een president in Amerika, want hij moest regeren over 600 medepresidenten. Thans wonen in Israël meer dan drie miljoen joden. Er is veel bereikt waar de joden menselijk gezien 'trots' op kunnen zijn. Maar ook hier geldt: 'Als de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs bouwen de bouwlieden. Als de Heere de stad niet bewaakt, tevergeefs waakt de wachter'.

v. d. G

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Terugkeer uit de ballingschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's